Dominicanenkerk en -klooster

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Oostende
Deelgemeente Oostende
Straat Christinastraat, Aartshertoginnestraat
Locatie Christinastraat 95, Aartshertoginnestraat 16A, Oostende (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Oostende (adrescontroles: 11-10-2007 - 13-10-2007).
  • Inventarisatie Oostende (geografische inventarisatie: 01-01-2005 - 31-12-2005).

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Dominicanenkerk en -klooster

Deze bescherming is geldig sinds 25-01-2006.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Dominicanenkerk en -klooster, neogotisch complex

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

Beschrijving

Christinastraat nr. 95. Dominicanenkerk en -klooster.
Neogotisch gebouwencomplex gelegen tussen ten oosten de Christinastraat en ten westen de Aartshertoginnestraat, gelegen in het dicht bebouwde historische centrum van Oostende, tussen de rijhuizen in. Westelijk georiënteerd neogotisch bedehuis met achteruitspringende gevel, van de straat gescheiden door smeedijzeren hek; ontworpen door de Gentse architect Auguste Van Assche. Ten zuiden langs de kerk is er een overdekte doorgang tussen beide straten, ten noorden van de kerk bevindt zich het klooster, aan de achterzijde palend aan het Poverellogebouw in de Aartshertoginnestraat (nr. 16a).

Historiek.
Bouwgeschiedenis gekoppeld aan de vestiging van Dominicanen (of Predikheren) te Oostende vanaf 1873, waar ze voorlopig verblijven in enkele huurpanden aan de Christinastraat. Het zou de eerste vestiging van de Dominicanen zijn in West-Vlaanderen, sinds de Franse Revolutie. In 1880 worden ze eigenaar van de gronden waar ze een voorlopige kapel inrichten. In 1881 wordt de Oostendse stichting tijdelijk opgegeven wegens onvoldoende aantal paters. Op pauselijk bevel wordt de stichting hernomen. Ofschoon de oude kapel gerestaureerd wordt, bouwt men later een nieuwe voorlopige kapel aan de Aartshertoginnenstraat. Meerdere huizen en gronden worden aangekocht en afgebroken voor de bouw van een nieuwe kerk en klooster. Eind 1882 is de eerste steenlegging door Z.E.P. Callens van de kerk in neogotische stijl naar ontwerp van architect A. Van Assche (Gent) en van het klooster naar ontwerp van E.P. Biolley, m.m.v. aannemer Van Dycke en schrijnwerker L. Delvoye (Oostende).

Sint-Catharina van Sienakerk
1883: voltooiing van de kerk en inhuldiging door Z.E.P. Boudewijn.
1885-1891: verdere stoffering van het interieur.
1902: aanbrengen op triomfboog van nog bestaande schilderingen z.g. "de mysteries van de Rozenkrans"- een typisch thema voor dominicanen - naar ontwerp van E.P. Biolley
1907-1908: bouwen van nieuwe orgeltribune achteraan in de kerk met traptorentje oost naar ontwerp van architect Alfons De Pauw (Brugge); verbouwen van orgel en -kast.
1914-1918: oorlogsschade o.m. aan daken, zuidelijke kerkmuur, glasramen en vensters gevolgd door herstellingswerken o.l.v. architect H. Carbon (Oostende) in 1919-1921: o.m. aan kerkdeuren, glasramen, maaswerk, klokkentoren, daken en orgel; herschilderen van de rozenkransmysteries.
1958: plaatsen van nieuw orgel met behoud van front en oud pijpwerk.
1961: verbouwingswerken naar ontwerp van architect J. De Norme (Oostende) o.m. optrekken van moderne winterkapel en wijziging van het koor, met o.m. weghalen van de ijzeren scheiding tussen koor en schip, doorbreking van de wand naar de winterkapel enz. In dezelfde periode worden aan de kant van de Aartshertoginnestraat nieuwe lage zalen opgetrokken, o.m. voor Poverello.
1997: herstellen van de glasramen o.l.v. architectenbureau Felix-Glorieux (Oostende).

