erfgoedobject

Hubertmolen

bouwkundig element
ID: 54743   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/54743

Juridische gevolgen

Beschrijving

De Hubertmolen is een houten windmolen met gesloten voet, die typologisch afwijkt van de gewone standaardmolen en aanleunt bij de Hollandse wipmolens. Functioneel betreft de molen, die ook maar één zolder telt, een korenmolen. Samen met het molenaarshuis en de tot vakantiewoning verbouwde mechanische maalderij heeft de molen een beeldbepalend ligging aan de Ringlaan.

Geschiedenis

In 1879 kreeg J(o)an(nes) Hubert van de Bestendige Deputatie van West-Vlaanderen de toestemming voor het bouwen van een korenwindmolen op grond die hij twee jaar voordien in het duinengebied ten westen van de nieuwe badplaats had aangekocht. In het Vlaamse kustgebied was de familie Hubert immers een bekend molenaarsgeslacht. De naam is immers gelinkt aan talrijke molens in de kuststreek. Zo stonden er in Bredene ooit drie Hubertmolens, met name een houten korenmolen in de vroegere Polderstraat, een houten rijstpelmolen in de Driftweg en een houten korenmolen in de Spanjaardstraat.

De bouw van de kleine windmolen was klaar in 1880, het jaar waarin ook in de Kerkstraat een standaardmolen, de Pauwaertmolen, werd opgericht. Werd deze molen reeds in 1900 gesloopt bij het rechttrekken en verbreden van de Kerkstraat, de Hubertmolen bleef echter gedurende ruim 50 jaar in gebruik. Na het overlijden van de bouwheer in 1898 bediende zijn zoon Desideer Hubert voortaan de windmolen. Op dat ogenblik verkeerde de molen echter in minder goede toestand, waardoor zich quasi onmiddellijk restauratiewerken opdrongen. In 1920 nam zijn zoon Theophiel de windmolen over.

Intussen ging de toeristische ontwikkeling van Wenduine als badplaats niet aan de Hubertmolen voorbij. De molen werd niet alleen meer en meer een toeristische attractie, maar ook zowel de houten molenkast als de hoge houten voet werd daarbij gretig aangewend voor publiciteitsdoeleinden.

Om bij windstilte aan de concurrentie van de mechanische maalderijen het hoofd te bieden was, was omstreeks 1914 in de onmiddellijke nabijheid van de molen een hulpmaalderij (het zogenaamde ‘maalkotje’), met links daarvan een molenaarswoning, opgetrokken. In functie van deze bouwwerken werd het houten berghok onder lessenaarsdak afgebroken. Van meet af aan was de hulpmaalderij witgekalkt, het molenaarshuis daarentegen niet. Kenmerkend voor de voorgevel van de kleine  maalderij was de poort op de gelijkvloerse verdieping met daarboven op de zolderverdieping  een laaddeur. Karakteristiek voor beide gebouwtjes waren de aandaken en de schouderstukken.

In 1934 werd het windmalen omwille van de concurrentie van de stoom- en motormaalderijen stopgezet. De intussen elektrisch aangedreven maalderij nam voortaan alle maalactiviteiten over. Het ‘maalkotje’ was trouwens reeds aan de rechterzijde uitgebreid met een aanbouw, waarvan het lessenaarsdak aansloot op het zadeldak van de maalderij. Het toenemende belang van de mechanische maalderij vertaalde zich in de daaropvolgende jaren in een verdere uitbreiding van het maalderijgebouw, waarbij vooral een vergroting van de zolderverdieping voor de berging van brood- en veevoedergranen werd beoogd. 

Op de molensite was de duinvegetatie intussen ook teruggedrongen. Ook de omwille van de veiligheid voorziene omheining rond de molen was aangepast. De oude omheining met verticaal geplaatste houten takken, onderbroken door toegangshekken, was vervangen geworden door een – omwille van de windvang – lage geschoren haag. Rond de molensite met molenaarshuis en maalderij was eveneens een lage haag aangeplant.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de Hubertmolen in opdracht van de Duitse bezetter ontdaan van zijn wieken. Na de oorlog werd hij hersteld en samen met de bijhorende huisjes in 1946 als landschap beschermd. Deze erkenning van de erfgoedwaarde kon echter niet verhinderen dat bij een restauratie in de jaren 1953-1956 enkele onoordeelkundige ingrepen plaatsvonden. Zo werden de vier voeten in beton gegoten en werd een korter wiekenkruis zonder windprofiel geplaatst. Ook het binnenwerk werd op het besloten vangwiel en de vang na, volledig uitgebroken. In het kader van deze werken werd tevens een nieuw molentrap voorzien. In de daaropvolgende decennia zorgde gebrek aan passend onderhoud ervoor dat de windmolen opnieuw geleidelijk aan aftakelde.

Het overlijden van maalder Theophiel Hubert omstreeks 1950 luidde ook het einde van de maalderij in. In 1958 werd het interieur van het nijverheidsgebouwtje naar een ontwerp van de Wenduinse architect A. Uyttenhove omgebouwd in functie van een uitbreiding van het molenaarshuis, dat een jaar eerder was verbouwd. De voorbouw onder lessenaarsdak werd opgetrokken met aan de molenzijde een tuitgevel met aandaken en schouderstukken. Aan de zuidoostkant werd het huis uitgebreid met een inkomgang of hall. Inmiddels was een deel van het omgevende duinengebied met zijn typische duinvegetatie van helmgras en duinstruweel ontwikkeld tot een woonwijk die de naam Molenwijk meekreeg.

