erfgoedobject

Sint-Hieronymus, Sint-Augustinus en Sint-Gregorius

bouwkundig element
ID
4907
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/4907

Juridische gevolgen

Beschrijving

Geheel van drie gerestaureerde of gereconstrueerde, traditionele diephuizen met de namen "Sint-Hiëronymus" (nummer 10), “Sint-Augustinus" en "Sint-Gregorius" (nummer 12), dat in oorsprong opklimt tot de 17de eeuw. Gevelstenen vermelden het bouwjaar 1651 voor de twee linker panden. Met een geringe bouwdiepte leunen de eenkamerwoningen tegen het schip van de Sint-Augustinuskerk aan, waarbij de gekoppelde linker panden door een annex met muur worden gescheiden van het rechter pand. Tijdens de 19de eeuw onderging het geheel de gebruikelijke aanpassingen, zoals gevelbepleistering, het herleiden van de getrapte geveltoppen tot puntgevels, en het aanpassen van de kruis- en bolkozijnen tot rechthoekige vensters met lekdrempel. De toestand vóór restauratie en reconstructie was vergelijkbaar met het aanpalende diephuis op nummer 8; archieffoto's uit 1924 tonen de op dat moment gedecapeerde gevels.

In 1916 liet de kerkfabriek van Sint-Augustinus een eerste restauratieontwerp opmaken door de architect Jan De Vroey, maar van de bouwvergunning werd geen gebruik gemaakt vanwege de moeilijke omstandigheden tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het project kreeg pas een vervolg in 1923 met een restauratie-ontwerp voor het rechter pand en de afsluitmuur door de architecten Vincent Cols en Jules De Roeck, dat in 1924-1925 werd uitgevoerd. Hetzelfde architectenbureau maakte in 1928 ook het restauratie-ontwerp op voor de twee linker panden, die uiteindelijk wegens bouwvalligheid dienden te worden gesloopt, gevolgd door een volledige reconstructie met goedkeuring van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, beëindigd in 1929. Het project dat teruggreep naar het ontwerp van Jan De Vroey uit 1916, is illustratief voor de gangbare, ingrijpende restauratiepraktijk van het architectenbureau Cols en De Roeck tijdens het vroege interbellum. Met als streven de oorspronkelijke toestand naar ideaalbeeld te herstellen, werden daarbij verdwenen elementen als deuropeningen, venstermonelen, getrapte geveltoppen of topstukken gereconstrueerd, en de zandstenen onderdelen verregaand vernieuwd. Tot de vergelijkbare voorbeelden uit dezelfde periode behoren “Sint-Jacob in Galiciën” in de Braderijstraat, “De Roosenboom” en “De Soete Naam Jesus” in de Korte Nieuwstraat.

Met een gevelbreedte van elk drie traveeën, tellen de rijwoningen twee bouwlagen onder een zadeldak (leien, nok loodrecht op de straat). De trapgevels vertonen alle kenmerken van de traditionele bak- en zandsteenstijl met een kwarthol geprofileerde plint, speklagen, kruis- of bolkozijnen met kwartholle negblokken, waterlijst en wigvormige ontlasting, verankerd door middel van muurankers met gekrulde spie. De door druiplijsten gemarkeerde, tweeledige geveltoppen, hebben fioelen en overhoekse topstukken als bekroning. Een drielicht, het lagere middenluik met latei op kraagstenen, doorbreekt de eerste geleding in het midden- en rechter pand. Dit laatste onderscheidt zich door een gereconstrueerde rondboogdeur met diamantkop op imposten en sluitsteen, onder een bolkozijn als bovenlicht. Elk pand draagt een gevelsteen met de huisnaam en het restauratie-/reconstructiejaar. Houten schrijnwerk van de benagelde inkomdeuren en vensters met glas-in-loodramen, en smeedijzeren traliewerk uit de restauratie-/reconstructieperiode. De annex met sluitmuur wordt bekroond door een rij overhoekse topstukken.


Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  :


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Sint-Hieronymus, Sint-Augustinus en Sint-Gregorius [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/4907 (Geraadpleegd op )