Pastorie Onze-Lieve-Vrouwparochie

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Boortmeerbeek
Deelgemeente Hever
Straat Ravesteinstraat
Locatie Ravesteinstraat 22, Boortmeerbeek (Vlaams-Brabant)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Boortmeerbeek (actualisaties: 25-04-2007 - 25-04-2007).
  • Adrescontrole Boortmeerbeek (adrescontroles: 26-06-2007 - 26-06-2007).
  • Inventarisatie Boortmeerbeek (geografische inventarisatie: 01-01-1969 - 31-12-1969).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Pastorie

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is beschermd als monument Pastorie Onze-Lieve-Vrouwparochie

Deze bescherming is geldig sinds 13-09-1976.

Beschrijving

De omgrachte pastorie is bereikbaar via een brugje en afgesloten met een smeedijzeren hek. Het betreft een dubbelhuis van twee bouwlagen en vijf traveeën.

Historiek

De parochie werd rond 1134 overgedragen aan het Sint-Romboutskapittel van Mechelen. Daarvoor zou het in bezit geweest zijn van het Onze-Lieve-Vrouwkapittel van Kamerijk. Vanaf 1150 had het Mechelse kapittel twee derde van de tienden te Hever, het overige derde behoorde toe aan de pastoor.

In de 17de eeuw werd een nieuwe pastorie gebouwd. Een ophefbare brug, in 1686 op kosten van pastoor Noels aangelegd, overbrugde de gracht rondom de pastorie. Rond 1693 werden "eene schuur, brug en een afhangsel van bouw aan de pastorij gebouwd".

Uit een beschrijving van 1709 blijkt dat de pastorie zich in een goede staat bevond. Verder wordt melding gemaakt van twee tuinen, een kleine binnen en een grote buiten de gracht. Tussen het huis en de gracht bevonden zich ook stallen en een opslagplaats.

In het midden van de 18de eeuw bevond de pastorie zich echter in een slechte staat omwille van de ouderdom en de vochtige omgeving. De muren van de éénverdiepingswoning met zolderkamertjes waren rot en het was er ongezond wonen.

De huidige indeling van het gebouw ontstond in de tweede helft van de 19de eeuw. Volgens de kadasterplannen vonden de verbouwingen plaats tussen 1883 en 1885. Het interieur werd wellicht ook grondig aangepast. Een briefwisseling tussen het aartsbisdom en de pastoor bevestigt de grote veranderingen sinds 1693: "Veel is er veranderd, die afhang is er misschien nog, die kan misschien vier of 600 frank weerd zijn.

In 1926 volgden herstellingswerken aan het dak.

Beschrijving

De omgrachte pastorie is bereikbaar via een smeedijzeren hekken met speerpuntvormige spijlen, de hoofdspijl eindigt in een eikelvormige bekroning. Het hekken werd opgehangen tussen twee bakstenen pijlers met arduinen afdekplaat. Een bakstenen bruggetje, dat de vroegere ophaalbrug vervangt, leidt naar de ingang van de pastorie. Het bruggetje werd gecementeerd.

De voorgevel is een veelvoorkomende dubbelhuisgevel, met telkens twee ramen naast de deur en vijf op de eerste verdieping. De ramen zijn onderaan achtdelige en boven zesdelige roedevensterramen. De bakstenen gevel wordt opgesmukt door de arduinen boven- en onderdorpels en de daggen van de ramen. De bandenversiering aan de zijkanten van de gevel vormen geen horizontale banden daar ze enkel doorlopen tot aan de buitenste ramen. Vooral de fraaie arduinen deuromlijsting zorgt voor een rijkelijker uitzicht. Het gaat om een deuromlijsting in Louis XV-stijl. De vrij hoge imposten eindigen in een omlijst bovenlicht met sluitsteen in bladwerk. Het bovenlicht krijgt een sierlijke onderverdeling door middel van smalle houten bandjes. De deur zelf is een eenvoudige paneeldeur met rechthoekige onderverdeling boven- en onderaan. Daartussen bevindt zich de brievengleuf. De bakstenen plint onder de benedendorpel van de onderste ramen was gecementeerd en van imitatievoegen voorzien. De vensters onderaan dragen buitenluiken.