In het voorjaar van 1990 bracht een zware storm zware schade toe aan de Hubertmolen, in het bijzonder aan het wiekenkruis. In januari 1993 droegen de eigenaars, de families Struelens en Quévrain, de molen voor een symbolisch bedrag over aan de gemeente De Haan “mits tegenprestatie van herstelling en onderhoud van de molen door de Gemeente De Haan”. Nog hetzelfde jaar werd de molen beschermd als monument en in de daaropvolgende jaren gerestaureerd door de Gistelse molenbouwers Peel. De molen werd onder meer van nieuwe wieken en een volledig nieuw binnenwerk voorzien. Om de molen meer weerstand te bieden bij stormweer, werd daarbij een maalvaardig steenkoppel voorzien dat bij stilstand kan worden ingeschakeld en de remcapaciteit aldus nog verhoogt. In juni 1995 werd de molen feestelijk ingehuldigd. Omdat het kruien moeizaam verliep, werd het oude sleepkruiwerk in 2006 door molenbouwer Roland Wieme vervangen door een efficiënter rollenkruiwerk. Bij deze gelegenheid werden ook naar een ontwerp van architecte Sabine Okkerse uit Horebeke enkele andere onderhoudswerken uitgevoerd, waaronder het aanbrengen van een betere sabel voor het vangen, het optimaliseren van het luiwerk en het op punt stellen van het lichtwerk. In 2011 werden de betonpijlers hersteld door de firma M.R.T. uit Deinze. Het molenbouwbedrijf Wieme Roland & Kris bvba uit Machelen voerde toen ook enkele kleinere werken uit zoals het plaatselijk herstellen van de kapbedekking en de bekleding van het torenkot en het vernieuwen van het windvaantje, een raampje in de voorweeg en de windplanken en voorzoom. Ook de molenkast werd geschilderd. In 2013 vernieuwde Wieme de askopwiggen. 

Beschrijving

De Hubertmolen is typologisch een atypische houten windmolen met gesloten voet, die enigszins vergelijkbaar is met de Hollandse wipmolens. Het vierzijdige molenhuis met staart draait om een koker, die in een verticale stand wordt gehouden door het hoge, schuin naar boven toelopende achtzijdige ondergedeelte. Van het vierkant waarop het molentje staat, zijn de hoekstijlen met kruisen en regels aan elkaar verbonden. Op het boventafelment is sinds 2006 een (efficiënter) Engelse kruiwerk aangebracht ter vervanging van het oorspronkelijke sleepkruiwerk.  Een geknikte mansardekap dekt de molenkast af.

De molen was in 1880 volledig in hout gebouwd. Zelfs de askop, waar doorheen de houten pestelroeden staken, was van hout. Sinds de renovatie van 1953-1956 steken de vier voeten in beton en is het zeszijdige ondergedeelte niet langer voorzien van een houten beplanking maar bekleed  met eternietleien. Sedert 1993-1995 steken in de houten askop opnieuw voldoende lange houten pestelroeden met een windprofiel en een vlucht van 16 meter.

De maaluitrusting van de eenzoldermolen, tijdens de restauratie van 1993-1995 opnieuw operationeel gemaakt, bestaat uit een koppel maalstenen in een houten steenkist. De aandrijving gebeurt door middel van een schijfloop die inhaakt tussen de kammen van het vangwiel.  Het lichten van de loper gebeurt met het aanwezige lichtwerk. Een steengalg voor bijvoorbeeld het scherpen van de stenen is er niet. Voor het verhandelen van de zakken graan of meel is er een binnen- en buitenluiwerk voorzien. Het afremmen van de molen gebeurt met een houten hoepelvang.

  • Archief Onroerend Erfgoed - Afdeling West-Vlaanderen, Archiefnummer W/000850 en W/00624.
  • Gemeentearchief De Haan, Bouwaanvragen, 1914 en 1958.
  • BECUWE F. & VEREECKE R. 2018: De Hubertmolen en onmiddellijke omgeving in Wenduine (De Haan). Beheersplan onroerend erfgoed, Nieuwpoort, Monument in Ontwikkeling (onuitgegeven studie in opdracht van de Gemeente De Haan).
  • CORNILLY J. 2005: Monumentaal West-Vlaanderen. Beschermde monumenten en landschappen in de provincie West-Vlaanderen. Deel III: Arrondissementen Brugge, Diksmuide, Oostende en Veurne, Brugge, 76.
  • DEVLIEGHER 1984: Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen. Deel 9. De molens in West-Vlaanderen, Tielt-Weesp, 195
  • DEVYT 1966: Westvlaamse windmolens. Inventaris van de toestand op 1 januari 1965, Brugge, 114.
  • HOLEMANS s.d.: West-Vlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 8. Gemeenten V-Z, Opwijk, Studiekring Ons Molenheem.
  • MONTEYNE G. & VANDAELE R. 2008: Wenduine, van middeleeuws vissersdorp tot familiebadplaats, Beernem, 56-57.
  • MOUTON R. & WAUTERS B. 2004: Archiefbeelden Wenduine, Stroud (Groot-Brittannië), 80-81.

Auteurs :  Becuwe, Frank, Van Vlaenderen, Patricia
Datum  : 2020


Relaties

  • Is gerelateerd aan
    Molenaarswoning bij Hubertmolen

  • Is deel van
    Ringlaan

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Hubertmolen [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/54743 (Geraadpleegd op 21-09-2020)