Parochiekerk Sint-Salvator

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Lebbeke
Deelgemeente Wieze
Straat Wiezeplein
Locatie Wiezeplein zonder nummer, Lebbeke (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Lebbeke (adrescontroles: 25-04-2008 - 28-04-2008).
  • Inventarisatie Lebbeke (geografische inventarisatie: 01-09-2000 - 31-07-2001).
Links

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Parochiekerk Sint-Salvator

Deze bescherming is geldig sinds 28-12-1936.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Parochiekerk Sint-Salvator

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is deel van de bescherming als stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Dorpskom Wieze

Deze bescherming is geldig sinds 17-12-2012.

Beschrijving

Laatgotische kerk ingeplant te midden van het dorpsplein. Voorheen omgeven door een ovaal ommuurd kerkhof dat verdween in 1865; de kerkhofmuur werd gesloopt in 1872 en aanvankelijk vervangen door een ijzeren buisleuning tussen hardstenen paaltjes en vierkante pijlers met bolornament (nu verdwenen). Het vroegere kerkhof maakt nu deel uit van het omringende, gekasseide kerkplein.

Over het ontstaan van de parochie en de bouwgeschiedenis van de kerk is nog maar weinig wetenschappelijk onderzoek verricht. De naam van de patroonheilige, de Heilige Salvator, wijst volgens J. De Brouwer in ieder geval op een zeer hoge ouderdom, opklimmend tot het begin van de kerstening in de 6de-7de eeuw en is uniek in het Land van Aast. De vermelding van de kerk van de Heilige Zaligmaker in de Vita Gudulae of levensbeschrijving van de Heilige Gudula (° 644, † 712) waar de heilige dagelijks kwam bidden op twee mijl van haar woning, het kasteel van Hamme-Herdersem, zou mogelijk verwijzen naar de kerk van Wieze. Een eerste duidelijk bewijs van het bestaan van de kerk vinden we in een document van 1105 waarin bisschop Odo van Kamerijk verschillende kerken, waaronder ook die van Wieze, overdraagt aan de pas opgerichte abdij van Affligem die hierdoor het patronaatsrecht verwierf en een deel van de tiende. Oorspronkelijk was het vermoedelijk een domeinkerkje opgericht door de lokale heer.

Het huidige kerkgebouw, volledig opgetrokken uit Ledische zandsteen in gotische stijl, dateert in kern ten vroegste uit de 14de-15de eeuw. Sporen van een voorloper in romaanse stijl zijn, bij gebrek aan een archeologisch of een grondig bouwhistorisch onderzoek, niet aan te wijzen. Rioleringswerken in de dorpskom in 2000 brachten enkele bouwfragmenten aan het licht die mogelijk kunnen wijzen op een andere locatie dichter bij de oude Denderweg.

Volgens de literatuur werd de kerk in 1578 vernield door de Geuzen en hersteld vanaf 1592. Het koor werd herbouwd in 1598, de toren en het Onze-Lieve-Vrouwekoor in 1601, het schip in 1602. In 1632 werd de toren herbouwd met financiële steun van de dorpsheer, de baljuw en de abdij van Affligem. In 1667 werd ze echter terug door brand vernield door de Fransen, hierbij zouden de kapitelen van de zuilen, versierd met de namen en wapenschilden van de heren van Wieze vernield zijn. De gebeitelde jaartallen bovenaan de zuilen "1360, 1415, 1435, 1525, 1562, 1623" zouden overeenstemmen met de sterfdata van de vroegere heren van Wieze.

