Het Tafelrond

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Leuven
Deelgemeente Leuven
Straat Grote Markt, Eikstraat, Rector De Somerplein
Locatie Grote Markt 5, Eikstraat 1, Rector De Somerplein 20, 21, Leuven (Vlaams-Brabant)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Leuven (actualisaties: 25-09-2006 - 25-09-2006).
  • Adrescontrole Leuven (adrescontroles: 17-07-2007 - 17-07-2007).
  • Herinventarisatie Leuven (geografische herinventarisatie: 01-01-1997 - 15-02-2010).
  • Inventarisatie Leuven (geografische inventarisatie: 01-01-1969 - 31-12-1969).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Bankgebouw Tafelrond

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is beschermd als monument Het Tafelrond

Deze bescherming is geldig sinds 15-03-2004.

is deel van de bescherming als stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Grote Markt

Deze bescherming is geldig sinds 15-12-2016.

Beschrijving

Historiek

Het neogotische Tafelrond dat na de Eerste Wereldoorlog werd gebouwd in opdracht van de Nationale Bank van België om er haar Leuvens agentschap in onder te brengen, sluit de oostzijde van de Grote Markt af.

Haar wisselvallige en bewogen geschiedenis begint rond 1479 toen het stadsbestuur met het oog op een verdere verfraaiing van het stadscentrum drie panden ten oosten van de Grote Markt opkocht en liet slopen om te vervangen door een karaktervol complex dat diende te harmoniëren met het nieuwe stadhuis (1448-1469) en de volop in verbouwing zijnde Sint-Pieterskerk. De opdracht werd toevertrouwd aan Matheus de Layens die de drie nieuwe woningen integreerde in één monumentaal gotisch ensemble dat stilistisch perfect aansloot bij het vernieuwde architecturale kader van de Grote Markt. De drie huurwoningen "Sint-Joris", "Taefelront" en "Spaegnen" - later bekend onder de globale benaming "Tafelrond" - zouden bijkomend dienst doen als vergaderlokalen voor de gegoede burgerij, (schutters)gilden en rederijkerskamers. De werken startten in 1480 en zouden na het overlijden van de Layens in 1487 worden voltooid door Jan de Mesmakere. Voor het sculpturale decor werd beroep gedaan op Hendrik Keldermans, Jan Maes, Everaert van der Borcht en Otto Van de Putte. Jan de Bruyne zorgde voor het bas-reliëf met voorstelling van koning Arthur en zijn ridders van de Ronde Tafel, hiermee refererend aan de activiteiten van de rederijkers. In 1553 werd een deel van het complex door brand vernield en in 1556 hersteld door Pierre Walraven, meester-metser van de stad, die het oorspronkelijke concept enigszins zou aanpassen door gevelwijzingen ter hoogte van de tweede verdieping en plaatsing van een houten klokkenruiter midden op het dak. In detaillering opmerkelijk verschillend geeft de belangrijkste iconografie - namelijk een schilderij van Wolfgang De Smet (1617-1685), een lithografie van G. Welis uit 1892 (naar een 17de-eeuws schilderij) en een lithografie van L. Van Pethegem (19de eeuw) - slechts een vrij algemeen beeld van deze vereenvoudigde en kleinere repliek van het naastliggende stadhuis. Het aan drie zijden vrijstaand rechthoekige volume telt drie bouwlagen van twaalf traveeën onder een steil zadeldak verlevendigd met een omlopende, geajoureerde balustrade, pinakelvormige bekroningen, zware schouwmassieven en een groot aantal kleine spitse dakkapellen. Voorgevel en zijpuntgevels tonen een identieke ordonnantie van drie registers van hoge vensters met slanke colonetten op de begane grond en een ritmische opeenvolging van heiligenbeelden in smalle nissen op de muurdammen van de verdiepingen. Drie deuren voorafgegaan door een bordes maken het geheel van op de markt toegankelijk. Over het venstertype heerst grote onduidelijkheid aangezien de iconografie zowel rondboog- als spitsboogvensters suggereert terwijl stadsarchivaris Van Even spreekt over rondboogvensters met bekronende korfboog op gelijkvloerse en eerste verdieping en over vierkante vensters op de tweede verdieping. Deze laatsten zouden uit 1566 dateren toen het gebouw door Walraven werd hersteld.

