erfgoedobject

Hof van Savoye

bouwkundig element
ID: 43112   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/43112

Beschrijving

Vandaag tot gesloten hoeve uitgegroeid geheel met centraal onregelmatig erf: het boerenburgerhuis uit de 18de eeuw ligt ten noorden, de andere zijden zijn ingenomen door stallen en schuren uit de 19de en 20ste eeuw; een wagenhuis met duifhuis uit de tweede helft van de 19de eeuw ligt ten noorden van de woning.

Historiek

Volgens de literatuur zou het gaan over een pachthof van het College van Savoye te Leuven dat gesticht werd in 1551. Het College kocht van Martinus Loopez op 19 november 1556 twee pachthoven in Vissenaken, waaronder het huidige Hof van Savoye. De boerderij werd verhuurd door het College en al in 1670 bevond er zich een brouwerij in de boomgaard. Volgens een meting van 1673 bestond de oppervlakte van het huis, schuur, stallen, hof en boomgaard met brouwerij 3 bunder en 3 dagmaal. Het pachthof werd tijdens de Franse Revolutie eigendom van de Franse Prytanée, een instelling om verdienstelijke personen gratis te onderhouden en te laten studeren. In 1806 werden het gebouw en de gronden verkocht aan familie Huens uit Boutersem. Volgens Kempeneers zouden de huidige stallen grotendeels uit 1876 dateren (sluitsteen gewelven). Sommige gedeelten met vakwerk zouden teruggaan tot de 16de eeuw.

Op de Villaretkaart (1745-1748) zien we een hoeve met drie losse bestanddelen gegroepeerd rond een binnenplaats. De contouren van het woonhuis zijn te zien ten noorden van de dreef, die vertrekt vanuit de binnenplaats  in westelijke richting, naar het huidige Kattenbos. In het noorden op de hoek tussen Kattenbos en de Vissenakenstraat ligt een drinkpoel, die vandaag nog steeds bestaat.  Op het primitief kadaster is er een semi-gesloten grondplan waar te nemen met het noordelijke woonhuis en omliggende bijgebouwen. Volgens het kadaster is de hoeve op dat moment in handen van Johannes Smolders. In 1864 registreerde het kadaster de bouw van het wagenhuis met duifhuis gebouwd, evenals de grote oostelijke schuur. In 1878 registreerde het kadaster de verlenging van het woonhuis in westelijke richting met een aantal stallen en hooizolder met hijsluik; deze verlenging is met het jaartal 1876 aangeduid in een sluitsteen van de gewelven. Ook in het zuidwesten werden nieuwe stallen gebouwd. Deze constellatie blijft bestaan tot 1960. Toen werden de zuidelijke en westelijke stallen grotendeels herbouwd. In 2000 werd het dak van het tegen het woonhuis aangebouwd staldeel helemaal vernieuwd. In 2006 werd het woonhuis intern volledig vernieuwd met behoud van de originele draagstructuur en gordingen. Het schrijnwerk werd vervangen, grosso modo naar historisch model. In 2011 werd tegen het woonhuis aangebouwd staldeel omgevormd tot expositieruimte.

Beschrijving

De hoeve is gelegen in een flauwe bocht van de Vissenakenstraat ten noorden van de dorpskern van Sint-Martens-Vissenaken. Ten noorden van de hoeve, op de hoek tussen Kattenbos en de Vissenakenstraat, ligt een drinkpoel die zeker bestaat sinds 1745. Het gebied ten westen van de hoeve bleef tot de jaren 1950 een boomgaard. De hoevegebouwen zijn geschikt rond een gekasseid erf, toegankelijk via een moderne zwarte vleugelpoort in het noordoosten.

Het boerenhuis, wellicht het oudste gedeelte van de hoeve, en in het verlengde de stallen van 1876, bevinden zich in de noordelijke vleugel. In het oosten bevindt zich de langsschuur. In het westen zijn er 20ste-eeuwse stallen die vernieuwd werden in 1960. Ten noorden van het oude woonhuis bevindt zich het wagenhuis met duifhuis van omstreeks 1864.

Het in kern 18de-eeuwse boerenburgerhuis  telt zes traveeën en tweeënhalve bouwlaag onder een pannen zadeldak en is opgetrokken in verankerde rode baksteenbouw met blauwe en witte natuurstenen elementen. De langsgevels, uitgewerkt als lijstgevels, worden geopend door hoge, eertijds beluikte vensters met lateien en lekdrempels in blauwe hardsteen.