Tussen 1672 en 1688 werd alles hersteld en de sacristie herbouwd. Volgens archiefdocumenten werd het houten gewelf van 1717 in 1772 vervangen door gemetselde gewelven en werden de venstertraceringen verwijderd. Uit de kerkrekeningen van de periode 1771-1792 blijkt ook dat de kerk toen rijkelijk gestoffeerd werd met onder meer nieuwe altaren, een nieuw orgel en doksaal. In de jaren 1840 hadden nieuwe herstellingswerken plaats en in 1847 werd een grafkapel voor de familie de Clerque-Wissocq bijgebouwd. Haar huidig uitzicht kreeg de kerk in de periode 1869-1872 door de restauratie- en vergrotingswerken onder leiding van de Gentse architect August Van Assche. Hij verlengde de kerk naar het westen met anderhalve travee, herstelde de vensters met nieuwe traceringen en verving de stenen gewelven opnieuw door houten gewelven, onder meer in functie van het nieuwe monumentale orgel. De vloer werd met twee treden verlaagd en de daken aangepast. In 1902 hadden nieuwe restauratiewerken plaats onder leiding van architect A. De Cock waarbij ook de gewelven van het transept vervangen werd door houten gewelven. De kenmerkende neogotische muurschilderingen met engelen, banderollen, sjablonenlijsten werden uitgevoerd door Remi Goethals (Gent) en in 1926 herschilderd door Victor Reynaert (Brugge), doch zijn thans overschilderd. Grondige restauratiewerken onder leiding van architect F. Weyers (Sint-Niklaas), uitgevoerd in de periode 1966-1970.

De huidige plattegrond van de kerk ontvouwt een driebeukig schip van vijf travee en uitspringende transepten van één travee met vierkante kruisingstoren en rechte sluiting, een koor van twee traveeën met driezijdige apsis; aansluitende stookplaats links en grafkapel rechts van het noordelijke transept. Zeszijdig traptorentje en sacristie in de zuidoostelijke oksel.

Volledig opgetrokken uit Ledische zandsteen met uitzondering van het traptorentje in bak- en zandsteen; de noordelijke stookplaats, oorspronkelijk opgetrokken uit baksteen, werd bij de laatste restauratiewerken ook herbouwd in zandsteen. Afdekkende leien zadel- en lessenaarsdaken, vierkante kruisingstoren met tentdak.

Neogotische westgevel met gemarkeerde hoge puntgevel met bekronend kruis en schouderstukken, begrensd door zware versneden steunberen en omlopende hoge plint. Korfboogportaal in geprofileerde omlijsting eindigend op laatgotische basis, onder korfboogvormige waterlijst met bekronende kruisbloem en omlopende rechthoekige waterlijst; groengeschilderde poort met makelaar. Erboven hoog spitsboogvenster met drieledige tracering. Zijtraveeën afgezet met versneden steunberen en doorbroken door tweeledige spitsboogvensters. Noord- en zuidgevel van vijf traveeën gescheiden door versneden steunberen en doorbroken door spitsboogvensters met tweeledige tracering onder waterlijst.

In de westelijke oksel van het noordelijke transept, aanleunende neoclassicistische grafkapel van 1847 van de burggraven de Clerque-Wissocq de Sousberghe. Rechthoekige bakstenen grafkapel op een vernieuwde zandstenen plint; breed hardstenen bordes met vier treden tegen de voorgevel. Stompe puntgevel afgewerkt met brede houten kroonlijst en begrensd door pilasters. Tegen de witgepleisterde achterwand van de hoge rondboognis: op rotsberg staand kruisbeeld (sinds 1984), voorheen met calvariegroep. De noordgevel van de kapel met rondboognis en twee ingemetselde arduinen grafstenen: van Joos Van Driessche (1694) - Joosyne Praet (1692) en van Cornelius Van den Bossche(1689) - Elisabeth Moens (1680), beide met voorstelling van brouwersattributen.

Transeptarmen afgewerkt met puntgevel op schouderstukken en bekronend kruis; gestut door versneden steunberen en verlicht door een groot spitsboogvenster met vierledige tracering. Vierkante kruisingstoren met omlopende waterlijsten; klokkenkamer met gekoppelde rondboogvormige galmgaten onder omlopende waterlijst; uurwerk onder de gootlijst aan de zuidzijde. Bekronend ijzeren kruis met weerhaan. Hoog koor van twee traveeën waaronder één blinde travee en driezijdige sluiting; gemarkeerd door versneden steunberen en verlicht door spitsboogvensters met drieledige tracering en figuratieve glas-in-loodramen. In de noordelijke kooroksel met transept een vernieuwde berging onder lessenaarsdak. Sacristie in de zuidelijke kooroksel enkel voorzien van een rechthoekig venster; boven het lessenaarsdak uitstekend zeszijdig traptorentje met speklagen en schietgat, onder leien torenspits.

