Parochiekerk Sint-Vincentius

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Eeklo
Deelgemeente Eeklo
Straat Kerkplein
Locatie Kerkplein zonder nummer, Eeklo (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Eeklo (adrescontroles: 05-06-2008 - 05-07-2008).
  • Inventarisatie Eeklo (geografische inventarisatie: 01-05-2001 - 31-05-2002).
Links

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Parochiekerk Sint-Vincentius

Deze bescherming is geldig sinds 07-12-1983.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Parochiekerk Sint-Vincentius

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

omvat de bescherming als monument Parochiekerk Sint-Vincentius: orgel
gelegen te Kerkplein zonder nummer (Eeklo)

Deze bescherming is geldig sinds 19-08-1980.

is deel van de bescherming als stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Parochiekerk Sint-Vincentius met aanpalende straten

Deze bescherming is geldig sinds 07-12-1983.

Beschrijving

Neogotische kerk op de plaats van de vroegere, in 1878 gesloopte parochiekerk, en gebouwd naar de plannen van 1875 van de Gentse architect Modeste De Noyette, uitgevoerd door aannemer Désiré Heysse tussen 1878 en 1883. Het puin van de oude kerk werd in de funderingen van de nieuwe kerk gebruikt. Oudst gekende verwijzing naar de parochie in 1331, als deel van de dekenij Aardenburg, bisdom Doornik en eerste vermelding van "een zeer schoone kerk met eenen hooghen toren" in een brief van 1379 van Lodewijk van Male aan de koning van Frankrijk. Belangrijkste tiendeheffers waren het kapittel van Doornik en Harelbeke. Sinds 1559 behorend tot het bisdom Brugge.

Aan de hand van grafische bronnen (enkele oude kaarten, een grondplan voor het vernieuwen van het koor van 1772 van J.B. Simoens en L. 't Kint, tekeningen en een tiental foto’s van Henri Smitz van 1878), poogde dr. E. Dhanens een bouwhistoriek te reconstrueren van de vroegere kerk. De gesloopte kerk was een typisch voorbeeld van hallenkerk, volledig opgetrokken uit baksteen met kenmerkende, tot de 13de eeuw opklimmende vroeggotische westtoren, 15de- en 16de–eeuwse beuken en een in 1773-74 vernieuwd koor. De vermelding van "oude sterke muren", bloot gelegd bij de afbraak onder het portaal, laten een nog oudere Romaanse (?) constructie op dezelfde locatie vermoeden.

De pogingen tot uitbreiding van de oude kerk startte midden 19de eeuw door de vraag naar een nieuw orgel waardoor het schip verhoogd diende te worden. Met de financiële steun van mecenas Karel Stroo werden verschillende ontwerpen gemaakt, onder meer door architect Bruggeman van Gent voor het vergroten of een totaal nieuwe kerk, en door architect Schoy uit Brussel of H. De Smet uit Eeklo, die echter afgekeurd werden. Ook de verschillende voorstellen voor een nieuwe locatie lokten hevige polemieken uit en een strijd tussen voor- en tegenstanders van het slopen van de kerk. Met het aantreden in 1874 van pastoor Foubert, die in zijn vorige parochie Gentbrugge een nieuwe kerk had laten bouwen door architect Modeste De Noyette, kwam er schot in de zaak. Architect De Noyette en architect De Neve werden om nieuwe plannen gevraagd. In de gemeenteraad van 10 juli 1875 werden de plannen van architect De Noyette uiteindelijk goedgekeurd. Het duurde nog tot 1878 om de aanbesteding toe te wijzen aan aannemer D. Heysse en tot de afbraak kon overgegaan worden. Eerstesteenlegging op 15 juni 1879. Voorlopige wijding op 22 september 1883; geconsacreerd op 10 juli 1888. Muurschilderingen en gewelfschilderingen uitgevoerd door de firma Bressers volgens plannen van 1909. De rijkelijke stoffering van het interieur duurde nog tot begin 20ste eeuw. In 1932 en 1936 werden de muren, gewelven en het koor opnieuw geschilderd dor het atelier Bressers.

