Goed ten Cattenaye

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Alternatieve naam Hoeve Kattenheye
Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Laarne
Deelgemeente Laarne
Straat Lagen Heirweg
Locatie Lagen Heirweg 9, Laarne (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Laarne (adrescontroles: 01-05-2008 - 01-05-2008).
  • Inventarisatie Laarne (geografische inventarisatie: 01-09-2001 - 31-12-2002).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Goed ten Cattenaye

Deze vaststelling is geldig sinds 15-10-2010. (Vaststellingsbesluit)

is beschermd als monument Goed ten Cattenaye, hoevesite en dreven

Deze bescherming is geldig sinds 14-07-2004.

omvat de bescherming als monument Goed ten Cattenaye: toegangspoort en walgrachten
gelegen te Lagen Heirweg 9 (Laarne)

Deze bescherming is geldig sinds 18-10-1995.

Beschrijving

Voormalig Goed ten Cattenaye, hoeve zogenaamd Kattenheye sinds 1997 met paardenmelkerij, beschermd als monument bij MB van 14 juli 2004, uitbreiding van de bij MB van 18 oktober 1995 als monument beschermde toegangspoort en walgracht.

Historiek

De pachthoeve te Cattenaye ligt binnen de vroegere enclave Ertbuur in het noordwesten van Laarne, tevens een uithoek van het vroegere Land van Dendermonde. Systematisch archeologisch onderzoek te Laarne gaf aan dat op en nabij de site van het goed ten Cattenaye al van in de Gallo-Romeinse periode agrarische activiteit was. Pachthoeve gelegen bij een kouter op de overgang van een zandige opduiking met een beekdepressie, een locatie die typerend is voor een vroege landbouwontginning en die zowel voor akkerbouw en veeteelt geschikt was.

In archivalische bronnen is vanaf de tweede helft van de 14de eeuw melding van de pachthoeve te Cattenay. Verondersteld wordt dat de uitbouw van deze landbouwnederzetting kadert in de laatste ontginningsbeweging van de 13de eeuw in Vlaanderen of mogelijk zelfs vroeger ontstond. Minstens sinds het midden van de 14de eeuw was de pachthoeve bezit van vooraanstaande en kapitaalkrachtige families van het Gentse stadspatriciaat behorend tot de lagere ambtsadel. Een perceel ten zuiden palend aan de omgrachte hoeve zou al tot de kern van de laatmiddeleeuwse landbouwuitbating hebben behoord en mogelijk zelfs tot de tweede helft van de 13de eeuw of eerste helft van de 14de eeuw als aanvankelijke woonzone ervan benut zijn. Verder archeologisch onderzoek kan mogelijk uitsluitsel geven of hier al in de periode van de 10de tot de 13de eeuw een landbouwnederzetting bestond. De percelering op het kadasterplan en de grachtvormige depressie zichtbaar aan de randen illustreren dat dit perceel voorheen minstens gedeeltelijk omgracht was. Het perceel en de zandweg (Koewegel) die het deels omgeeft in aansluiting met de dwarsdreef voor de hoeve vormen aldus wezenlijke historische en structurele bestanddelen van de geëvolueerde hoevesite. De omgrachte hoeve is voor een deel omgeven door een tweede watergordel gevormd door de Kolkbeek. De walgrachten rond de huidige hoeve zouden waarschijnlijk in de 15de eeuw gegraven zijn. Uit een document van 1523 kan worden afgeleid dat deze site de karakteristieke tweeledige structuur bezat bestaande uit een opper- en neerhof. Op de mote of het opperhof bevond zich vroeger het buitenverblijf van de heer. De aanwezigheid van een duiventoren en poort op het omgrachte goed te Cattenaye, zoals vermeld in een document van 1544, getuigen mee van het prestige en het versterkte voorkomen dat de eigenaars in navolging van de kasteelheren aan hun buitengoed wensten te verlenen. Versterkt woonverblijf bij de belangrijke pachthoeve na de 16de eeuw verlaten. Begin 17de eeuw was het woonhuis op de mote vervallen en in de 18de eeuw definitief verdwenen. De tussengracht die het neerhof en achterliggend opperhof van elkaar scheidde is intussen gedempt. In 1683 is nog steeds sprake van een duifhuis en poort op het erf van het goed te Cattenaye. Volgens recent onderzoek van J. R. De Wilde zouden volgens een vermelding van 1712 poort en woonhuis toen nog in vakwerk geweest zijn en vond de verstening van de hoeve pas later in de 18de eeuw plaats. De constructie van het huidige poortgebouw zou volgens voornoemde auteur uit de 18de eeuw stammen. Zo was in 1748 melding van het vervaardigen van een nieuwe poort en later van het herstel ervan (in 1755 en 1759). In 1775 en circa 1779-1780 werden op de hoeve heel wat bouwwerken verricht die mogelijk betrekking hadden op het woonhuis. De gebouwenconfiguratie die tijdens de belangrijke bouwcampagne in de tweede helft van de 18de eeuw tot stand kwam, wijzigde gedeeltelijk tot de huidige constellatie in L-vorm van boerenhuis met stallen en schuur in het tweede kwart van de 19de eeuw. De mutatie van de gebouwen volgens de kadasterschets van 1877 vond volgens register 223 namelijk meer dan 30 jaar eerder plaats. Het jaartal 1839 in de schuur kan bijgevolg als bouwjaar ervan gelden.

