Hof Ter Cruysse

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Alternatieve naam Goed ter Kruisen, Hof Ter Kruisen
Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Kaprijke
Deelgemeente Kaprijke
Straat Vaartstraat_02
Locatie Vaartstraat_02 49, Kaprijke (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Kaprijke (adrescontroles: 15-01-2008 - 15-05-2008).
  • Inventarisatie Kaprijke (geografische inventarisatie: 01-08-2000 - 31-05-2001).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Goed Ter Kruisen

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is beschermd als monument Hof Ter Cruysse

Deze bescherming is geldig sinds 19-04-1955.

Beschrijving

Beschermd als monument bij KB van 19.04.1955. Gelegen ten zuidoosten van de dorpskern. Het dubbel omgrachte "goed Ter Kruisen", bestaande uit een opper- en neerhof, was een allodiaal goed. De oudst gekende eigenaar, in de 16de eeuw, was Reynier de Sallaert. Na het overlijden van zijn zoon Jan de Sallaert, kwam het goed door het huwelijk van zijn dochter met Jacob de Bavière, griffier van de raad van Vlaanderen, in handen de familie de Bavière. In het eerste kwart van de 17de eeuw grotendeels heropgebouwd door Arnout Hauweel na vernielingen tijdens de godsdiensttroebelen. Vanaf 1635 in eigendom van de familie Ysebrant. In 1751 verkocht aan de adellijke familie Maelcamp, thans nog in eigendom van baron Maelcamp d’Opstaele.

Kasteeltje gelegen op meervoudig omwalde motte, opklimmend tot de eerste helft van de 16de eeuw. Het kasteel wordt afgebeeld op de kaart van P. Pourbus van 1561 en in het werk van A. Sanderus, Chorographia Sacra Brabantiae van 1659-1660. Rechter vleugel vermoedelijk in de 17de eeuw met een verdieping verhoogd. In het eerste kwart van de 18de eeuw aangepast met een nieuw dakvolume en toevoeging van vierkante traptoren. Ingrijpend gerestaureerd in de jaren 1960 en 1970 door architect Paul Gavel (Gent). Reeds van in de 19de eeuw in gebruik als hoeve. Oorspronkelijk drievoudige omgrachting met respectievelijk neerhof, opperhof en boomgaard. Een ophaalbrug verbond het neerhof met het opperhof. De gracht tussen neerhof en opperhof is thans gedicht. Ten westen, aan de straat, oude toegangspoort aan de walgracht, geeft toegang tot het vroegere neerhof. Restant van de oorspronkelijke rondboogvormige portiek, geflankeerd door pilasters en bekroond door een driehoekig fronton. Gerestaureerd in 2006 door VIOE-modelrestauraties. Van het omwalde neerhof zijn nu nog enkel de restanten bewaard van een boerenwoning, gelegen ten noorden van het erf.

Het omwalde opperhof met "kasteeltje" is opgetrokken uit bak- en zandsteen, vermoedelijk in kern uit de 16de eeuw, met uitbreiding in 17de eeuw. Het huidige voorkomen is voornamelijk het resultaat van de grondige en ingrijpende herstellingswerken en aanpassingswerken in de jaren 1960 en 1970. Voor de restauratie in het derde kwart van de 20ste eeuw, witgekalkt. Onderkelderd kasteeltje van twee bouwlagen, bestaande uit twee volumes, een diephuis met naar het westen gerichte voorgevel, een trapgevel van twee traveeën, en een breedhuis met een lijstgevel van vier traveeën. Trapgevel, op een ruitvormige gevelsteen met wapenschild gedateerd 1628. Zandstenen kruiskozijnen, op de gelijkvloerse verdieping afgesloten met groen-witte luiken. Rondboogvormige deur in vierde travee, gevat in hardstenen geblokte omlijsting met bekronende waterlijst. De linkerzijgevel is volledig blind. De rechter zijgevel, een lijstgevel, telt twee traveeën met een bouwnaad tussen de twee traveeën. Ter hoogte van de eerste travee zijn sporen van een zijpuntgevel met muurvlechtingen. Tegen de achtergevel werd bij de restauratie in het derde kwart van de 20ste eeuw een haaks aanbouwsel toegevoegd van twee bouwlagen in een gelijkaardige stijl als het hoofdgebouw. Aan de achtergevel ingebouwde vierkante bakstenen traptoren onder puntdak, met zandstenen kruiskozijnen, voorzien van ruitvormige gevelsteen met wapenschilden van J. Ysebrant en A. van den Eechaute, eigenaars sinds 1710, en vier zandstenen kruismotieven er rond. De achtergevel van het diephuis aan de noordkant is afgewerkt met een puntgevel.

Interieur. Het huis is volledig onderkelderd. De kamers bewaren de samengestelde eiken balklagen. Op de benedenverdieping zijn de kamers voorzien van rode tegelvloeren; op de bovenverdieping met plankenvloeren. Centrale hal met vier deuren en één venster links naast de deur. Drie van de korfboogvormige deuren zijn gevat in een geprofileerde zandstenen omlijsting. Twee deuren tegenover de voordeur geven toegang tot de traptoren en tot een kleine hal. Links bevindt zich de "beste kamer" en rechts de eetkamer. In de traptoren houten trap naar de kelder onder de woonkamer en naar de bovenverdieping. De kleine hal ernaast, die toegang geeft tot de keuken en de bij de restauratie volledig vernieuwde achterkeuken, is voorzien van een stucplafond met kruisgewelf.

De "beste" kamer is een ruime kamer, over de volledige diepte van het gebouw, met tegen de noordelijke wand een renaissanceschouw. De achterzijde van de stookplaats is betegeld. Volgens archieffoto’s waren de wanden van kamer verfraaid met sjablonenbeschilderingen met diverse florale motieven in panelen en met een omlopende randbeschildering. Rechts van de hal bevindt zich de grote eetkamer. De schouwmantel met geprofileerde houten bordenlijst wordt gedragen door schouwwangen in de vorm van getorste Ionische halfzuilen van zwart geaderde marmer. De achterzijde van de stookplaats was voorheen betegeld. Via een deur naast de schouw verbonden met de keuken. De keuken is voorzien van een laatgotische schouw rug aan rug met de schouw van de eetkamer, eveneens met betegelde stookplaats. In een klein aanbouwsel tegen de achtergevel zijn een toilet en een keldertrap ondergebracht. Tegen de oostelijke achtergevel werd later nog een keuken bijgebouwd.

  • BUYCK. R., Kaprijke. Van middeleeuwse stad tot hedendaags agrarisch dorp (1240-2000), Lembeke, 2002, p. 121-125.
  • DHANENS E., Ter Kruisen, Kaprijke, in Appeltjes van het Meetjesland, Jaarboek nr. 3, 1952, p. 9-23.
  • DHANENS E., Inventaris van het kunstpatrimonium van Oostvlaanderen, kanton Kaprijke, in Cultureel Jaarboek voor de provincie Oostvlaanderen, Gent, 1956, p. 44-46.
  • SANDERUS A., Verheerlijkt Vlaanderen, 1735, I, p. 229.

Bron: -

Auteurs: Lanclus, Kathleen

Datum tekst: 2001

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Kaprijke

Kaprijke (Kaprijke)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.