erfgoedobject

Stadsmagazijn

bouwkundig element
ID: 4222   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/4222

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Stadsmagazijn
    Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019

  • is deel van de aanduiding als beschermd monument Stadsmagazijnen
    Deze bescherming is geldig sinds 17-07-1981

Beschrijving

Historiek en context

Stadsmagazijn met directeurswoning in eclectische stijl gebouwd door de Stad Antwerpen, naar een ontwerp van stadsbouwmeester Pieter Dens uit 1876. Het Stadsmagazijn en de aanpalende lagere meisjesschool, werden als één geheel ontworpen, met een symmetrisch gevelfront aan de Keistraat. Volledig gescheiden kwamen beide complexen echter in afzonderlijke bouwcampagnes tot stand. De bouw van het Stadsmagazijn werd in november 1876 bij openbare aanbesteding toegewezen aan de aannemer Frans Goris uit de Bredabaan, tegen een bedrag van 32.110 Belgische frank, en in 1878 voltooid. Het complex liep door tot de Leguit, waar zich een tweede inkompoort bevond. Omstreeks 2002 werd het Stadsmagazijn herbestemd tot ontmoetingscentrum voor de wijk.

Pieter Dens vervulde de functie van stadsbouwmeester vanaf 1 juli 1863 tot eind 1884. Tijdens zijn ambtsperiode verrezen in Antwerpen van zijn hand onder meer de verdwenen Vlaamse Schouwburg aan de Kipdorpbrug, het oude Slachthuis aan de Lange Lobroekstraat, negen politiecommissariaten en een twaalftal scholen, met als belangrijkste het Koninklijke Atheneum aan de Franklin Rooseveltplaats en de Middelbare Meisjesschool in de Lange Leemstraat. Waar een sobere, robuuste baksteenarchitectuur, het exclusieve gebruik van rondbogen, en het verzaken aan overtollige ornamenten zijn vroege ontwerpen kenmerkten, evolueerde zijn stijl vanaf midden jaren 1870 naar een meer decoratief, door de neorenaissance beïnvloed eclecticisme.

Architectuur

Het Stadsmagazijn bestaat uit de directeurswoning en het hoofdgebouw met gevelfront aan de Keistraat. De langgerekte binnenplaats reikend tot de Leguit, wordt over de volledige lengte geflankeerd door een ondiepe vleugel. Deze is opgedeeld in twee oorspronkelijk open loodsen (gedicht), die het centrale pakhuis flankeren. Aan de oostzijde tegen het hoofdgebouw bevond zich oorspronkelijk een smidse.

Directeurswoning

De directeurswoning met dubbelhuisopstand omvat drie traveeën en drie bouwlagen onder een schilddak (leien) met smeedijzeren vorstkam en schoorstenen. Opgetrokken uit rood baksteenmetselwerk in kruisverband, is gebruik gemaakt van witte natuursteen voor speklagen, waterlijsten, kozijnen en de deuromlijsting, en blauwe hardsteen voor de plint en lekdrempels. Sierankers die op de tweede verdieping het bouwjaar 1877 vormen, verrijken de voorgevel. Horizontaal geleed door geprofileerde waterlijsten en symmetrisch van opzet, legt de compositie klemtoon op de middenas. Deze wordt gemarkeerd door het rondboogportaal met driekwartzuilen, negblokken, gelede archivolt en houten deur, en het getrapte dakvenster van drie treden met schouderstukken en een bolornament op het overhoekse topstuk. Verder kruiskozijnen met bewerkte monelen, een vlakke omlijsting tot op de imposten en een sleutel op begane grond en eerste verdieping, gelijkaardige bolkozijnen op de lage tweede verdieping, en een rondboogluik in het dakvenster. Een omlopende houten kroonlijst op modillons en een tandfries vormen de gevelbeëindiging.

De plattegrond, volgens de bouwplannen ontsloten door de centrale vestibule en de traphal in de noordwestelijke hoek, omvat op de begane grond een suite van salon en eetkamer in de oostflank, een spreekkamer, binnenplaats en keuken in de westflank. Op de eerste en tweede verdieping bevinden zich telkens drie (slaap)kamers.

Hoofdgebouw

Het hoofdgebouw met een gevelbreedte van vijf traveeën omvat twee bouwlagen onder een schilddak (leien), die in de bouwplannen wordt bekroond door een smeedijzeren topstukken. Het materiaalgebruik en de detailuitwerking van de opstanden, zijn gelijkaardig aan de onderwijzerswoning. Geleed door waterlijsten, legt de compositie de klemtoon op het hoger opgetrokken middenrisaliet. Dit laatste wordt gemarkeerd door een hoge rondboogpoort in een vlakke omlijsting met geprofileerde dagkanten, imposten en een sluitsteen waarop het wapen van de Stad Antwerpen; gevelpaneel met opschrift “STADSMAGAZIJN” erboven. Een trapgevel van zes treden met schouderstukken, overhoekse fioelen en topstuk vormt de bekroning, geopend door een rondboogluik met diamantkopsleutel, doorgetrokken waterlijst en steigergat. Tweelichten onder ontlastingsbogen doorbreken de zijtraveeën met smeedijzeren sierankers, die worden afgewerkt door een klassiek hoofdgestel met een houten kroonlijst op modillons. Laadluik met houten luifel in de middenas van de eenvoudige achtergevel. Volgens de bouwplannen bood de plattegrond gelijkvloers aan beide zijden van de vestibule respectievelijk ruimte aan een schrijnwerkersatelier, een opslagplaats voor metalen en een washuis. Opslagruimte nam de bovenverdieping en de zolder in.

Loodsen en pakuis

Oorspronkelijk open, vandaag gedichte loodsen met een houten structuur onder zadeldaken (pannen). Het hogere pakhuis van zes traveeën en twee bouwlagen onder een zadeldak (pannen) is opgetrokken in beschilderde baksteenbouw. Registers van getoogde poorten, deuren en laadluiken; in de bouwplannen wordt het volume in de vier middentraveeën bekroond door een extra verdieping met rondboogluiken en puntgeveltjes.

Inrijpoort

De binnenplaats wordt aan de Leguit afgesloten door een brede inrijpoort met zware Toscaanse pijlers uit blauwe hardsteen, gevat in een bakstenen muur met hardstenen plint.

Stadsarchief Antwerpen, dossier MA#81401, plannen 697#978-979, 94#5016, 94#5026

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2018


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Stadsmagazijn [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/4222 (Geraadpleegd op 15-12-2019)