erfgoedobject

Heimolen

bouwkundig element
ID: 41461   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/41461

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Houten windmolen
    Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009

  • is aangeduid als beschermd monument Windmolen Heimolen
    Deze bescherming is geldig sinds 04-04-1944

  • is deel van de aanduiding als beschermd stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Windmolen Heimolen: omgeving
    Deze bescherming is geldig sinds 01-07-1987

Beschrijving

De Heimolen is een 17de-eeuwse korenmolen, type houten staak- of standaardmolen met open voet.

Sinds zijn oprichting is de Heimolen steeds op dezelfde plaats blijven staan en is deze nooit vernield geweest door brand of door oorlogen. Hij is één van de weinige windmolens die tijdens het ancien régime geen banmolen was. Vanaf het begin is de molen gebouwd en uitgebaat door particulieren, weliswaar met de toestemming van de hertog van Aarschot maar zonder dat deze aanspraak maakte op de heerlijk rechten van de wind. Een akte, gedateerd op 24 januari 1662, stelt dat Jacobus de Brier, drost van het hertogdom Aarschot, toelaat aan Gillis Vanden Eynde (°1631) om in Langdorp een molen op te richten op twee bunderen heide op de Trappenschen Berch nabij den Ouden Stok. Deze overeenkomst werd echter op 8 februari 1662 door de hertog aangepast. Het eerste deel van het contract bleef ongewijzigd: Vanden Eynde moest 2000 gulden betalen, waarvan de helft onmiddellijk en de andere helft binnen het jaar nadat de molen opgericht was. Het aangepaste deel van het contract bepaalde dat de hertog de molen of na de eerste drie jaar of na 25 jaar kon opeisen. Op 20 februari 1662 werd de bouw van de molen begonnen. Na heel wat bouwperikelen door het niet naleven van de contractuele voorwaarden, kreeg Gillis Vanden Eynde zijn molen toch aan het draaien, tot hij in 1663 onverwachts overleed. De molen werd draaiende gehouden van zoon op zoon en dit tot in 1756 toen de afstammelingen andere beroepen gingen uitoefenen en de molen verhuurden. Op 24 januari 1687 verliep de termijn van 25 jaar en kon de hertog de windmolen opeisen mits de betaling van de geschatte waarde. Dit gebeurde echter niet en de hertog liet de familie Vanden Eynde in het bezit van hun eigendom. De molen bleef via erfenis in familiebezit van achtereenvolgens de families Vanden Eynde, Fasbinder en Cannart d’Hamale.

In het begin van de 20ste eeuw werden de houten roeden vervangen door geklinknagelde Verhaeghe-roeden, gevat in een gietijzeren askop van ijzergieterij Van Aerschot (Herentals). Ondanks restauratiewerken in 1951 werd de uitbating stilgelegd in 1958. In 1968 werden hoogdringende restauratiewerken uitgevoerd naar ontwerp van architect Louis Bos, in 1970 werd de windzijde bedekt met asbestleien en het dak met roofing singels. De in 1970 uitgevoerde werken konden niet beletten dat de molen door stilstand en verwaarlozing aftakelde. De vzw Natuurreservaten kocht in september 1995 de Heimolen samen met de omringende 10 ha heide en bos aan. Mede dankzij de oprichting van een Molenheidewerkgroep werd een restauratiedossier opgesteld. De restauratie werd aangevat in 1998 door molenbouwer Roland Wieme (Deinze) en de molen werd op 31 maart 1999 maalvaardig opgeleverd. In 2011 werden nieuwe onderhoudswerken uitgevoerd door Adriaens Molenbouw (Weert, NL), door de aantasting van een aantal balken door de grote klopkever. De kruishaspel werd vernieuwd.

De heimolen is een houten standaardmolen met een open voet op vier bakstenen teerlingen met natuurstenen (ijzerzandsteen) negblokken. De molen onderscheidt zich van andere molens door de grootte van de molenkast: de windzijde met onderaan baard en eikel heeft een bedekking met eikenhouten schaliën, de zijwanden en staartzijde hebben een verticale beplanking, op de zijwanden heeft de beplanking loergaten. De staartzijde is voorzien van de inkom met balkon, daarboven het korenluik en een luikap op schoren. De kap heeft een zadeldak, aan de windzijde afgewolfd en met voorkeuveleinde. Het wiekenkruis heeft een gietijzeren askop en is uitgerust met geklinknagelde roeden (1998-1999) en wieken met rode zeilen. De staartconstructie bevat een staart met een trap met dubbele leuning die eindigt op het balkon. Het kruiwerk gebeurt door middel van een kruihaspel met ketting en kruipalen.

De molen is een tweezolder met bewaarde maalinrichting. Het staande werk bleef grotendeels bewaard met een maximaal behoud van de originele balken. In de molen zijn verschillende oude balken met inscripties aanwezig die een licht werpen op de geschiedenis ervan. Kenmerkend voor deze molen zijn de verbindingen tussen hoekstijl, daklijsten en tempelbalk door middel van een trekbalkverbinding. De houten roeden werden gerecupereerd als zolderkepers van de steenzolder. Specifieke kenmerken van deze molen zijn het vangwiel en het voorwiel die nog originele armwielen (vermoedelijk van vóór 1800) zijn waarbij de spaken van het wiel door de houten molenas gaan. De steenzolder herbergt twee koppels maalstenen (basalt, kunststeen).

In de buurt van de Heimolen ligt nog de molengracht. Hierin werden de eiken balken gelegd om te logen. Het logen maakte de balken hard, wat nodig was voor het onderhoud en herstel van de molen.

  • Onroerend Erfgoed Vlaams-Brabant, beschermingsdossier DB000249, Heimolen, Dossier "De Heimolen te Langdorp" door D. Vanlommel - Dienst Monumentenzorg Stad Aarschot (s.d.).
  • GENICOT L.F., VAN AERSCHOT S., de CROMBRUGGHE A., SANSEN H. & VANHOVE J. 1971: Inventaris van het cultuurbezit in Vlaanderen, Architectuur, Provincie Brabant, Arrondissement Leuven, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 1, Luik.

Auteurs :  De Sadeleer, Sibylle
Datum  : 2020


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Heimolen [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/41461 (Geraadpleegd op 01-12-2020)