erfgoedobject

Abdijhoeve Ten Brukom

bouwkundig element
ID: 40648   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/40648

Juridische gevolgen

Beschrijving

"Hof ten Brukom", voormalige abdijhoeve van Ter Kameren, ook "Hof De Ro" of "Hof van Reyntjens" genoemd en opklimmend tot de tweede helft van de achttiende eeuw. Monumentale, gesloten hoeve, sinds de jaren 1970 in gebruik als restaurant en manege.

Historiek

De ontwikkelingsgeschiedenis van Brukom is voor een groot deel verbonden met de cisterciënzerabdij van Ter Kameren; deze abdij werd opgericht in 1201 door Hendrik I, hertog van Brabant en zijn gemalin Mathildis en was gevestigd te Elsene. Door talrijke schenkingen en gunsten vanwege de Brabantse hertogen, maar ook vanwege adellijke families, verwierf de abdij al vrij snel een omvangrijk grondbezit, verspreid over een zeventigtal lokaliteiten, voornamelijk in de Brusselse randgemeenten en Vlaams-Brabant. Zoals gebruikelijk in elke cisterciënzerabdij vormden landbouwopbrengsten immers de belangrijkste bron van inkomsten; dit veronderstelde een uitgebreid areaal dat in eerste instantie door de abdij zelf werd uitgebaat.

In een oorkonde van 1238 verleende Godfried van Leuven aan de abdij van Ter Kameren toelating om goederen te verwerven in Leeuw en Lennik en hij bevestigt de verwerving door de abdij van een "mons aquis circumvallis apud Bruchem", een omwalde motte die vermoedelijk de overgang van de Pijnbroekbeek beheerste. In 1585 hield de abdij in Brukom naast een grote hoeve ook nog twee kleinere in haar bezit. De belangrijkste was het "Hof te Cloostergoet" dat iets zuidelijker lag dan het huidige Hof ten Brukom. Het Kaartboek van Ter Kameren, opgesteld door landmeter G. Couvreur, geeft een goed beeld van het uitzicht van de drie hoeven omstreeks 1719. De grootste bestond uit een ruim woonhuis met stal, schuur en achterpoort; een waterput en duiventil lagen op de binnenplaats; aan het woonhuis grensde een omhaagde moestuin en achter de hoeve was er een poel en een laag gebouwtje met schouw. De tweede hoeve telde slechts twee gebouwen en de derde vertoonde een U-vormige inplanting (woonhuis, schuur en stal) aan de Rodebeek. Heden rest van deze hoeven geen enkel spoor.

In 1777 liet de abdij een nieuwe hoeve bouwen, het huidige Hof ten Brukom; bij de inhuldiging mochten de slotzusters van Ter Kameren naar Brukom komen en was er vier dagen feest; pachter op dat ogenblik was Filip Van Cutsem. De bouw van het complex kadert vermoedelijk in de enorme bouwactiviteit die de abdij ontplooide na de Vrede van Utrecht (1713); veel van haar hoeven werden vanaf het tweede kwart van de zeventiende eeuw immers hersteld en/of uitgebreid; de gebouwen, voorheen van leem- en vakwerk, werden versteend en afgedekt met leien daken. Tijdens de Franse Revolutie werd de hoeve net als de andere kloostergoederen openbaar verkocht. Zo kwam het complex op 18 oktober 1797 in handen van Amatus Gabriël Fulchiron, bankier te Parijs. Nadien volgden diverse eigenaars elkaar op; nu wordt het ensemble uitgebaat als manege.

Beschrijving

Monumentale, gesloten hoeve met homogeen uitzicht in traditionele bak- en zandsteenstijl van 1777. Het ensemble bleef nagenoeg intact bewaard en bestaat uit verankerde bakstenen gebouwen gegroepeerd rondom een gekasseid erf met ter plaatse van de vroegere mestvaalt een deels beboomd grasperk. De noordwestvleugel omvat de toegangspoort met duifhuis en aansluitende paardenstallen van latere datum; de zuidwestvleugel bestaat uit de woning met links het knechtenhuis en een aansluitend stalgedeelte, de noordoostzijde wordt ingenomen door de schuur en het karrenhuis en de zuidoostzijde door de stallen en de veldpoort. Kalkzandsteen werd aangewend voor plinten, hoekkettingen en steigergaten, blauwe hardsteen voor de omlijstingen der muuropeningen.

