Sint-Rochusmemoriaal en gedenkzuil

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Aarschot
Deelgemeente Aarschot
Straat Gijzelaarsstraat
Locatie Gijzelaarsstraat zonder nummer, Aarschot (Vlaams-Brabant)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Aanvulling inventaris bouwkundig erfgoed 2012 (geografische inventarisatie: 01-01-2012 - 31-12-2012).
  • Actualisatie Aarschot (actualisaties: 01-03-2006 - 31-03-2006).
  • Adrescontrole Aarschot (adrescontroles: 22-06-2007 - 22-06-2007).
  • Inventarisatie Aarschot (geografische inventarisatie: 01-01-1969 - 31-12-1969).
  • Thematische inventarisatie 20ste-eeuwse kerken (geografische inventarisatie: 01-07-2008 - 31-12-2009).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Sint-Rochusmemoriaal en gedenkzuil

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is beschermd als monument Sint-Rochusmemoriaal met gedenkzuil

Deze bescherming is geldig sinds 22-02-2013.

Beknopte karakterisering

Betrokken personen
Tags Eerste Wereldoorlog

Beschrijving

Historisch overzicht

Na de Duitse inval op 4 augustus 1914 en de val van Luik, besloot het Belgische leger zich terug te trekken in het Hageland, waar een opeenvolging van rivieren - de Velpe, de Kleine Gete, de Grote Gete en de Dijle -, de ertussen gelegen heuvelruggen en een uitgebreid net van verbindingswegen, een geschikt slagveld vormden om een vertragend gevecht tegen de Duitsers te voeren. Leuven deed dienst als commandopost en uitvalsbasis, verdeelcentrum voor bevoorrading en zou de doorgangspoort zijn voor de terugtrekkende beweging naar Antwerpen indien de verdediging onhoudbaar werd.

Hoewel met de Slag der Zilveren Helmen bij Halen (12 augustus 1914) een overwinning werd geboekt op het Duitse leger, was het succes van de Gete-stelling van korte duur: het Belgische leger zou op 18 augustus in de Slag op de Zeven Zillen zware verliezen lijden in Oplinter, Sint-Margriete-Houtem en Grimde. Diezelfde dag nog vertrokken vanuit Leuven Belgische troepen om Aarschot te verdedigen. Ze stelden zich op ten noordoosten van de stad - richting Herselt, Gijmel en Langdorp -, aan het knooppunt van de spoorwegen Antwerpen - Leuven - Aken, en ten zuidoosten van de stad. In de ochtend van 19 augustus werden de oprukkende Duitse troepen even opgehouden, maar algauw bleek de overmacht. De legerleiding besloot de Belgische troepen terug te trekken. Ze verlieten de stad onder hevig vuur. Een 120-tal militairen sneuvelde. In hun doortocht door de stad spaarden de Duitse troepen niemand: gewonde en gevangengenomen Belgische soldaten werden gefusilleerd, burgers werden uit hun huizen gejaagd, samengedreven en met de dood bedreigd. Na tussenkomst van burgemeester Jozef Tielemans werden alle burgers vrijgelaten, doch met de waarschuwing dat voor elke Duitse soldaat die door een burger wordt gedood, drie stadsgenoten zullen terechtgesteld worden. Het bleef echter onrustig in de stad. Opnieuw vielen burgerslachtoffers. Toen de Duitse Generaal-Majoor Stenger, die zijn intrek genomen had in de woning van burgemeester Tielemans op de Grote Markt, op het balkon neergeschoten werd, volgden vergeldingsacties: de huizen rond de Grote Markt werden doorzocht op zoek naar de 'franctireurs' en in brand gestoken, de bewoners werden bij de pomp op de Grote Markt bijeen gedreven en een groep mannen werd meegenomen naar een weide aan de Leuvensesteenweg. Daar werden ze per drie terechtgesteld. In het massagraf werden later 75 lichamen gevonden. Later op de avond werd een tweede groep gevangenen buiten de stad geleid. De volgende ochtend beslisten de Duitse officieren om, zoals gedreigd, één op drie gijzelaars terecht te stellen. Opnieuw vielen 29 doden, waaronder de burgemeester en zijn zoon. Intussen ging het plunderen en afbranden van de stad verder.

De burgers die nog in de stad rondzwierven, werden in de kerk opgesloten en dagen vastgehouden. Enkele keren werd er gedreigd met nieuwe executies. Af en toe werden groepen weggeleid om loopgraven te graven of werken uit te voeren. Op 6 september werden 300 gevangenen per trein weggevoerd naar het Sennelager kamp in Duitsland.

In Aarschot zijn ongeveer 480 huizen afgebrand en 171 burgers omgekomen.

Het aan Sint-Rochus – samen met Onze-Lieve-Vrouw patroonheilige van de stad Aarschot – opgedragen memoriaal werd opgetrokken onder impuls van Jozef Devroey (1912-1999), priester en leraar in Antwerpen en Leuven, wiens leven, als zoon van één van de slachtoffers, sterk beïnvloed werd door de augustusdagen in Aarschot, getuige de vele tekeningen van zijn hand, zijn relaas van de feiten, neergeschreven in De eeuw van de ekster, en zijn 'levensmissie' om de herinnering aan de gruweldagen van 1914 levend te houden. Op de plaats waar Devroeys vader Hendrik samen met vele anderen werd terechtgesteld, werd kort na de Eerste Wereldoorlog een gedenkzuil opgericht en tussen 1963 en 1965 een memoriaal opgetrokken naar ontwerp van Marc Dessauvage (1931-1984).