Beschrijving.
Westelijk georiënteerd neogotisch bedehuis met achteruitspringende gevel, van de straat gescheiden door smeedijzeren hek. Plattegrond en opbouw ontworpen door architect Auguste Van Assche (Gent) naar het plan van de voormalige gotische dominicanenkerk te Gent (1240-1290), gesloopt in 1860 na nauwkeurige opmetingen door architect Auguste Van Assche, Pieter Langerock en de Engelse archeoloog Thomas Harper King. Vanuit dit voorbeeld komt de Scheldegotiek als inspiratiebron sterk naar voor in deze neogotische creatie.

De plattegrond ontvouwt een éénbeukige zaalkerk van acht traveeën met drie oostportalen, in totaal 49 meter lang en 14,5 meter breed. Ten noorden van centrale toegang ingebouwd vijfzijdig traptorentje (1907-1908). Ter hoogte van achtste travee noordelijke toegang naar sacristie en winterkapel (1961). Koor van twee rechte traveeën met vijfzijdige apsis; aan zuidzijde palend aan bergplaats en ingebouwd achtkantig traptorentje.
Materialen: Rode en gele baksteenbouw met gebruik van natuursteen, o.m. arduin en Ecaussinesteen voor o.m. sokkel, omlijstingen, maaswerk, kraagstenen en aandaken, speklagen van zijportaal en traptorentje. Leien dakbekleding.

Exterieur.
Voorgelegen stoep, in aansluiting met de rooilijn afgesloten door smeedijzeren hekken verbonden door hardstenen pijlers op sokkels. Puntgevel met centraal hoofdportaal waarvan neggen met peerkraalmotief; eenvoudig spitsbogig timpaan en archivolten op halfzuiltjes met krulbladkapiteel. Centraal colonnet met krulkapiteel waarop beeld onder baldakijn van H. Catharina van Siena, patrones van de kerk. Erboven in hardstenen omlijsting met afzaat, groot spitsboogvenster met drielichten en zespastracering waarboven rozet; klein rondboogvenster in de top. Aangebouwd noordelijk deel met traptorentje dat leidt naar het doksaal en afgedekt is door een vijfzijdige spits; kleine spitsbogige tweelichten. Eenvoudige spitsbogige zijportalen met Christusmonogram en het wapen van de orde in het boogveld; bovenaan doorlopende dwerggalerij.
Geheel onder geprofileerde kroonlijst op kleine consoles. Fraai uitgewerkte houten deuren met ijzeren beslag aan de buitenzijde en verdiepte veelpasmotieven aan de binnenkant.
Westelijke koorpartij (Aartshertoginnestraat) gemarkeerd door versneden steunberen. Arduinen kroonlijst op eenvoudige consoles. Traptorentje doorbroken door smalle boven elkaar geplaatste rechthoekige muuropeningen, boven- en onderaan gevat in arduinen omlijsting.

Interieur. Levendige afwerking van de lange, smalle binnenruimte door de wit-zwartritmering van het materiaalgebruik (bepleistering / Ecaussinessteen) en door polychromie in de tegelvloer en de beschilderingen.
Witbeschilderde binnenafwerking met opvallend gebruik van hardsteen van Ecaussines. Ritmering door spitsbogige arcade in hardstenen omlijsting op sokkel; aansluitende schalken met krulbladkapiteel die de gepolychromeerde gordelbogen van het houten spitstongewelf opvangen; eveneens gepolychromeerde nokrib voorzien van bloemvormige sluitstenen; ingeschreven drielichten met driepastracering en rozet in de kop.
Triomfboog in natuurstenen spitsboogomlijsting en met zeven treden verhoogd koor; analoge opstand doch schalken in het koor opgevangen door deels vergulde consoles; hoge en smalle twee- en drielichten met tracering zoals in het schip. Opvallend element in het interieur zijn de polychroom geschilderde medaillons op de triomfboog, met mysteries van de Rozenkrans, aangebracht in 1902.
Ten zuiden koortribune afgesloten door smeedijzeren hek; gescheiden van het koor door twee grote spitsbogen waartussen zuil met knopkapiteel; erboven oculi met rozet; vlakke houten afdekking.
Orgeltribune oost gemarkeerd door hardstenen spitsboogarcade op zuiltjes met krulbladkapiteel onder een rijkelijk uitgehouwen balustrade met bekronende bloemenfries; blind maaswerk in de zwikken en uitgewerkte baldakijnen boven de heiligenbeelden op consoles.
Samengestelde balklaag met moer- en kinderbalken, e.g. rustend op hardstenen consoles; balksleutels versierd met driepasmotief. Verzorgde kleurrijke tegelvloer met typische gestileerde bloem- en plantenmotieven; zorgt samen met de glasramen voor een hoog-Victoriaans accent. Bergplaats west onder beschilderde bakstenen troggewelven.

