erfgoedobject

Sociaal woonblok van de stad Antwerpen

bouwkundig element
ID: 5006   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/5006

Juridische gevolgen

Beschrijving

Sociaal woonblok in art-decostijl, gebouwd door de stad Antwerpen naar een ontwerp van stadsbouwmeester Emiel Van Averbeke uit 1921, voltooid in 1922.

Historiek en context

Het complex maakt deel uit van een groep van zes sociale woonblokken van een gelijkaardig type, die tijdens de eerste helft van de jaren 1920 in eigen beheer door de stad Antwerpen werden opgetrokken. Op basis van een gestandaardiseerd programma, tekende Van Averbeke telkens de bouwplannen. De overige complexen werden ingeplant aan de Stanleystraat, de Sint-Michielskaai (hoek Fortuinstraat), de Cockerillkaai (hoek Luikstaat ) en de De Gerlachekaai (hoek Lakenstraat en nummer 13-14). Het stedelijk huisvestingsinitiatief kwam tot stand kort na de implementatie van de wet op de sociale huisvesting van 1919 en de oprichting van de Nationale Maatschappij voor Goedkope Woningen en Woonvertrekken. Doel was allicht een oplossing te bieden voor de acute woningnood in de Antwerpse binnenstad, na de Eerste Wereldoorlog.

Het woonblok aan het Hopland bestaat uit twee gekoppelde portiekwoningen, die oorspronkelijk in totaal twaalf sociale huurwoningen omvatten en drie winkels. Bouwplannen en lastenboek werden opgesteld in 1921, en door het Antwerpse college goedgekeurd op 21 maart van dat jaar. Bij openbare aanbesteding van 24 augustus 1921, kreeg het bouwbedrijf J. Spies-Bolsée en J. Thomé de werken toegewezen, voor een bedrag van 488.947 Belgische frank. De bouw ging in oktober 1921 van start, om najaar 1922 te worden voltooid. Het gebouw werd in 2004-2007 gerenoveerd, als onderdeel van de wederopbouw van de Stadsfeestzaal tot handels- en wooncomplex. Het project was in voorbereiding sinds 2000, maar liep vertraging op door de brand van de Stadsfeestzaal eind dat jaar. De woonfunctie van de bovenverdiepingen bleef in geprivatiseerde vorm quasi volledig behouden, enkel de middelste winkelruimte verdween voor het nieuwe inkomportaal van de winkelgalerij, die wordt gemarkeerd door een luifel uit staal en glas.

Emiel Van Averbeke, die in 1905 in dienst trad van de stedelijke dienst gebouwen, werd in 1920 benoemd tot stadsbouwmeester, een functie die hij waarnam tot zijn overlijden in 1946. Vóór de Eerste Wereldoorlog ontwierp hij als assistent van stadsbouwmeester Alexis Van Mechelen onder meer de brandweerkazernes in de Paleisstraat en de Halenstraat, waaruit een sterke affiniteit bleek met het werk van de Nederlandse architect Hendrik Petrus Berlage. Als stadsbouwmeester bouwde Van Averbeke in de vroege jaren 1920 verder op dit idioom, met realisaties als het Stedelijk Instituut voor Sierkunsten en Ambachten in de Napelsstraat. Omstreeks 1930 ontwikkelde hij vervolgens een door de Nederlandse architect Willem Marinus Dudok geïnspireerd 'romantisch kubisme', waarvan de Stedelijke Normaal- en Oefenschool in de Pestalozzistraat als belangrijkste voorbeeld geldt. In de sociale woonblokken van de stad Antwerpen paste Van Averbeke een sobere baksteenarchitectuur toe, verwant met de eigentijdse sociale huisvesting in Nederland.

Architectuur

Het langgerekte gebouw met een gevelbreedte van negentien traveeën, omvat vijf bouwlagen onder een plat dak. Volgens het lastenboek bleef het gebruik van gewapend beton beperkt tot de roosteringen van de begane grond, de structuur van de trappen, de lateien van winkelpuien en vensters. Het gevelfront werd ontworpen met een parement uit paarsrood baksteenmetselwerk (handvormsteen) in platvol gevoegd kruisverband, met gebruik van witte natuursteen voor de pui en lekdrempels, en blauwe hardsteen voor de plint. Oorspronkelijk geleed door de puilijst, en volkomen symmetrisch van opzet, legt de compositie de klemtoon op de twee ingangsrisalieten met aansluitende trappenhuizen, uitgevoerd met een overhoekse vertanding op de hoeken en een getrapte bekroning boven de daklijst. De rondboogportalen in een verdiepte omlijsting worden bekroond door het stadswapen van Antwerpen. Het gevelvlak is verder gemoduleerd door over de derde, vierde en vijfde bouwlaag uitspringende zijrisalieten en door het doorlopende balkon met smeedijzeren borstwering voor de hoogste verdieping als verbinding tussen de risalieten. De rechthoekige vensters zijn per twee of drie gekoppeld op doorlopende lekdrempels. Op de begane grond alterneren de inkomportalen met drie eenvoudige, beglaasde houten winkelpuien met inspringend middenportaal. Naar bestaand model vernieuwd houten vensterschrijnwerk met kleine roeden in het bovenlicht.

Het gebouw, op een breed, maar ondiep perceel, telde oorspronkelijk telkens drie huurwoningen op de bovenverdiepingen, gelijkwaardig van oppervlakte maar elk met een verschillende plattegrond. Van de twee aan de achterzijde ingeplante trappenhuizen, bedient het linker twee woningen per verdieping, en het rechter één woning. Het betreft volgens de bouwplannen bescheiden drie- of vierkamerwoningen, met keuken, badkamer en wc. De drie winkels beschikken over een keuken annex wc, en één kamer.


Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2017


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Sociaal woonblok van de stad Antwerpen [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/5006 (Geraadpleegd op 15-12-2019)