erfgoedobject

Parochiekerk Sint-Amandus

bouwkundig element
ID: 44511   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/44511

Juridische gevolgen

Beschrijving

In de oosthoek van de Dries ingeplante georiënteerde kerk te midden van een ovaal voormalig kerkhof omgeven door een lage bakstenen muur en een hoog ijzeren hek aan gietijzeren zuilen vooraan.

In 1435 zou door Adrien van Marselaer, heer van Opdorp, een kapel opgericht zijn gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw. Deze kapel werd eind 16de of circa 1600 in laatgotische stijl heropgebouwd en is gekend door een voorstelling in Sanderus’ Flandria Illustrata (1641). Deze kapel was afhankelijk van de parochie Malderen (hertogdom Brabant). Een schenking in 1727 van Angelique Theresia van Marselaer, Vrouw van Opdorp, met de uitdrukkelijke bedoeling om de kapel om te vormen tot parochiekerk, lag aan de basis van de vergroting. Met de abdij van Affligem werd een overeenkomst gesloten in verband met de pastoor, de pastorie en een octrooiaanvraag voor de verbouwingen. Burggraaf d’Alvarado, erfgenaam van mevrouw de Marselaer, was geldschieter en verzocht bouwmeester Petrus Merckaert uit Brussel in 1730 plannen voor de kerk te ontwerpen, de uitvoering wordt toevertrouwd aan Franciscus Van Kerckhove uit Sint-Amands. Uit het bewaarde contract blijkt dat de kapel als koor bewaard blijft en enkel de voorgevel gesloopt wordt. Bewaarde kerkrekeningen geven een goed beeld van de gebruikte materialen en geleverde diensten. Eind 1732 was de nieuwe barokke eenbeukige kerk met westtoren en behouden laatgotisch koor grotendeels voltooid. In hetzelfde jaar wordt Opdorp ook als nieuwe parochie erkend. Inzegening van de kerk in 1734. In 1784 worden drie altaren van het afgeschafte klooster van de Willemieten van Aalst aangekocht en in de kerk geplaatst. Voor het monumentale hoofdaltaar worden drie vensters in het koor dichtgemetseld. Eind 18de eeuw zijn werken aan de sacristie uitgevoerd. In 1796 wordt een nieuw orgel door Van Pethegem geïnstalleerd.

Midden 19de eeuw wordt de kerk te klein voor de gemeenschap. In 1873 wordt een eerste project voor uitbreiding van architect A. Van Assche na bespreking door de Koninklijke Commissie goedgekeurd. In 1874 volgt nog een nieuw project van architect Van Assche. In 1876 vraagt de kerkfabriek ook een ontwerp voor een volledige nieuwe kerk aan architect E. de Perre-Montigny. Ook dit plan wordt goedgekeurd maar uiteindelijk niet uitgevoerd. Een nieuw voorstel van architect Van Assche in 1880 waarbij het schip in dezelfde stijl verlengd wordt en de voorgevel en toren gereconstrueerd wordt krijgt uiteindelijk in 1883 de goedkeuring van alle instanties. In 1885 zijn de werken voltooid. Ze werden uitgevoerd door aannemer Ed. Stordeur uit Zottegem. In 1925 worden glasramen in het schip aangebracht, sommige zijn gesigneerd "Grossé, Brugge". Tussen 1989 en 1993 is het exterieur gerestaureerd onder leiding van de architecten H. Deleu en K. Delagey. In 2002-2003 kwam het interieur en het meubilair aan de beurt.

De plattegrond toont een eenbeukig schip van zeven traveeën met ingebouwde vierkante westtoren, een smaller koor van twee traveeën met driezijdige sluiting en iets uitspringende sacristie en berging in de oksels.

Barok schip en toren opgetrokken uit bak- en zandsteen en laatgotisch koor uit kalkzandsteen, onder leien zadeldaken en klokdak met peervormige bekroning en ijzeren kruis en vergulde weerhaan op de toren. In 1883 gereconstrueerde barokke westgevel met klokgevel onder driehoekig fronton en voluutvormige vleugelstukken rustend op kolossale zandstenen hoekpilasters en bekronende siervazen. Centraal portaal met rondboogpoort in geprofileerde zandstenen omlijsting op imposten, met sluitsteen gevat in een rechthoekige omlijsting met verdiepte pilasters en bekronend hoofdgestel en gebogen fronton. Erboven getoogd, omlijst venster met oren, waterlijst en jaartal 'anno 1732' in vergulde letters; bekronende omlijste oculus. Boven het fronton uitstekende vierkante toren met twee geledingen, gescheiden door een geprofileerde lijst en begrensd door zandstenen hoekkettingen en pilasters bij de bovenste klokkenkamer met getoogde omlijste galmgaten en uurwerk in de voor- en achterzijde.

Zijgevels geritmeerd door versneden zandstenen steunberen met drie, in 1883 toegevoegde westelijke traveeën en vier originele 18de-eeuwse traveeën met getoogde omlijste vensters met waterlijst; eerste travee met getoogde deur en hoger geplaatst venster. In het oosten aansluitend laatgotisch koor geritmeerd door versneden steunberen en spitsboogvensters onder omlopende waterlijst; twee vensters met tweeledige tracering en glas-in-loodramen, drie vensters van de koorsluiting thans gedicht. Middenvenster voorheen voorzien van een calvarie onder leien afdak en steunend op een vagevuur in kunstrustiek. Door de slechte toestand na de restauratie enkel kruisbeeld teruggeplaatst, het vagevuur werd niet meer gereconstrueerd. Tussen koor en schip aangebouwde bakstenen bijgebouwen, aan de zuidzijde met sacristie met deur en sporen van verschillende bouwfasen.

