Markant complex in traditionele bak- en zandsteenstijl, bestaand uit een oorspronkelijk éénlagig vierkant hoofdvolume onder een pannen tentdak, met aan de oostzijde een vierkante toegangstoren en aan de zuidzijde een octogonale toren met lantaarn.
Omwille van aanhoudende politieke en godsdienstige troebelen gaf Jan I, hertog van Brabant, in 1292 toelating voor de vestiging van refugiehuizen binnen Brabantse steden. Het duurde dan ook niet lang eer tal van religieuze orden binnen de beschermende stadswallen van Diest een veilig onderkomen zochten, als vluchtplaats in onrustige tijden. Tussen het einde van de 14de en de eerste helft van de 18de eeuw werden er verschillende refugiehuizen opgetrokken, waarvan er nog zes overblijven en vijf als monument beschermd zijn: het laat 14de-eeuws, vroeg 15de-eeuws refugiehuis van de abdij van Corsendonck (Hasseltsestraat), het refugiehuis van de abdij Averbode (XVIa) in de Refugiestraat, het 16de-eeuwse Spijker of het refugiehuis van de abdij van Tongerloo, het laat 16de-eeuwse refugiehuis van de abdij van Rothem in de Michel Theysstraat en het refugiehuis van de Oratorianen van Scherpenheuvel, in 1628 opgetrokken aan het Sint-Jansveld.
De orde van de Oratorianen werd in 1624 gesticht door aartsbisschop Jacobus Boonen ter bediening van de basiliek van het bedevaartsoord Scherpenheuvel, een fortificatiestad op zevenhoekig grondplan, aangelegd in het eerste kwart van de 17de eeuw onder de auspiciën van de aartshertogen Albrecht en Isabella. Hoewel het klooster binnen de versterkte stad lag, moet een dreiging van buitenaf reëel geweest zijn, want slechts vier jaar na de bouw van het klooster in 1624 werd voor de Oratorianen een refugiehuis opgetrokken binnen de stadswallen van het nabij gelegen Diest, recht tegenover de pas herstelde Sint-Jan-de-Doperkerk die in 1578 geplunderd en vernield werd door de troepen van Willem van Oranje.
Het voormalig refugiehuis van de Oratorianen is een merkwaardig en complex geheel dat bestaat uit een vierzijdig hoofdvolume met aangrenzend een vierkante toren aan de oostkant en een octogonale toren aan de zuidkant. Oorspronkelijk deed de vierkante toren dienst als toegang tot het gebouw. Uitgaande van de vorm had de octogonale toren oorspronkelijk vermoedelijk de functie van kapel. Het refugiehuis maakte ongetwijfeld deel uit van een groter goed met bijgebouwen en stond vrij in een ruime tuin, waardoor het geheel aanvankelijk een meer landelijk karakter moet gehad hebben. Jarenlang werd het refugiehuis door de Oratorianen gebruikt als stedelijke residentie, tot het volgens F.J. Raeymaekers (1870) in 1733 verkocht werd aan Nicolaes Swinnen, landbouwer van beroep. Zijn nazaten verkochten op 26 september 1828 “zeker huis genaamt het Toreken met den gronde hof en toebehoorten” (S.A.D., verkoopakte) aan de brouwersfamilie Zerezo. De "toebehoorten" bij de woning, worden niet gespecificeerd in de akte, maar grensden vermoedelijk aan het hoofdvolume, zoals aangeduid op de kadasterkaarten van Voncken (1822) en Popp (1857). Het bijgebouw werd na een brand in 1898 herbouwd en vlak voor 1936 vervangen door de nog bestaande neo-traditionele vleugel. Vermoedelijk werd tegelijkertijd ook de opslagruimte op de zolder van het inmiddels ontpleisterde woonhuis tot slaapruimte ingericht, waarbij de ruimte voortaan verlicht werd door smalle gekoppelde vensters, het laadluik vervangen werd door twee balkondeuren en het als puntgevel uitgewerkt muurvlak met ovaalrond oculus boven het laadluik definitief verdween. Even later werd tegen de oostzijde van de woning een veranda bijgebouwd, waardoor de oorspronkelijke toegang tot het woonhuis -een barok rondboogdeurtje in de vierkante toren- zijn functie voor goed verloor. Tot enkele jaren gelden was in het voormalig refugiehuis een bejaardentehuis gevestigd. Sinds kort doet het goed weer dienst als woning.