Gepleisterd en thans witgeschilderd interieur van een pseudobasiliek met brede middenbeuk en smalle zijbeuken gescheiden door spitsboogarcaden op zuilen van zandsteenblokken op achtzijdige basis en voorzien van krulbladkapitelen met twee rijen vergulde bladfriezen. De vier oostelijke oude zuilen en de vier bundelpijler van de toren zijn voorzien van de hoger vermelde jaartallen. Schip, zijbeuken en transeptarmen met houten gewelven, kruising en koor met gepleisterde kruisribgewelven met geaccentueerde ribben en versierde sleutels in het koor. Zelfde kruisribgewelf in de sacristie. Zwart- en witmarmeren vloer met geometrisch patroon. Noordelijk transept met aan de westzijde een rondboogdoorgang naar de grafkapel, gevat in een arduinen omlijsting met imposten en sluitsteen, erboven wapenschilden van de families de Clerque-Wissocq en della Faille d’Assenede, en afgesloten door een ijzeren hek, nu ook een glazen deur. Koor met vijf figuratieve glasramen geschonken in 1875 door de familie de Clerque-Wissocq-Pieters en de parochianen; middelste raam naar ontwerp van J. De Waele (Brugge).

Mobilair. Schilderijen: "Verwoesting van Sodoma en Gomorra", olie op doek, 18de eeuw (?), "Taferelen uit het leven van Jezus", olie op doek, 18de eeuw (?); twee neogotische drieluiken met Heilig Hart van Jezus en Onze-Lieve-Vrouw van Eeuwig durende bijstand; 9 obiits.

Beeldhouwwerk: Heilig Hart Salvatorbeeld, in 1763 gesneden door A. Nutens (Sint-Amands); Calvariegroep, 17de eeuw, hout, gedecapeerd, afkomstig van de grafkapel van de familie de Clerque-Wissocq in de abdijkerk van Oosteeklo in Gent, van 1847 tot 1969 buiten in de nis van de graftombe van voornoemde familie; buste van de Christus Zaligmaker, waarschijnlijk door A. Nutens (Sint-Amands) op vergulde reliekhouder in de vorm van een sarcofaag met engeltjes; neogotische gepolychromeerde beelden van Onze-Lieve-Vrouw met Kind, Heilig Hart, Heilige Rochus; witte plaasteren beelden van onder meer Heilige Jozef, Heilige Antonius.

