De inventarisatie uitgevoerd in 2013 vermeldt een gesloten hoeve uit circa 1800 met woning, stallen en schuur rond een vierkante koer, langs de straatzijde afgesloten door een poortgebouw. Het complex dateert uit de 18de en 19de eeuw en vormt een interessant en homogeen ensemble waarvan de verschillende gebouwen zijn opgetrokken in een zeer zakelijke stijl. De bakstenen muren worden enkel verlevendigd door de zware kalkstenen omlijstingen van de vensters, deuren en poorten.
Het poortgebouw, waarvan het centrale deel nog uit de 18de eeuw dagtekent, vertoont dezelfde karakteristieken en bestaat essentieel uit een grote zware kalkstenen boog tussen lagere blinde muren. Boven de toegang is het poortgebouw afgedekt met een mansardedak. Het twee verdiepingen hoog boerenhuis (nok loodrecht op straat) is voorzien van rechthoekige deur- en vensteropeningen met vlakke omlijstingen van arduin. De aanhorigheden, stallen en schuur dateren uit dezelfde periode.
Opmerkelijk is de aanwezigheid van een huisaltaar in een noordelijke kamer op de eerste verdieping van het woongebouw. Het altaar bevindt zich in een muurkast achter gesloten deuren. Volgens de eigenaar ten tijde van de bescherming bevindt zich het jaartal 1858 als inscriptie boven de inrijpoort van de schuur, deze informatie is niet bevestigd.
Volgens het primitief kadaster omvatte de hoeve in de 19de eeuw een moestuin ten noorden met achterliggend (kreupel)bosje, twee omhaagde boomgaarden en een akker ten oosten en ten westen een tweede moestuin.
De percelen ten noorden van de hoeve werden rond 1836 door notaris Dubois omgevormd tot een herenboerenparkje in landschappelijke stijl. Het betrof een lusttuin met een licht glooiend reliëf met een diepte in het midden van het centrale grasveld omwille van het perspectief verruimende effect, een brede bomengordel om het inkijken te beletten, enkele solitaire bomen, een vijver in de zuidoostelijke hoek, een “lommerhuis” in de nabijheid van de enige overgebleven parkboom en een belt. De belt was een kunstmatige aarden wal aan de parkrand. Waarschijnlijk voltooiden bloemenparterres, eventueel met tuinornamenten, het geheel.
De twee omhaagde boomgaarden ten oosten werden in het midden van de 19de eeuw samengevoegd tot een boomgaard die dan ruim 3,5 ha groot was.
Rond 1954 werd het park gerooid en het perceel opgesplitst. Het grootste deel werd omgezet naar weide en achter de woning werd een kleine siertuin afgebakend. Met uitzondering van een majestueuze treurbeuk en een witte paardenkastanje werden alle parkbomen gekapt, de kunstmatig aangelegde belt achter de bomen afgegraven en de vijver ten noordoosten van de hoeve gedempt. De hoogstamboomgaard die niet meer kon concurreren met de opkomende laagstamboomgaarden werd in 1963 gerooid voor akkerland.
Vandaag wordt de siertuin van de straat gescheiden door een laag bakstenen muurtje onder ezelsrug. Aan de overige zijden wordt de siertuin afgesloten door een beukenhaag. De oorspronkelijke aanleg uit 1954 bleef goed bewaard en wordt getypeerd door een smal terras aan de achtergevel van vierkante, geel -oranjekleurige keramische tegels en hardstenen boordstenen, door een cirkelvormig perk in de as van de voordeur met een monumentale zilverspar en ernaast een L-vormige grasperk met nog een appel-, kersen- en paardenkastanjeboom. De paden met rode mijnsplit zijn afgeboord door betonnen sierboorden met lobmotief. Tegen de achtergevel staat een imposante magnolia.
De aanpalende weide is aan de straatzijde en aan de noordzijde begrensd door een meersoortige haag van onder meer meidoorn, haagbeuk, sleedoorn, liguster, Spaanse aak en hazelaar, aangeplant in 1998. Enkel de glooiing in het terrein en één parkboom - een majestueuze treurbeuk - verwijzen nog naar de 19de-eeuwse landschappelijke parkaanleg van het herenboerenparkje. In 2016 had de beuk een stamomtrek van 296 cm. Op de weide werden oude hoogstammige fruitbomen aangeplant. Van de voormalige moestuin met fruitaanplant ten zuiden van het stalvolume resten nog enkele peren- en twee notenbomen.
In de noordwestelijke hoek van het voormalige herenboerenparkje werd in 1954 een Onze-Lieve-Vrouw van Banneuxkapel opgericht. De kapel staat op vier breukstenen treden en wordt omgeven door onder meer buxus, esdoorn, en twee lindebomen.
Auteurs: Verdurmen, Inge; Van der Veken, Bert
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Je kan deze tekst citeren als: Verdurmen I. & Van der Veken B. 2026: Gesloten hoeve en omgeving [online], https://id.erfgoed.net/teksten/452375 (geraadpleegd op ).
Gesloten hoeve van circa 1800. Omheiningsmuur gemarkeerd door een poortgebouw met mansardedak. Twee verdiepingen hoog boerenhuis (nok loodrecht op straat) voorzien van rechthoekige deur- en raamopeningen met vlakke omlijstingen van arduin. De aanhorigheden, stallen en schuur dateren uit dezelfde periode. Interessant en zeer homogeen ensemble.
Bron: GENICOT L.F., VAN AERSCHOT S., DE CROMBRUGGHE A., SANSEN H. & VANHOVE J. 1971: Inventaris van het cultuurbezit in Vlaanderen, Architectuur, Provincie Brabant, Arrondissement Leuven, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 1, Luik.
Auteurs: Genicot, Luc; Van Aerschot, Suzanne; de Crombrugghe, Anne; Sansen, Hadewych; Vanhove, Jacqueline
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Je kan deze tekst citeren als: Genicot L., Van Aerschot S., de Crombrugghe A., Sansen H. & Vanhove J. 1971: Gesloten hoeve [online], https://id.erfgoed.net/teksten/43459 (geraadpleegd op ).