erfgoedobject

Herenhuis in eclectische stijl

bouwkundig element
ID: 5483   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/5483

Juridische gevolgen

Beschrijving

Herenhuis klassiek geïnspireerde eclectische stijl, naar een ontwerp door de architecten vader en zoon Jean Baptiste en Emile Vereecken uit 1894. Opdrachtgever was de ondernemer Ernest Paul Grisar, eigenaar en bewoner van het aanpalende laatclassicistische herenhuis, die het pand liet optrekken als investering in vastgoed.

Ernest Paul Grisar (1844-1899), echtgenoot van Adèle Marie Justine Constantine van den Nest (1847-1927), behoorde als kleinzoon van Jean Martin Grisar (1779-1853) tot de oudere tak van het handelaars- en scheepsmakelaarsgeslacht Grisar, dat zich in 1804 vanuit het Duitse Nievern (Rheinland-Pfalz) in Antwerpen gevestigd had. In 1898 liet hij samen met zijn jongere neef Albert Kreglinger door vader en zoon Vereecken een geheel van gekoppelde winkelhuizen optrekken, in 1899 gevolgd door het "Entrepôt du Congo" op hoek van de Sint-Jansvliet en Plantinkaai. In de keuze van de architecten volgde Ernest Paul Grisar het voorbeeld van zijn moeder, de weduwe Constance Grisar-Govaerts, die al in 1889 beroep had gedaan op Jean Baptiste Vereecken voor een hotel op de hoek van De Merodelei en Le Grellelei en een geheel van vier burgerhuizen op de hoek van Prins Albertlei en Le Grellelei. Kort na het overlijden van haar echtgenoot engageerde Adèle Grisar-van den Nest op haar beurt vader en zoon Vereecken, voor de bouw van een reeks burgerhuizen aan de overzijde van de straat.

Het herenhuis Grisar behoort tot het latere oeuvre van Jean Baptiste Vereecken, die van 1893 tot 1906 met zijn zoon Emile geassocieerd was. Vanaf midden jaren 1860 bouwde hij een succesvolle carrière uit in dienst van de belangrijkste Antwerpse makelaars- en bankiersfamilies, zoals Havenith, Grisar, Pecher, Bunge, Meeûs, Kreglinger, Good en Nottebohm. Vader Vereecken ontwierp talrijke voorname hotels op de meest prestigieuze locaties van Antwerpen en Berchem zoals het Stadspark en het Prins Albertpark, naast grote aantallen burgerhuizen in nieuwe wijken als het Zuid, onder meer ook voor eigen rekening. Daarbij bleef hij trouw aan een conventioneel eclecticisme van neoclassicistische inspiratie. Vanaf midden jaren 1890 evolueerde de architectuurproductie van het bureau Vereecken, mogelijk onder invloed van zoon Emile, naar het rijker geornamenteerde neorenaissance- of neobarokidioom. Representatieve voorbeelden uit de beginjaren van de samenwerking tussen vader en zoon Vereecken zijn naast het ensemble in de Leysstraat, het hotel Vandevelde op de hoek van Louiza-Marialei en Rubenslei, en het hotel Pungs in de Beeldhouwersstraat. Vanaf 1906 zette Emile Vereecken de praktijk in eigen naam tot midden jaren 1920 voort, met herenhuizen, bank- en kantoorgebouwen in beaux-artsstijl.

Met een gevelbreedte van vijf traveeën, omvat de voorname rijwoning twee bouwlagen onder een mansardedak (gekleurde leien in mozaïek). De lijstgevel onderscheidt zich door een parement uit witte natuursteen, op een geprofileerde plint uit blauwe hardsteen. Het pand is opgebouwd uit hoofdvolume geaccentueerd door de dakstructuur, en een licht terugwijkende portaaltravee. Nadrukkelijk horizontaal geleed door de puilijst en kordonvormende lekdrempels, beantwoordt de opstand van het hoofdvolume aan een regelmatig ordonnantieschema, met een geblokte pui en een door pilasters geritmeerde bovenverdieping. Registers van rechthoekige vensters, in de pui voorzien van smeedijzeren tralies en een paneel op de borstwering, op de eerste verdieping geaccentueerd door een doorlopende balustrade met postamenten en cartouchesleutels. De portaaltravee wordt boven de rechthoekige koetspoort gemarkeerd door een zware driezijdige erker met rankwerkmedaillons en bewerkte borstwering op de natuurstenen basis, en een houten bovenbouw met pilasters, en voluutconsoles in het entablement. Een klassiek hoofdgestel met architraaf, casementen in de fries en een kroonlijst op klossen, en gekoppelde voluutconsoles voorzien van guttae vormt de gevelbeëindiging. De centrale, natuurstenen dakkapel met pilasters, klauwstukken, metopen en voluutconsoles in het entablement, driehoekig fronton en obelisk als topstuk, is geïntegreerd in een attiekbalustrade met postamenten; flankerende, kleine schouderbogige dakkapellen met waterlijst op gestrekte uiteinden en sluitsteen in de bedaking. Het houten schrijnwerk van de vensters en de vleugeldeur met siersmeedwerk is bewaard, evenals de gietijzeren voetschraper.

Bewaard, rijk interieur in diverse stijlen, met een monumentale traphal.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 1894#1466.
  • SCHEERLINCK, K. 2011: Architectuur en schoolcultuur. Sint-Lutgardisschool Antwerpen-Stad 100 jaar, Antwerpen, 53.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2017


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Herenhuis in eclectische stijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/5483 (Geraadpleegd op 23-09-2019)