erfgoedobject

Stokerij Het Anker, met barokpoort brouwerij De Gulden Handt

bouwkundig element
ID: 5666   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/5666

Juridische gevolgen

Beschrijving

Historiek en context

Gebouw in eclectische stijl, hoofdzetel van stokerij "Het Anker", opgetrokken in opdracht van Jules Meeûs, naar een ontwerp door de architecten Jean Baptiste en Emile Vereecken uit 1897. De werken betroffen de aanpassing van een bestaand gebouw, dat minstens sinds 1884 in het bezit was van Meeûs, en een nieuw gevelfront kreeg. Daarin werd het barokpoortje van de vroegere brouwerij “De Gulden Handt” geïntegreerd. De oorspronkelijke mezzanine, tuitgevel en bedaking verdwenen in de latere jaren 1950 voor een volwaardige tweede verdieping.

“Het Anker”, naar verluidt de oudste stokerij van Antwerpen opklimmend tot 1753 en oorspronkelijk gevestigd in de Boeksteeg (Nationalestraat), werd omstreeks 1815 door Jean Meeùs (Antwerpen, 1784-1849) overgenomen van zijn schoonouders, het echtpaar Adriaensens-Peeters. Zoon Ferdinand Meeùs (Antwerpen, 1814-1890), die na het terugtreden van zijn broers François (Antwerpen, 1813-1897), en Louis (Antwerpen, 1816-1903) het bedrijf alleen verderzette, liet het na aan zijn zoon Jules Meeûs (Antwerpen, 1843-1909), echtgenoot van barones Emma de Vicq de Cumptich (1839-1917). Na de onteigening van de Boeksteeg voor de aanleg van de Nationalestraat, verhuisde Jules Meeûs de stokerij naar de Oudeleeuwenrui, en liet in 1880-1882 op de hoek met de Zeevaartstraat een vandaag verdwenen industriële mouterij optrekken. De firma werd ontbonden in 1904.

Stokerij “Het Anker” behoort tot het latere oeuvre van Jean Baptiste Vereecken, die van 1893 tot 1906 met zijn zoon Emile geassocieerd was. Vanaf midden jaren 1860 bouwde hij een succesvolle carrière uit in dienst van de belangrijkste Antwerpse makelaars- en bankiersfamilies, zoals Havenith, Grisar, Pecher, Bunge, Kreglinger, Good en Nottebohm. Vader Vereecken ontwierp talrijke voorname herenhuizen op de meest prestigieuze locaties van Antwerpen en Berchem zoals het Stadspark en het Prins Albertpark, naast grote aantallen burgerhuizen in nieuwe wijken als het Zuid. Daarbij bleef hij trouw aan een conventioneel eclecticisme van neoclassicistische inspiratie. Vanaf midden jaren 1890 evolueerde de architectuurproductie van het bureau Vereecken, mogelijk onder invloed van zoon Emile, naar een rijker geornamenteerd neorenaissance- of neobarokidioom. Representatieve voorbeelden uit de beginjaren van de samenwerking tussen vader en zoon Vereecken zijn het hotel Vandevelde uit 1895 op de hoek van Louiza-Marialei en Rubenslei, hotel Pungs uit 1896 in de Beeldhouwersstraat, en het monumentale ensemble winkelpanden in opdracht van Ernest Paul Grisar en Albert Kreglinger uit 1898 in de Leysstraat. In opdracht van Jules Meeûs ontwierpen vader en zoon Vereecken in 1898 twee hotels aan de Grotesteenweg, en een koetshuis met stallen aan de Kardinaal Mercierlei in Berchem. Vanaf 1906 zette Emile Vereecken de praktijk in eigen naam tot midden jaren 1920 voort, met herenhuizen, bank- en kantoorgebouwen in beaux-artsstijl.

Architectuur

Met een gevelbreedte van zes traveeën, omvat het gebouw drie bouwlagen onder een plat dak. Daarvan vervangt de topgeleding de oorspronkelijke mezzanine, de tuitgevel van de drie rechter traveeën, en de parallelle, diepgerichte zadeldaken. De lijstgevel heeft een parement uit rood baksteenmetselwerk in kruisverband, met gebruik van blauwe hardsteen voor de hoge, geblokte sokkel, poort- en vensteromlijstingen en de puilijst, en witte natuursteen voor speklagen, lateien en lekdrempels. Geleed door de puilijst, wordt de opstand geritmeerd door het inkomrisaliet in de linker travee, oorspronkelijk bekroond door een driehoekig fronton, en de kolossale lisenen van de drie rechter traveeën. Deze laatste vormen het restant van de oorspronkelijk getoogde en kepervormige spaarvelden, die doorliepen in de geveltop. Drie rondboogvensters, waarvan de twee linker later werden verbreed tot winkelpui, en een korfboogpoort, alle in geblokte omlijsting met sluitsteen, flankeren het barokpoortje. Register van rechthoekige vensters met latei en ontlastingsboog op de eerste verdieping; oorspronkelijk getoogde mezaninevensters en een houten kroonlijst als gevelbeëindiging.

Barokpoortje uit blauwe hardsteen, gedateerd 1669, afkomstig van brouwerij "De Gulden Handt". Geblokte rondboog met voluutsleutel, neerkomend op geblokte pilasters met kapitelen, en gevat in een spiegelboogveld met voluten en guttae. Dit laatste wordt bekroond door een gebroken fronton waarin een rolwerkcartouche met de datering en de afbeelding van een hand. Houten vleugeldeur met smeedijzeren waaier.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1897#422 (Oudeleeuwenrui 56-58) en 1880#598 (verdwenen mouterij).
  • KURGAN-VAN HENTENRIJK G., JAUMAIN S. & MONTENS V. (red.) 1996: Dictionnaire des patrons en belgique. Les hommes, les entreprises, les réseaux, Brussel, 458-459.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2018


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Stokerij Het Anker, met barokpoort brouwerij De Gulden Handt [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/5666 (Geraadpleegd op 18-09-2019)