Parochiekerk Sint-Audomarus

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Oudenburg
Deelgemeente Westkerke
Straat Gistelsesteenweg
Locatie Gistelsesteenweg zonder nummer, Oudenburg (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Oudenburg (adrescontroles: 22-02-2008 - 22-02-2008).
  • Inventarisatie Oudenburg (geografische inventarisatie: 01-01-2001 - 31-12-2001).
  • Thematische inventarisatie 20ste-eeuwse kerken (geografische inventarisatie: 01-07-2008 - 31-12-2009).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Sint-Audomaruskerk

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

omvat de bescherming als monument Parochiekerk Sint-Audomarus: toren
gelegen te Gistelsesteenweg zonder nummer (Oudenburg)

Deze bescherming is geldig sinds 19-04-1937.

Beschrijving

Toren beschermd als momument bij K.B. van 19 april 1937. Parochiekerk van Westkerke. Georiënteerde hallenkerk met vroeggotische viering- of middentoren en neogotisch schip. Circa 1845 wordt het wandelpad voor de kerk vervangen door een gedeelte van de nieuwe Westkerksestraat, waardoor het portaal van de kerk nu uitgeeft op het drukke kruispunt van de centrale wegen door Westkerke (Gistelsesteenweg-Brugsesteenweg en Westkerksestraat-Eernegemsestraat). Op de plaats van het voormalige omliggend kerkhof: smalle plantsoenen en aan noordzijde parkeerplaatsen. Pastorij ligt op hetzelfde perceel, ten zuidwesten van de kerk.

Bidplaats is op die plaats in de 8ste of 9de eeuw ontstaan als nieuwe kerk ten westen van en gegroeid uit de moederparochie Roksem. Altaar behoorde eveneens toe aan de Sint-Bertijnsabdij van Sint-Omaars; vandaar de patroonheilige van de kerk. In de 13de eeuw wordt een nieuwe vroeggotische kerk gebouwd, waarvan de huidige toren het enige overblijvende deel is. Uitzicht van de rest van de vroeggotische constructie niet exact te achterhalen; onderging veel verbouwingen. Zware beschadigingen tijdens de 16de-eeuwse godsdiensttroebelen: herstellingen met de puinen van de circa 1566 volledig vernielde Sint-Michaëlskerk van Roksem. Vanaf dan fungeert de Westkerkse Sint-Audomaruskerk als bidplaats voor beide parochies; in 1665 tot één parochie gefuseerd. Tijdens 17de eeuw, aankoop van veel nieuw meubilair en vaatwerk. In 18de eeuw verdere herstellingen en verbouwingen met stenen van vervallen Roksemse kerk en opbrengsten van verkoop van gerecupereerd bouwmateriaal: bouw nieuw koor (1757-1758); aankoop van altaar, biechtstoel en koorbank (1759-1762); bouw nieuwe sacristie (1771-1772); glasramen, preekstoel, biechtstoel, nieuw plafond koor (1775-1776); nieuw tabernakel (1790-1791); monstrans (1790): doksaal (1793-1794).

Onder invloed van het katholieke reveil rijzen in de 19de eeuw plannen om de bestaande kerk uit te breiden. In 1845 wordt de eenbeukige kerk uitgebreid met twee zijbeuken en een ruim portaal. Uit 1876 dateert de naar het oorspronkelijke model veel te scherp uitgevoerde torenspits, vermoedelijk gebouwd naar een ontwerp van architect P.F. Buyck (?). Uiteindelijk in 1914 ontwerpt architect J.F. Carette (Kortrijk) een gloednieuwe neogotische Sint-Audomaruskerk, met behoud van de vroeggotische toren, uitgebreid met een flankerend traptorentje (bouw 1914-1915, aannemer L. Verhaeghe, Loppem). Bij K.B. van 19 april 1937 werd de toren als monument beschermd. 1949-1953: nieuw hekwerk rond kerk en pastorij ter vervanging van oudere afsluiting en kerkhofmuur. In 1962 wordt Roksem terug een zelfstandige parochie, onafhankelijk van Westkerke. Kerkhof rond kerk ruimt in 1992 plaats voor enkele kleinere plantsoenen en parking aan noordzijde; vier graven van gesneuvelden uit de Tweede Wereldoorlog bleven behouden. Een lastenboek voor de restauratie van de torenromp, de klokkenstoel en het neogotisch traptorentje werd opgesteld tussen 1988-1993; de restauratie zelf wordt in 1994 uitgevoerd (firma n.v. Desodt, Ieper). In het restauratiedossier wordt de torenspits, die in het bezit is van de kerkfabriek, niet opgenomen.

