Burgerhuis en maalderij Van den Bossche

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Buggenhout
Deelgemeente Opdorp
Straat Houtenmolenstraat
Locatie Houtenmolenstraat 14, Buggenhout (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Buggenhout (adrescontroles: 24-04-2008 - 24-04-2008).
  • Inventarisatie Buggenhout (geografische inventarisatie: 01-06-2000 - 31-10-2000).

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Burgerhuis en maalderij Van den Bossche met tuin

Deze bescherming is geldig sinds 02-12-2002.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Burgerhuis, bij de maalderij Van den Bossche

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

Beknopte karakterisering

Beschrijving

De woning en de bijhorende voormalige maalderij Van den Bossche zijn beschermd als monument bij MB van 02.12.2002. De straat, die van de Dries richting Malderen loopt, wordt thans genoemd naar de houten korenwindmolen die zeker sinds begin 19de eeuw op de plaats van het huidige nummer 14 stond. De vroegere naam 'Ruyenbergstraatje' verwijst naar de zogenaamde Ruyenberg ' of cirkelvormige verhevenheid links van de straat waar zeker eind 18de ' eeuw (zie de Ferrariskaart, 1771-1778) nog een windmolen stond die bij windstil weer aangedreven werd door paarden. De nieuwe houten windmolen was volgens een afpaling van 1819 eigendom van de heer Westerlinck van Bornhem. Deze molen wordt afgebroken in 1867 door de latere eigenaars de familie Reyntjes. G. De Pauw-Reyntjes zal volgens gegevens van het kadasterarchief in 1887 een stoommaalderij bouwen op dezelfde plaats. Hiervoor had hij in 1886 bij de gemeente een aanvraag voor plaatsing van een stoommachine ingediend. In 1896 wordt de maalderij eigendom van Karel Van den Bossche, kozijn van brouwer Van den Bossche; hij wordt ook eigenaar van de olieslagerij, de zogenaamde Fabriek in de Lijneveldstraat. Hij zal in hetzelfde jaar rechts van het maalderijgebouw het nog bestaande woonhuis laten optrekken. De maalderij werd hier stopgezet in 1909 en overgebracht naar Sint-Amands, daar gekend als de Scheldemolens. Het woonhuis werd rond dezelfde periode aanzienlijk vergroot achteraan en het interieur kreeg een rijkelijk aankleding.

De woning is een mooi voorbeeld van statisch neoclassicistisch burgerhuis uit het einde van de 19de eeuw. Het telt vier traveeën en twee bouwlagen onder een leien zadeldak vooraan en een schilddak met ijzeren vorstkam en windwijzer boven de latere uitbreiding achteraan. De oorspronkelijk bepleisterde en witgeschilderde straatgevel op een gecementeerde plint is thans gedeeltelijk gedecapeerd. De verankerde bakstenen lijstgevel wordt gemarkeerd door een behouden gepleisterd en geblokt deurrisaliet in de tweede travee vooraf gegaan door een vernieuwde arduinen trap van vijf treden. Ook de rechthoekige vensters op arduinen dorpels behielden hun gepleisterde geprofileerde omlijstingen, op de bovenverdieping verrijkt met een sluitsteen met guirlande en doorgetrokken dorpels. De rechthoekige toegangsdeur met bovenlicht is gevat in een geprofileerde arduinen omlijsting op neuten. Erboven bleef een deel van de kordonlijst en de gedecoreerde spiegel op de borstwering behouden. Rechts van de deur is nog de oorspronkelijke sierlijk uitgewerkte schoenenschraper aanwezig. Het aflijnend gepleisterd hoofdgestel bestaat uit een geprofileerde architraaf, fries met spiegels en een houten kroon- en tandlijst.
De gedeeltelijk zichtbare zijgevels zijn beraapt. De recentere, begin 20ste-eeuwse achtergevel is opgetrokken uit baksteen met knipvoegen en voorzien van rechthoekige vensters onder I-lateien met rozetjes. De boogvelden erboven zijn versierd met gecementeerde panelen met dierenfiguren. Het witgeschilderd houtwerk met kleine roedeverdeling met gekleurd glas in de bovenlichten bleef grotendeels bewaard. Enkel in de linker benedentraveeën werd een groter deurvenster gestoken. De omlopende overstekende houten kroonlijst is gestut door sierlijke modillons met dropmotief.