Lange tijd verwaarloosd besliste de gemeenteraad op 25 oktober 1817, en hierbij het advies volgend van de architecten Claude Fisco en Jacques Verheyden, om het gotische Tafelrond te slopen. Na enige onzekerheid over de functie van de op te richten nieuwbouw opteerde de stad tenslotte voor een concertzaal waarbij de opdracht werd toevertrouwd aan de Brusselse architect Charles Van der Straeten (1771-1834) Het witbepleisterde neoclassicistische Tafelrond kwam tot stand in de periode 1829-1832 en werd verhuurd aan de Société de l’Académie de Musique die er voor haar muziek- en toneelopvoeringen kon beschikken over een prachtige overkoepelde ruimte die plaats bood aan 980 toeschouwers.

Met de verwoesting van augustus 1914 werd ook het Tafelrond in puin gelegd. De meeste planners van de wederopbouw waren vrij vlug gewonnen voor een reconstructie van het voormalige Tafelrond van M. de Layens. Zeker de stad Leuven die reeds kort na de oprichting het neoclassicistische Tafelrond als een stilistische flater was gaan beschouwen en reeds een eeuw lang op zoek was naar de nodige fondsen voor de wederopbouw van het origineel. De Vereniging van Belgische Steden en Gemeenten die aanvankelijk voorstander was van een eigentijdse vormgeving zou zich uiteindelijk verzoenen met een gotische reconstructie op voorwaarde dat ze van hoogstaande kwaliteit was.

De Nationale Bank werd bereid gevonden om het Tafelrond op eigen kosten herop te bouwen en er haar nieuw filiaal – haar zetel op het Volksplein was eveneens in de as gelegd - in onder te brengen. Tussen beide partijen werd een grondruil overeengekomen met als bijkomende eis van de Bank om de geplande terugwijkende rooilijn van 6 op 3 meter te brengen waardoor kon worden teruggegrepen naar de oorspronkelijke gevelbreedte van 29,2 meter. Door de aldus verruimde inplantingszone kon het Tafelrond aan de zijde van het Rector De Somerplein zelfs worden uitgebreid met een "nieuw" bijgebouw.

De Antwerpse architect Maxime Winders (1882-1982) die in zijn geboortestad reeds enkele bankgebouwen had gerealiseerd en gehuwd was met de dochter van de directeur van de Nationale Bank werd als ontwerper aangesteld. Naar verluidt verrichtte hij langdurig opzoekingwerk met het oog op een zo getrouw mogelijke reconstructie van het Tafelrond. Na advies van het Raadgevend Comité voor Stadsschoon, de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen en de Vereniging van Belgische steden en Gemeenten werd men het eens over uiteindelijke vormgeving en aanpak. Het op het stadhuis bewaarde 17de-eeuwse schilderij zou de algemene basis vormen terwijl voor de architecturale detaillering zou worden geput uit vergelijkingsmateriaal ontleend aan het oeuvre van de Layens. Voor representatieve ruimten zoals de vergader- en raadzaal, de vestibule en traphal werd eveneens voor een gotische vormgeving geopteerd. Specifieke bankvoorzieningen evenals het interieur van de woning voor de filiaalhouder mochten een eigentijds karakter krijgen. De "nieuwe" annex diende als dusdanig herkenbaar te zijn. Om eventuele concurrentie met het Tafelrond te vermijden werd gekozen voor een veel lager volume in zogenaamde Leuvense renaissancestijl. Ten slotte was men het ook eens over het gebruik van "nationale" materialen, namelijk Balegem voor het hoofdgebouw en Gobertange voor de annex. Omwille van praktische bezwaren zoals de te kleine voorraden en de beperkte afmetingen diende bij de uitvoering noodgedwongen geopteerd voor Franse steen, zoals Bourgondische Pouillenay voor de bijna manshoge beelden. Een eerste ontwerp dat algemeen zeer gunstig was onthaald werd door de stad in oktober 1917 goedgekeurd waarna de vergunning in januari van het daaropvolgende jaar werd afgeleverd. Afgesproken werd dat voorlopig enkel funderingen en kelders zouden worden aangevat om na de bevrijding pas effectief met de reconstructie te starten. Toch zou het nog tot 1926 duren dat de werken effectief zouden starten en dit tot grote frustratie van het Leuvense stadsbestuur.

