Teksten van Afspanning In den Mol

Afspanning

Voormalige afspanning in traditionele bak- en zandsteenstijl (tweede kwart 18de eeuw). Kleine, niet uitspringende plint, geen speklagen doch kruiskozijnen; fraaie korfboogdeur versierd met dubbele, geprofileerde imposten en sluitsteen, bekroond met een uitspringende waterlijst.

Uithangbord in verheven beeldwerk met opschrift: 17 IN DEN MOL 33/ AU . FOINT ON . VAEN/ TOUT . SOURT DE . PIER/ GOKT LOGIST TE VOET EN TE PEERT.

Restauratie en vernieuwde vensterkruisen.


Bron: Genicot L.F., Van Aerschot S., de Crombrugghe A., Sansen H. & Vanhove J. 1971: Inventaris van het cultuurbezit in Vlaanderen, Architectuur, Provincie Brabant, Arrondissement Leuven, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 1, Luik.
Auteurs:  de Crombrugghe, Anne, Genicot, Luc, Sansen, Hadewych, Van Aerschot, Suzanne, Vanhove, Jacqueline
Datum: 1971


Je kan deze pagina citeren als: de Crombrugghe, Anne; Genicot, Luc; Sansen, Hadewych; Van Aerschot, Suzanne; Vanhove, Jacqueline: Afspanning In den Mol [online], https://id.erfgoed.net/teksten/41573 (geraadpleegd op 26-02-2021)


Afspanning In den Mol

Vermoedelijk 18de-eeuwse afspanning in traditionele bak- en zandsteenstijl. Sterk gerenoveerd in 1979.

Historiek

De oudste archivalische sporen van Afspanning De Mol dateren uit de vroege 18de-eeuw wanneer enkele gebouwen afgebeeld worden op de ontwerpschets voor de aanleg van de Tiensteenweg (1704-1718). De Ferrariskaart (1771-1778) toont op die plaats een rechthoekig volume met bijgebouw dat naast een omhaagd perceel ligt en met een kleine, langwerpige vijver ten noorden.

Volgens een ingemetseld gevelsteen boven de deur werd het gebouw opgetrokken in 1733. In verheven beeldhouwwerk wordt een grote mol en twee banderollen voorgesteld: “17 IN DEN MOL 33/ AU.FOIN ON.VAEN / TOUT.SOURT DE PIER/ GOKT LOGIST TE VOET EN TE PEERT”. Hetzelfde jaartal 1733 vindt men ook ingekerfd in een hanenbalk van de dakconstructie. De authenticiteit van de balk en de inscriptie werd in het kader van deze studie niet verder onderzocht. De tekst verwijst naar een herberg met afspanning, genaamd De Mol (‘foin’), waar ook bakstenen werden verhandeld.

De Primitieve kadaster kaart van 1832 vermeldt het goed eveneens als ‘Den Mol’. Het is dan een rechthoekig gebouwtje met lange zijde aan de straat en met achteraan vermoedelijk een aangebouwde kleine stal. Een kleinere, maar losstaande vierkantige constructie bevindt zich dan aan de noordoostzijde op het erf. De kadastrale legger van 1844 vermeldt  Henri Peemans, een pannenbakker uit Leuven, als eigenaar voor zowel de site De Mol als de naastgelegen site de Bunswyck. De percelen van de site De Mol worden op de kadasterlegger geregistreerd als drie naast elkaar gelegen huizen, die door de volgende eigenaar baron Louis de Dieudonné zullen samengevoegd worden tot één huis met één perceelnummer.

Het pand doet dienst als hovenierswoning en maakt decennialang deel uit van het kasteeldomein van de familie Ernst de Bunswyck, die het kasteeldomein in eigendom had sinds 1873. In 1937 komen zowel het kasteeldomein als de site De Mol, in eigendom van de textielfamilie Hottat-Hennau. In 1966 wordt de site De Mol apart verkocht en volgt een herbestemming als restaurant.

Een tekening en een aquarel uit 1927 van kunstenaar Pierre Halflants tonen de herberg ‘In den Mol’ als een rechthoekig bouwvolume van één bouwlaag van drie traveeën onder zadeldak, dat gedekt lijkt door twee verschillende soorten dakbedekkingen, ieder voor de helft. De tekening toont een bakstenen bouwvolume met een 18de-eeuws voorkomen. In de centrale travee zit een korfboogdeur, geflankeerd door twee ramen ingevuld met zes glaspaneeltjes.  Boven de korfboogdeur geeft de kunstenaar de gevelsteen weer met de afbeelding van een mol. Een adviesvraag uit 1979 bij de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, Provinciale Afdeling Brabant tot uitvoering van restauratiewerken bevat een schets van de toenmalige bestaande toestand. Het grondplan vertoont dan een centrale gang die de korfboogdeur met de achterdeur verbindt. Aan beide zijden zijn er respectievelijk twee en drie vertrekken. Het bijgebouw onder lessenaarsdak had twee achterliggende vertrekken.

Het huidig exterieur en interieur zijn het resultaat van restauratie- en herinrichtingswerken in 1979 met als doel de herinrichting tot horecazaak.

