Lakenhal en stadhuis van Dendermonde

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Dendermonde
Deelgemeente Dendermonde
Straat Grote Markt
Locatie Grote Markt 1, Dendermonde (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Inventarisatie Dendermonde (geografische inventarisatie: 01-12-1999 - 31-12-2001).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Lakenhal en stadhuis van Dendermonde

Deze vaststelling is geldig sinds 20-09-2010.

is aangeduid als unesco werelderfgoed kernzone Stadhuis Dendermonde met belfort

Deze aanduiding is geldig sinds 04-12-1999.

is beschermd als monument Stadhuis Dendermonde met belfort

Deze bescherming is geldig sinds 06-01-1943.

is aangeduid als unesco werelderfgoed bufferzone Stadhuis Dendermonde met belfort: buffer

Deze aanduiding is geldig sinds 04-12-1999.

is deel van de bescherming als stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Grote Markt

Deze bescherming is geldig sinds 07-06-1996.

Beschrijving

Stadhuis met belfort en voormalige lakenhal, beschermd monument bij BSG van 06.01.1943, opgenomen in de afbakening van het stadsgezicht beschermd bij MB van 07.06.1996 en monument bij MB van 05.01.2004. In 1999 door Unesco ingeschreven op de Lijst van het Werelderfgoed samen met de 30 best bewaarde belforten in België. Gelegen aan de oever van de Dender en de oostzijde van de Grote Markt.

De oudste vermelding van de Lakenhal, op de plaats van het huidige Vleeshuis, dateert van 1293-1294. De toen nieuw gebouwde hal werd gebruikt door het ambacht van de lakenwevers en van de beenhouwers, op de begane grond was het Vleeshuis ondergebracht en op de bovenverdieping de lakenhal. In 1337 kregen de lakenwevers de toelating van de heer van Dendermonde, Ingelram Ossemont, heer van Amboise, Nesle en Dendermonde, om een nieuwe grotere lakenhal op te richten, aan de andere zijde van de Grote Markt. In 1350 waren de bouwwerken voltooid. Het rechthoekig gebouw van twee bouwlagen, bevatte een driebeukige hal en op de bovenverdieping het vergaderlokaal van de lakenwevers.

In 1377-78 werd naast de lakenhal een belfort gebouwd onder leiding van bouwmeester Michiel van Melbrouc (Vilvoorde), op de eerste verdieping werden de stedelijke charters en privileges bewaard in een brandvrije gewelfde archiefkamer.

In 1395-1405, na de inname en de plundering van de stad door de Gentenaars in 1380, werd de hal verbouwd en uitgebreid met een nieuwe vleugel achter en rechts naast het belfort. Op de gelijkvloerse verdieping verleende een brede poort toegang tot het wapenarsenaal en de stedelijke waag. Op de eerste verdieping werd een schepenkamer ingericht en in 1415-1416 ook voorzien van een schepenkapel, die in gebruik bleef tot 1544-45. In de 15de eeuw werd de benedenverdieping van de hal verdeeld in een "wollehuus" en een "coorenhuus". In het midden van de 16de eeuw werd het complex nog verbouwd. De torenspits van het belfort werd vernieuwd; vier nieuwe beelden werden in de nissen geplaatst. In 1551 werd het schepenhuis vergroot door de aankoop van de aanpalende herberg "Den Ooievaar", waarin op de verdieping later een "Prinsenkamer" werd ingericht. In 1597 werd de zijtrapgevel van de oorspronkelijke lakenhal vernieuwd in renaissancestijl en in de tweede helft van de 17de kreeg de noordvleugel twee barokgevels.

In het tweede kwart van de 19de eeuw richtte men langs de kant van de Vismarkt en de Dender een monumentale nieuwbouw op met bepleisterde lijstgevels in neoclassicistische stijl. Deze bouw bevatte de Handelsbeurs, het lokaal van het Leesgezelschap, een grote stadsfeestzaal, het stadsarchief en de stedelijke openbare bibliotheek. Na 1862 vond ook de stedelijke brandweer een onderkomen in het stadhuis.

Tussen 1864 en 1896 werden stadhuis en belfort grondig gerestaureerd naar de plannen van stadsarchitect Edouard Bouwens, en voorzien van nieuwe trapgevels, dakkapellen en vensteropeningen in de vorm van gedrukte spitsbogen. Bij de voltooiing van de werken werden de gevelnissen voorzien van beelden van historische figuren in Morleysteen.

Het stadhuis werd, op de buitenmuren na, vernield door brand tijdens de beschietingen van 17 september 1914. De spits van het belfort en de 40 klokken van de beiaard werden eveneens vernield. Vele kostbare schilderijen en het oude stadsarchief gingen verloren. Het stadhuis werd vanaf 1920 heropgebouwd onder leiding van stadsarchitect Alexis Sterck (Dendermonde), de 19de-eeuwse vleugels werden in 1924 vervangen door neogotische naar ontwerp van stadsarchitect Fernand de Ruddere (Dendermonde). Het interieur werd uitgevoerd in neogotische stijl met invloeden van Brugse en Brabantse gotiek.