Poortgebouw op rechthoekige plattegrond onder schilddak van kunstleien; verankerde rondboogpoort in een omlijsting van blauwe hardsteen aan de straat, van kalkzandsteen aan erfzijde, geflankeerd door schamppalen; duivengaten in een steekbogig spaarveld aan erfzijde; geplafonneerde doorgang met zichtbare moer- en kinderbalken.

Herenwoning van zeven traveeën en knechtenhuis van drie traveeën, beide één bouwlaag onder rechts afgewolfd zadeldak met klokkentorentje en een dubbele rij dakkapellen, licht overkragend op modillons. Onderkelderde breedhuizen met lijstgevels, geopend door beluikte segmentboogvensters in een omlijsting van blauwe hardsteen met sluitsteen en achttiende-eeuwse steenkapperstekens (A S). De rechthoekige deuren met segmentbogig bovenlicht zijn eveneens gevat in een licht geprofileerde omlijsting van blauwe hardsteen met sluitsteen en geprofileerde waterlijst met gestrekte uiteinden; ook hier zijn de steenkapperstekens duidelijk zichtbaar. Boven de rechtse deur werd blijkbaar vrij recent een gevelsteen met wapenschild en lijfspreuk "AMOR FIDES" aangebracht, zie bouwnaad en oude foto's. Gelijkaardige achtergevel, doch eenvoudiger van uitzicht. Rechtse zijpuntgevel met zichtbare vlechtingen.

De zuidoostelijke stalvleugel telt twaalf traveeën en anderhalve bouwlaag; aan erfzijde wordt de gevel respectievelijk geopend door segmentbogige of rechthoekige muuropeningen in een omlijsting van blauwe hardsteen met gestileerde sluitsteen en dezelfde steenkappertekens als in het woongedeelte. Inwendig vertoont deze vleugel bakstenen gewelven op pijlers van blauwe hardsteen; de hoger gelegen hooizolder is toegankelijk via een houten gaanderij aan de buitenzijde; de veldpoort in de zuidelijke hoek sluit qua uitzicht aan bij de hoofdpoort. De gedeeltelijk aangepaste veldzijde van de stal is nagenoeg volledig ingebouwd door de manege en bijhorende infrastructuur.

Tweebeukige langsschuur van zes traveeën onder aan weerszijden afgewolfd zadeldak, dat licht overkraagt op daklijstbalkjes. Smalle gevels met vlechtingen, oculi en rondboogpoorten in een omlijsting van blauwe hardsteen met steenkappersteken S in de sluitsteen. Het uitzicht van de muuropeningen in de erfgevel sluit aan bij de muuropeningen van de stal. Nagenoeg gesloten noordoostgevel. Inwendig is de schuur nu ingericht met paardenboxen, waardoor het gebint niet zichtbaar is, wel zichtbaar bleven de bakstenen zuilen tussen de oorspronkelijke dorsvloer en tasruimte. Het lagere wagenhuis onder zadeldak vertoont een rondboogarcade van drie traveeën en is inwendig gekasseid en voorzien van bakstenen koepelgewelven op pijlers van blauwe hardsteen; bewaarde voederbakken van blauwe hardsteen.

  • DOM. VERLEYEN W. 1999: De wijk Brukom te Sint-Pieters-Leeuw, in Eigen Schoon en de Brabander, jaargang 82, nummers 4-6, 165-193.
  • VAN BELLE J.L. 1994: Signes Lapidaires. Nouveau dictionnaire Belgique et Nord de la France, s.l., 528.

Bron     : Kennes H. met medewerking van Van Damme M. 2008: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Vlaams-Brabant, Gemeente Sint-Pieters-Leeuw, Deelgemeenten Sint-Pieters-Leeuw, Oudenaken, Ruisbroek, Sint-Laureins-Berchem en Vlezenbeek, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen VLB8, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Kennes, Hilde
Datum  : 2008


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Abdijhoeve Ten Brukom [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/40648 (Geraadpleegd op 23-08-2019)