erfgoedobject

Gekoppelde burgerhuizen in art-nouveaustijl

bouwkundig element
ID: 5476   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/5476

Juridische gevolgen

Beschrijving

Historiek en context

Geheel van twee gekoppeld burgerhuizen in art-nouveaustijl op de hoek van Maarschalk Gérardstraat en Schermersstraat, naar een ontwerp door de architecten Jean Baptiste en Emile Vereecken uit 1900. Opdrachtgever van het vastgoedproject was Adèle Grisar-van den Nest (1847-1927), weduwe van de pas overleden Ernest Paul Grisar (1844-1899). Als kleinzoon van Jean Martin Grisar (1779-1853) behoorde deze laatste tot de oudere tak van het handelaars- en scheepsmakelaarsgeslacht Grisar, dat zich in 1804 vanuit het Duitse Nievern (Rheinland-Pfalz) in Antwerpen gevestigd had. De weduwe Grisar-van den Nest resideerde in het hotel Grisar aan de overzijde van de Maarschalk Gérardstraat. Tot het vastgoedproject behoorde nog een derde burgerhuis van een gelijkaardig type met extra portaaltravee op het perceel Maarschalk Gérardstraat 25, dat in 1963 werd gesloopt voor nieuwbouw. De bouwpercelen maakten deel uit van de verkavelde gronden van het Théâtre des Variétés, gebouwd in 1829 en gesloopt in 1896.

Vader Jean Baptiste en zoon Emile Vereecken hadden eerder al diverse opdrachten uitgevoerd voor Ernest Paul Grisar, zoals het herenhuis uit 1894 op het perceel links van zijn hotel, het geheel van gekoppelde winkelhuizen in de Leysstraat dat hij in 1898 samen met zijn jongere neef Albert Kreglinger tot stand bracht, in 1899 gevolgd door het "Entrepôt du Congo" op hoek van de Sint-Jansvliet en Plantinkaai. In de keuze van de architecten volgde Ernest Paul Grisar het voorbeeld van zijn moeder, de weduwe Constance Grisar-Govaerts, die al in 1889 beroep had gedaan op Jean Baptiste Vereecken voor een hotel op de hoek van De Merodelei en Le Grellelei en een geheel van vier burgerhuizen op de hoek van Prins Albertlei en Le Grellelei. Zijn weduwe zette de traditie verder.

Het vastgoedproject Grisar-van den Nest behoort tot het latere oeuvre van Jean Baptiste Vereecken, die van 1893 tot 1906 met zijn zoon Emile geassocieerd was. Vanaf midden jaren 1860 bouwde hij een succesvolle carrière uit in dienst van de belangrijkste Antwerpse makelaars- en bankiersfamilies, zoals Havenith, Grisar, Pecher, Bunge, Meeûs, Kreglinger, Good en Nottebohm. Vader Vereecken ontwierp talrijke voorname hotels op de meest prestigieuze locaties van Antwerpen en Berchem zoals het Stadspark en het Prins Albertpark, naast grote aantallen burgerhuizen in nieuwe wijken als het Zuid, onder meer ook voor eigen rekening. Daarbij bleef hij trouw aan een conventioneel eclecticisme van neoclassicistische inspiratie. Vanaf midden jaren 1890 evolueerde de architectuurproductie van het bureau Vereecken, mogelijk onder invloed van zoon Emile, naar het rijker geornamenteerde neorenaissance- of neobarokidioom. Representatieve voorbeelden uit de beginjaren van de samenwerking tussen vader en zoon Vereecken zijn naast de hoger vermelde winkelhuizen in de Leysstraat, het hotel Vandevelde op de hoek van Louiza-Marialei en Rubenslei, en het hotel Pungs in de Beeldhouwersstraat. Het vastgoedproject Grisar-van den Nest behoort met het hotel Le Blon uit hetzelfde jaar aan de Isabellalei, en de cottagevilla's Good uit 1903 in de Harmoniestraat, tot de enige gekende uitingen van art-nouveau-architectuur door het bureau Vereecken en zoon. Vanaf 1906 zette Emile Vereecken de praktijk in eigen naam tot midden jaren 1920 voort, met herenhuizen, bank- en kantoorgebouwen in beaux-artsstijl.

Architectuur

Met een gevelbreedte van elk twee ongelijke traveeën, omvatten de rij- en hoekwoning een souterrain en drie bouwlagen onder zadeldaken. De lijstgevels hebben een parement uit rood baksteenmetselwerk (klampsteen geaccentueerd door papesteen) in kruisverband, met spaarzaam gebruik van witte natuursteen voor speklagen, dorpels, waterlijsten, diamantkoppen, sluit- en kraagstenen. Enkel bewaard in het hoekpand, onderscheidt de hoge plint uit blauwe hardsteen zich door het gebruik van breuksteen en smeedijzeren traliewerk. Beide woningen vormen een symmetrisch geheel, volgens spiegelbeeldschema opgebouwd uit brede zijtraveeën en gekoppelde portaaltraveeën in de middenas. De zijtraveeën worden geaccentueerd door brede rondboogvensters met een waterlijst eindigend op een zweepslagmotiefje, respectievelijk op de eerste verdieping en de begane grond (smeedijzeren borstwering). Deze alterneren met rechthoekige vensters of drielichten; balkons met een structuur van ijzeren I-balken, smeedijzeren consoles en borstwering markeren de eerste verdieping. Verder alternerend rechthoekige, rond- en steekbogige vensters, gegroepeerd tot drielichten met bewerkte latei in de topgeleding, voorzien van lekdrempels met spuwer. Een klassiek hoofdgestel met een houten kroonlijst op consooltjes, waartussen casementen in siermetselwerk met diamantkoppen vormt de gevelbeëindiging. Beide inkomdeuren, oorspronkelijk reikend tot het bovenlicht, zijn verbouwd. Nagenoeg blinde zijgevel geritmeerd door twee uitkragende schoorstenen; de aansluitende tuinmuur heeft een smeedijzeren hek als bekroning.

De plattegronden beantwoorden aan de klassieke typologie van het burgerhuis dat uit een hoofdvolume en een smalle achterbouw in entresol bestaat, ontsloten door de zijdelings ingeplante inkom- en traphal.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 1900#1357.
  • SCHEERLINCK K. 2011: Architectuur en schoolcultuur. Sint-Lutgardisschool Antwerpen-Stad 100 jaar, Antwerpen, 53.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2017


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Gekoppelde burgerhuizen in art-nouveaustijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/5476 (Geraadpleegd op 21-09-2019)