Parochiekerk Sint-Folianus met kerkhof

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Linter
Deelgemeente Neerlinter
Straat Grote Steenweg
Locatie Grote Steenweg zonder nummer, Linter (Vlaams-Brabant)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Linter (actualisaties: 10-05-2006 - 10-05-2006).
  • Adrescontrole Linter (adrescontroles: 17-07-2007 - 17-07-2007).
  • Inventarisatie Linter (geografische inventarisatie: 01-01-1969 - 31-12-1969).
  • Project beschermingsdatabank 2013-2016 (beschermingen: 01-01-2013 - 30-06-2016).
Links

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Parochiekerk Sint-Foillanus met kerkhof

Deze bescherming is geldig sinds 04-03-2004.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Parochiekerk Sint-Folianus

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

omvat de bescherming als monument Parochiekerk Sint-Foillanus: orgel
gelegen te Grote Steenweg zonder nummer (Linter)

Deze bescherming is geldig sinds 12-10-1981.

Beschrijving

De stilistisch heterogene parochiekerk Sint-Foillanus ligt dominant op een heuvel en is ingeplant binnen de originele omschrijving van een ommuurd kerkhof.

Historiek

Precieze gegevens over de stichting van de Sint-Foillanuskerk zijn niet bekend alhoewel ze reeds in 1139 wordt vermeld als sinds lang bestaande. Evenmin is bekend waarom de keuze viel op Foillanus († circa 655 Nijvel) - Iers missionaris en stichter van het klooster van Fosses bij Namen - als patroonheilige. Ook gegevens over bouwhistoriek zijn schaars wat onder meer verband houdt met de vernieling van de parochiearchieven tijdens de eerste wereldoorlog.

Sinds 1236 was het patronaats- en tiendrecht in het bezit van de abdij van Maagdendal van Oplinter en dit ingevolge een schenking van Jan Brienen, heer van Neerlinter.

Naar verluidt werd in 1408 een nieuwe kerk gebouwd die na een zware brand in 1489 volgens sommigen werd heropgetrokken en vergroot, volgens anderen enkel hersteld.

Uit deze periode bleef het huidige koor met aansluitende zuidkapel bewaard. Een summiere voorstelling in het kaartboek van de abdij van Park uit 1665 suggereert een weinig gearticuleerd eenbeukig volume en een vierkante westtoren, opgetrokken in natuursteen met leien daken. In 1713 werd de kerktoren door brand geteisterd waarna in 1727 en 1758(/9) diverse herstellingscampagnes volgden. Rond 1786-1790 werd een bakstenen toren opgetrokken en dit ter vervanging van een natuurstenen exemplaar. Binnenwanden in kwartsiet – althans tot op zekere hoogte – en twee eveneens enkel van binnen zichtbare schietspleten wijzen wellicht op een behoud van de oude kern. Rond 1800 werden de ronde beukvensters vervangen door half cirkelvormige vensters wellicht identiek aan de twee, nog bewaarde vensters in het koor. In 1819 werden de zijbeuken verlengd met een doopkapel en een berging waardoor de westtoren volledig werd ingebouwd. De inscriptie boven de zuidingang "Anno 1873 P. Van Bets pastore" verwijst naar de laatste bouwfase waarbij de kerk werd vergroot met nieuwe beuken en een transept naar ontwerp van provinciaalarchitect Van Arenbergh. Wellicht betreft het Louis Van Arenbergh (1834-1888) die in dezelfde periode ook de stilistisch nauw verwante kerk van Binkom, op de toren na, volledig vernieuwde.

Beschrijving

De Sint-Foillanuskerk, met dominante ligging op een heuvel, is ingeplant te midden van een door muren (baksteen en kwartsiet) en hagen omlijnd kerkhof.

Deze stilistisch heterogene plattelandskerk in de vorm van een kruisbasiliek bestaat uit een ingebouwde westtoren, een driebeukig schip van vier traveeën, een hoog transept en een driezijdig gesloten koor met aansluitend de rijzige zuidkapel. Opgedragen aan Sint-Jan-de-Doper en Sint-Joris fungeerde deze 'herenkapel' aanvankelijk als tribune en begraafplaats voor de dorpsheren om nadien te worden omgevormd tot sacristie. De corresponderende noordkapel waarvan sporen van een dichtgemetselde arcade achter de huidige bepleistering zijn bewaard, verdween wellicht tijdens een brand. Ter plaatse bevinden zich nu enkele banale bijgebouwen. Met uitzondering van de oostpartij in kwartsiet en Gobertange is de kerk volledig opgetrokken in baksteen met verwerking van witte natuursteen voor hoekkettingen, venster- en deuromlijstingen en blauwe hardsteen voor dekplaten, het geheel afgedekt met natuurleien daken.