Het voormalig refugiehuis van de Oratorianen is een gebouw in traditionele bak- en zandsteenstijl. Het bestaat uit een hoofdvolume en twee aangrenzende torens: een vierkante aan de oost- en een octogonale aan de zuidzijde. Het hoofdvolume is een vierzijdig gebouw dat in zijn huidige vorm twee bouwlagen telt onder een pannen tentdak. Op de gelijkvloerse verdieping van het hoofdvolume bevindt zich aan beide zijden van de octogonale toren, een kruisvenster onder dubbel ontlastingssysteem en voorzien van een toegevoegde geriemde omlijsting en een geprofileerde waterlijst. Later werden ook de kruisen aangepast. Beide vensters werden beveiligd met diefijzers. Speklagen ter hoogte van de tussen- en bovendorpels van de kruiskozijnen beklemtonen het horizontale karakter in de gevel. De smalle gekoppelde vensters met imitatie negblokomlijsting tussen de steigergaten, evenals de gekoppelde balkondeuren op de verdieping aan de oostzijde van het hoofdvolume, werden later toegevoegd. Aan de dakrand is achter de bakgoot nog (een deel van) de oorspronkelijke kroonlijst in zandhoudende kalksteen zichtbaar.
De vierkante toren bestaat uit drie bouwlagen onder een leien dak met ingesnoerde spits waarop oorspronkelijk een peervormige bekroning prijkte. Aan de zuidzijde bevindt zich de toegang tot de toren via het eerder reeds vermelde rondboogdeurtje met de inscriptie “anno 1628” op de omlijsting. Op de tussen- en de eerste verdieping van de oost- en de zuidzijde van de toren zien we bolkozijnen in een natuurstenen omlijsting met negblokken, onder dubbele ontlastingsbogen. Het venster op de tussenverdieping aan de oostzijde werd beveiligd met diefijzers. Muurankers markeren de overgang van de eerste naar de tweede verdieping. Helemaal bovenaan, in elk van de drie zichtbare zijden van de toren, prijkt een barokvenstertje: een rechthoekig venster in een decoratieve natuurstenen omlijsting geflankeerd door gecontourneerde voluten en bekroond door een geprofileerd gebogen fronton. De nog aanwezige duimhengsels in alle raamomlijstingen van de toren tonen aan dat de vensters ooit met luiken konden worden afgesloten.
Het torentje aan de zuidzijde van het hoofdgebouw beschrijft een achthoekig grondplan en wordt bekroond door een lantaarn met kunstleien dakbedekking. De lantaarn werd opengewerkt door middel van tussen pilasters gevatte rondboogvensters en wordt bekroond door een oude windwijzer. Een lage deur verleent toegang tot het torentje. Op de verdieping bevinden zich twee rondboogvensters met bakstenen omlijsting en een rondboogdeur die naar de tuin leidt via een gietijzeren spiltrap. Karakteristiek is de rijk uitgewerkte balustrade aan het rondboogvenster boven de deur, het schrijnwerk met de waaiervormige vensterinvulling en het sporadisch gebruik van gekleurd glas. Vermoedelijk dateren de rondboogvensters, de hardstenen dorpels, de spiltrap en het schrijnwerk in heel het gebouw uit eenzelfde bouwcampagne, in de loop van de 19de eeuw.