Mobilair.
Neogotisch beeldhouwwerk en meubilair vnl. naar ontwerp van pater Biolley en uitgevoerd door Mathias Zens (Gent), o.m. de biechtstoelen die in elke travee van het schip zijn geplaatst, typisch element voor een Dominicanenkerk.
Monumentaal kruisbeeld op de triomfbalk. Koperen beelden op doksaal (1907-1908) met voorstelling van personages die te maken hebben met muziek, van links naar rechts David met harp, paus Gregorius de Grote en Sint-Cecilia met lier. Gepolychromeerd houten Mariabeeld met kind (1897) van A. De Beule (Gent), nu opgesteld in de kloostergang. Polychrome beelden van H. Dominicus, H. Catharina van Sienna en San Telmo van de Duitse beeldhouwer Mayer (Munchen).
Marmeren hoofdaltaar waarop koperen medaillons van J. Wilmotte (Luik). Altaar zuid (1883) gewijd aan Sint-Petrus Gonzalez of Sint-Elmo, patroon van vissers en zeelieden naar ontwerp van Van Nieuwenhuyse. Onder baldakijn gepolychromeerd natuurstenen beeld van Sint-Elmo op sokkel.
Koorgestoelte (1883) naar ontwerp van M. Zech (Mechelen).
Orgel van firma Loncke (Esen) van 1958. Koperwerk naar ontwerp van J. Wilmotte. Glasramen (1883) vnl. naar ontwerp van J. Osterrath (Tilff), gekenmerkt door hun iconografische thematiek die volledig bij de Dominicanen aansluit, o.m. de beeltenis van vooraanstaande Dominicanen, het gebruik van de lelie enz. Het grote tweelicht in het voorfront werd vernield door oorlogsgeweld en vervangen door een creatie van Vermeire (Oostende). Twee bij het koor aansluitende ramen zijn van de Brusselse glazenier Spreters, met voorstellingen betreffende het leven van de H. Dominicus.

Klooster
1882: aanvang van de bouw, gelijktijdig met de kerk en gr. m. afgewerkt in 1885.
1897: verkleinen van de kloosterrefter om tweede spreekkamer te maken.
1935: eerste uitbreiding van het klooster aan de Aartshertoginnestraat.
1961: afbraak van de vergaderzaal aan westzijde van klooster en optrekken van een nieuwe vleugel met winterkapel. Aan de kant van de Aartshertoginnestraat worden in dezelfde periode verschillende nieuwe lage zalen opgetrokken o.m. nieuwe vergaderzaal, gebouw voor Poverello (nr. 16a), waardoor de binnenkoeren van het klooster drastisch worden verkleind.

Beschrijving.
Neogotisch getint kloostercomplex n.o.v. E.P. Biolley, m.m.v. aannemer Van Dycke en schrijnwerker L. Delvoye (Oostende) cf. steunberen, Brugse travee, spitsbogen, kruiskozijnen. Gelegen ten noorden van de kerk en ermee verbonden door een lange gang, zijportaal noord als kloosteringang aan straatzijde. In oorsprong bestaat het klooster uit een grote en een kleinere binnenkoer ten noorden van de kerk, omgeven door kloostergebouwen van drie bouwlagen; aan de Aartshertoginnestraat is de grote binnentuin voorzien van een galerij. Door uitbreidingen in het interbellum en in de jaren 1960, is het klooster vanaf de Aartshertoginnestraat verstopt achter lage nieuwe gebouwen. Deel van in 1961 nieuw gebouwde westvleugel aan de Aartshertoginnestraat niet meer gebruikt door kloosterlingen. Zuidvleugel is gekenmerkt door pandgang die leidt naar o.m. ontvangstzaal, refter met voorrefter en keuken, noordvleugel met recreatiekamer en zitplaats. Cellen van paters op de bovenverdieping. Bibliotheek aan oostzijde in derde bouwlaag, met drie spitsboogvensters aan beide zijden van het lokaal uitkomend boven de kloostergangen. Gedeelte van twee bouwlagen ten noorden van de kerk (Christinastraat) met gang leidend naar het klooster, spreekkamers op de begane grond.