Een nieuwe vergunning voor de bouw van een bankgebouw met dienstwoning werd afgeleverd op 14 juli 1924 doch nadien nog gewijzigd bij de vergunning van 28 september 1925. Op 28 augustus 1925 werden de werken toegewezen aan de firma René Lechien uit Schaarbeek. Pas in de loop van 1928 viel de beslissing om de door Winders voorziene 24 beelden toch in de gevelnissen te plaatsen. Op initiatief van gouverneur van de Nationale Bank Louis Franck werd de volledige opdracht toevertrouwd aan de Mechelse beeldhouwer Ernest Wijnants. De beelden portretteren belangrijke figuren uit bank- en financiewezen. De twee middelste nissen bestemd voor respectievelijk koning Albert en "de maagd van Leuven" lezinggevend van de legende van het Tafelrond bleven om onduidelijke redenen onbezet. De Leuvense beeldhouwer Joseph Van Uytvanck (1884-?) leverde de kleinsculptuur terwijl kunstsmid August Van Boeckel zorgde voor de smeedijzeren windwijzers. In 1930 werd het nieuwe Tafelrond in gebruik genomen terwijl de werkzaamheden nog tot in 1937 aansleepten.

In de nacht van 10 op 11 mei 1944 werd het Tafelrond zwaar beschadigd door een luchtbombardement. Nauwelijks waren de herstellingen voltooid of het werd opnieuw getroffen: het gebouw brandde volledig uit en de gevel werd zwaar beschadigd. Bij de herstellingswerken die in 1947 waren voltooid bleven de gevels ongewijzigd maar werd het interieur aangepast en voorzien van betonnen vloeren. In de jaren 1980 werden door architect J.M. De Vos nog verbouwingen uitgevoerd, voornamelijk uitbreidingen langs de Tiensestraat en de Eikstraat.

Beschrijving

Niettegenstaande de verbouwingen en uitbreidingen aan binnenkoerzijde bleef het oorspronkelijke concept, namelijk het naar de markt gerichte hoofdvolume van het Tafelrond, de dwarse "nieuwe" annex met dienstwoning uitgevend op het Rector De Somerplein en de langs de Eikstraat met hoge muur omsloten binnenkoer, herkenbaar bewaard. Het hoofdvolume is opgevat als een volledig in witte natuursteen opgetrokken, aan drie zijden vrijstaand breedhuis met drie bouwlagen onder een natuurleien zadeldak. De sterk horizontaliserende ordonnantie van de twaalf traveeën brede voorgevel wordt bepaald door drie registers van hoge glas in loodvensters met korfboogomlijsting en als druiplijst doorgetrokken onderdorpels en door een omlopende, opengewerkte balustrade met waterspuwers waarboven het met sierlijke houten dakkapellen, elegant geprofileerde schouwen en natuurstenen vorstkam verlevendigde dakvlak oprijst.

De door overhoekse steunberen afgelijnde, licht verhoogde gelijkvloerse verdieping onderscheidt zich van de bovenliggende bouwlagen door de verdiept aangebrachte, sterk geprofileerde nisvormende boogopeningen op plastisch uitgewerkte colonetten met bladwerkkapiteel en door de rondbogige tweelichtvensters met bekronend maaswerk.

In tegenstelling tot de twee laterale toegangen wordt de hoofdingang ter hoogte van de twee middelste traveeën als dusdanig geaccentueerd door luifelvormig overkragende korfbogen op consoles in de vorm van mensenhoofdjes en een fantasierijke, geajoureerde randlijst, het geheel bekroond met een pseudobalkon van blind maaswerk.

De identieke eerste en tweede verdieping zijn opengewerkt met kruisvensters ingeschreven in een korfboogomlijsting met flankerende colonetten en met traceerwerk versierd boogveld. De gevelwand wordt verlevendigd door de ritmische opeenvolging – om de twee traveeën – van smalle beeldnissen met console, baldakijn en hogelspits.

De als volwaardige gevels uitgewerkte zijpuntgevels hernemen tot aan de dakbalustrade de opstand van de voorgevel terwijl de uitbundig gedecoreerde geveltop zorgt voor een rijzig silhouet ontleend aan flankerende, met hogels versierde arkeltorentjes en pinakelvormige bekroningen onderling verbonden door pseudoluchtbogen.

De achtergevel toont een eenvoudige geleding van kruisvensters en druiplijsten, centraal opengewerkt met een oorspronkelijk tudorbogige loggia. Ondanks oorlogsschade en diverse aanpassingen, waarbij onder meer de houten draagstructuur werd vervangen door betonvloeren en metalen dakspanten bleef de indeling in grote lijnen bewaard alsook de aankleding van de meest representatieve ruimten. Het meest representatief zijn de inkompartijen met zichtbaar metselwerk en stenen kruisrib- of complexe gewelven, een monumentale stenen bordestrap voorzien van een met maaswerk versierde balustrade en een overwelfde galerij met rondboogarcaden op zuilen met bladkapiteel die toegang verleent tot de lokettenzaal met op zuilen rustende tudorbogen en loketten afgewerkt met houten briefpanelen en marmeren tabletten. Indrukwekkend zijn eveneens de kelders met tudorbogen, graatgewelven, kleurrijke tegelvloeren alsook de onder de markt doorlopend, geïncorporeerde funderingsmuur van het neoclassicistische Tafelrond.