Het huidige grondplan van het vierkante hoofdvolume bestaat uit twee ruimtes op de gelijkvloerse verdieping: een overwelfde keuken met drie grote vensters en een schouw aan de noordzijde van het pand, en een overwelfde zaal die verbonden is met de keuken door drie deuren, een rondbogige geflankeerd door twee rechthoekige, alle gevat in een natuurstenen omlijsting. Een monumentale zwartmarmeren schouw vult bijna gans het oostelijke muurvlak. De leefruimte wordt verlicht door middel van twee hoge kruisvensters met een vermoedelijk 19de-eeuwse, gedeeltelijk gekleurde glas-in-loodinvulling, refererend aan de neogotiek door het gebruik van spitsboogjes. Tussen de twee vensters geeft een rondboogdeurtje toegang tot de gelijkvloerse verdieping van de octogonale toren, een lage ruimte waarin een deur toegang verschaft tot de voortuin. De verdieping van de octogonale toren, verlicht door middel van drie 19de-eeuwse rondboogvensters met waaiervormig bovenlicht en een lantaarn met natuurstenen bloemmotief in de koepel, is enkel bereikbaar door middel van de gietijzeren spiltrap in de tuin.
Een barokdeurtje, 1628 gedateerd en ingesloten door de veranda, geeft toegang tot de vierkante toren die in verbinding staat met de keuken. Een bordestrap leidt naar de verdieping van het hoofdvolume, bestaand uit een overloop en een kleine kamer aan de achterzijde van het pand en een grote kamer aan de voorzijde, verlicht door middel van vijf kleine, rechthoekige vensters en twee balkondeuren en met het aanpalende woonhuis verbonden door middel van een trapje. In de vierkante toren bevindt zich op hetzelfde niveau een kleine kamer die vroeger toegang verleende tot een vertrek in een ander bouwvolume, zoals de dichtgemetselde deur in natuurstenen omlijsting aanduidt. Op de overloop leidt een trapje naar de kamer op de tweede verdieping van de vierkante toren. Hier is de dakruimte van de overhoeks ingesnoerde torenspits zichtbaar: een met planken bezette octogonale spits met wit geschilderde ribben en lichtblauwe vlakken. De zolder van het hoofdvolume is bereikbaar via een klein trapje in de bovenste torenkamer. Voor zover zichtbaar is de dakstructuur niet meer origineel.
Auteurs: Verloove, Claartje; Deneef, Roger; De Schepper, Jo; Paesmans, Greta
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Je kan deze tekst citeren als: Verloove C., Deneef R., De Schepper J. & Paesmans G. 2013: Refugiehuis van de Oratorianen van Scherpenheuvel met tuin [online], https://id.erfgoed.net/teksten/452321 (geraadpleegd op ).
Voormalig refugium der oratorianen van Scherpenheuvel, heden rustoord. Fraai complex gebouw uit de eerste helft van de 17de eeuw. Heden ietwat verhoogd vierzijdig hoofdgebouw afgedekt met een tentdak; aanpalend vierkant torentje met ingesnoerde spits en peerbekroning en polygonaal paviljoentje met leien dakbedekking en lantaarn. Baksteenbouw verrijkt met zandsteen: hoekstenen en vlakke omlijstingen van de kruisvensters in het hoofdgebouw en de halve kruisramen in de toren (dubbele ontlastingsboogjes overspannen door een grote); barok venstertje geflankeerd door geprofileerde volutes op de derde torenverdieping. Pittoresk geheel dat vrij ongedeerd bewaard gebleven is doch onlangs inwendig volledig verbouwd werd (1966-67).
Bron: GENICOT L.F., VAN AERSCHOT S., DE CROMBRUGGHE A., SANSEN H. & VANHOVE J. 1971: Inventaris van het cultuurbezit in Vlaanderen, Architectuur, Provincie Brabant, Arrondissement Leuven, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 1, Luik.
Auteurs: Genicot, Luc; Van Aerschot, Suzanne; de Crombrugghe, Anne; Sansen, Hadewych; Vanhove, Jacqueline
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Je kan deze tekst citeren als: Genicot L., Van Aerschot S., de Crombrugghe A., Sansen H. & Vanhove J. 1971: Refugium der oratorianen van Scherpenheuvel [online], https://id.erfgoed.net/teksten/41775 (geraadpleegd op ).