Het stadhuis werd in 1983-1984 verlaten door de stedelijke administratie voor het Administratief Centrum in de Franz Courtensstraat. In de rechtervleugel werd de dienst toerisme en stadspromotie ondergebracht, en in de linker benedenvleugel de jeugddienst. Op de eerste verdieping van het stadhuis bevinden zich de Trouwzaal, de Schepenzaal, de Rookkamer, het Kabinet van de burgemeester, de Reynoutzaal en Raadzaal, de Ritsaertzaal en Jumelagezaal. De zijingang biedt toegang tot de Ros Beiaardzaal.

De plattegrond ontvouwt een vrijstaand, vierkant complex met vier vleugels geschikt rondom een smalle rechthoekige binnenplaats; de westelijke vleugel bevat de oude lakenhal, het belfort en stadhuis, in kern daterend uit de 14de eeuw; de andere vleugels werden in 1924 opgetrokken ter vervanging van de 19de-eeuwse vleugels.

De voormalige lakenhal en stadhuis vormen een rechthoekig geheel van twee bouwlagen hoog onder een zadeldak (leien), met twee rijen houten dakkapelletjes. De constructie van Ledische zandsteen is samengesteld uit de lakenhal links, het centrale belfort, en rechts het oude stadhuis. De voorgevel is naar het westen en de Grote Markt gericht en vormt in totaal een negen traveeën brede lijstgevel doorbroken door drie trapgevels. Horizontale verdeling door puilijst.

Het linker gedeelte, de oude lakenhal, telt vier traveeën, waarvan de twee middelste traveeën hoger opgetrokken zijn in een trapgevel, oorspronkelijk een in- en uitgezwenkte geveltop, vervangen tijdens de restauratiecampagne naar ontwerp van 1866. Ter hoogte van de puilijst zijn sierankers aangebracht. De muuropeningen op de begane grond zijn rondbogig, en vormden oorspronkelijk de poorten van de hal; de bovenverdieping is voorzien van kruisvensters. In de vensterpenanten zijn hoge nissen aangebracht met beelden onder baldakijn en op sokkel. In 1895 werden de huidige stenen beelden geplaatst. De beelden van Aloïs De Beule (Zele) stellen de heren en vrouwen van Dendermonde voor, namelijk Walter II en Mathilde I van Dendermonde, Robrecht I, Mathilde II en Robrecht II van Bethune, en boven Daniël van Dendermonde en kruisvaarder Walter I.

De noordelijke zijgevel is vijf traveeën breed. De eind 16de-eeuwse in- en uitgezwenkte geveltop in Vlaamse renaissance werd vervangen door een trapgevel in 1895. Centraal bevindt zich een groot korfboogportaal. De geveltop wordt geleed door waterlijsten. De muuropeningen zijn analoog aan die in de voorgevel. De getrapte geveltop is versierd met overhoekse pinakelaanzetten.

Het 14de-eeuwse belfort was oorspronkelijk een hoektoren van de lakenhal, door latere uitbreiding van het gebouw en herbestemming tot stadhuis, vormt het belfort thans het centrale deel van het complex. De vierkante natuurstenen romp van zes geledingen wordt bekroond door een open octogonale torenspits, die na de oorlogsschade van 1914 gereconstrueerd en gerestaureerd werd. De torenspits wordt geflankeerd door vier hoektorentjes. Twee gekoppelde rechthoekige smalle deuren met in het rondboogvormig bovenlicht gotische tracering, verlenen toegang tot het belfort. Centraal op de tweede geleding staat in een gotische nis het houten beeld van Onze-Lieve-Vrouw met Kind. De geleding erboven wordt geaccentueerd door een geajoureerd balkon, geplaatst eind 19de eeuw ter vervanging van het oorspronkelijk balkon uit de 16de eeuw. De twee volgende geledingen bezitten een kruisvenster geflankeerd door nissen met beelden, de vier beelden geplaatst in 1894 zijn van de hand van Octave Maes (Dendermonde) en stellen voor: Heilige Hilduardus en Heilige Christiana, patronen van de stad, Reingot I de Kale, stichter van de Onze-Lieve-Vrouwekerk, en Reingot II, stichter van het kapittel der kanunniken. De vierde geleding bevat op elke torenmuur een spitsboogvenster met tweeledige gotische tracering. Een sterk geprofileerd en uitkragend hoofdgestel met schietgaten bekroont de torenromp. De vier hoektorentjes en opengewerkte torenspits werden vernieuwd na de oorlogsschade van 1914.