Dwars op het hoofdvolume bevindt zich de lagere annex met voorgevel naar het Rector De Somerplein gericht. Deze "uitbreiding" was bestemd als dienstwoning voor de agent en heeft de vorm van een zeven traveeën breed en twee bouwlagen hoog breedhuis met natuurleien zadeldak en aanleunende hoog oprijzende toren. De voorgevel is opgetrokken in witte natuurstenen terwijl voor achtergevel en toren gebruik werd gemaakt van rode baksteen met witte speklagen. Het gevelconcept met kruisvensters, als druiplijst doorgetrokken onderdorpels en getrapte dakkapellen als bekroning refereren naar de laatgotiek terwijl voor de twee inkomportieken in blauwe hardsteen geopteerd werd voor een neobarokke vormgeving: een rondboogdeur met geblokte omlijsting, sluitsteen en imposten voorzien van een rechte druiplijst en een nisvormig, door voluten geflankeerd bovenlicht. De achtergevel met tudorbogige toegang, kruisvensters en kloosterkozijnen wordt verlevendigd door een renaissancistische, erkervormende toren met ronde basis en een polygonale bovenbouw, afgelijnd met een boogfries en balustrade waarbij het geheel wordt bekroond me een sierlijke lantaarn met koepeldakje en uivormige spits. De binnenruimte werd vrijwel volledig heringericht waarbij de houten kapconstructie bleef bewaard. In de met een witnatuurstenen plint, pilasters met polygonale bekroning en hoofdgestel verlevendigde bakstenen muur die de binnenkoer langs de Eikstraat afsluit werd de neogotische poort vervangen door een brede garagepoort.

  • Afdeling Ruimtelijke ordening, huisvesting en Monumentenzorg Vlaams-Brabant, Archief Monumenten en Landschappen, Grote Markt: beschermingsdossier (15.03.2004).
  • Stadsarchief Leuven, Modern Archief, Kaarten en Plannen, map Tafelrond.
  • Nationale Bank van België Leuven, documentatiemap Tafelrond.
  • Beeldhouwer Ernest Wijnants, catalogus voorlopig museum, Mechelen, 1978.
  • GHEKIERE L., LOGIE C. en VANDEPOEL D., Zetel van de Nationale Bank van België te Leuven. Het Tafelrond in Brochure Open Monumentendag 10 september 1995, Leuven, p. 22-28.
  • HEIRMAN M., Ambachtslui en kunstenaars betrokken bij de opbouw in Het stadhuis van Leuven, Tielt, 1997, p. 75-77.
  • KAUCH P., L’agence de la Banque Nationale de Belgique à Louvain in Maandelijks tijdschrift, uitgegeven door en voor het personeel van de Nationale Bank van België, augustus 1952, p. 3-15.
  • MONDELAERS L., Het stedelijk landschap in vogelvlucht in Leuven in de late middeleeuwen. Dirk Bouts, 1998, Tielt, p. 24-37.
  • Musée des archives de l’Architecture moderne. Collections, Brussel, p. 1986, p. 376-383.
  • NEVENS M., De macht is ijdel: 500 jaar Tafelrond in Maandelijks tijdschrift, uitgegeven door en voor het personeel van de Nationale Bank van België, 1987 (2), p. 12-28.
  • SCHOUTENS M., Het herstel van ons Agentschap te Leuven in Maandelijks tijdschrift, uitgegeven door en voor het personeel van de Nationale Bank van België, 1949, p. 21-24.
  • UYTTENHOVE P. en CELIS J., De wederopbouw van Leuven na 1914, Leuven, 1991, passim en p. 149-151.
  • VAN EVEN E., Louvain monumental, Leuven, 1860.
  • VAN EVEN E., Louvain dans le passé et le présent, Leuven, 1895.

Bron: Mondelaers Lydie & Verloove Clara i.s.m. Van Roy Diane, Van Damme Marjolijn en Meulemans Katharina. 2009. Inventaris van het bouwkundig erfgoed. Provincie Vlaams-Brabant. Leuven binnenstad. Herinventarisatie. Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen. VLB2 (onuitgegeven werkdocument)

Auteurs: Mondelaers, Lydie & Verloove, Claartje

Datum tekst: 2009

Alle teksten

Relaties

maakt deel uit van Grote Markt

Grote Markt (Leuven)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.