Beschrijving

Sint-Rochusmemoriaal

Exterieur. Gedeeltelijk in de helling van het terrein ingeschoven, niet georiënteerde kapel, opgevat als een kubus, opgetrokken in beton, baksteen en glas, en sober uitgewerkt met nagenoeg gesloten muurvlakken die middels een glaspartij, verticaal doorsneden door betonnen balken, overgaat in een plat dak. Als enige uiterlijke kenteken van een kapel, werd aan de noordoostelijke hoek van het memoriaal, boven het dak verheven, een sober, doch monumentaal kruis bevestigd.

Kapel op vierkant grondplan met aan de noordzijde een lagere, als toegangspaviljoen uitgewerkte narthex, en aan de westzijde twee dienstruimten - een lokaal voor opslag en technieken en een sacristie - die door middel van een aparte diensttoegang met de narthex verbonden zijn.

Interieur. De langgerekte en opvallend lage narthex, toegankelijk via een dubbele metalen deur met zijlichten en aan de westzijde overhoeks volledig beglaasd, is voorzien van een grijs-groene natuurstenen tegelvloer, een nisvormige opening met wijwaterschaal in de kapelmuur en een muurnis met wijwatervat in de buitenmuur (noord). De narthex is heden - door middel van houten banken langsheen de muren en een bidstoel - ingericht als kleine bidkapel. Voor de glaswand, die het omringende groen als het ware naar binnen haalt, staat op een sobere sokkel het bijna half verbrande beeld van Christus op de Koude Steen (tweede helft van de 16de eeuw), gered uit de brand van de Onze-Lieve-Vrouwekerk tijdens de Eerste Wereldoorlog en symbool voor de gefusilleerden.

Een dubbele metalen deur met zijlichten geeft toegang tot de kapel: een met grijs-groene natuursteen geplaveide vierkante en open ruimte met onregelmatig geplaatste zichtbare betonnen kolommen en balken waartussen wisselend parementmetselwerk en dito ramen met metalen schrijnwerk, het geheel afgedekt door een markante dakconstructie die door de naar binnen toe afgeschuinde randen in combinatie met de beglaasde bovenzijde van de muren, een diagonaal perspectief geeft naar boven en daardoor lijkt te zweven.

Tegen de zuidmuur van de kapel, tegenover de toegang, bevindt zich een twee treden hoog podium met een sober houten altaar, twee naast elkaar geplaatste lezenaars en tegen de muur twee stoelen, geflankeerd door telkens twee misdienaarzitjes. Boven het altaar hangt een eenvoudig groen-blauw glazen kruis. Vijf groepen van houten banken zijn straalvormig naar het altaar gericht. Links van het podium staat een harmonium dat volgens de huidige deken, E.H. Gerits, later toegevoegd werd.

Als enig vast kerkmeubilair is er een excentrisch in de zuidelijke muur op een getrapte bakstenen uitkraging met betonnen deksteen geplaatst tabernakel en twee in nissen ingewerkte houten biechtstoelen, waarvan één recentelijk verwijderd en vervangen door een natuurstenen, onafgewerkte Piëta. Op een eenvoudige houten legger tegen de zuidmuur staan een houten Sint-Rochusbeeld en een gipsen Mariabeeld, respectievelijk links en rechts van het podium.

In de kapel hangen twee tekeningen/collages van de hand van Jozef Devroey: één naast de toegang tot de kapel, 13 mei 1986 gedateerd, waarop de afbeelding van twee door de Duitsers gefusilleerde burgers in collage met kogelhulzen en een touw, gevonden bij het opgraven van de slachtoffers, en één links van de Pieta met illustraties van gevangen genomen, gefusilleerde en treurende burgers, soldaten en een gekruisigde Christus in collage met de namen van de slachtoffers zoals ze gevonden werden, per kuil of vindplaats.

In de sacristie ingewerkte meubilair (onder andere kazuifelkast) met pseudo-perkamentpanelen, naar verluidt afkomstig van de abdij van Westmalle.

Gedenkzuil

Gelegen ten noordoosten van de kapel: conische gedenkzuil in blauwe hardsteen, met een vierkante basis, afgelijnd door een geprofileerde waterlijst, een schacht met een decoratieve bekroning van accanthusblaren en een bekronend Keltisch kruis. Op de sokkel zijn in verdiepte spiegels de namen van burgerslachtoffers weergegeven. De schacht draagt het opschrift: "A/ LA MEMOIRE/ DE/ MONSIEUR JOSEPH TIELEMANS/ BOURGMESTRE/ DE LA VILLE D’ARSCHOT/ DE SON FRERE/ MONSIEUR EMILE TIELEMANS/ PRESIDENT DE LA COMMISSION/ DES HOSPICES CIVILS D’AERSCHOT/ DE SON FILS / MONSIEUR LOUIS TIELEMANS/ ET DES AERSCHOTOIS/ LACHEMENT FUSILLES A CETTE PLACE/ PAR LES ALLEMANDS LE 20 AOUT 1914 / REQUISCANT IN PACE".

  • BEKAERT G. en VERPOEST L., Marc Dessauvage 1931/1984, Wommelgem, 1987.
  • PEETERS R., De wederopbouw van Aarschot na Wereldoorlog 1, Borgerhout, 1994.
  • VAN LOO, A., Repertorium van de architectuur in België van 1830 tot heden, Antwerpen, 2003, p. 321-322.

Bron: -

Auteurs: Verloove, Claartje

Datum tekst: 2012

Alle teksten

Relaties

maakt deel uit van Aarschot

Aarschot (Aarschot)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.