erfgoedobject

Katholieke onderwijsinstelling De Spijker

bouwkundig element
ID: 46445   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/46445

Juridische gevolgen

Beschrijving

Katholieke onderwijsinstelling, heden met kinderdagverblijf (nummer 81), bewaarschool (nummer 58), lagere en middelbare afdelingen (nummer 60), hotelschool (nummer 62) opgericht in 1832 door de ursulinen van Tildonk. J.M.C. Lambertz, Hoogstratenaar van geboorte en pastoor van Tildonk, gaf in 1817 het startsein voor de oprichting van de ursulinenkloosters en -scholen in onze streken.

De oude graanschuur of spijker van de heren van Hoogstraten, gelegen op Houterlé (ter hoogte van de Hees, zie Rijkevorsel), werd ten tijde van Antoon I de Lalaing gesloopt en in 1535-1537 door een nieuwe dichtbij het kasteel vervangen. Deze bestond uit een dubbele woonst met twee verdiepingen voor de graanopslag. In 1690 namen de minderbroeders, in weerwil van de plaatselijke clerus door gravin Maria Gabriëla de Lalaing aangetrokken om de heropbloei van de Latijnse school te bewerkstelligen, hun intrek in het spijker en vormden het om tot klooster. Op 3/3/1797 moesten de broeders hun klooster verlaten, zie de afschaffing der religieuze orden door de Franse Revolutie. Hun eigendom, bestaande uit een huis met zes benedenplaatsen, veertien bovenkamers, zolders en kelders, de vroegere brouwerij, een kerk, een vijver en twee beboomde hovingen werd openbaar verkocht, in 1828 aan de Sint-Catharinakerk geschonken en in 1829 door J.E. Cauwenbergh, pastoor van Hoogstraten, ter beschikking gesteld van de ursulinen, die er op 1/7/1832 een school openden.

Reeds in 1835 werd met de bouw van een nieuwe kapel gestart, waarvan de eerstesteenlegging op 12/6 en de inwijding door kardinaal Sterckx op 11/8/1839 plaatsvond. Op 23/8/1854 werd een stuk grond palend aan de Lindendreef aangekocht, en nog hetzelfde jaar werd een park met vijver aangelegd, vergroot in 1876 en 1897. Circa 1880 werd aan de straat een nieuw schoolgebouw opgetrokken, ongeveer gelijktijdig met de bewaarschool. Het bestaande hoofdgebouw werd in 1894 gerestaureerd, de voorgevel bepleisterd en van een nieuwe voordeur voorzien. In 1899 werd naast het klooster een nieuwe vleugel opgericht naar ontwerp van P.J. Taeymans. Het daaropvolgende jaar maakte zijn zoon J. Taeymans een ontwerp voor de gedeeltelijke vernieuwing van de voorgevel van het bestaande gesticht in dezelfde stijl als de nieuwe vleugel; de aanpassing van de overige vleugels dateert vermoedelijk uit dezelfde periode. In 1907 werden een speelzaal, turnzaal, studiezaal, klassen, een bidplaats, bezoekerskamers en een gang naast de kapel gebouwd, in 1912 de leerlingenrefter en in 1913 de Sint-Jozefkapel in het park (gesloopt); in 1914 werd voor de Engelse leerlingen een tennisveld aangelegd (vervangen door sportvelden); in 1918 werd ten behoeve van de landbouw- en huishoudschool de Sint-Jozefhoeve opgericht naar ontwerp van Willems, uitgebreid in 1931-1935 en 1946 en waarvan de stallen in 1958 werden omgevormd tot klassen; in 1967 werd in deze gebouwen de hotelschool geopend. In 1925 werd naar ontwerp van J. Huygh de kapel vergroot en een nieuwe keuken, studiezaal, theater en badzaal gerealiseerd. Huidige bewaarschool (nummer 58) naar ontwerp van J.F. Peeters van 1950-1951, met gekleurde glas-in-loodramen (voorstelling van sprookjes) door J. Tegenbos.

Een hevige brand teisterde op 6/3/1960 een groot deel van de oostelijk gelegen gebouwen zodat het oude patrimonium slechts gedeeltelijk bleef bewaard. Bovendien noodzaakte de gestadige groei van de instelling tot nieuwbouw; talrijke verbouwingen en uitbreidingen werden vanaf circa 1960 tot op heden onder leiding van J. Van Boxel uitgevoerd.

Door Gelmel-, Antoon de Lalaingstraat en Lindendreef omsloten complex met deels bewaard park met vijvertje en mooie houten duiventil van circa 1900.