Het voormalige maalderijgebouw, ingeplant aan de straat links van het woonhuis, is een langgestrekt bakstenen gebouw van zes traveeën onder een pannen zadeldak en werd samen met het woonhuis ontpleisterd. De muuropeningen werden, volgens nog aantoonbare sporen in het metselwerk op verschillende plaatsen aangepast. Thans zijn er twee poorten en twee beluikte vensters en een halfrond venstertje rechts van de centrale oorspronkelijke poort.

Het interieur van het woonhuis werd rijkelijk aangekleed en getuigt van de welstand van de lokale burgerij aan het einde van de 19de en het begin van de 20ste eeuw. De plattegrond is asymmetrisch met een doorlopende gang met trap in de tweede travee en drie aansluitende salons rechts. De twee kamers vooraan behoren tot het oorspronkelijke huis, het salon en de grote woonkeuken achteraan werden circa 1910 toegevoegd. De salons vooraan kregen een fraaie neo-Lodewijk XV- en neo-Lodewijk XVI-decoratie met stucplafonds met omlopende lijsten met vergulde beschildering, gelijkaardig beschilderde deuren en lambriseringen met ingewerkte panelen met rood zijdebehang. De zwart- en roze- marmeren schouw is bekroond met een spiegel in een speelse neorococo-omlijsting. Een vierledige deur met fraai geëtst glas scheidt de voorkamer van de middenkamer met roze-, bruin- en goud- geschilderd stucplafond met centraal motief en originele luchter. De rood- en zwartmarmeren schouw behield een ingebouwd kacheltje met fraaie ijzeren afsluiting. Een rijker uitgewerkt, voornamelijk in bruintinten geschilderd stucplafond siert de achterste kamer met eveneens een rood- en zwartmarmeren schouw. De salons vooraan kregen een fraaie neo-Lodewijk XV- en neo-Lodewijk XVI-decoratie met stucplafonds met omlopende lijsten met vergulde beschildering, gelijkaardig beschilderde deuren en lambriseringen met ingewerkte panelen met rood zijdebehang. De zwart- en roze- marmeren schouw is bekroond met een spiegel in een speelse neorococo-omlijsting. Een vierledige deur met fraai geëtst glas scheidt de voorkamer van de middenkamer met roze-, bruin- en goud- geschilderd stucplafond met centraal motief en originele luchter. De rood- en zwartmarmeren schouw behield een ingebouwd kacheltje met fraaie ijzeren afsluiting. Een rijker uitgewerkt, voornamelijk in bruintinten geschilderd stucplafond siert de achterste kamer met eveneens een rood- en zwartmarmeren schouw. Vermeldenswaardig is verder de grote woonkeuken links achteraan met kamerhoge betegeling van witte faiencetegels met voornamelijk rode en groene gestileerde art-nouveaumotieven en een omlopende rankenfries met rozen. Het plafond met stucfriezen heeft een fijn uitgewerkte centrale decoratie met griffioenen en maskerkopjes en de originele luchter. De groen- en zwartmarmeren schouw behield hier ook de fraaie geajoureerde ijzeren afsluitingen. De keuken en bijkeuken behielden bovendien ook de decoratieve tegelvloeren.

  • SERVAES P., Erfgoed, Heemkring Ter Palen, Buggenhout 1998, nummer 64.

Bron: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Oost-Vlaanderen, Gemeenten: Berlare, Buggenhout, Lebbeke, Waasmunster, Hamme en Zele,Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 20N, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Bogaert, Chris

Datum tekst: 2000

Aanvullende informatie

De beboomde achtertuin met de locatie van de vroegere houten korenwindmolen behoort tot het ensemble.

  • Beschermingsbesluit 3977, 2 december 2002.

Foubert, Annemie (01-04-2015 )

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Houtenmolenstraat

Houtenmolenstraat (Buggenhout)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.