is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Domein Hof Le Paige
Deze vaststelling is geldig sinds
is aangeduid als beschermd stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Omgeving van het Hof Le Paige
Deze bescherming is geldig sinds
omvat de aanduiding als beschermd monument Kasteel Hof Le Paige: landhuis
Deze bescherming is geldig sinds
omvat de aanduiding als beschermd monument Kasteel Hof Le Paige: park
Deze bescherming is geldig sinds
is deel van de aanduiding als beschermd stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Sint-Elisabethgasthuis, Kleine Nete, woningen met tuinen en stadsomwalling
Deze bescherming is geldig sinds
is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Domein en Hof Le Paige
Deze vaststelling was geldig van tot
Hof Le Paige is een landhuis uit 1892 gebouwd in neo-Vlaamserenaissance-stijl. Het landhuis wordt omgeven door een park dat omstreeks 1820-1830 werd aangelegd door Henri Le Paige en eind 19de eeuw heraangelegd.
Le Paige werd opgericht op gronden die horen tot de teruggedrongen tweede stadsomwalling. Hier werd eind 16de eeuw een nieuwe versterking met vooruitspringende aarden bastions en schansen en bijhorende gracht aangelegd. De huidige vijver en heuvel in het park getuigen nog van deze periode. Vanaf 1775 komen deze gronden in handen van de familie Le Paige die er 200 jaar eigenaar van blijft. In 1806 plant Josse Le Paige hier dertig eiken aan als gedenkteken voor de geboorte van zijn eerstgeborene. In de periode 1820-1830 laat Henri Le Paige, burgemeester van Herentals (1836-1848), bij zijn landhuis een park aanleggen onder meer met plantgoed geschonken door missionarissen.
Het goed dat in een akte van 1890 voor de eerste maal als "lusthof" werd omschreven, was op dat moment in handen van Henri Le Paige. Hij liet in 1892 een nieuw landhuis oprichten met een bouwtoelating van 1891 voor het oprichten van een buitenverblijf. De bouwaanvraag zelf bleef niet bewaard, maar vermoedelijk was Pieter Jozef Taeymans de architect. Taeymans was reeds werkzaam als ontwerper voor andere woningen van de familie en in de voorgevel werd de inscriptie “TUIMANS ARCHI” teruggevonden. Uit een oude foto blijkt dat de aanbouw aan de zuidgevel, de fumoir en de serre aan de noordzijde latere aanpassingen zijn.
Terzelfdertijd werd het domein uitgebreid met een koetshuis en stallingen aan de overzijde van de Nederrij. Het park werd in 1890 uitgebreid door aankoop en grondruil met de staat en de spoorwegen. Daarnaast werd het park ook deels heraangelegd met een verkleining van de vijver, plaatsing van een tuinbrug en heel wat nieuwe, bijzondere aanplantingen.
Door testamentaire beschikkingen van mevrouw Hubert Le Paige kwam het goed in 1976 in handen van de kerkfabriek van de Onze-Lieve-Vrouweparochie om dienst te doen als kerkgebouw. Architecturaal bleek dit echter niet realiseerbaar. Om de wilsbeschikking van weduwe Lepaige te realiseren is in de tuin een openluchtkerk met altaar en zitbanken ingericht in 2005. Een samenwerking van de vzw Ter Vesten, de kerkfabriek en het stadsbestuur heeft ervoor gezorgd dat het kasteel grondig gerestaureerd werd naar ontwerp van Herman Adriaensens en G. Van Gorp in 1997-1999 en het sinds 2000 een socio-culturele functie heeft. Sinds de jaren 1980 is het park opengesteld als arboretum en park.
Hof Le Paige is een alleenstaand landhuis in neo-Vlaamserenaissance-stijl van 1892 (gedateerd door een gevelsteen) bestaande uit lijst- en puntgevels van drie + vijf traveeën en twee bouwlagen + souterrain onder een leien schilddak met sierlijke schouwen. De verankerde baksteenbouw is voorzien van decoratief en constructief gebruik van natuursteen voor banden, boogvelden, omlijstingen, kordons, balusters, steigergaten, pilasters, wortel- en diamantkopmotieven. Het gebruik van arduin is voorbehouden voor plint, puilijst, zuidelijk portiek en bordes. De gevels bevatten rechthoekige vensters met tussendorpels en steekboogvormige keldervensters.
De westelijke straatgevel heeft een uitgewerkt, centraal, drie traveeën breed risaliet met verhoogde halsgevel onder een bekronend, gebogen en gebroken fronton. Het bordes met steektrap en balustrade geeft toegang tot de verhoogde begane grond met rondboogvormige deurvensters onder een gebogen waterlijst op imposten en de bel-etage met balkon op gegroefde consoles uitlopend in wortelmotieven, rechthoekige balkonvensters onder decoratieve rondboogvelden. De topgevel bevat pilasters, diamantkopmotieven, siermetselwerk in rondboogveld en een gevelsteen "ANNO 1892".