Interieur. Thans crèmekleurig geschilderd schip met in de westelijke travee ingebouwde vrijstaande gereconstrueerde torenbasis met twee niveaus op vierkante plattegrond, opgetrokken uit zandsteen met rondboogdoorgangen op imposten, met sluitsteen in de vorm van een hoofdje. Overwelving met zandstenen kruisribgewelf met rond klokkengat. Bovenverdiepingen, doksaal en onderdakruimte bereikbaar via een open houten wenteltrap links van de toren. Doksaal met drie balusterborstweringen en orgel in de toren. Schip overwelfd met een gepleisterd tongewelf, per travee ingedeeld door decoratieve gordelbogen opgevangen door geprofileerde muurkroonlijsten rustend op barokke stucconsoles en verbonden door ijzeren trekstangen. Verlichting door getoogde omlijste vensters met glas-in-loodramen.

Smaller koor van twee traveeën overwelfd met een tongewelf met cassetten met geprofileerde ribben en gepleisterde rechthoekige vlakken met fijne stucprofielen. Omlopende kroonlijst op consoles. Koorsluiting met centraal in stucwerk uitgevoerd wapenschild van burggraaf d’Alvarado, heer van Opdorp. Vloer in zwart en witte marmer.

Mobilair

Schilderijen: Tenhemelopneming van Maria, altaarstuk van het hoofdaltaar, doek, 18de eeuw, door J. De Looze; Laatste avondmaal, Vlaamse school, doek, eind 17de eeuw; Aanbidding der Wijzen, Vlaamse school, doek, eind 17de eeuw; Christus aan het kruis, doek, 18de eeuw.

Beeldhouwwerk: buste van de Heilige Anna en de Heilige Joachim op identieke sokkels, witgeschilderd hout, 18de eeuw (?), Piëta, onder preekstoel, gepolychromeerd plaaster, 19de eeuw; Kruisbeeld van vroegere calvarie achter het koor, thans opgehangen in koor, hout, 18de of 19de eeuw; Sint-Amandus, gepolychromeerd houten beeld op zijaltaar, 18de eeuw (?); neogotische gepolychromeerde plaasteren beelden van de Heilige Theresia, Heilige Antonius, Heilige Rochus en Heilige Joseph, op sokkel met banderol.

Meubilair: Hoofdaltaar, portiekaltaar van circa 1730 in zwart, wit en bruin marmer, geschilderd en gedeeltelijk verguld hout, met tronende God de vader in hoogreliëf in wolken en stralenkrans met engelenkopjes; attiek met beeld van Onze-Lieve-Vrouw en twee engelen; in portiek, altaarstuk met Tenhemelopneming van Maria en flankerende beelden van Heilige Eligius en Heilige Barbara. Tabernakel bekroond met kruis en Lam van de Apocalyps, tussen engeltjes; altaartafel met Mariamonogram. Noordelijk zijaltaar van Onze-Lieve-Vrouw, portiekaltaar, 18de eeuw, zwart en grijs marmer, altaartafel in gemarmerd hout, met gestoffeerd Onze-Lieve-Vrouwebeeld met kindje Jezus. Zuidelijk zijaltaar, portiekaltaar van Heilige Amandus met beeld van de heilige in nis, 18de eeuw, zwart en grijs marmer, altaartafel in gemarmerd hout. Communiebank, thans twee panelen hergebruikt voor het altaar, gesculpteerde eik, eerste helft 18de eeuw; preekstoel met dubbele trap, trapstijlen met hermebeelden, kuip met wapenschild van Jan d'Alvarado, eik, deels verguld, begin 18de eeuw; twee biechtstoelen met hermebeelden, eik, 1736, rechter biechtstoel onderaan gesigneerd A. Sleex. Orgel, oorspronkelijk door Van Pethegem (1796), in 1852 vervangen door Anneessens, verbouwd door L. Daem in 1924. Twee glasramen in het koor met Heilige Barbara en Onbevlekte Ontvangenis, Heilige Joseph en Heilige Amandus, door Jan Famey, Sint-Amands, 1835. Twaalf glasramen in schip door L. Grossé, Brugge, van 1925 met medaillons met bustes en opschriften van de schenkers; Kruisweg, geschilderd in houten omlijsting, niet gesigneerd of gedateerd.

  • Pastorie Opdorp, archief.
  • Rijksarchief Gent, Kerkarchief Opdorp, bundel 2.
  • Rijksuniversiteit Gent, Architecturale plans, gemeente Opdorp, parochiekerk van Sint-Amands, 1880, architect August Van Assche.
  • DELEU H.& DELAGEY K., Historische nota bij het restauratiedossier, Gent, 1988.
  • SERVAES P., Opdorp bouwt, Heemkring Ter Palen, Jaarboek 1981.
  • VERSCHRAEGEN H., Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen, Provincie Oost-Vlaanderen, Kanton Dendermonde, Brussel, 1982, p. 19-22.

Bron     : Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Oost-Vlaanderen, Gemeenten: Berlare, Buggenhout, Lebbeke, Waasmunster, Hamme en Zele,Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 20N, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Bogaert, Chris
Datum  : 2000


Relaties

  • Is deel van
    Dries
    Dries (Buggenhout)

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Parochiekerk Sint-Amandus [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/44511 (Geraadpleegd op 19-07-2019)