Het oude, op de voormalige graanspijker geënte en in het vierde kwart van de 19de eeuw - eerste kwart van de 20ste eeuw aangepast en uitgebreid complex vertoont langgerekte, aan de Gelmelstraat palende vleugels van respectievelijk zes, zeven + twee en zes traveeën en drie bouwlagen, de eerste twee onder zadeldak (nok parallel aan de straat, leien) met dakkapellen, de laatste onder plat dak en een lagere aanbouw van acht en twee traveeën en één bouwlaag onder plat dak, verbindingsvleugels van zeven traveeën en drie (of vier) bouwlagen aan weerszijden van de binnentuin, een aan de voorbouw parallel gelegen vleugel (onder meer met kapel en refter) en ten slotte een grote, recent uitgebreide en gerenoveerde loodrecht gelegen vleugel aan de zuidwest-zijde (onder meer met feestzaal).

Bakstenen gebouwen, aan de straatzijde afgewerkt met een gevelfront in eclectische, neogotisch en neo-Vlaamsrenaissancistisch getinte stijl met rijkelijke toepassing van natuursteen. Lijstgevels op gecementeerde en beschilderde plint, geopend met verluchtings- (eerste en derde vleugel) en keldergaten (middelste vleugel). Horizontaal belijnende, beschilderde muurbanden en kordonvormende lekdrempels op de tweede verdieping, travee-indeling door middel van sierankers en omlijste verluchtingsroosters, gevelafsluiting met overhoekse muizentandlijst en houten kroonlijst op modillons. Combinatie van segment- en tudorboogvensters in beschilderde omlijsting met hoekblokken en arduinen lekdrempels, op eerste en tweede bouwlaag met blind boogveld ingevuld met kleurrijke metselmozaïeken (rood, wit, groen), op tweede en derde bouwlaag opgevat als een soort Brugse travee; op de begane grond met origineel houtwerk en ijzeren roeden. Risalietvormende inkompartij van twee traveeën, met trapgevel en kolossale erker op monumentale consoles. Tudorboogdeur in geprofileerde omlijsting met drie arduinen treden, middenkalf op consoles en driedelig bovenlicht met witgeschilderd Onze-Lieve-Vrouwebeeld in het midden; houten deur met fraai ijzeren beslag. Gelijkaardige deur in lagere uitbouw. Getrapte zijpuntgevels.

Onversierde achtergevels met segmentbogige muuropeningen. Zuidwest-gevel aan binnentuin met 18de-eeuwse deuromlijsting (zie steenmerk in rechter stijl), afkomstig van de voorgevel: geprofileerde arduinen spiegelbooglijst met neuten, middenkalf, rocaille-ornamenten en bekronend wapenschild van het vorstenhuis Salm-Salm; in een nis daarboven, witgeschilderd beeld van Sint-Jozef met kind.

Interieur: centrale vleugel aan de straat met ruime hal en trapzaal in eclectische stijl, gescheiden door een neorenaissancistisch getinte, houten rondboogarcade met ronde zuilen voorzien van hoge sokkel met wortelmotief, composiet kapiteel, gesculpteerde eier- en kraallijsten, sleutel en bas-reliëfs met vruchtenslingers; houten plafond met samengestelde balklaag op met leeuwenkop en acanthusblad bewerkte consoles, vloer met cementtegels, eikenhouten bordestrap met slanke spijlen, art-nouveaugetint glas-in-loodraam aan tuinzijde. Aansluitende noordoost gelegen vertrekken met moerbalken van buitenmuur tot buitenmuur met later ingebrachte gang aan de straat; bepleisterde en beschilderde plafonds met (tot de 18de eeuw opklimmend ?) lijstwerk, gang met cementtegelvloer.

Zuidwestelijke vleugels met aan binnentuin palende speelzaal en trappenhal in eclectische stijl met mooie cementtegelvoer, bewaarde vestiairekasten van pitchpine, rondboogarcade met Toscaanse zuilen op hoge sokkel, Ionisch kapiteel, medaillons en vruchtenslingers in de zwikken, houten bordestrap met ranke spijlen en lambrisering van faience (groen, wit, geel). Recent glas-in-loodraam gesigneerd Camille in de trapzaal. In het verlengde van laatstgenoemde gelegen vernieuwde feestzaal; de korfbogige toneelmond op buikige marmeren zuiltjes met composiet kapiteel werd naar alle waarschijnlijkheid ontworpen door J. Huygh.

