Herenhuis

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Eeklo
Deelgemeente Eeklo
Straat Molenstraat
Locatie Molenstraat 25, Eeklo (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Eeklo (adrescontroles: 05-06-2008 - 05-07-2008).
  • Inventarisatie Eeklo (geografische inventarisatie: 01-05-2001 - 31-05-2002).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Herenhuis

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

omvat de bescherming als monument Herenhuis: 18de-eeuws deel en aanhorigheid van 1911
gelegen te Molenstraat 25 (Eeklo)

Deze bescherming is geldig sinds 30-04-2004.

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Herenhuis bij het begin van de Molenstraat, beschermd als monument bij ministerieel besluit van 30.04.2004.

Historiek

Uit archiefdocumenten blijkt dat op deze locatie eind 18de eeuw verschillende dokters in de medicijnen gewoond hebben. In 1777 betrok dokter de Causmaecker er de woning van de overleden chirurgijn Bertijn. Na zijn overlijden in 1783 kocht dokter Bernardus Isacie, afkomstig uit Gent, de inmiddels vernieuwde woning (zie het jaartal 1780 op de voorgevel en initialen op een schouwmantel). Dokter Isacie verkocht het huis in 1793 aan de familie Van Doosselaere die er een paardenposterij in onderbracht. De postdienst was in 1784 van Aalter naar Eeklo overgebracht. Lieven Arnaut was de eerste postmeester met paardenposterij aan de huidige Stationsstraat. Karel en later zijn broer Lodewijk Van Doosselaere volgen in 1793 Arnaut op als paardenpostmeesters in het huis aan de Molenstraat. Hier stopten de postkoetsen om van paarden te wisselen. Oude plannen tonen nog de ruime, thans gesloopte paardenstallen achter de woning. In 1825 had Lodewijk Van Doosselaere vier inwonende postiljons in dienst. Tot het einde van de 19de eeuw bleef de familie Van Doosselaere eigenaar. In 1898 werd het huis eigendom van Pauline Cosyn, een religieuze te Eeklo die de achterliggende bouw liet slopen. In 1903 werd stadsarchitect, gemeenteraadslid en majoor van de Burgerwacht, Frans Van Wassenhove eigenaar van het pand. Hij liet vooral aan de achtergevel en achterbouwen werken uitvoeren evenals aan het interieur. In 1911 bouwde hij tegen de linkertuinmuur een vrijstaand bijgebouw met twee bouwlagen. Het blindvenster met paardenkop op de bovenverdieping verwijst nog naar de functie van het vroegere gebouw. Later nog werd de bovenverdieping boven de koetspoort aan de straatzijde voorzien van een bovenverdieping met erker.

Beschrijving

Dubbelhuis van vijf traveeën en twee bouwlagen onder zwart pannen zadeldak, links afgewerkt met een zijaandak. Aansluitende poorttravee met bovenverdieping onder plat dak. De sobere bepleisterde en witgeschilderde lijstgevel op een plint van arduinplaten wordt geritmeerd door eenvoudige rechthoekige omlijste vensters op arduinen dorpels, op de begane grond ondersteund door voluutconsooltjes en voorzien van geverniste houten persiennes. Geaccentueerde centrale deur in een arduinen omlijsting met diamantkop als sluitsteen en een kroonlijst op consooltjes. Links en rechts zijn fraai uitgewerkte voetenschrapers bewaard. De geverniste houten paneeldeur heeft een gebogen tussendorpel en bovenlicht met gesmeed ijzeren vulling met ingewerkte initialen F V W G, aangebracht begin 20ste eeuw door de toenmalige eigenaars, Van Wassenhove-Goethals. Vermoedelijk werd toen heel de deur in neorococostijl vernieuwd. Links van de deur hangt nog de originele ijzeren beltrekker. Op de bovenverdieping, middenvenster in spiegelboogvorm in een vlakke omlijsting met sluitsteen. Een ijzeren balkonhek is voor het later tot deurvenster verbouwde venster aangebracht. Een cartouche met jaartal 1780 siert de fries erboven. Later werden gelijkaardige spiegels in de fries boven de zijvensters aangebracht.

Het interieur van het originele laat-18de-eeuwse herenhuis met kenmerkende dubbelhuisplattegrond is van een hoogstaande kwaliteit en van een uitzonderlijke gaafheid. De aanbouwen en aanpassingen verraden een begin 20ste-eeuwse aanpak. De centrale gang met zwartmarmeren vloer met ingelegd witmarmeren ruitmotiefjes, de plint van blauwe en witte faiencetegels afgewerkt met een fries met waterleliemotief en groene eierlijst behield echter een 18de-eeuws stucplafond met fijn lijstwerk. De vier deuren naar de respectievelijke salons voor- en achteraan kregen vermoedelijk begin 20ste eeuw nieuwe paneeldeuren naar 18de-eeuws model, in de woonkamer links achteraan voorzien van vergulde beschilderingen.

Drie kamers op de gelijkvloerse verdieping en drie op de bovenverdieping bewaren nog de originele laat 18de-eeuwse schouwen en houten schoorsteenmantels en gestucte boezems met afgeschuinde kanten: links vooraan met aflijnende pilasters en centraal motief met muziekinstrumenten en boek; boven de deuren bleven beschilderde supraportes met puttifiguurtjes of guirlandes bewaard. In de rechtervoorkamer is de schoorsteenboezem voorzien van een aan een strik opgehangen korfmotief, de stookplaats is betegeld met witte en blauwe of paarse Nederlandse tegels met allerlei figuratieve decors en een plint van bruine gevlamde tegels. Middenin staat een gietijzeren haardplaat.

De kamer links achteraan bezit een monumentale schouw met schouwbekleding met vermoedelijk in het begin van de 20ste eeuw gerecupereerde oude Nederlandse tegels in wit en paars met figuratieve tegels, twee ruitertableaus die pendanten van elkaar vormen, elk met opschrift "Markus Curtius" gevat in ranken met slingerdecor met tulp en roosrand en twee boventegels van een ruitertableau met opschrift "prinses van oranie". Typisch zijn de tegelpilaren aan weerszijde van de stookplaats als imitatie van vroegere gebeeldhouwde kolommen, bestaande uit een sokkel, kolom waarrond bloemenranken met puttifiguurtjes slingeren en een voluutkapiteel. De overige tegels zijn versierd met waterlandschappen, molens of vogels in cirkel en voorzien van typische hoekmotieven met spin in blauw of paars.

De gestucte schoorsteenboezem is gedecoreerd met een medaillon met wapenschild, twee lelie- en leeuwmotieven voorstellend, opgehangen aan een strik met guirlande en banderol met spreuk: "Candore fortis" of "sterk door onschuld".

Op de bovenverdieping zijn de schoorsteenboezems versierd met medaillons en guirlandes, met puttifiguurtjes of doorboorde hartjes. In de linkervoorkamer is de houten schoorsteenmantel voorzien van een cartouche met initialen J D C, vermoedelijk van de bouwheer, dokter Bernardus Johannes De Causmaecker.

Bron: -

Auteurs: Bogaert, Chris & Lanclus, Kathleen

Datum tekst: 2002

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Molenstraat

Molenstraat (Eeklo)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.