Oorlogsschade aan het dak, de toren en glasramen van de zuidelijke zijkapellen in mei 1940, hersteld in 1950 door de firma G. Heene, naar de plannen van architect Valcke van 1946. Inrichting van een winterkapel in de vroegere berging in 1970. Herstellingen van barsten aan de middenbeuk door het zetten van de toren in 1975 en aan de toren in 1980.

Imposant gebouw opgetrokken uit baksteen met verwerking van natuursteen voor de sokkel, waterlijsten, dekstenen en maaswerk van de vensters. Afdekkende leien zadeldaken en torenspits. Plattegrond in de vorm van een kruisbasiliek met uitspringende vierkante westtoren geflankeerd door zijportalen, een schip en zijbeuken van vijf traveeën met elk vijf zijkapellen, uitspringende transepten van drie traveeën en koor met voorkoor van één travee, hoogkoor van drie traveeën met vijfzijdige sluiting; zijkoren, respectievelijk kapel van Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans in het noorden en kapel van Maria Onbevlekt Ontvangen in het zuiden, van één travee met driezijdige sluiting; aansluitende en deels vrijstaande stookplaats en sacristie op rechthoekige plattegrond.

Symmetrische westgevel met uitspringende 100 meter hoge toren, op de hoeken begrensd door naar verjongende en verdiepte steunberen die eindigen op achtzijdige hoektorentjes onder leien torenspitsjes. Spitsboogportaal voorafgegaan door drie treden: hardstenen portaal met archivolten met zuiltjes met knopkapiteeltjes. Dubbele houten deur met ijzeren beslag. Centraal fronton met witgeschilderd reliëf in terracotta met voorstelling van De verheerlijking van de Heilige Drievuldigheid door Mathias Zens (1892). Erboven geajoureerde borstwering met centrale spitsboognis met beeld van de Heilige Vincentius, geschonken en vervaardigd door Mathias Zens (1891). Tweede geleding met hoge spitsboogvensters met geprofileerde bakstenen dagkanten. Derde en vierde torengeleding met telkens drie spitsboogblindnissen, sporadisch doorbroken door schietgaten en bovenste klokkenkamer met gekoppelde spitsboogvormige galmgaten onder waterlijst; aan vier zijden uurwerkplaten in de zwikken. Aflijnende boogfries onder de balustrade met blindnissen en die de arkeltorentjes verbindt. Centrale hoge naaldspits met bekronend kruis.

Gelijkaardige, kleinere en dieper liggende noordelijke en zuidelijke zijportalen respectievelijk met reliëf van Onze-Lieve-Vrouw met kind tussen twee engelen, door Aloïs De Beule (1892) en Heilige Joseph tussen paus Leo XIII en Heilige Clara, door Mathias Zens (circa 1892). Oksels van de zijportalen afgesloten met fraaie gesmeed ijzeren leuningen. Hoeken afgewerkt met zware versneden, verjongende steunberen, boven de dakrand bekroond door uitgewerkte hardstenen torentjes met hogels en kruisbloembekroning. Afdekkend leien tentdak. De zijgevels van de portalen zijn doorbroken door een hoog spitsboogvenster met drieledig neogotisch traceerwerk. Boven de zijportalen uitstekende blinde gevel met spaarvelden van de zijbeuken, eveneens begrensd door versneden steunberen, boven de dakrand bekroond met een achtzijdig hoektorentje met blindnissen en leien naaldspits met bliksemafleider. Noordelijke en zuidelijke zijgevels van de zijkapellen geritmeerd door zware versneden steunberen en doorbroken door brede spitsboogvensters met vierledige neogotische traceringen met glas-in-loodvulling, onder doorgetrokken dorpels en waterlijsten. Aflijnende eenvoudige baksteenfries onder de houten daklijst. Smal spitsboogvenster in dito spaarveld in de westgevel. Schip met spitsboogvormige bovenlichten onder waterlijst en voorzien van drieledige traceringen. Hoge, slanke transeptarmen van drie traveeën, geleed door steunberen en horizontaal gemarkeerd door waterlijsten en identieke bovenlichten. Noordelijke en zuidelijke puntgevels begrensd door steunberen met identieke hoektorentjes als bekroning. Doorbreking met een hoog spitsboogvenster met zesledige tracering en glas-in-loodvulling; drielichten in de top.