Tot 1835-1839 opklimmende kapel met eenbeukig schip van vier traveeën met licht gebogen koorsluiting, reeds in 1844 voorzien van een doksaal; huidig in 1925 naar ontwerp van J. Huygh ge(of ver?)bouwd doksaal van twee traveeën. Eenvoudige baksteenbouw onder zadeldak (leien); opengewerkt klokkentorentje onder helmspits ter hoogte van het koor. Rond- en segmentboogvensters. Aansluitende galerijen, aan noordoostelijke zijde eertijds van glas en opklimmend tot circa 1907, naar analogie met de Zuidwest gelegen galerij na de Tweede Wereldoorlog heropgebouwd; bewaarde zwarte en witte marmeren tegelvloer, lambrisering van witte en groene faience en deels beglaasde pitchpinedeuren. Zuidwestelijke galerij en portaal, toegevoegd en/of ingericht circa 1925 naar ontwerp van J. Huygh, met kenmerkende granitovloeren en lambrisering van groen, beige en zwart gekleurde, gemarmerde glasplaten.

Interieur van de kapel: bepleisterde en beschilderde muren geritmeerd door eenvoudige pilasters en vensteromlijstingen. Later ingebracht plafond. De koorafsluiting met zijaltaren van 1927-1930 door J. Huygh, werd in 1965 terug verwijderd. Bewaarde segmentboogarcade op Ionische zuilen met neorococo-getinte bas-reliëfs van Heilige Petrus en Heilige Paulus in de zwikken onder vroeger doksaal, eveneens naar ontwerp van J. Huygh.

Mobilair: (neo)barok portiekaltaar van marmer en gemarmerd hout met schilderij op doek, de "Verschijning van de Heer aan de H. Gertrudis" door (J.?) Van Zuyle(n?). Flankerende, omlijste rondboognissen met beelden van Heilige Augustinus en Heilige Angela. In nis links van koor, gipsen beeldengroep van Piëta met engelen. Verguld koperen luchters en godslamp, van circa 1910. Glas-in-loodramen van 1909.

Achter de kapel, aangepaste refter met oorspronkelijke parketvloer en pitchpinedeuren.

Vrijstaand oostelijk gelegen gebouw, zogenaamd St.-Jozefhoeve, aanvankelijk landbouw- en huishoudschool, sedert 1967 hotelschool. U-vormig complex in neotraditionele stijl met linker- en middenvleugel opklimmend tot 1918, rechter vleugel tot 1931-1935, samen veertien traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (nok parallel aan en loodrecht op de straat, leien) en plat dak. Combinatie van bakstenen lijst- en trapgevels op gecementeerde plint. Horizontaal belijnende, gecementeerde muurbanden. Spitsbogige muuropeningen in gecementeerde omlijsting met hoekblokken en blind boogveld; in een aantal boogvelden bleven de groene faiencemozaïeken bewaard.

Vrijstaand westelijk gelegen gebouw van vijf traveeën en één bouwlaag onder zadeldak (nok loodrecht op de straat, leien), eertijds bewaarschool, van circa 1880. Bakstenen lijst- en puntgevels met segment- en rondbogige muuropeningen.

  • Architectuurarchief Vlaanderen, Fonds J. Huygh, Kalk van koorafsluiting met zijaltaren, mei 1927.
  • Gemeente-archief Hoogstraten, machtiging verleend door het College van Burgemeester en Schepenen 5/2/1899, 5/5/1900; machtiging verleend door het Ministerie van Openbare Werken 21/7/1931, 28/10/1935.
  • Kadaster Antwerpen, Mutatieregisters Hoogstraten, schetsen 1851/8, 1880/6, 1901/3, 1909/7, 1913/8, 1919/2, 1925/32, 1926/11.
  • Provinciaal Archief Antwerpen, Schoolgebouwen, Hoogstraten centrum, doss. 29.
  • S.N., Pensionnat des ursulines Hoogstraten 1832-1932. Mémorial.
  • VAN DEN BOSSCHE A., Het Spijker te Hoogstraten, Hoogstraten, 1977.

Bron     : De Sadeleer S. & Plomteux G. 2002: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Antwerpen, Arrondissement Turnhout, Kanton Hoogstraten,  Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 16N4, Brussel - Turnhout.
Auteurs :  Plomteux, Greet
Datum  : 2002


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Katholieke onderwijsinstelling De Spijker [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/46445 (Geraadpleegd op 06-12-2019)