Het rechter gedeelte van de westvleugel betreft het oude stadhuis. Het huidig voorkomen in gotische stijl dateert grotendeels van de restauratiecampagnes in de tweede helft van de 19de eeuw en de oorlogsschade van de Eerste Wereldoorlog. De twee getrapte dakvensters zijn een toevoeging uit de 19de eeuw. Een dubbele bordestrap leidt naar de ingang met spitsboogvormige deur in de eerste travee, eveneens een toevoeging van eind 19de eeuw, in 1891-92 werd de leuning bekroond door twee heraldische leeuwen in Franse Morleysteen van de hand van Octave Maes. Op de begane grond rondboogvensters met tweeledige neogotische tracering; kruisvensters op de bovenverdieping. Al in de 16de eeuw sierden beelden in nissen het stadhuis. De huidige beelden werden gebeeldhouwd in 1895 door G.(?) Van Hove (Wetteren/ Schaarbeek), zij stellen voor: Willem van Dampierre, Willem van Nesle, Jan van Vlaanderen, Beatrix van Sint-Pol en Maria van Vlaanderen.

De zuidelijke zijtrapgevel, daterend van eind 19de eeuw, is vijf traveeën breed en vervangt de oorspronkelijk in- en uitgezwenkte geveltop in Vlaamse renaissance uit eind 16de eeuw. De geveltop wordt geleed door waterlijsten. De muuropeningen zijn analoog aan die in de voorgevel. De getrapte geveltop is versierd met overhoekse pinakelaanzetten.

Interieur. Het voormalige stadhuis bevat een belangrijke collectie kunstwerken van de Dendermondse School. Van het oorspronkelijke interieur van de lakenhal en stadhuis bleef zo goed als niets bewaard. Drie zandstenen kolommen achter de belforttoren, nu ingewerkt in een muur dateren vermoedelijk uit de 16de eeuw. De overwelfde benedenzaal van de lakenhal met vierkante arduinen pijlers met geprofileerde kapitelen dateert uit de 18de eeuw. De zaal is overwelfd met gedrukte graatgewelven tussen brede moerbogen.

Het belfort herbergt sinds de 16de eeuw de beiaard, thans een zogenaamde volledige beiaard naar de Mechelse standaard met 49 klokken van diverse oorsprong. De eerste aan een uurwerk gekoppelde uurklok en weversklok, geleverd door J. Van Harelbeke in 1378, werd gebruikt om de lakenwevers op te roepen. De in 1529 door G. Coucke (Herzele) geleverde horloge was daarvoor zelfs voorzien van een beeld dat het uur sloeg en van een spel van zes klokken. In 1548 werd een nieuw uurwerk gemaakt en het klokkenspel uitgebreid tot 15 klokken. Tussen 1732 en 1740 leverde de Leuvense gieterij van de familie Vanden Gheyn 40 klokken voor de beiaard, met latere hergietingen, vernield bij het bombardement van 18 september 1914. In 1925 kocht men een nieuwe beiaard gegoten door de klokkengieters Omer Michaux (Leuven) uitgebreid met 15 gerecupereerde Van den Gheyn-klokken. In 1950 kocht men een beiaard van Marcel Michiels jr. (Doornik), die in 1975 gerestaureerd werd door de firma Sergeys, die acht nieuwe klokken en een nieuwe basklok goot. De huidige beiaard bestaat uit 49 klokken met een totaal gewicht van 6.800 kg.

In de hal twee bronzen gedenkplaten geschonken door de oud-strijders van 1914.

  • Vlaamse Overheid, Ruimte & Erfgoed, Afdeling Oost-Vlaanderen, Onroerend erfgoed, archief.
  • Vlaamse Overheid, Vlaams Instituut Onroerend erfgoed, tekeningenarchief van de Koninklijke Commissie van Monumenten en Landschappen, restauratie van stadhuis (1866).
  • BUYSE P., MEGANCK L., VANDEWEGHE E. & VERVOORT R., De Grote Markt van Dendermonde van boven tot onder bekeken, Gent, 2007, p. 71-75.
  • BRUYNINCKX L., Dendermonde: geschiedenis, gebouwen, folklore, Dendermonde, 1965, p. 238-243.
  • DEVOS P., De gemeentehuizen van Oost-Vlaanderen, Inventaris van het Kunstpatrimonium van Oost-Vlaanderen, XVI, Band I, Gent, 1982, p. 255-273.
  • DHANENS E., Dendermonde, in Inventaris van het kunstpatrimonium van Oostvlaanderen, IV, Gent, 1961, p. 19-33.
  • HUYBENS G., Beiaarden en torens in België, Brussel, 1994, p. 91.
  • INGELAERE H., Het Stadhuis met Belfort te Dendermonde, in Toerisme in Oost-Vlaanderen, XIV, 6, 1965, p. 146-147.
  • LAMBRECHT A., Het stadhuis van Dendermonde, in Oost-Vlaanderen, V, 6, 1956, p. 112-113.
  • STROOBANTS A., Dendermonde, Stadhuis, Dendermonde, 1995.
  • STROOBANTS A., Dendermonde, Stadhuis, Dendermonde, 1997.
  • STROOBANTS A., Dendermonde 1898-1914 op prentbriefkaarten, Dendermonde, 1995, p. 80-85.

Bron: Bogaert C. , Duchêne H. , Lanclus K. & Verbeeck M. s.d.: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Dendermonde, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 20N, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Duchêne, Helena & Verbeeck, Mieke

Datum tekst: 2001

Relaties

maakt deel uit van Grote Markt

Grote Markt (Dendermonde)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.