De voorgevel is zeer symmetrisch opgebouwd en doet niet vermoeden welke verbouwingen er hebben plaatsgehad. De gevel werd er voor geplaatst in de 19de eeuw, bij de grote verbouwingen, om het gebouw als geheel naar voor te laten komen. De zijgevels tonen de verbouwingen wel; de witte speklagen van de voor- en zijgevels sluiten namelijk niet op elkaar aan. De 17de-eeuwse pastoriegevel was qua uitzicht waarschijnlijk zeer verschillend van de huidige 19de-eeuwse gevel. De speklagen in de rechterzijgevel vormen het silhouet van een puntdak. Een mogelijk bewijs dus voor het bestaan van de vroegere pastoorswoning die slechts "één statie" hoog was, dus lager dan de huidige pastorie. In de 19de eeuw heeft men blijkbaar de oude zijgevels opgetrokken en uitgebreid naar achter toe. Verdere littekens in het voorste deel van deze zijgevel zijn een dichtgemaakt raam met afgeronde raamomlijsting en rechts ernaast de sporen van een smal raampje met bakstenen ontlastingsboog bekroond. In tegenstelling tot het eerste gedeelte, dat blind is, wordt de rest van de zijgevel doorbroken door grote ramen. De vier onderaan waren nodig om de grote ontvangstzaal te verlichten. Deze ramen dragen eveneens buitenluiken en zijn zesroedig. Erboven bevinden zich kleinere eveneens zesdelige ramen.

Aan de achtergevel worden de twee dwarsdaken zichtbaar. Het lijken twee dwarshuizen, doch het grondplan leert dat dit niet helemaal het geval is. De twee huizen zijn verschillend van opbouw. Het linkerdeel heeft vier blinde grote ramen. De gevel eindigt met een schoorsteen. Tussen de blinde ramen van het gelijkvloers en eerste verdieping bevinden zich houten balkjes. Mogelijk zijn het de resten van een afdak. Het rechterhuis heeft één raampje in de geveltop. Op de hoek tegen het rechterhuis aan, bevindt zich een kleine deur met een halfcirkelvormig raam erboven. De linkerzijgevel tenslotte vertoont, in het gedeelte dat aansluit bij de achtergevel, een samenraapsel van verschillende soorten versterramen en een deur met rolluik. Twee ervan zijn kelderramen, vier grote vensters die zowel twee-, drie-, zes- als vierentwintigdelig zijn. De rest van deze zijgevel, aan de voorgevel, vertoont opnieuw speklagen die wijzen op de vroegere pastoriegevel.

De zijgevels en de achtergevel dragen duidelijk sporen van bepleistering op de baksteen. Dit kwam in de 19de eeuw, ten tijde van de verbouwing, nog frequent voor. Zulke bepleistering werd aangebracht ofwel om slordig baksteenwerk te verhullen en een rijkelijker uitzicht te geven, ofwel om verbouwingen te verbergen. Ook louter esthetische overwegingen konden aanleiding zijn. In Hever gaat het eerder om het verbergen van verbouwingen, zodat het gebouw zich profileert als één geheel. Zoals reeds vermeld was de onderste bakstenen plint aan de voorgevel voorzien van een gecementeerde laag met imitatievoegen. Mogelijk waren de zijgevels op een gelijkaardige wijze afgeschermd. Rond de ramen in de zijgevels zijn resten van witte bepleistering overgebleven. De bovenste ramen in de voorgevel tonen bovendien een witte verflaag op hun arduinen bovendorpel. Dit wijst erop dat ook de recente 19de-eeuwse gevel werd bekleed zodat het uitzicht van het gebouw werd geüniformeerd.

  • Archief Onroerend Erfgoed Vlaams-Brabant, DB000468, Pastorie, historische nota restauratiedossier.
  • Archief Onroerend Erfgoed Vlaams-Brabant, DB000468, Pastorie, vooronderzoek naar schilderingen in 1994.

Bron: -

Auteurs: May, Laura

Datum tekst: 2013

Alle teksten

Relaties

maakt deel uit van Tuin van de Onze-Lieve-Vrouwepastorie

Ravesteinstraat 22 (Boortmeerbeek)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.