Exterieur. Kloostervleugels van drie bouwlagen onder pannen zadeldaken die loodrecht op mekaar aansluiten. Boven elke travee dakkapellen met leien zadeldaken en spitsboogvensters. Verankerde rode en gele baksteenbouw. Lijstgevels horizontaal geaccentueerd door dubbele overhoekse baksteenfries onder de goot en doorlopende arduinen dorpel onder de tweede bouwlaag. Verticale ritmering in noordvleugel door versneden steunberen. Rechthoekige muuropeningen met dubbele ontlastingsbogen, waarin arduinen kruis- en kloosterkozijnen en ramen met kleine roedeverdeling; per travee gevat in verdiepte steekbogige nis. Oostvleugel met puntgevels waarin drie hoge lancetvensters in verdiepte spitsboognis met arduinen afzaat; in de top beeld van Madonna en kind in nis. Achtertuitgevel met topstuk.
Aan noordzijde enkelhuis in aansluitende bouwtrant van twee traveeën en twee bouwlagen onder pannen schilddak (nok evenwijdig met straat). Bakstenen lijstgevel op arduinen sokkel. Geen deuropening cf. ingang naar klooster via rechts zijportaal van de kerk.
Interieur. Eenvoudig interieur zonder veel versieringen. Wanden en plafonds in de meeste ruimtes en gangen wit gepleisterd. Tegelvloeren in zwart-wit geometrisch patroon (kloostergangen) of veelkleurig met gestileerde bloemmotieven (o.m. in refter, voorrefter en recreatiekamer).
Recreatiekamer met fraai uitgewerkte neogotische houten lambrisering in briefpaneelvorm; schouw waarvan wangen bezet met mangaanrode tegeltjes onder fijn gesculpteerde haardbalk. Noordwand van bijkeuken bezet met z.g. Delftse tegels, westwand met mangaanrode tegels. Bibliotheek overwelfd d.m.v. houten spitstongewelf met gepolychromeerde gordelbogen en ribben; hoge houten boekenkasten met fijn gesculpteerde kwartholle kroonlijst. Bevat de persoonlijke boeken van de paters, naast enkele documenten die met het gebouw zijn verbonden, vb. de originele ontwerpplannen van de kerk.

AFDELING ROHM WEST-VLAANDEREN, Cel Monumenten en Landschappen, Archief nr. DW002375.
KADASTERARCHIEF WEST-VLAANDEREN TE BRUGGE, 207: Mutatieschetsen, Oostende, 1ste Afdeling, sectie A, 1875/12, 1877/16, 1878/18, 1880/16, 1883/11, 1884/15, 1885/16, 1909/23, 1936/34.
Nota's en afschrijvingen over het klooster der Dominicanen Oostende door E.P. J. Geerts, Oostende, 1938.
BUFKENS G., De Dominicanenkerk van Oostende, in: Symbolen, brochure OMD Oostende 2002, p. 32-40.
DE KEYSER B., De ingenieuze neogotiek. Techniek & kunst. 1852-1925, Leuven, 1997.
HOSTYN R., Het orgel van de Dominicanenkerk na zijn verbouwingen, in De Plate, 1978, p. 16-17, 31.
LOONTIENS C., Ostende monumentale et pittoresque. Les monuments et les édifices remarquables, Oostende, s.d., p. 100-108.
VAN LOO A. (red.), Repertorium van de architectuur in België van 1830 tot heden, Antwerpen, 2003, p. 547.

Bron: Callaert G., Delepiere A.-M., Hooft E., Kerrinckx H. & Vanneste P. met medewerking van Santy P. & Snauwaert L. 2005: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Oostende, Deel IA: Stad Oostende, Straten A-M, Deel IB: Stad Oostende, Straten N-Z en wijken Haven, Hazegras, Opex, Deel II: Deelgemeenten Mariakerke, Raversijde, Stene en Zandvoorde, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL6, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Callaert, Gonda; Delepiere, Anne Marie; Hooft, Elise & Kerrinckx, Hans

Relaties

maakt deel uit van Christinastraat

Christinastraat (Oostende)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.