In de jongste jaren werden een aantal nieuwe bedrijfsgebouwen op en bij het boerenerf geconstrueerd. De kleine vervallen stallen achter het woonhuis werden door een grote loods voor paarden vervangen. Naast de oude toegangsdreef waren al eerder loodsen opgericht.

Beschrijving

De oude toegangsdreef van de hoeve Kattenheye leidt vanaf de straat oostwaarts tot het poortgebouw van de achterin gelegen en nog deels omgrachte hoeve. De dreef werd midden 20ste eeuw afgeboord met populieren. Deze werden gerooid en in 1988 vervangen door eik. De jongere aarden toegangsweg die vanaf de poort noordoostwaarts schuin tot de straat loopt zou pas in 18de eeuw zijn aangelegd. Aan de westelijke erfzijde opgerichte toegangspoort tot het nog gedeeltelijk omgrachte erf. Toegangspoort van het type alleenstaand overzolderd poortgebouw in bak- en zandsteenbouw van laatmiddeleeuwse oorsprong en vermeld in een document van 1544. Volgens recent onderzoek zou de constructie van de huidige poort in de 18de eeuw plaats gevonden hebben (zie een melding in 1748 van het vervaardigen van een nieuwe poort en later van herstel ervan in 1755 en 1759).

Bakstenen gebouw op haast vierkante plattegrond afgedekt onder zadeldak; aan de achterzijde schilddakvormig. Volgens archieffoto’s vroeger gedekt met stro, sinds 1976 met rode pannen. Voorgevel uitgewerkt tot een brede verankerde tuitgevel met vlechtingen en steunberen aan weerszij van de poort, ter hoogte van de zijgevels. Korte zijmuren met vlechtingen in het verlengde van de tuitgevel. Brede en hoge korfboogvormige poortopening met zandstenen boogstenen en negblokken met afgeschuind profiel. Blinde zijgevels. Achterzijde volledig geopend met een rechthoekige doorrit begrensd door zijgevels, tussen korte schuin aflopende zijmuren. Recent gebinte.

De huidige hoevegebouwen met paardenmelkerij zijn nog steeds op het neerhof van de omgrachte site gelegen. Hoeve met losse bestanddelen met ten noorden het boerenhuis met traditioneel naar het zuiden gerichte erfgevel. Volgens oudere foto's droeg het dak een intussen verdwenen kleine klokkenstoel met klokje. Woning oostwaarts verlengd met onder een doorlopend zadeldak aansluitende stallen. Kern daterend wellicht uit de tweede helft van de 18de eeuw, zie bouwsporen zoals verschillen in metselwerk, rest van vlechtingen en bouwnaden in de linker zijpuntgevel.