Vroeggotische bakstenen vieringtoren van drie bouwlagen (gelijkvloerse verdieping, eerste verdieping met klein tussenverdiep en klokkenhuis) aanleunend tegen de oostmuur van de zuidelijke zijbeuk; in zuidwesthoek geflankeerd door bakstenen cilindervormig traptorentje met spiltrap, kijkspleten, rondboogfries en kegelvormig dak (leien). Toren op vierkant grondplan dat in de bovenste geleding herleid wordt tot een onregelmatig, octogonale vorm; de daartoe versneden hoeken worden afgedekt met een halve piramide. Het geheel van de toren staat onder een scherpe achthoekige torenspits (natuurleien). Zuidmuur van onderste bouwlaag met twee versneden steunberen en spitsboogvenster. In de oostmuur spitsboogvenster onder de restanten van de triomfboog tussen toren en het verdwenen romaanse koor. Zuid- en noordmuur met kijkspleten op de eerste verdieping. De drie torengeledingen worden gemarkeerd door een platte muizetand- of bloktandfries tussen de eerste en tweede verdieping (enkel in zuidgevel) en door een rondboogfries en waterlijst tussen de tweede verdieping en het klokkenhuis; de kroonlijst met rondboogfries gedraagt zich als een zeer lage borstwering. In de acht torenzijden een gedrukte spitsboog, oculus in boogveld en twee galmgaten met rondboog gescheiden door een middenpijlertje; in de zuidelijke en noordelijke torenzijden slechts één galmgat; houten galmborden. Torenkruis en -haan niet oorspronkelijk.

Vooral in het interieur van de toren is een brede waaier van steensoorten aangewend, zowel veldsteen als verscheidene baksteenformaten; voor het exterieur blijft deze variatie beperkt tot hoofdzakelijk de bovenste torengeleding. Deze materiaalkeuze verwijst naar het veelvuldig aanwenden van recuperatiematerialen van de verdwenen St.-Michielskerk te Roksem. Gelijkvloerse verdieping toegankelijk via spitsbogige doorgangen vanuit zuidelijke zijbeuk en koor; ingericht als nevenkoor met altaar. Eerste verdieping met houten vloer van buitenaf te bereiken via neogotisch traptorentje met spiltrap; overgang van het vier- naar achtzijdig grondplan op de eerste verdieping door trapvormige trompen; houten trappen leiden via luik en tussenverdieping naar klokkenhuis.

De toren werd in 1913-1914 geïntegreerd in een nieuwe neogotische georiënteerde hallenkerk van drie beuken (naar lengte en hoogte gelijk) telkens onder zadeldak; rechthoekig koor in het verlengde van het schip. Tegen oostgevel van toren aanbouw van een laaggelegen sacristie onder zadeldak.

Baksteenbouw; natuursteen voor druiplijsten, voor kapitelen en basementen van de halfzuiltjes van alle spitsboogvensters, voor zuilen van de scheiboogarcades.

Westgevel met spitsboogportaal; schip en zijbeuken met spitsboogvenster; vier versneden steunberen, druiplijsten ter hoogte van de onderste steunbeerversnijdingen.

Zijbeuken met borstwering; tussen de zeven versneden steunberen gekoppelde spitsbogige vensters; oosttravee één spitsboogvenster; westtravee van zuidelijke zijbeuk met vooruitspringend portaal met spitsboog onder zadeldak; westtravee van noordelijke zijbeuk met vijfzijdige kapel met spitsboogvensters, borstwering en achtzijdige spits (zie toren); druiplijsten ter hoogte van de onderste steunbeerversnijdingen. Westgevels van zijbeuken met oculus.

De middenbeuk loopt uit op een rechthoekige koorruimte met drie spitsboogvensters in oostelijke gevel en oculus in zijgevels; op iedere zijde twee flankerende steunberen (zie boven).

Interieur neogotische kerk. De drie beuken met houten tongewelf. Interieur bepleisterd behalve bakstenen scheiboogarcades tussen zij- en middenbeuken rustend op natuurstenen zuilen met achtzijdig geprofileerd kapiteel en achtzijdig basement.

Mobilair. Schilderijen. "O.L.V. met Kind schenkt rozenkrans aan de H. Dominicus Guzman" en "Marteldood van H. Sebastianus", Vlaamse school, 18de eeuw, doek; "Bisschopswijding van de H. Audomarus", A. Wulffaert, 1830, doek. Beeldhouwwerk. "H. Sebastiaan", 17de eeuw, hout; "O.-L.-Vrouw met scepter en Kind met wereldbol", circa 1700, eik; "Pieta", 19de eeuw, geschilderd hout. Communiebank, 18de eeuw. Doksaal, 19de eeuw, eik. Koorzitmeubel, 18de eeuw, hout en rood fluweel. Orgel, tweede helft 18de eeuw, eik. Glasramen ingebracht bij wijding kerk in 1921, C. Annys-D'Hondt, Brugge.

  • Archief Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumentenzorg West-Vlaanderen, Monumenten en Landschappen, nr. 00491.
  • Kerkschatten uit Oudenburg, tentoonstellingscatalogus, Oudenburg, 1988.
  • Licht in de Middeleeuwen. 1250 jaar Roksem en de kerstening in westelijk Vlaanderen, tentoonstellingscatalogus, s.l., 1995, p. 74-75.
  • ROOSE-MEIER B.; VERSCHRAEGEN H., Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen, Provincie West-Vlaanderen, Kanton Oostende I, Brussel, 1977, p. 16.

Bron: Callaert G. & Hooft E. met medewerking van Struyf J. 2003: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Oudenburg, Deelgemeenten Ettelgem, Roksem, Westkerke, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL1, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Callaert, Gonda & Hooft, Elise

Datum tekst: 2003

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Gistelsesteenweg

Gistelsesteenweg (Oudenburg)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.