Het 15de-eeuwse koor in rechthoekige blokken kwartsiet toont een eenvoudige geleding met afgeschuinde plint en een doorgetrokken druiplijst ter hoogte van de afzaten van de smalle spitsboogvensters met Gobertangeomlijsting en deels vernieuwd of verdwenen maaswerk. De aansluitende zuidkapel met steil zadeldak toont dezelfde geleding waarbij het originele maaswerk met drie- en vierpasmotieven in de bredere (ingekorte) spitsboogvensters deels bleef bewaard. De half cirkelvormige vensters met sluitsteen dateren vermoedelijk van circa 1800. De in de inventaris nog vermelde drielobbige nis in de geveltop is verdwenen.

De grotendeels uit de periode 1786-1790 daterende, vierkante westtoren met hoekkettingen en doorgetrokken onder- en bovendorpels in Gobertange telt vier bouwlagen onder een lage, ingesnoerde spits. Hij is opengewerkt met een steekboogvenster met oren, rechthoekige vensters met sluitsteen (dichtgemetseld) en rondbogige galmgaten. Het gelijkvloers met Gobertangeparement wordt gemarkeerd door een elegante classicistische inkompartij met rondboogdeur geflankeerd door pilasters, het geheel ingeschreven in een portiekstructuur met geprononceerde druiplijst en gegroefde consoles met dropmotief.

De tussen koor en westtoren in 1873 ingepaste 'nieuwbouw' – de kwartsieten plint wijst wellicht op hergebruik - getuigt van een eerder schrale, formalistische neogotiek met driebeukig schip en dominante transeptarmen onder zwak hellende zadel- en lessenaarsdaken. Het formeel vocabularium toont sterke gelijkenis met de gelijktijdig door Van Arenberg gerealiseerde Sint-Jan-de-Doperkerk in Binkom: een geleding door smalle steunberen – driedubbel versneden ter hoogte van het transept -, smalle spitsboogvensters zonder maaswerk in de zijbeuken en rondvensters in de lichtbeuk. Transeptarmen en noord- en zuidportaal kregen een meer decoratief accent in de vorm van respectievelijk een groot spitsboogvenster met ingeschreven gekoppelde vensters en rondvenster en een spitsboogportiek met blind boogveld, tweeledige houten deur en bekronende druiplijst. Boven de zuidingang bevindt zich een gevelsteen met opschrift "Anno 1873 P. Van Bets pastore".

De op een goudbies ter hoogte van zuilen en colonetten na, momenteel homogeen witgeschilderd kerkinterieur – aanvankelijk vermoedelijk sober gepolychromeerd – met grijszwarte natuurstenen vloer toont een drieledige opstand met spitsboogarcaden op zuilen met blad- en knopkapiteel, een schijntriforium van gekoppelde spitsboognissen met eenvoudige tracering en een register van rondvensters. De ruimte wordt overkapt met een kruisgewelf in stucwerk met geprofileerde gordelbogen rustend op rijzige schalken met bladkapiteel en verlicht door glas-in-loodramen met ruitvormig gekleurd glas. Elegante bundelpijlers markeren de overgang van viering naar koor, afgedekt met een 18de-eeuws gecaissoneerd stucplafond met rocaillemotieven en voorzien van twee brandglasramen met grisaille- en medaillonversiering.

De rechterkoorwand toont de aftekening van de (gedichte) grote spitsboogopening die uitgaf op de herentribune in de zuidkapel, sinds geruime tijd in gebruik als sacristie. Volgens Wauters (1887) waren zowel koor als kapel aanvankelijk voorzien van muurschilderingen. Enkel de in de eerste helft van de 16de eeuw gedateerde schilderingen op houten gewelf en noordwand van de zuidkapel bleven – althans zichtbaar - en op enkele lacunes na, bewaard. Sinds de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen bij haar plaatsbezoek van 25 oktober 1866 oordeelde dat ze in veel te slechte staat waren om nog te herstellen bleven de schilderingen onaangeroerd.