Imposante oostelijke koorpartij met volledig symmetrische aanleg: centraal hoogkoor met twee geledingen, één travee met bovenlicht aansluitend bij het transept en drie smalle traveeën en de vijfzijdige sluiting met hoge lancetvensters tussen de versneden steunberen, onder verspringende leien zadeldaken. Links en rechts aanleunende lagere zijkoren met driezijdige sluiting en spitsboogvensters met tweeledige tracering gescheiden door identieke steunberen, afdekkende afzonderlijke leien zadeldaken. Links en rechts van de zijkoren, aanleunende en vooruitspringende rechthoekige gebouwtjes onder afzonderlijk leien zadeldak tussen aandaken met schouderstukken, respectievelijk de stookplaats en sacristie. Gebouwtjes van twee traveeën met gekoppelde getraliede kloosterkozijnen en gescheiden door versneden steunberen; aflijnende bakstenen muizentandfriezen. Voorpuntgevels met centraal gemarkeerde schouw en kloosterkozijnen met spitsboogboogveld. Indrukwekkend, volledig homogeen en gaaf neogotisch interieur met rijke stoffering. Hoofdportaal onder de toren op vierkante plattegrond onder gepleisterd kruisribgewelf met ten oosten klokkengat. Arduinen gedenksteen, anno 1878 en vier neogotische vaandelkasten. Zijportalen onder bakstenen kruisgewelf.

Ruim basilicaal schip met drieledige opstand met hoge spitsboogvormige scheibogen met effen binnenvlak en driekwartzuiltjes, steunen met drie gekoppelde schalken, een triforium met per drie gekoppelde spitsboognissen en spitsboogvormige bovenlichten. Overwelving met gepleisterde en geschilderde kruisribgewelven aanzettend op de schalken. Zijbeuken en zijkapellen met analoge opbouw en gelijkaardige overwelving. Transeptarmen met zelfde opbouw als schip en kruising met bundelpijlers met talrijke schalken die elk een deel van de gewelfribben ondersteunen. Koor met ongewoon voorkoor met dezelfde opstand als transept en schip en hoogkoor met blinde onderbouw met beschilderde nissen en driekwartzuiltjes die reiken tot de aanzet van het kruisribgewelf.Sacristie in zuidelijke aanbouw met twee gepleisterde kruisgewelven gescheiden door een brede gordelboog voorzien van trekstang. Aankleding met neogotische kasten en ingewerkte hardstenen fontein.

Mobilair: Zeer weelderig en homogeen, volledig neogotisch mobilair, deels naar ontwerp van architect Modeste De Noyette en uitgevoerd door verschillende gerenommeerde neogotische kunstenaars.

Schilderijen: "Aanbidding der Wijzen", doek, 17de eeuw, kopie naar P.P. Rubens (thans in sacristie); "Onze-Lieve-Vrouw schenkt het ordekleed aan de H. Simon Stock", doek, eind 19de eeuw door Th. De Heuvel; "Heilige Rochus en de pestlijders", doek, 1855, door J. Geirnaert; "Aanbidding der wijzen", doek, gesigneerd en gedateerd: "Leo Steel, 1934"; "Blijde intocht van Jezus in Jeruzalem", doek, gesigneerd en gedateerd: "Leo Steel, 1934"; "Maagdschap van Maria" doek, 17de eeuw door J. Van Cleef; "Marteldood van Heilige Vincentius", doek, 1938, door J. G. Van der Plaetsen.

