Abdijhoeve met toegangspoort en duiventoren

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Oudenburg
Deelgemeente Oudenburg
Straat Marktstraat
Locatie Marktstraat 1, Oudenburg (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Oudenburg (adrescontroles: 22-02-2008 - 22-02-2008).
  • Inventarisatie Oudenburg (geografische inventarisatie: 01-01-2001 - 31-12-2001).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Abdijhoeve met toegangspoort en duiventoren

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is deel van de bescherming als monument Abdijhoeve Sint-Pieters met abtswoning

Deze bescherming is geldig sinds 14-11-1975.

Beschrijving

Abdijhoeve met toegangspoort en duiventoren. Beschermd als monument bij K.B. van 14 november 1975.

Resterende fragmenten van de verdwenen St.-Pietersabdij, een uitgebreid complex gelegen op de hoek van de Abdijlaan (zuid) en de Marktstraat/Stationsstraat (west). Thans vrij losse verzameling van gebouwen uit 15de, 17de, 18de en 20ste eeuw. Voorkomen en configuratie van de abdij af te leiden van onder meer kaart van Sanderus (1641) : van zuid naar noord de Sint-Pieterskerk, het huidig stadspark oorspronkelijk bebouwd met kloostergebouwen met het toenmalige abtskwartier haaks op Marktstraat en de abdijhoeve met toegangspoort, woning, karhuis en duiventoren. Bloeiperiode van de abdij voornamelijk gedurende de late middeleeuwen, parallel met de opgang van de stad Oudenburg, met scriptorium van regionaal belang. Samen met andere abdijen vanaf tweede kwart 12de eeuw grote impact op de definitieve inpoldering en ontginning van de kustvlakte. De abdij neemt in 1136 de nieuwe gronden te Westende in bezit en verkrijgt in 1173 van de graaf van Vlaanderen alle gronden tussen IJzer, de zee en de duinen te Westende en het gehucht Terstreep. Kent echter niet de ontwikkelingen zoals onder meer de abdij Ter Duinen (Koksijde); vanaf tweede helft 15de eeuw neergang tot 18de eeuw, met temporele opflakkeringen.

Benediktijnerabdij circa 1084 gesticht door Arnoldus van Tiegem, bisschop van Soisson (overleden op 1087). Materiële basis gelegd met de officiële stichtingsoorkonde van 1090 waarin Cono I, heer van Eine, Oudenburg en Vladslo en leenman van graaf Robrecht de Fries, de rechten over de Sint-Pieterskerk via Radbod, bisschop van Doornik, aan de abdij schenkt. In navolging van de schenking toegewijd aan Sint-Pieter en apostelen, vanaf 1121 door reliekenverering in groeiende mate aan haar stichter Sint-Arnoldus, vandaar ook vaak Sint-Arnoldusabdij genoemd. Rond 1119-1129 schenken Cono II en Walter van Eine, Oudenburg en Vladslo eveneens het patronaatschap over de Oudenburgse Onze-Lieve-Vrouwparochie. De abdijkerk wordt de in 1054-1070 (wijding) opgetrokken stenen Sint-Pieterskerk, die teruggaat op een houten kerkje uit de 11de eeuw, gelegen ten zuiden van de huidige 18de-eeuwse prelatuur. Zie archeologisch onderzoek (1957) eertijds oost-west-georiënteerde driebeukige Romaanse kerk met vieringtoren - wellicht vanaf 12de eeuw achtkantig klokkenhuis ter vervanging van houten bovendelen- , niet-uitspringend transept en vlak gesloten koor. Fundamenten opgetrokken in Doornikse kalksteen gerecupereerd uit de restanten van het Romeinse castellum (zie resten van roze of schelprijke witte mortel); Doornikse steen aangewend voor muren en zuilen, Boulognesteen voor kapitelen. 1259: wijding van een dormitorium. 1421: grondige verbouwing van het klooster. 1455: inwijding van een nieuwe gotische koorpartij voor de Sint-Pieterskerk. Omwille van oorlogsperikelen verlaten de monniken in tweede helft 15de eeuw tijdelijk de abdij waardoor geleidelijk verval. Gedurende 16de eeuw herstel van abtskwartier en andere aanhorigheden. De monniken worden in 1578 echter door calvinisten naar het refugehuis van de Sint-Andriesabdij te Brugge verdreven en gedwongen kloostergoederen te verkopen; in 1579 grondige verwoesting van de abdij door hervormingsgezinden. Op de puinen van de abdij bouwt het Spaanse gezag ca. 1584-1585 een versterking als onderdeel van de fortengordel langs de Ieperleet (Plassendale, Oudenburg, Snaaskerke, Gistel,... ) om het hinterland en de scheepvaart te beschermen tegen het opstandige Oostende. Na verwoestende aanval van Oostendenaren op Oudenburg in 1590, herstel van vesting met zwaardere wallen en bastions in 1591. Met de uitbouw van een vooruitgeschoven verdedigingslinie in 1599 verloor de versterking van Oudenburg aan belang. Tussen 1600-1630 heropleving van de abdij dankzij afbraak van de versterking, volledig verlaten door militairen in 1610. Ingrijpende wederopbouw onder het abbatiaat van Jan Bourier en Maximiliaan d'Enghien met bouw of herstel van de hoeve. In 1671 bouw van de huidige toegangspoort (cf. opschrift). De abdij herstelt zich langzaam, maar verliest gedurende de tweede helft van de 17de en de eerste helft van de 18de eeuw haar roem door toenemende schuldenlast, incompetent beheer en onder druk van de oorlogsomstandigheden. Kortstondige heropleving vanaf 1740 onder abt Maureloy met algeheel herstel en bouw van huidig abtsgebouw in 1756 (zie jaartalankers in de voorgevel); herstel en uitbreiding van de hoeve onder abt Pierre Coudelier (1773-1788). In 1797-1798, tijdens Franse Revolutie, opheffing en verkoop van abdij. Het hele complex inclusief de kerk wordt afgebroken met uitzondering van het abtskwartier en de hoeve met poort en duiventoren. Eind 19de- begin 20ste eeuw brandt de langsschuur aan de Marktstraat af, ze wordt in 1901 (zie gevelsteen in noordgevel) meer centraal op het erf heropgebouwd; de ruimte die aan de straatzijde vrijkomt wordt verkaveld en bebouwd met arbeiderswoningen. In 1934 krijgt de abdij van Steenbrugge de opvolgingsrechten van de Sint-Pietersabdij. Schietgaten in de duiventoren afkomstig van de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Abdijhoeve tot 1987 landbouwuitbating; stallingen, woonhuis en kleinere stallingen respectievelijk als taverne, restaurant en keuken ingericht in 1988. Aan de achterzijde haaks op de hoevewoning aanbouw van een hotel in 1989 en sauna- en zwemaccomodatie in 1997.