Beschrijving

Het exterieur

Het pand in traditionele bak- en zandsteenstijl is een verankerd bakstenen gebouw op een kleine, niet uitspringende plint van enkele lagen witsteen of kalkzandsteen.

Het hoofdgebouw is een rechthoekig breedhuis met een voorgevel van drie traveeën breed en één bouwlaag hoog onder een met leien bedekt zadeldak. In de middelste travee zit een korfboogdeur die gevat is in een kalkzandstenenomlijsting versierd met dubbele, geprofileerde imposten en een sluitsteen, bekroond met een uitspringende waterlijst. De rechthoekige beluikte vensters zijn gevat door een hardstenen onderdorpel en een natuurstenen latei. Bij de restauratie van 1979 zijn de traditionele kruiskozijnen opnieuw aangebracht, de bovenlichten van het kruiskozijn werden beglaasd en getralied en het schrijnwerk vernieuwd. Het schrijnwerk van de vensters is ingevuld met telkens 6 glaspanelen. De vernieuwde opgeklampte houten luiken zijn geschilderd net als de met groeven versierde, in visgraat gelegde beplanking van de voordeur, versierd met klinknagels, een sierlijke metalen deurklopper en sleutelplaat.

De verankerde bakstenen achtergevel is telt één bouwlaag en drie traveeën, waarvan ten oosten twee deurtraveeën en ten westen één venstertravee. De drempel van de oorspronkelijke achterdeur, centraal in de achtergevel, zit momenteel onder het maaiveld. De beplankte en beschilderde korfboogdeur zit vervat in een kalkzandstenen, brede omlijsting met kwarthol beloop en versierd met imposten en een sluitsteen. De deur wordt bekroond door een kleine, vierkante vensteropening die gevat zit in een omlijsting van kalkzandsteen. Het vernieuwde betraliede schrijnwerk is ingevuld met vier glaspaneeltjes.

De beide zijgevels van het breedhuis lopen uit op een bakstenen tuitgevel met gemetselde vlechting. De beide tuiten worden geflankeerd door telkens twee bakstenen schoorstenen. De linker zijgevel is blind op de verdieping. Een kleine raamopening op de gelijkvloerse verdieping werd gedicht.

De westelijke zijgevel wordt geflankeerd door een aanbouw van anderhalve bouwlaag onder hoog lessenaarsdak bedekt met rode Vlaamse pannen.  Aan de straatzijde is deze aanbouw voorzien van een rechte vensteropening met hardstenen onderdorpel en natuurstenen latei en een dichtgemetselde deuropening gevat in een vlakke rechte hardstenen omlijsting. Het schrijnwerk van het venster is ingevuld met telkens 6 glaspanelen. De bakstenen achtergevel van deze aanbouw (tuinzijde) heeft een deuropening met korfboogvormige deuromlijsting. Op de halve bovenverdieping zit een rechthoekig venstertje onder een stenen latei, ingevuld met een enkelvoudig beglaasd venster. Op zijn beurt wordt deze aanbouw geflankeerd door twee manshoge bakstenen aanbouwtjes of stalletjes onder lessenaarsdak en afgedekt door Vlaamse pannen.

Aan de oostelijke gevelzijde ligt achter de straatmuur een kleine aanbouw, die enkel een deuropening heeft ten noorden. Aan de achtergevel van de aanbouw zit een tweede klein stalletje met aan de tuinzijde een vensteropening onder natuurstenen latei en een vensterdorpel in hardsteen. Het venster is omlijst met natuurstenen blokken. Enkele hoekblokken in natuursteen versieren de hoeken van de muren.

Het interieur

In 1979 is de toenmalige hovenierswoning omgevormd tot een restaurant, wat een grote impact had op het behoud van het interieur. Slechts enkele muren refereren naar de toestand van 1926. De moerbalken met verschillende afmeting, al dan niet met sleutelstukken, net als verschillende kinderbalken zijn nog zichtbaar.

Een korte stenen trap achter een origineel kelderdeurtje geeft toegang tot de kelder onder een bakstenen tongewelf. De trap telt acht treden, die elk opgebouwd zijn uit een afwisselende laag van zwartgeblakerde rode baksteen en een laag witsteen. De in kern 18de-eeuwse kelder loopt over de ganse diepte van het huis en is ingedeeld in een aantal bakstenen compartimenten onder rondboog en met ongelijk vloerniveau oplopend naar de straat toe. Een bakstenen vierkante zuil van latere datum ondersteunt het keldergewelf wat mogelijk wijst op een oudere doorbreking van keldermuren of op het samenvoegen van twee kelders tot één kelder.

  • Onroerend Erfgoed, Digitaal beschermingsdossier 4.001/24062/124.1, Het kasteelpark de Bunswyck en het kasteel de Bunswyck, Tiensesteenweg 343, de voormalige afspanning De Mol, Tiensesteenweg 347 en de kilometerpaal K29 in Leuven (Kessel-Lo) (VAN BRANDEN G., MICHIELS M. en VAN DEN BOSSCHE H. 2019).

Auteurs:  Mertens, Joeri
Datum: 2021


Je kan deze pagina citeren als: Mertens, Joeri: Afspanning In den Mol [online], https://id.erfgoed.net/teksten/361571 (geraadpleegd op 26-02-2021)