Boven de gedichte spitsboogopening in de noordwand bevindt zich een voorstelling van Sint-Joris, te paard en in wapenrok, die de vuurspuwende draak bevecht (beklad met opschrift) met bovenaan, op de achtergrond de koning en koningin van Libië die vanop de stadsmuur toekijken en links de koningsdochter met schaapje. De gewelven met geel-zwart geaccentueerde balken en verschillende wapenschilden ter hoogte van hun kruising zijn afgewerkt met rood-zwarte, decoratieve sjabloon(?)motieven op de ribben en rood-zwart-groen rank- en bladwerk met bloemen en kandelabermotief (met stempels ingebrand?) op de beplanking. De oostzijde van het gewelf wordt verlevendigd met een Onze-Lieve-Vrouw met Kind dat de rozenkrans vasthoudt, een Christuskind met kruis in de mandorla en een Sint-Jan de Doper, telkens voorzien van de geëigende tekstbanderollen.

Meubilair
  • Hoofdaltaar, portiekaltaar toegewijd aan de Heilige Foillanus, bekroond met kruis, op top van fronton geschilderd monogram, in fronton Godsoog in stralenkrans, in portiek altaarstuk met voorstelling heilige, op deurtje van expositietroon Godsoog, Lam op kruis en geopend boek en omringd door engeltjes, op tabernakeldeurtje Ciborie, op altaartafel geschilderd Jezusmonogram geflankeerd door voorstelling Offer van Melchisedek en Abraham en Isaak op weg naar het offer, geschonken door Benedicta van Loen, abdis van Maagdendal te Oplinter, 1744, altaartafel eind 19de - begin 20ste eeuw, beschilderd en gemarmerd hout.
  • Zijaltaar (zuidzijde), portiekaltaar, in fronton cartouche omringd met drie engelenkopjes, altaarstuk met Heiligen Ignatius van Loyola en Franciscus Xaverius in verering voor Jezusmonogram, 18de eeuw, gemarmerd hout.
  • Zijaltaar (noordzijde), vrijwel identiek portiekaltaar, voorheen verstopt achter Lourdesgrot; in 1995 gerestaureerd en voorzien van een altaarstuk naar Gerard David, door Jos Groessens.
  • Dienstaltaar met reliëfs de Heiligen Jozef en Foillanus voorstellend, afkomstig van preekstoel door Everard van Antwerpen, 1943, omgevormd tot altaartafel circa 1965, witte steen.
  • Biechtstoel in noordtransept, circa 1725.
  • Biechtstoel in zuidzijbeuk.
  • Communiebank, zes middelste panelen door François de Linotte, van Hoeleden, 1783, twee buitenste door Félix Lambeets, van Neerlinter, 1866, eik.
  • Koorlambrisering, door François Linotte van Hoeleden, 1782 eik.
  • Doksaal, tweede helft 18de eeuw, eik.
  • Orgel afkomstig van de abdij van Opheylissem, Chr. Ancion uit Hoei, 1666, deels verguld hout.
  • Doopvont, aan kuip vier hoofden, tegen voet vier schilddragende leeuwen, hardsteen, gedateerd 1551.
  • Schilderijen:
  • -door J. Baerts (?), Heilige Ambosius van Milaan en tafereel van zijn marteldood, o.r. wapenschilden van Balthasar Hecking en echtgenote Elizabeth Vuchelen, 1814.
  • -door J. Baerts (?), Heilige Barbara en taferelen van haar marteldood, en wapenschilden van Balthasar Hecking en echtgenote Elizabeth Vuchelen, circa 1814.
  • -Vlaamse School, Doop van Jezus, 17de eeuw, doek.
  • -Vlaamse School, Heiligen Ignatius van Loyola en Franciscus Xaverius, altaarstuk zijaltaar in het zuiden, 17de-18de eeeuw, doek.
  • -Vlaamse School, Heilige Foillanus, altaarstuk hoofdaltaar, circa 1744, doek.
  • -Jezus wordt met het kruis beladen, midden 19de eeuw, gerestaureerd door Eugeen Arnauts.
  • Sculpturen:
  • -Triomfkruis afkomstig van verdwenen stenen doksaal, circa 1534, gepolychromeerde eik.
  • -Beeld Heilige Foillanus, eind 15de eeuw, Brabants atelier.
  • -Beeld Heilige Lucia, begin 16de eeuw, Brabants atelier, voorheen gepolychromeerd.
  • -Beeld Heilige Rochus van Montpellier, begin 16de eeuw, Brabants atelier, voorheen gepolychromeerd.
  • -Beeld Heilige Wivina van Brussel, begin 16de eeuw, Brabants atelier, gepolychromeerd hout.
  • -Beeld Heilige Barbara, eerste helft 16de eeuw, Brabants atelier, gepolychromeerd hout.
  • -Beeld Job op mesthoop, eerste helft 16de eeuw, Brabants atelier, gerestaureerd in 1974, gepolychromeerd hout.
  • -Beeld Heilige Catharina van Alexandrië, begin 16de eeuw, Leuvens atelier, voorheen gepolychromeerd.
  • -Beeld Onze-Lieve-Vrouw met Kind, eerste helft 17de eeuw, Mechels atelier, gepolychromeerd hout.
  • -Beeld Heilige Anna met Onze-Lieve-Vrouw, eind 15de eeuw, ingrijpend gerestaureerd, gepolychromeerd hout.
  • -Beeld Christus op de koude steen, eind 16de - begin 17de eeuw, gepolychromeerd hout.
  • -Beeld Onze-Lieve-Vrouw van Calvarien eind 16de - begin 17de eeuw, gepolychromeerd hout.
  • -Beeld Heilige Sebastiaan, 18de eeuw, gepolychromeerd terracotta.
  • -Beeld Heilige Furseus, 19de eeuw, gepolychromeerd hout.
  • -Beeld Heilige Ultanus, 19de eeuw, gepolychromeerd hout.
  • Archief Onroerend Erfgoed Vlaams-Brabant: dossier Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen.
  • BETS P.V. 1868: Geschiedenis der gemeente Neerlinter, Leuven.
  • LEFEVER E.A. 1988: De architectenfamilie Van Arenbergh, Jaarboek van de Geschied- en Oudheidkundige Kring voor Leuven en omgeving XXVIII, 3-40.
  • LEMAIRE R. 1971: Bouwen door de eeuwen heen. Inventaris van het cultuurbezit in Vlaanderen. Architectuur/deel 1. Provincie Brabant, arrondissement Leuven, Luik, 316.
  • PEETERS J.-C. 1933: De bedevaartbeeldekens van den H. Foillaen, Brabantse Folklore, 357-372.
  • WAUTERS A. 1887: Géographie et histoire des communes belges. Arrondissement de Louvain. Canton de Léau, Brussel (anastatische herdruk 1963).
  • S.n. 1999: Linter. Een wandeling door de 20ste eeuw, Linter (Werkgroep Heemkunde van de Linterse cultuurraad).
  • S.n. 1980: Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen. Provincie Brabant. Kanton Tienen, Brussel, 68-71.

