Het 1760 gedateerde, zogenaamde hotel d’Eynatten ligt vlakbij het stadhuis, aan het begin van een smal, bochtig straatje - de Eikstraat - dat de Grote Markt met de Tiensestraat verbindt. Sinds 1925 is het pand verbonden met de Volksbank van Leuven - Muntstraat 3 - via een gang.
Volgens de literatuur was de site in 1400 bewoond door de familie de Blyde en kwam het eigendom later in het bezit van de families d’Eynatten (1675-1760) en van Billoen (vanaf 1760), vooraanstaande geslachten van raadsleden en schepenen in het Leuvense stadsbestuur. Het huidige, minstens tot de 17de eeuw opklimmende pand (bewaarde zijtrapgevel) werd wellicht opgetrokken door d’Eynatten waarna het in 1760, na aankoop door van Billoen, werd verfraaid met een voorname, hardstenen lijstgevel. Philippus van Billoen was "doctor primarius in beijde de rechten" en echtgenoot van Helena Cantillon. Het opmetingsplan van Piscador van 1913 toont een omvangrijk complex van rond een binnentuin gegroepeerde gebouwen. Op 12 juli 1877 verkreeg Ferdinand Storms vergunning om zijn eigendom in drie woningen op te delen. Of de verbouwingen naar ontwerp van architect L. Van Hove effectief werden gerealiseerd valt te betwijfelen. De opmeting van Piscador lijkt dit tegen te spreken. In 1925 werd het pand door middel van een gang met de voormalige 'Volksbank van Leuven' verbonden. Sinds 1981, na aankoop door de stad, deed het dienst als politiecommissariaat.
De voormalige Volksbank van Leuven bestaat uit het in 1913-1914 door Piscador gerealiseerde bankcomplex, Muntstraat 3, en het achterliggende, als directeurswoning en dienstuitgang geïncorporeerde, 1760 gedateerde hotel d’Eynatten, Eikstraat 4-6. Samen vormen ze, op enkele binnenkoeren na, een volledig verdicht bouwblok tussen beide straten.
Het hotel d’Eynatten (1760), een breedhuis met een minstens tot de 17de eeuw opklimmende kern (zijtrapgevel), werd opgevat als een dubbelhuis met zeven traveeën en twee bouwlagen onder een pannen zadeldak, voorzien van een 1760 gedateerde hardstenen lijstgevel in Louis XV-stijl. De voorname, breed uitgewerkte gevelpartij toont een horizontale geleding van achtereenvolgens een halfronde waterlijst, verdiepte spiegels en voluutmotieven gearticuleerde plint, een geprofileerde en verstekte puilijst en ten slotte een brede, kwarthol bepleisterde, eveneens verstekte daklijst, ter hoogte van de poorttravee voorzien van een grote rocaille met bouwdatum. Verdiepte pilasters met rocaillemotief en muurdammen met Franse voegen zorgen voor een verticaal accent en flankeren de steekboogvensters met geriemde omlijsting. De licht naar voren springende deurtravee met recente dubbele houten deuren met bovenlicht wordt gemarkeerd door een kwarthol geprofileerde steekboogomlijsting met een accoladevormige tussendorpel met rocaille-sluitsteen. De brede poorttravee, uiterst rechts in de gevel, wordt enerzijds benadrukt door de fraaie koetspoort met ietwat vooruitspringende, kwarthol geprofileerde schouderboogomlijsting met rocaillemotief op sluitsteen en boogzwikken en anderzijds door het bekronende Franse balkon met deurvenster in een licht vooruitspringende geriemde omlijsting en met een elegante smeedijzeren borstwering. Verder bezit de gevel een witgeschilderde houten ramen met kleinhoutverdeling (met rolluiken op het gelijkvloers) en een geverniste paneeldeur en -poort (eind 19de, begin 20ste eeuw). Twee grote, houten dakkapellen met frontonbekroning verlichten de zolderruimte.
De achtergevel heeft een cementering in natuursteenimitatie en lichtgetoogde openingen.
De stoffering van het interieur klimt deels op tot de 18de eeuw, met latere historiserende aanpassingen. Het interieur werd volgens archiefgegevens in 1877 gewijzigd naar ontwerp van architect L. Vanhove en bevat nog slechts twee gedecoreerde salons.
Het salon rechts, met wit marmeren schouw, versierd met een eierlijst, guirlande en rosetmotieven, bezit met lijstwerk in panelen opgedeelde wanden, voorzien van een bandversiering met loof- en bloemmotief. Het salon links is gedecoreerd in Louis XV-/Louis XVI-stijl, met een recentere zwart/groene schouw, een schouwmantel met spiegel in spiegelboogomlijsting, een supraporta en lijstwerk met rocaillemotief in de boogzwikken.
De koetsdoorgang met marmerlambrisering, statige drieledige korfboogarcade met ionische zuilen en een granito-vloer met mozaïekboord vormt de verbindingsgang met de voormalige 'Volksbank'. Een marmeren trap met gietijzeren trapleuning overbrugt het niveauverschil tussen beide gebouwen.
Zolder met deels bewaarde eiken spantstructuur met gebeitelde telmerken.
Auteurs: Verloove, Claartje; Paesmans, Greta
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Je kan deze tekst citeren als: Verloove C. & Paesmans G. 2010: Hôtel d'Eynatten [online], https://id.erfgoed.net/teksten/445032 (geraadpleegd op ).