De noordgevel wordt geaccentueerd door een uitspringende vierkante toren onder een opengewerkte leien spits. De noordoostelijke hoek met later aangebracht fumoir en serre met gekoppelde rechthoekige vensters onder klassiek hoofdgestel heeft een bekronende bovenverdieping van hout met gekoppelde rondboogvormige tweelichten. De zuidgevel heeft een vierkant uitspringend aanbouwsel met portiek op hardstenen zuilen, korf- en rondbogen met hardstenen geriemde omlijsting en diamantkoppen als sluitstenen. Verder is er een arduinen steektrap rechts en een polygonale traptoren onder leien spits in de linker oksel aanwezig en wordt de bovenverdieping gemarkeerd door driekwartzuiltjes en drielicht.
Het rijkelijk interieur is voorzien van schouwen, friezen, schilderingen en stucwerk in diverse stijlen zoals neoclassicisme, neorenaissance en art nouveau. De neoclassicistische gang met gecanneleerde zuilen onder een composietkapiteel op de begane grond wordt aangevuld met verdiepte pilasters met diamantkoppen op de bovenverdieping, een plint van marmer en een trap met ijzeren leuning. De serre bevat consoles in de vorm van mensenhoofden.
Het botanisch waardevol park behoort tot het oudste deel van het domein, in oorsprong aangelegd omstreeks 1820-1830. De vrij gesloten, kleinschalige lusttuin in landschappelijke stijl werd vermoedelijk heraangelegd omstreeks 1892 samen met de bouw van het landhuis. De typische 19de-eeuwse parkarchitectuur is nog bewaard gebleven.
Op de voormalige schans staat een tuinpaviljoen opgericht in de eerste helft van de 19de eeuw en het oudste gebouw in het park (confer de inscripties "EMILE LE PAIGE 1836" en "JEANETTE LE PAIGE 1846"). Paviljoen van baksteen en knoestige stammen van knoteiken in pittoreske stijl met bewaarde decoratieve muurschilderingen. Onder het paviljoen ligt een ijskelder die toegankelijk is via een vierkant luik in de vloer in het paviljoen. Vermoedelijk gaat het om een relatief kleine ijskelder zonder opgetrokken metselwerk.
De U-vormige vijver, oorspronkelijk onderdeel van de stadsomwalling, was aangetakt op de vesten en Kleine Nete voor watertoe- en afvoer. Vandaag wordt het waterpeil bepaalt door de stand van het grondwater. Over de vijver ligt een tuinbrug met smeedijzeren leuning die vermoedelijk uit de periode 1892 dateert. De smeedijzeren leuningen met monogram “LP” in het midden zijn aan de uiteinden voorzien van ronde motieven in de vorm van wielen met centrale leeuwenkop.
De oorspronkelijke padenstructuur bleef in het park goed bewaard. De paden in aangestampte aarde werden heraangelegd in dolomiet. Rondom het landhuis zijn de paden aangepast. Langs de Nederrij wordt het park afgesloten door een smeedijzeren hek tussen stenen hekpijlers, die een stilistisch geheel vormen met het kasteel. Het hek is het werk van de plaatselijke ijzergieterij A. Van Aerschot.
In het landhuis en park vinden regelmatig tentoonstellingen en exposities plaats. In de voortuin staat een bronzen vrouwenbeeld van de Belgische beeldhouwer Rik Poot.
Van de oorspronkelijk dertig in 1806 aangeplante eiken zijn er heden nog zestien bewaard. Verschillende bomen zijn mogelijk restanten van de botanische verzameling uit 1830 (Libanonceder, atlasceder, moerascipres, tulpenboom, suikeresdoorn, linde,...). In het park zijn groepen van dezelfde soort aangeplant, vaak op kruisingen van paden zoals een groep tulpenbomen aan de kruising van de rondgang en het pad richting de vijver, de verzameling naaldbomen rond de openluchtkerk en een groep grove dennen langs de noordelijke parkrand. Een in een cirkel aangeplante groep bruine beuken staat ter hoogte van het voormalig eilandje in de vijver. De aanplantingen in de randen van het park bestaan voornamelijk uit jongere in groepen aangeplante lindes, dennen en platanen.
De struikenmassieven, vaak aangeplant langs paden of kruispunten van paden, bestaan uit taxus, hulst, laurier, magnolia, hazelaar en rododendron. In de kruidlaag bloeien sneeuwklokjes, maartse viooltjes, voorjaarshelmbloem, vroege sterhyacint, breedbladig klokje, boerenkrokus, narcis en donkere ooievaarsbek.
Auteurs: Steyaert, Rita; Michiels, Marijke
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)