erfgoedobject

Architectenwoning Edmond Leclef

bouwkundig element
ID: 4842   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/4842

Juridische gevolgen

Beschrijving

Historiek en context

Imposant burgerhuis in neo-Vlaamserenaissance-stijl op de hoek van Begijnenvest en Schermersstraat, voor eigen rekening gebouwd door de architect Edmond Leclef, naar een ontwerp uit 1883. Het was de tweede architectenwoning die hij op korte tijd bouwde, na een vandaag verdwenen pand in neoclassicistische stijl opgetrokken in 1872 naar aanleiding van zijn tweede huwelijk met Catherine Josephine Jacqmotte aan de Frankrijklei. Het gebouw beslaat de zuidwestelijke hoek van de Leopoldplaats, en fungeert zo als pendant voor de Nationale Bank van België op de zuidoostelijke hoek. In 1890 voegde Leclef een klein bijgebouw toe op de binnenplaats, dat zijn weduwe in 1904 liet slopen voor de bouw van een kantoorgebouwtje naar ontwerp van de architect Emile Van Nieuwerburgh (gesloopt). Het hotel was minstens sinds 1928 de hoofdzetel van Les Entreprises Ackermans & Van Haaren, die dat jaar door Ernest Stordiau het kantoorgebouwtje uit 1904 liet vergroten met een lage annex van twee traveeën zijde Begijnenvest (gesloopt). In 1936-1937 breidde deze architect het hotel uit met de huidige linker travee, waardoor het aansloot bij de annex uit 1928. Stordiau had al in 1913 een uitbreiding van het hotel ontworpen in opdracht van de toenmalige eigenaar Société Anonyme pour la Vente de Pétrole ci devant H. Rieth & Co, maar dat project werd opgeschort vanwege het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Integraal bewaard, maakt het hotel vandaag deel uit van het nieuwe kantoorgebouw Ackermans & van Haaren, door SVR-Architects uit 2005-2007, dat verder nog de gevels van twee neoclassicistische panden incorporeert zijde Schermersstraat. De voorloper van SVR-Architects, het Architektenburo Storme Van Ranst, was als sinds 1998 belast met het ontwerp van dit grootschalige nieuwbouwcomplex, dat meermaals werd bijgestuurd.

Het hotel is representatief voor het vroege zelfstandige oeuvre van Edmond Leclef, die de succesvolle praktijk van zijn in 1878 overleden vader Heliodore Leclef voortzette. Met statige herenhuizen voor de hogere burgerij, drukten vader en zoon Leclef tijdens de jaren 1870 hun stempel op de Leien. Vermoedelijk actief tot zijn overlijden in 1902, evolueerde de architectuur van Edmond Leclef van een door de Lodewijk XVI-stijl geïmpregneerd neoclassicisme, in de jaren 1880 naar een kleurrijk eclecticisme met invloeden van de neo-Vlaamserenaissance-stijl, te beginnen met een indrukwekkende groep van vier huidenpakhuizen in de Duboisstraat. Gelijk met de architectenwoning aan de Begijnenvest, kwam een geheel van twee meergezinswoningen tot stand aan de Plantinkaai, in opdracht van de broers Auguste en André Gaspard Nottebohm.

Architectuur

Het hoekgebouw met een totale gevelbreedte van oorspronkelijk tien en sinds 2005-2007 elf traveeën, omvat een souterrain en drie bouwlagen onder een mansardedak (leien). De lijstgevels hebben een verzorgd parement uit rood baksteenmetselwerk met knipvoegen, en overvloedig gebruik van witte natuursteen voor friezen, speklagen, balkons, balustraden, pilasters en vensteromlijstingen. Van blauwe hardsteen is gebruik gemaakt voor de bewerkte met schijnvoegen belijnde plint en de geprofileerde puilijst. Monumentaal van opzet, legt de compositie de klemtoon op de driekwartronde, torenvormige hoekpartij van drie traveeën, in de bovenbouw geaccentueerd door geblokte kolossale composiete hoekpilasters, met een doorlopend balkon en balustrade op consoles ter hoogte van de eerste verdieping. Een attiektamboer en een hoog oprijzende leien, kegelvormige peerspits met een krans afgesnuite dakkapellen, een open lantaarn en een smeedijzeren windwijzer, vormen de bekroning. De gevelflanken aan weerszij kregen een afwijkende ordonnantie, die zijde Schermersstraat aan een regelmatig schema beantwoordt, gemarkeerd door een twee traveeën breed middenrisaliet met een dakkapel als bekroning. In de flank zijde Begijnenvest, met het inkomportaal in de oorspronkelijke uiterste travee, tekent de traphal zich af door middel van de verspringende vloerniveaus. Deze laatste is in de bovenbouw uitgewerkt als een oplopende rechthoekige loggia, geaccentueerd door zware consoles, een balustrade, kolossale pilasters, tot tweelichten gebundelde vensters met een entablement op achtereenvolgens Ionische en composiete pilasters, en een gelijkaardige dakkapel als bekroning. Verder registers van rechthoekige deur- en vensteropeningen in een geriemde en geblokte omlijsting met hanenkam, onderdorpels op begane grond en tweede verdieping, entablementen of gebogen frontons en balustraden op de eerste verdieping. Een klassiek hoofdgestel met een zware, gekorniste kroonlijst op klossen vormt de gevelbeëindiging; brede, tweeledige dakkapellen uit bak- en natuursteenmetselwerk, met tweelicht, pilasters, topstukken en gebroken, gebogen fronton. Bewaarde houten inkomdeur, vensterschrijnwerk, smeedijzeren souterraintralies en parapetten.

De plattegrond is georganiseerd rond de cirkelvormige traphal, waarop de vestibule met trappenbordes aansluit, en die aan de binnenplaats wordt ontdubbeld wordt door een kleinere koker voor de diensttrap. De begane grond omvat het cirkelvormige salon in de rotonde, en een suite van twee vertrekken sluit zijde Schermersstraat. De bovenverdiepingen hebben een gelijkaardige plattegrond, met een extra vertrek boven de vestibule.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1883#341, 1890#339 en 1904#244, 1928#29168, 18#6566, 1913#4216, 86#980442, 86#249, 86#20810 en 545#41.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2017


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Architectenwoning Edmond Leclef [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/4842 (Geraadpleegd op 24-08-2019)