De noordelijke langsgevel werd uitgewerkt als voorgevel en is voorzien van een witgeschilderde bepleistering met schijnvoegen en een houten kroonlijst op klossen. In de lage hardstenen plint zitten betraliede kelderopeningen. De deur, gevat in een geprofileerde rechthoekige omlijsting, bevindt zich in de derde travee. Een tweede, iets smallere deur bevindt zich in de vijfde travee. Het schrijnwerk werd vernieuwd.

Aan erfzijde zijn er in de oostelijke traveeën op het gelijkvloers rechthoekige vensteromlijstingen in gobertange. De zoldervensters hebben er houten lateien en tussen deze vensters zit er telkens een steigergat in gobertange. De brede toegangsdeur in een rechthoekige omlijsting in blauwe hardsteen  wordt bereikt door twee hardstenen treden.

De vrije zijpuntgevel van het woonhuis aan oostzijde is voorzien van muurvlechtingen en vier gedichte vensters met zandstenen posten, beide verwijzend naar de 18de-eeuwse kern die in de 19de eeuw verhoogd werd.

In het verlengde van het woonhuis staat een gebouw uit 1876, wellicht oorspronkelijk een stalgebouw met hooizolder. Dit gedeelte bestaat uit twee bouwlagen onder een vernieuwd zadeldak. Het is een eenvoudig gewit bakstenen volume dat gekenmerkt wordt door een aantal rechthoekige vensteropeningen. Vroeger was aan de erfzijde een hijsplatform aanwezig dat recent werd verwijderd.

De westelijke stallen sluiten aan bij het noordelijke aangebouwd staldeel. Ze werden in 1960 herbouwd maar dateren in kern vermoedelijk uit de 19de eeuw. Het is een eenvoudige witgepleisterd volume onder zadeldak.

Ten noorden van het woonhuis staat een vrijstaand wagenhuis met duifhuis van één bouwlaag onder leien tentdak met ijzeren windvaan, volgens het kadaster geregistreerd in 1864. Het wagenhuis kan vanaf de straat bereikt worden door een poort met bakstenen pijlers bekroond door telkens een afdeksteen met bolbekroning in blauwe hardsteen. Het hekwerk dateert mogelijk uit de 20ste eeuw. Vervolgens bereikt men het gebouw via een gekasseide oprit. In de voorgevel van het wagenhuis is een grote rondboogpoort aanwezig met de aanzet van een omlijsting in gobertange. De poort heeft een rechte houten latei. Boogveld met twee duivengaten.

Tussen het noordelijke woonhuis en de oostelijke schuur is de doorrit naar de binnenplaats gelegen. Vroeger was de poort overluifeld met een houten beschilderde verdieping met twee vensters (verdwenen) op twee zuilen (bewaard). Vandaag is er een moderne zwarte vleugelpoort.

De oostelijke zijde van het erf wordt afgezoomd door twee geknikt bij elkaar aansluitende schuur- en stalgebouwen uit de tweede helft van de 19de eeuw (kadaster 1878). Het meest zuidelijke gebouw werd vernieuwd in 1960. Het meest oostelijke deel betreft een driebeukige langsschuur uit baksteen onder een lang half schilddak. De noordelijke gevel wordt gekenmerkt door een gewitte bakstenen gevel met rechthoekige spaarvelden afgelijnd met zaagtandfries. Aan de rechterzijde is er een rechthoekige poort. De lange oostelijke gevel is volledig blind. In de westgevel is er een deur met twee vensters en meer zuidelijk een brede poort. Intern is er een grote houten spantconstructie aanwezig.

  • Bouwarchief Tienen, nr. B9320 (2000), B11780 (2006) en B13493 (2011).
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Leggers Tienen, Afdeling VIII (Vissenaken), artikels 587 en 1331.
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Mutatieschetsen Tienen, Afdeling VIII (Vissenaken), 1864/25, 1878/17, 1960/13.
  • Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden voor Zijn Koninklijke Hoogheid de Hertog Karel Alexander van Lotharingen, Jozef Jean François de Ferraris, Koninklijke Bibliotheek van België, uitgegeven in 1770-1778, schaal 1:11.520 herleid naar 1:25.000.
  • Kaart van Villaret, Institut National de l’Information Géographique et Forestière, Sint-Mande (France), CH 292, uitgegeven 1745, schaal 1:14.400.
  • KEMPENEERS P. 2006: Toponymie van Vissenaken, Toponymie & Dialectologie, 210-212.

Auteurs :  Van de Sijpe, Tom
Datum  : 2019


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Hof van Savoye [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/43112 (Geraadpleegd op 26-10-2020)