Meubilair. Hoofdaltaar: stenen altaartafel van 1776 met verguld tabernakel. Noordelijk zijaltaar, Onze-Lieve-Vrouwaltaar, neogotisch portiekaltaar, gesculpteerde eik, naar ontwerp van 1913 van J. De Visscher (Eeklo), in 1920 geschonken door V. Callebaut (confer inscriptie rechts); zuidelijk zijaltaar van Heilige Salvator, neogotisch portiekaltaar in gesculpteerde eik, in 1910 geschonken door kanunnik Cooreman (confer opschrift links “Ter gedachtenis van/ mijn zestigjarig/ Priesterschap 1850-1910/ kanunnik Cooreman”). Koorbanken: twee neogotische eikenhouten banken met wapenschilden van de schenkers, de Clerque-Wissocq Pieters, naar ontwerp van architect A. Van Assche van 1875. Communiebank in renaissancestijl, eik, jaartal 1717, mogelijk later toegevoegd, middenpanelen met Maria- en Christusmonogram tussen engelenhoofdjes en hoorns des overvloeds. Preekstoel: voetstuk en kuip door Peeters-Divoort (Turnhout) van 1862, beelden van de Goede herder, Geloof en Hoop onder de kuip, panelen op de kuip met de bergrede, Onze-Lieve-Heer Hemelvaart en Prediking van Jezus in de woestijn, barok klankbord met beeld van God de Vader en engeltjes, muurstuk mogelijk van 1723, gesculpteerde leuning van 1874 vermoedelijk door B. Van Rossem. Biechtstoelen: twee neogotische biechtstoelen door beeldhouwer Blanchaert (Maaltebrugge), 1878. Orgel door de firma Merklin-Schütze (Brussel), 1859, neogotische orgelkast, eik; doksaal en houten afsluiting van de bergplaatsen, van 1878 geschonken door de familie de Clerque-Wissocq afkomstig uit hun huis in Gent. Doopvont volledig in koper, 1779, door N. Van der Gucht (Aalst). Kruisweg van 1831, geschilderd op doek, herschilderd in 1858 door E. Beeckman (Dendermonde). Barok praalgraf in zwarte en witte marmer in zijkapel, van de burggraven de Clerque-Wissocq de Sousberghe, met witmarmeren ligbeeld van Philip de Jauche als ridder van de Sint-Jacobsorde, opgericht door Maria de Clerque (+1672), eerste vrouw van Ph. De Jauche, en haar broer Ignatius (zie Latijns opschrift); afkomstig uit de abdijkerk van Oosteeklo in Gent, opgeheven in 1847 en toen naar hier verplaatst.

  • Vlaams ministerie van Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed, Vlaams Instituut Onroerend Erfgoed, plannenarchief Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, Wieze, parochiekerk Sint-Salvator.
  • Vlaams ministerie van Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed, Agentschap Ruimtelijke Ordening Vlaanderen, Afdeling Oost-Vlaanderen, archief.
  • BOSMAN R. & HEYVAERT H. 1990: De geschiedenis van Wieze, Wieze, 297-316.
  • DAUWE J. 1979: Lebbeciana. Uit het verleden van Lebbeke - Wieze - Denderbelle, Lebbeke.
  • DE POTTER F. & BROECKAERT J. 1895: Geschiedenis van de gemeenten der provincie Oost-Vlaanderen, Reeks IV, Arrondissement Dendermonde, Deel 3, Gent.
  • DE BROUWER J. 1975: Bijdrage tot de Geschiedenis van de Kerkelijke Instellingen en het Godsdienstig Leven in het Land van Aalst tussen 1621 en 1796, II, Dendermonde, 392.
  • DE WOLF G. 1997-1999: De kerk van Wieze door de eeuwen heen, Salvator mededelingen VII.17 (1997), 18-23; VIII.19 (1998), 17-24; VIII.20 (1998), 3-9; IX.24 (1999), 20-34.
  • DE WOLF G. 2000: Heeft onze parochiekerk altijd op dezelfde plaats gestaan?, Salvator mededelingen X.26, 16-30.
  • HEYVAERT H. 1989: Graven, grafstenen en rouwborden in de kerk van Wieze, Wieze.
  • S.N. 1988: Uit het parochiepatrimonium van Wieze, Tentoonstellingscatalogus Oudheidkundige kring H.H. Salvator, Wieze.
  • VERBESSELT J. 1967: Het parochiewezen in Brabant tot het einde van de 13de eeuw, deel VII, Pittem, 231-259.
  • VERSCHRAEGEN H. 1982: Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen, Provincie Oost-Vlaanderen, Kanton Dendermonde, Brussel, 86-88.

Bron: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Oost-Vlaanderen, Gemeenten: Berlare, Buggenhout, Lebbeke, Waasmunster, Hamme en Zele,Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 20N, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Bogaert, Chris & Verbeeck, Mieke

Datum tekst: 2001

Relaties

maakt deel uit van Dorpskom Wieze

Sasbaan 2, 41, Schrovestraat 2, Wiezeplein 1-13, 2-28, Wiezeplein zonder nummer (Lebbeke)

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Wiezeplein

Wiezeplein (Lebbeke)

omvat Orgel kerk Sint-Salvator

Wieze (Lebbeke)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.