Bron: Onroerend Erfgoed Vlaams-Brabant, Beschermingsdossier DB002161, Parochiekerk Sint-Foillanus met ommuurd kerkhof.

Auteurs: Paesmans, Greta

Datum tekst: 2003

Alle teksten

Aanvullende informatie

Het orgel werd circa 1666 gebouwd door Chr. Ancion uit Hoei voor de premonstratenzerabdij Heylissem. Deze toeschrijving is gebaseerd op een vergelijking van het orgel met dat van Zoutleeuw. Dat laatste is volgens archiefdocumenten met zekerheid van Chr. Ancion. De orgelkast vertoont vroeg-barokke kenmerken. In 1778 kocht orgelbouwer J.B. Goynaut het orgel van de abdij, waar hij een nieuw instrument plaatste, en bracht het over naar de kerk van Neerlinter. Daar werd het op een nieuw doksaal geplaatst. Tussen circa 1890 en 1904 en circa 1930 (?) werden respectievelijk door A. D'Hondt uit Kessel-Lo en A. Beckers transformaties uitgevoerd.

  • FAUCONNIER A. & ROOSE P. 1977: Het historisch orgel in Vlaanderen, deel IIb. Brabant arrondissement Leuven, Brussel, 390-395.

Declercq, Daan (29-03-2016 )

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Neerlinter

Neerlinter (Linter)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.