Beeldhouwwerk: Heilige Johannes Maria Vianney en Heilige Theresia van Lisieux, beelden in witte steen, gesigneerd: "Poli" van Lyon, begin 20ste eeuw; Heilige Antonius van Padua en Heilige Rochus van Montpellier, witgeschilderd hout en witte steen door De Bruycker, begin 20ste eeuw; beelden van de vier evangelisten aan de kruisingspijlers en tien Heiligen beelden op de pijlers van het schip, op console met naam en onder baldakijn, witgeschilderde terracotta, door Mathias Zens, van 1898, circa 1900 en 1903, geschonken door parochianen; Heilige Juliana en Heilige Thomas van Aquino, op sokkel in hoogkoor, gepolychromeerd hout, door Mathias Zens, 1883-1900.

Meubilair: Hoofdaltaar door C. Lippens naar plan van Modeste De Noyette, van 1884, later gepolychromeerd door Mathias Zens, vergulde en gepolychromeerde steen, altaartafel deels in marmer, koper en gepolychromeerde steen; noordelijk zijaltaar van Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans, door C. Lippens, geschilderd door H. Verwilghen, retabel met vergulde en gepolychromeerde beeldengroepen, steen en marmer, zie opschrift geschonken door Nathalie De Hertogh, 1884; zuidelijk zijaltaar van Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen, door C. Lippens, geschilderd door M. Janssens, retabel met vergulde en gepolychromeerde beeldengroepen, gedeeltelijk steen en marmer.

Altaren in respectievelijke noordelijke en zuidelijke zijkapellen van west naar oost: altaar van Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën, door Mathias Zens, van 1889, retabel in gepolychromeerd hout, geschilderd door Bressers in 1933, altaartafel in wit marmer, deels verguld; altaar van de Heilige Joseph, door P. Pauwels, 1886, retabel in eik, altaartafel in marmer en arduin met beeldengroep van de Dood van de Heilige Joseph door Mathias Zens in geschilderde terracotta; altaar van de Heilige Drievuldigheid, door K. Smitz naar ontwerp van Modeste De Noyette, retabel in gepolychromeerd hout; altaar van het Heilig hart, door R Rooms naar ontwerp van Modeste De Noyette, 1883, retabel met beeld van Heilig Hart van gepolychromeerd hout, altaartafel met passiewerktuigen; altaar van de Gelovige Zielen, door Mathias Zens, retabel met calvarie en onderaan het vagevuur, gedeeltelijk gepolychromeerde eik, altaartafel met Heilig Graf, gepolychromeerde steen; altaar van de Heilige Barbara door P. Pauwels, 1889, retabel met beeld van Heilige Barbara, gedeeltelijk gepolychromeerde eik; altaar van de Heilige Familie door Mathias Zens, retabel met beeldengroep van Heilige Familie, gepolychromeerd hout; altaar van de Heilige Anna, door Van Biesbroeck, 1885, retabel met beeldengroep van Anna en Maria en calvarie onderaan, gepolychromeerde eik; altaar van de Heilige Vincentius, door P. Rooms-Blanchaert naar ontwerp van M. De Noyette, gepolychromeerd door Bressers, 1934. Tien kapellen afgesloten door tien verschillende afsluitingen, uitgevoerd in eik, soms met fraai smeedwerk of koper, bekroond met sculpturen en uitgevoerd tussen 1883 en 1906 door onder meer K. Smitz, P. Pauwels, P. Rooms-Blanchaert of A. Sinaeve.

Twee koorbanken van telkens tweemaal acht zitplaatsen, door Mathias Zens naar ontwerp van Modeste De Noyette, 1892, gesculpteerde eik; communiebank door K. Smitz, naar ontwerp van M. De Noyette, 1888, gesculpteerde eik; preekstoel door C. Lippens, 1891, gesculpteerde eik; biechtstoelen: vier biechtstoelen door K. Smitz naar ontwerp van architect Henri Vaerwyck, eind 19de eeuw, eik; één biechtstoel door A. Sinaeve, kopie van voorgaande, 1903, eik.

