Teksten van Herenhuis

Herenhuis (2009)

Voornaam herenhuis dat, voortgaande op de stijlkenmerken en kadastrale plans van 1825 en 1850, werd opgetrokken einde 18de-begin 19de eeuw en vermoede­lijk in het tweede kwart van de 19de eeuw achteraan werd uitgebreid met een haaks aan­sluitende woon­vleu­gel. Moge­lijk werd toen ook in het ver­lengde het lagere bij­ge­bouw opge­trokken, dat later via een klein tus­senge­bouwtje ver­bon­den werd met de haakse vleugel.

Het herenhuis is heden quasi halfvrijstaand ingeplant op de oude rooilijn, ingevolge de oprich­ting in de jaren 1966-1970 van het belendende Artois-gebouw op een ver­legde bouw­lijn. Van het type enkelhuis met lijstgevel, telt het drie bouw­la­gen in verkleinende ordonnantie en vijf traveeën, onder een met kunst­leien afge­dekt za­deldak. Voorgevel met strakke symmetrische opstand onder fronton­be­kroning, op de be­gane grond voorzien van een zand­ste­nen pare­ment met Franse voegen die waaiervormig uitstralen boven de muur­ope­nin­gen; bo­ven­ver­die­pin­gen be­pleis­terd en be­schil­derd, met schijn­voe­gen op de smal­le pe­nan­ten en entablementen in het mid­den­veld. Markante gevelarchitectuur met risa­lietvormende hoekpartijen ter accentuering van de poort- en deurtra­veeën en uit­lo­pend in het driehoekig pseudo-fronton met verdiept timpaan en cen­traal ocu­lus. Zware geprofileerde puilijst als duidelijke aflijning van de onder­bouw, in de risalieten met sterke uitkraging en klossen boven de toegangen. Poort en deur zijn gevat in een rechthoekige geprofileer­de omlijsting op neuten, in de smallere deur­tra­vee ver­dubbeld met rechtstanden. Een zelf­de omlijsting typeert ook de bovenlig­gen­de deur­ven­sters met en­tablement en de kleinere vensters met ge­profi­leer­de lekdrem­pel op con­sooltjes erboven. Voorts eenvoudige rechthoekige vensters in het dieper liggend mid­den­veld: de gelede druiplijst, cordonvormende dorpels en lekdrempels zorgen hier voor een horizontali­serend effect, nog versterkt door de ven­sterregisters met smalle pi­las­tervormige penanten beëin­digd door decoratieve ingediepte kapitelen met rozetmo­tieven.

Achtergevel met recente bakstenen uitbouw op de begane grond. Met schijnvoegen bepleisterde en beschilderde bo­venverdiepin­gen met recht­hoe­kige vensters en steigerga­ten. Rechthoekige houten dakkapel en groot houten over­luifeld laadvenster.

Zowel in voor- als achtergevel werd het houtwerk van ra­men, poort en deur in la­tere fasen vernieuwd.

Het pand, dat naderhand inwendig werd opgedeeld voor bijkomende woon­een­he­den, en een aantal mo­der­ni­se­ringen en aan­pas­sin­gen onderging - onder meer van de trap­hal met glas­kap en bor­des­trap uit de jaren 1920-1930 - behield nog zijn ori­gineel dakgebint en het hijssysteem met rad van de laterale dakkapel.

Aansluitende rechthoe­kige noordoostvleugel in bak­steen met zandstenen plint, twee bouwlagen en drie tra­veeën onder afgesnuit leien zadeldak. Sobere en strenge neoclassicistische ar­chi­tec­tuur met recht­hoe­kige bene­den­ven­sters voorzien van zand­stenen hoek­blok­ken, hard­stenen bo­vendor­pels en lekdrem­pels, en een steek­bo­gige ont­las­ting; witbe­pleis­terde boven­bouw met hoekkettin­gen en zelfde venster­vormen met cor­don­vor­mende hard­stenen lekdrem­pels; gewitte blin­de zij­ge­vel.

Het interieur bewaart beneden nog een fraai, evenwel verweerd stucplafond met fijne gepro­fi­leerde veldenindeling, cirkelpatroon met ingeschreven rozet­mo­tief en ge­lede kroon­lijst met loofwerk- en bloemen­lijst. Eenlaags gewit rechthoekig bakstenen bijgebouwtje onder plat dak, met in drie traveeën rechthoekige deur en ven­sters in vlak­ke zand­stenen omlijsting, op hardstenen lek­drempels.

  • Afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumentenzorg Vlaams-Brabant, archief Monumenten en Land­schappen, beschermingsdossier Mechelsestraat 174 (26.03.1998).
  • Stadsarchief Leuven, collectie Kaarten en Plannen, kadasterplan Leuven 1850.
  • CRAAN W.B., HERLA M., Atlas Cadastral Parcellaire du territoire de la Ville de Louvain (opgemeten 1813-1819, uitgetekend 1825).
  • LEFEVER F.-A., Egyptiserende constructies uit Napoleons tijd, in Brabantse Folklore, nummer 258, 1988, p. 98-120.

Bron: Mondelaers Lydie & Verloove Clara i.s.m. Van Roy Diane, Van Damme Marjolijn en Meulemans Katharina. 2009. Inventaris van het bouwkundig erfgoed. Provincie Vlaams-Brabant. Leuven binnenstad. Herinventarisatie. Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen. VLB2 (onuitgegeven werkdocument)
Auteurs:  Mondelaers, Lydie, Verloove, Claartje
Datum: 2009


Je kan deze pagina citeren als: Mondelaers, Lydie; Verloove, Claartje: Herenhuis [online], https://id.erfgoed.net/teksten/128277 (geraadpleegd op 17-04-2021)


Herenhuis (1971)

Drie verdiepingen hoog herenhuis met laat-classicistische inslag daterend uit het einde van de 18de of het begin van de 19de eeuw. Van radvenster voorzien fronton rustend op hoekrisalieten. Begane grond met zandstenen parement gemarkeerd door een puilijst die boven de rechthoekige poorten uitgewerkt is als kroonlijst op klossen; muurdammen versierd met Franse voegen; rechthoekige vensters. Bovenverdieping bekleed met een door schijnvoegen versierde bepleistering; rechthoekige vensters tussen met rozetten bekroonde penanten; gelijksoortige muuropeningen voorzien van geprofileerde, zandstenen omlijstingen in de risalieten. Vernieuwd houtwerk.


Bron: Genicot L.F., Van Aerschot S., de Crombrugghe A., Sansen H. & Vanhove J. 1971: Inventaris van het cultuurbezit in Vlaanderen, Architectuur, Provincie Brabant, Arrondissement Leuven, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 1, Luik.
Auteurs:  de Crombrugghe, Anne, Genicot, Luc, Sansen, Hadewych, Van Aerschot, Suzanne, Vanhove, Jacqueline
Datum: 1971


Je kan deze pagina citeren als: de Crombrugghe, Anne; Genicot, Luc; Sansen, Hadewych; Van Aerschot, Suzanne; Vanhove, Jacqueline: Herenhuis [online], https://id.erfgoed.net/teksten/42375 (geraadpleegd op 17-04-2021)