Ruime herenwoning die volgens de literatuur al in 1400 door de familie de Blyde bewoond werd en achtereenvolgens eigendom was van de families d’Eynatten (1675-1760) en van Billoen (vanaf 1760), elk vooraanstaande geslachten van raadsleden en schepenen in het Leuvense stadsbestuur. Het pand werd door middel van een gang in 1925 verbonden met de voormalige "Volksbank van Leuven" (Muntstraat 3) en doet sinds 1981 dienst als politiecommissariaat.
Het "hôtel d’Eynatten" is een breedhuis met een minstens tot de 17de eeuw opklimmende kern (zijtrapgevel) dat als dubbelhuis opgevat werd met zeven traveeën en twee bouwlagen onder een pannen zadeldak, voorzien van een 1760 gedateerde harmonieuze lijstgevel in Lodewijk XV-stijl met hardstenen parement. De gevel wordt horizontaal geleed door de halfronde waterlijst boven en de verdiepte spiegels in de plint, de geprofileerde puilijst, de muurdammen met Franse voegen en de kwarthol bepleisterde daklijst met cartouche in de poorttravee. Verticale ritmering door de spiegels met rocaillemotief in de muurdammen.
Licht uit het gevelvlak verheven deurtravee met recente houten dubbele deur in een kwarthol geprofileerde steekboogomlijsting en recent bovenlicht boven een accoladevormig kalf met rocaille sluitsteen. De steekboogvensters, gevat in een geriemde omlijsting, hebben eenvoudig schrijnwerk met 19de-eeuwse roedeverdeling. Uiterst rechts in de gevel bevindt zich de koetspoort met 19de-eeuws houtwerk en smeedijzer in het bovenlicht, gevat in een ietwat vooruitspringende kwarthol geprofileerde schouderboogomlijsting op neuten, 1760 gedateerd en versierd met rocaillemotief in sluitsteen en boogzwikken. Als bekronend hoofdgestel uitgewerkte puilijst waarop de gietijzeren borstwering van het Frans balkon rust, met balkondeur in licht vooruitspringende geriemde omlijsting op neuten met rocaillemotief. Twee dakkapellen met frontonbekroning verlichten de zolderruimte.
In 1877 gewijzigd naar ontwerp van architect L. Vanhove en bevat nog slechts twee gedecoreerde salons. Het salon rechts, met wit marmeren schouw, versierd met een eierlijst, guirlande en rozetmotieven, heeft met lijstwerk afgewerkte muren, voorzien van een bandversiering met loof- en bloemmotief. Het salon links is gedecoreerd in Lodewijk XV-/Lodewijk XVI-stijl, met een recentere zwart/groene schouw, een schouwmantel met spiegel in spiegelboogomlijsting, en een supraporta en lijstwerk met rocaillemotief in de boogzwikken. Voorts fries met keellijst.
De koetsdoorgang met gemarbreerde lambrisering, statige korfboogarcade en granito-vloer met mozaïekboord werd omgevormd tot verbindingsgang met de voormalige "Volksbank". Een marmeren trap met gietijzeren trapleuning overbrugt het niveauverschil tussen beide gebouwen. Spant met genummerde spantbenen.
Bron: MONDELAERS L. & VERLOOVE C. met medewerking van VAN ROY D., VAN DAMME M. en MEULEMANS K. 2009: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Vlaams-Brabant, Leuven binnenstad, Herinventarisatie, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen VLB2, onuitgegeven werkdocumenten.
Auteurs: Verloove, Claartje; Mondelaers, Lydie
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Je kan deze tekst citeren als: Verloove C. & Mondelaers L. 2009: Hôtel d'Eynatten [online], https://id.erfgoed.net/teksten/128494 (geraadpleegd op ).
Herenhuis met twee verdiepingen in Louis XV-stijl, boven de inrijpoort gedateerd 1760. De lange, stijlvolle gevel van arduin wordt geritmeerd door muurpijlers met Franse voegen en ietwat vooruitspringende pilasters met rocaillemotief; de horizontale geledingen worden aangeduid door de doorlopende druiplijst boven de half-vlak versierde vensterdammen van de benedenverdiepingen, de geprofileerde puilijst en de holrond bepleisterde daklijst. Eenvoudige steekboogramen; steekboogdeur met een van rocaillemotief voorziene tussendorpel en rijk versierde, gecontourneerde inrijpoort waarboven de puilijst ietwat meer vooruitspringt en aldus de gietijzeren borstwering van het deurvenster van de bovenverdiepingen draagt.
Bron: GENICOT L.F., VAN AERSCHOT S., DE CROMBRUGGHE A., SANSEN H. & VANHOVE J. 1971: Inventaris van het cultuurbezit in Vlaanderen, Architectuur, Provincie Brabant, Arrondissement Leuven, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 1, Luik.
Auteurs: Genicot, Luc; Van Aerschot, Suzanne; de Crombrugghe, Anne; Sansen, Hadewych; Vanhove, Jacqueline
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Je kan deze tekst citeren als: Genicot L., Van Aerschot S., de Crombrugghe A., Sansen H. & Vanhove J. 1971: Herenhuis 1760 (1) [online], https://id.erfgoed.net/teksten/42294 (geraadpleegd op ).