erfgoedobject

Hotel Blom-Laufer

bouwkundig element
ID: 5606   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/5606

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Hotel Blom-Laufer
    Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019

Beschrijving

Historiek en context

Burgerhuis in eclectische stijl gebouwd in opdracht van de Joodse katoenhandelaar C. Blom-Laufer, naar een ontwerp door de architect Alexis Van Mechelen uit 1895. Tot het bouwprogramma behoorde een wintertuin en een koetshuis achteraan op het perceel. Van Mechelen had in 1890 voor een vermoedelijk familielid Charles August Laufer-Ryckers al twee vandaag verdwenen huizen gebouwd in de nabije Sint-Andriesstraat (nummers 34-36). De decorateur Henri Verbuecken ontwierp en voerde het interieur van de bel-etage uit.

Alexis Van Mechelen startte zijn loopbaan in 1887, met het café van de Wijngaard Natie aan de Oudeleeuwenrui in opdracht van zijn vader, gevolgd door privé-opdrachten in conventionele neoclassicistische en pittoreske neo-Vlaamserenaissance-stijl. Het hotel Blom-Laufer is verwant met de neo-Italiaanserenaissance-architectuur van Ernest Stordiau uit dezelfde periode. Als stads(hoofd)bouwmeester van 1902 tot zijn overlijden in 1919, werd Van Mechelen vooral bekend van de Opera aan de Frankrijklei en de Stadsfeestzaal aan de Meir die hij in de jaren 1900 realiseerde. Deze gebouwen kenmerken zich door een monumentaal eclecticisme onder invloed van de beaux-artsstijl. Tijdens zijn ambtsperiode ontwierp hij een tiental schoolcomplexen zowel in eclectische (Kasteelstraat), in neo-Vlaamserenaissance-stijl (Grotehondstraat) als in beaux-artstijl (Lamorinièrestraat).

Architectuur

Met een gevelbreedte van drie traveeën, omvat de rijwoning vier bouwlagen onder een zadeldak. De statige lijstgevel onderscheidt zich door een parement uit witte natuursteen, met accenten uit rood graniet en overvloedig gebruik van blauwe hardsteen voor de pui, waterlijsten balkons en vensteromlijstingen. Nadrukkelijk geleed in horizontale registers, is de opstand opgebouwd uit de gedrukte pui, de bel-etage, de tweede verdieping en de als attiekloggia vormgegeven topgeleding. Axiaal van opzet legt de compositie de klemtoon op de middenas, die ter hoogte van de bel-etage wordt gemarkeerd door een aediculavenster met balkon op mascaronconsoles, Ionische granieten zuilen met bronzen kapiteel, en een entablement met bewerkte fries, waarop het balkon van de tweede verdieping aansluit; de oorspronkelijke balkon- en vensterbalustrades zijn vervangen door gesloten borstweringen met beschildering. Oorspronkelijk geblokt op een geprofileerde plint waarin getraliede keldermonden, met enkelhuisopstand en rechthoekige koetspoort in de rechter travee, is de begane grond verbouwd tot winkelpui, met een afwijkende indeling en bossagestructuur. Rechthoekige vensters in geriemde omlijsting op de eerste verdieping, in de zijtraveeën met gedichte balustrade, palmetten in de fries en doorgetrokken waterlijsten. De tweede verdieping onderscheidt zich door rondboogvensters in een rechthoekige omlijsting, met een bewerkt entablement op voluutconsoles, en in de zijtraveeën een onderdorpel met ster; granieten metopen op de middenpenanten. In de topgeleding alterneren tweelichten met composiet middenzuiltje uit graniet en brons, met door gecanneleerde pilasters geflankeerde blinde rondboognissen. Een klassiek hoofdgestel met architraaf, oorspronkelijk een sgraffitofries van fleur de lys en ranken tussen granieten metopen, en een houten kroonlijst op klossen en tandlijst, vormt de gevelbeëindiging. Het gevernist houten vensterschrijnwerk is bewaard.

Het hotel beantwoordt aan de typologie van de bel-etagewoning, die uit een hoofdvolume en een smalle achterbouw in entresol bestaat, ontsloten via de doorlopende vestibule en de zijdelings ingeplante traphal met bovenlicht, die wordt ontdubbeld door de diensttrap. Volgens de bouwplannen bood de begane grond oorspronkelijk ruimte aan de kleine eetkamer en de keuken annex pomphuis. Een enfilade van salon, eetkamer, veranda met bovenlicht en overdekt terras beslaat de bel-etage, geflankeerd door een ‘cabinet’, de traphal met ‘monte plats’, de office en de wintertuin. Op de tweede verdieping bevinden zich de kinderkamer, een ‘cabinet’, de slaapkamer met opschik- en badkamer, op de derde verdieping een (slaap)kamer, ‘cabinet’, gasten- en linnenkamer. Het koetshuis ontsloten door een ronde traptoren, omvatte gelijkvloers de paardenstal met twee boxen en de remise, op de verdieping de tuigagebergplaats, haver- en hooiopslag, en hogerop een mansarde doorlopend over de wintertuin. Het interieur van de bel-etage ontworpen en uitgevoerd door de decorateur Henri Verbuecken is bewaard: salon, eetkamer en veranda met moorse en neo-Venetiaanse inslag en koepel, vergelijkbaar met het interieur van het hotel Bamdas-Tolkowsky in de Lamorinièrestraat.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1895#1123 (hotel Blom-Laufer) en 1890#167 (woningen Laufer-Ryckers).

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2018


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Hotel Blom-Laufer [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/5606 (Geraadpleegd op 24-08-2019)