Beschermd orgel: orgel in kern vermoedelijk nog van 1746, gebouwd door Louis Delhaye, lichtjes verbouwd in 1760 door P.J. De Rijckere, aanzienlijk uitgebreid in 1857 door orgelbouwer Louis Lovaert, oorspronkelijk in oude kerk, gerenoveerd door L.B. Hooghuys (Brugge) bij verhuis naar nieuwe kerk in 1886, in 1905 gerenoveerd en vergroot door P. Schyven (Elsene); doksaal en nieuwe orgelkast door K. Smitz naar ontwerp van Modeste De Noyette, van 1887.

Doopvont met achthoekige gesculpteerde kuip van wit marmer door Mathias Zens met koperen deksel met Heilige Drievuldigheid in torenvormige bekroning, door Geeraert-De Masure en smeedijzeren haal, 1899. Triumfkruis door De Bruycker. Kruisweg door Jozef Meganck, schilderijen op doek, in houten omlijsting door K. Smitz, 1880-1891. Lezenaars met levensboom, uit één eiken stam gebeiteld, 19de eeuw. Reliekschrijn van Heilige Vincentius door Mathias Zens, 1896.

Muurschilderingen: geschilderd doek aangebracht op muur, voorstellend de heilsgeschiedenis van het Godsvolk van Israël, in middenbeuk in het pseudo-triforium dertig figuren uit hat Oud Testament, door L. Bressers, 1909-1912, doorlopend in noord- en zuidtransept; in hoogkoor veertig heiligen van de Nederlandse stam, of heiligen en gelukzaligen in nissen, door H. Verwilghen, 1893-1899 en twaalf apostelen door F. Coppejans, van 1902. Zijkoren en transepten met schablonen beschilderd, zijkapellen met sjablonen beschildering boven een hoge plint van faiencetegels met floraal, vierpas of doornkroonmotief. Gewelfschilderingen met engelen in de kruising en ornamenteel rankwerk door Léon Bressers, 1909-12.

Glasramen: negen in hoogkoor door Henri Dobbelaere, Brugge, de vijf middelste van 1883, de overige vier van 1885; in noordelijk transept, "De boom van Jesse", door Jos. Casier, 1897, in zuidelijk transept, "Het Apocalyptisch visioen van de Heilige Johannes op het eiland Patmos", door Gust Ladon, 1913, geplaatst in 1919; ramen in Heilige Drievuldigheidkapel, doopkapel en Heilige Barbarakapel door G. Ladon, 1912; in Heilige Jozefkapel, Heilige Familiekapel en kapel van Onze-Lieve-Vrouw van zeven Weeën, door H. Dobbelaere; in kapel van de Gelovige zielen, door het atelier Coucke, 1887.

  • Vlaams Ministerie van Ruimtelijke Ordening, Wonen en Onroerend Erfgoed, Agentschap van R-O Vlaanderen, R-O Oost-Vlaanderen, Onroerend erfgoed, archief.
  • DEVOS P., De Sint-Vincentiuskerk te Eeklo, een schatkamer van neogotiek, Gent, 1991
  • DEVOS P., De Sint-Vincentiuskerk te Eeklo, een schatkamer van neogotiek, Gent, 1991.
  • DHANENS E., De voormalige parochiekerk van Eekloo, Antwerpen, 1947.
  • VAN CLEVEN J., Neogotisch Eeklo en de Eeklose begraafplaats, in Bethunianum, cahier no 5, Eeklo, 1990.
  • VAN DE BOUCHAUTE C., De Sint-Vincentiuskerk te Eeklo, Eeklo, 1982.
  • VERMEIREN R., met medewerking van BERGMANS A., Inventaris van het neogotische tekeningenarchief Bressers-Blanchaert circa 1860-1914, Leuven, 1993, p. 44-45.
  • VERSCHRAEGEN H., Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen, Provincie Oost-Vlaanderen, Kanton Eeklo, Brussel, 1977, p. 22-34.

Bron: -

Auteurs: Bogaert, Chris & Lanclus, Kathleen

Datum tekst: 2002

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Kerkplein

Kerkplein (Eeklo)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.