Vermoedelijk vergroot achteraan in het tweede kwart van de 19de eeuw. Langgerekt rechthoekig gebouw van zeven traveeën in baksteenbouw, voor de recente renovatie gewit. Voordeur geaccentueerd door een vernieuwde uitspringende rechthoekige omlijsting van gesinterde bakstenen met pilastervormige rechtstanden en rechte druiplijst, voorheen met een opvallende groene beschildering. Rechthoekige vensters in vlak gepleisterde omlijstingen voorzien van hardstenen lekdorpels. Houtwerk van luiken en ramen werd in de 20ste eeuw vervangen en bij de recente renovatie naar dit laatste vernieuwd. Sporen van een boog in het metselwerk van de rechter venstertravee mogelijk van een vroegere muuropening. Aflijnende typische getrapte daklijst, doorlopend boven de stallen.

Interieur. Structureel en naar indeling bleven een aantal elementen binnenshuis bewaard die typologisch kenmerkend zijn voor een boerenhuis. Opkamer op de noordwesthoek boven een kelder met houten zoldering, bakstenen keldertrap met natuurstenen treden en grote vierkante natuurstenen vloertegels. Samengestelde balkenlaag met moer- en kinderbalken in de centrale woonkamer met brede open haard. Melding van een rode tegelvloer onder de vloerbedekking van de naastliggende grote slaapkamer.

Aanpalende stallen met verankerde gewitte gevel op gepikte plint. Gewijzigde indeling (voorheen met paardenstallen onmiddellijk naast de slaapkamer) en aan de achterzijde uitgebreid. Twee klimmende houten dakvensters boven de erfgevel recent door bakstenen vervangen.

Ten oosten, haaks tegen de gevelhoek van de stallen opgerichte dubbele dwarsschuur met een opvallend volume. Gewitte erfgevel met gepikte plint, in hoogte overeenstemmend met voornoemde stallen doch afgedekt met hoger pannen zadeldak. Jaartal 1839 gekerfd in trekbalk van het schuurgebinte, wellicht verwijzend naar het bouwjaar. Brede dakoverstek op houten schoren opgetrokken ter hoogte van beide rechthoekige schuurpoorten. Rij verluchtingspleten. Een van beide doorritten bezit nog de typische opgeklampte schuurpoorten.

Afzonderlijke stal onder pannen schilddak midden op het deels met beton verharde erf, oorspronkelijk schaapsstal, later meststal, varkensstallen en heden benut als paardenstal. Lijstgevels geritmeerd door lisenen met ankers; regelmatig geplaatste muuropeningen in spaarvelden afgelijnd door getrapte daklijsten. Behouden dakgebint. Vervallen lage stallen met aanbouwen ten noorden achter het boerenhuis, in de jaren 1990 door een nieuw volume met open stal in functie van de paardenmelkerij vervangen.

Recente open stal op het voorerf ten zuiden van het boerenhuis toegevoegd.

  • Vlaams Ministerie van RWO, Agentschap R-O Vlaanderen, Afdeling R-O Oost-Vlaanderen, Onroerend erfgoed, archief.
  • BALTHAU E. 1984: Laarne, Archeologisch Inventaris Vlaanderen. Band III, Gent, 240-263.
  • DE WILDE J.R.J. 1996: De enclave Ertbuur van de vroege Middeleeuwen tot ca 1600: peiling naar het ontstaan en de ontwikkeling van een plattelandsgehucht, Castellum XIII.3-4, 10-75.
  • DE WILDE J.R.J. 1999: De pachthoeve te Cattenaye in Laarne, Castellum XVI.1, 3-57.

Bron: Bogaert C., Duchêne H., Lanclus K. & Verbeeck M. s.d.: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Dendermonde, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 20N, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Verbeeck, Mieke

Datum tekst: 2002

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Laarne

Laarne (Laarne)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.