Teksten van Watermolen van 1752

Watermolen van 1752

Watermolen, boven de deur gedateerd ANNO 1752. Baksteenbouw met sokkel en hoekstenen van ijzerzandsteen. Rechthoekige vensters met zandstenen omlijstingen in de vorm van hoekkettingen (oorspronkelijk reeds zonder kruisramen); fraaie steekboogdeuromlijsting in een provinciale overgangsvorm naar de Louis XV-stijl. Kleine steekboograampjes van gesinterde baksteen in de zijgevel. Zijpuntgevels afgewerkt met vlechtingen en schouderstukken. Aanpassingen uit 1967.


Bron: Genicot L.F., Van Aerschot S., de Crombrugghe A., Sansen H. & Vanhove J. 1971: Inventaris van het cultuurbezit in Vlaanderen, Architectuur, Provincie Brabant, Arrondissement Leuven, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 1, Luik.
Auteurs:  de Crombrugghe, Anne, Genicot, Luc, Sansen, Hadewych, Van Aerschot, Suzanne, Vanhove, Jacqueline
Datum: 1971

Je kan deze pagina citeren als: de Crombrugghe, Anne; Genicot, Luc; Sansen, Hadewych; Van Aerschot, Suzanne; Vanhove, Jacqueline: Watermolen van 1752 [online], https://id.erfgoed.net/teksten/41467 (geraadpleegd op 24-11-2020)


Watermolen van 1752

Het betreft een molenhuis boven de deur gedateerd "anno 1752" met een oudere kern aan de beek De Motte met een bewaarde molen en sluiswerk.

Het werd reeds afgebeeld op het Album de Croy uit de 17de eeuw. Het molenhuis werd verbouwd in de 18de eeuw en de tweede helft van de 19de eeuw. Het werk dateert van einde 19de eeuw en werd overgebracht vanuit Wallonië.

Het betreft een bakstenen gebouw, parallel met de straat en de beek, van één bouwlaag en zes traveeën. Het heeft twee deuren met zandstenen omlijsting met steekboog bovenlicht in een provinciale overgangsvorm naar de Louis XV-stijl, vier beluikte kruisramen met zandstenen omlijsting en drie dakkapellen. Het geheel draagt een leien zadeldak, en de zijpuntgevels zijn afgewerkt met vlechtingen en schouderstukken. Ten noorden ligt een L-vormig bakstenen gebouw (schuur?), met een poort langs de straatkant.

De molen bestaat uit twee koppels stenen (kunststeen), met houten steenkist met regelwerk bestaande uit houten halfronde stijltjes. De houten galg met ijzeren schroef en koepel is bewaard, van het luiwerk zijn enkel restanten bewaard. De stenen worden aangedreven door een kroonwerk, dit wordt in beweging gezet door orthogonaal op elkaar draaiende conische raderen van gietijzer waarvan het verticale rad het waterwiel is (kam- of camprad). De raderen werden zo geconstrueerd en geplaatst dat ijzeren op houten kammen inspelen. Het geheel beweegt in een gietijzeren stoel in hoofdzaak bestaande uit vier kolommen waarop meteen een steenbed rust met onderaandrijving. De koppels worden ingeschakeld met een schroefsysteem

Groot waterrad: met houten paletten, ijzer, gebout, van het type middenslag, met gietijzeren rollager en ijzeren as.

Sluis:

  • Houten borstbooom (sluisbalk), in slechte staat
  • Arduinen borstsijlen met groef
  • Stenen risbalk (dorpel)
  • Sschuifdeuren in slechte staat, regelbaar vanuit de maalruimte
  • Betonnen sluisbrug

Pegel: nog aanwezig in de borststijl, een tweede pegel in de waterrand is waarschijnlijk ongeldig.

Voeding: via afleidingskanaal van de plaatselijke beek, geen reservoir

Hoewel het roerwerk op zichzelf niet als uitzonderlijk kan beschouwd worden is het vrij volledig. Het waterwiel is gekenmerkt door grote afmetingen.


Bron: Onroerend Erfgoed Vlaams-Brabant, beschermingsdossier DB000580, Watermolen te Leefdaal.
Auteurs:  Agentschap Onroerend Erfgoed
Datum: 1980

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed: Watermolen van 1752 [online], https://id.erfgoed.net/teksten/187186 (geraadpleegd op 24-11-2020)