Abdijhoeve met toegangspoort, stallingen, woonhuis, wagenhuis, duiventoren en schuur. Bakstenen korfboogpoort uit 1671 (volgens opschrift) met rondbogige beeldnis en bekroond met kantelen; aan binnenhofzijde gestut door versneden steunberen. Witgekalkt met zichtbaar gelaten poort- en beeldnisomlijsting. Links aanrazering met stallingen, rechts uitlopend op een met identieke kantelen bekroond muurtje naar aangrenzende bebouwing.

Stallingen, woonhuis en kleinere berging achter elkaar gerangschikt onder overkragende pannen zadeldaken (nok loodrecht op straat); witgekalkt. Stalling van één bouwlaag met aan voor- en achterzijde steekboogvormige staldeuren en kleine stalvensters, uiterst rechts rechthoekig beluikt venster behorende tot het boerenhuis; vier dakkapellen met piramidevormige bekroning. Woonhuis van twee bouwlagen. Westzijde met rechthoekige beluikte vensters, T-ramen met tweeledig bovenlicht; licht steekboogvormige deur met tweeledig bovenlicht; vierkante vensters op eerste verdieping. Oostzijde met op gelijkvloerse verdieping vierkante beluikte vensters met diefijzers, T-ramen; rechthoekige deuropening. In achtergevel witstenen bas-reliëf waarop wapenschild van abt Jan-Maximiliaan d'Enghien. Interieur met oude haard en balkenroostering.

Ten oosten aanpalende berging onder zadeldak met rechts aandak, rechthoekig venster en steekboogvormige poortomlijsting; aanpalend schuin geplaatste kleine wagenschuur. Tussen kleine wagenschuur en duiventoren grotere wagenschuur onder zadeldak (nok parallel aan de straat).

Vierkante duiventoren vermoedelijk uit de 15de eeuw van drie bouwlagen onder geknikt en sterk overkragend tentdak (kunststofbekleding) op modillons. Verankerde baksteenbouw met blinde oost- en zuidgevel; westgevel met segmentboogdeur op gelijkvloerse en eerste verdieping (van buitenaf met ladder te bereiken), excentrische aanvliegopening in bovenste geleding, sporen van twee centraal gelegen rondboogopeningen met tussenpijlertje. Noordgevel eveneens met aanvliegopening; west- en noordgevel gewit. Elk gevelvlak aan weerszijden met zeer eenvoudig uitgewerkte pilasters; openingen in westgevel geaccentueerd door licht in- en uitspringende velden. Jongere aanbouw onder zadeldak tegen oostgevel.

  • DE KEYSER A., De Sint-Pietersabdij in Oudenburg. Een ongekende plattegrond van einde XVIe eeuw, in Rond de Poldertorens, XXV, 2, p. 79- 88.
  • DEVLIEGHER L., Oudheidkundig onderzoek van de Sint-Pieterskerk te Oudenburg, in Archaeologia Belgica 43, Overdruk uit: Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis van Brugge, deel XVC, 1958, p. 137- 162, Brussel, 1959.
  • HOSTE A., De geschiedenis van de Sint-Pietersabdij te Oudenburg, 1084- 1984, Oudenburg, 1984.
  • HUYGHEBAERT N., Abbaye de Saint-Pierre à Oudenburg, in Monasticon Belge III. Province de Flandre occidentale, Luik, 1960, p.49- 85.
  • Kerkschatten uit Oudenburg, tentoonstellingscatalogus, Oudenburg, 1988.
  • Sint-Arnoldus en de Sint-Pietersabdij te Oudenburg 1084- 1984, tentoonstellingscatalogus, Oudenburg, 1984.

Bron: Callaert G. & Hooft E. met medewerking van Struyf J. 2003: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Oudenburg, Deelgemeenten Ettelgem, Roksem, Westkerke, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL1, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Callaert, Gonda & Hooft, Elise

Datum tekst: 2003

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Marktstraat

Marktstraat (Oudenburg)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.