Parochiekerk Sint-Laurentius

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Sint-Laureins
Deelgemeente Sint-Laureins
Straat Dorpsstraat
Locatie Dorpsstraat 107, Sint-Laureins (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Sint-Laureins (adrescontroles: 06-05-2008 - 07-05-2008).
  • Inventarisatie Sint-Laureins (geografische inventarisatie: 01-05-2003 - 31-08-2003).
Links

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Parochiekerk Sint-Laurentius

Deze bescherming is geldig sinds 28-12-1936.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Parochiekerk Sint-Laurentius met omringend kerkhof

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

Beschrijving

Ingeplant ten zuiden van de huidige Dorpsstraat, met omringend kerkhof, door een fraai ijzeren hek tussen gietijzeren zuiltjes, geplaatst in 1855, afgesloten aan de Dorpsstraat. Nog twee oude kerkwegels, vanaf de Dorpsstraat en de Leemweg leiden naar het schuin achterin ingeplante kerkgebouw. Tussen het straathek en de noordelijke zijbeuk werd in 1947 een bronzen Heilig Hartbeeld geplaatst op een hardstenen sokkel met opschrift: "Het dankbaar Sint-Laureins aan het Heilig Hart, pastoor Verhulst, 1947", thans omgeven door bomen en struiken.

Vroegste vermelding van de "Sente Laureinsprochie" in begin 14de eeuw, opgericht door de bisschop van Doornik. Het oudste deel, de toren met zware versneden steunberen, kenmerkend voor het Meetjesland, vertoont typische vroeggotische kenmerken opklimmend tot circa 1350-1400. Een gedenksteen, bewaard in de kooromgang, vermeldt dat pastoor Aernoud Van Zuudt in 1554 de drie koren laat bouwen. Het jaartal 1555 is aangebracht op de noordelijke buitenmuur. Uit kerkrekeningen blijkt dat in 1557 de vergrotingswerken voltooid waren, hetzelfde jaartal is ook vermeld op een balk van het koorgebint. Ook de sterk verbouwde zuidmuur, in het verlengde van het zuidkoor, bewaart nog fragmenten uit de 16de eeuw. De verspringende muur van de noordbeuk lijkt van jongere datum. Het kerkgebouw schijnt de godsdiensttroebelen van het einde van de 16de eeuw vrij goed doorstaan te hebben. De 17de-eeuwse kerkrekeningen vermelden voornamelijk de aankoop van nieuw meubilair waarvan het hoogaltaar en het koorgestoelte en de zijaltaren, gelukkig tot op heden bewaard bleven. Het kerkarchief uit het begin van de 18de eeuw bevat vooral rekeningen van herstellingswerken aan de toren (1717) en de daken en het aanvullen van het meubilair. In 1776 werden de kapellen rond de kooromgang bepleisterd. In 1787 en 1790 werden respectievelijk vijf spitsboogvensters aan de noordelijke zijbeuk en vier aan de zuidelijke zijbeuk vervangen door typische segmentboogvensters met glas-in-loodvulling. Tezelfdertijd werden waarschijnlijk de gewelven vervangen door gepleisterde gewelven. In de jaren 1840 werd de toren hersteld en voorzien van een traptorentje aan de zuidzijde en werd de kerk gewit. Ook de kerkvloer en de doopvont dateren uit dezelfde periode.

In1884 dient de kerkfabriek een aanvraag in tot herstel van het koor in oorspronkelijke gotische stijl met vervangen van de barokke altaren. Volgens een verslag van architect A. Pauli, die de toestand van de kerk onderzocht in 1889, werd het koor eind 18de eeuw gewijzigd in classicistische stijl: de gewelven werden vervangen door gepleisterde tongewelven en de zuilen voorzien van Toscaanse kapitelen, de bogen tussen koor en kapellen werden verwijderd met uitzondering van twee bogen achter het hoogkoor.

Bij de restauratie in de periode 1890-1906 onder leiding van architect F. Van Wassenhove werd door de KCML enkel toegestaan nieuwe bladwerkkapitelen aan te brengen, de koorvensters aan de zuidzijde te voorzien van gotische tracering en glasramen, een boog te herstellen tussen koor en straalkapel en een nieuw neogotisch altaar te plaatsen in de sacramentkapel. De oorlogsschade van 1944 werd opgemeten door de architecten H. en R. Vaerwyck en uitgevoerd in 1947.

De grondige restauratiecampagne en herschilderen van het interieur startte in 1982 onder leiding van architect L. Cromheecke (Maldegem), uitgevoerd door BV Woudenberg (Brugge), en werd beëindigd in 1987.

De plattegrond ontvouwt een ruime hallenkerk met drie ongelijke beuken van respectievelijk vijf en zeven traveeën, uitspringende vierkante westtoren met zware hoeksteunberen en halfcirkelvormig traptorentje aan de zuidzijde en een zevenzijdig koor met kooromgang en drie straalkapellen. Oude sacristie op vierkante plattegrond en recente stookplaats aansluitend bij de laatste travee van de zuidelijke zijbeuk. Opgetrokken uit baksteen met sporadische verwerking van blauwe hardsteen aan het schip en Balegemse zandsteen voor de plint en hoekstenen van de koren. Sporen van vroegere kalkbeschildering aan zuidzijde. Afdekkende afzonderlijke leien zadeldaken.

Westgevel gemarkeerd door de stoere bakstenen westtoren met vijf geledingen geaccentueerd door omlopende bakstenen waterlijsten en sterk versneden, op elkaar gestelde hoeksteunberen; afdekkend ingesnoerd leien tentdakje. Voorgevel met korfboogvormig portaal in vernieuwde omlijsting van blauwe hardsteen, groot spitsboogvenster met bakstenen archivolten en drieledige tracering, onder omlopende waterlijst, smalle rechthoekige lichtopening en klokkenkamer met tweeledige spitsboogvormige galmgaten met uurwerkplaat onder de bakstenen daklijst. Haast blinde zij- en achtergevel met enkele lichtopeningen en aanleunend halfcirkelvormig traptorentje onder halfkegelvormig dak aan de zuidzijde.

Flankerende zijbeuken afgewerkt met puntgevels van ongelijke breedte met een aandak, schouderstukjes en een overhoeks topstuk. Een vierledig spitsboogvenster met verzorgd bakstenen maaswerk doorbreekt elke gevel, begrensd door een versneden steunbeer. Zijgevels respectievelijk van vijf en zeven spaarvelden gescheiden door versneden steunberen. Noordzijde met vijf eind 18de-eeuwse steekboogvensters en gedicht korfboogdeurtje in de eerste travee. Zuidzijde met één behouden spitsboogvenster in de eerste travee, vier steekboogvensters en één gedicht spitsboogvenster in de derde travee. Sacristie met twee licht getoogde vensters voor de laatste travee en aansluitende stookplaats met twee lancetvenstertjes.

Koren met twee grote spitsboogramen met hardstenen gotische tracering in noord- en zuidgevel en drie straalkapellen met drie en vijf spitsboogvensters met dito tracering waarbij het middelste venster van de linker en rechter kapel gedicht werd. Bij de vijfzijdige askapel werden de twee zijvensters blind gehouden.

Interieur van een hallenkerk met drie ongelijke beuken gescheiden door zuilen van Balegemse steen met verguld gotisch bladwerkkapiteel op hoge achtzijdige sokkel en die de natuurstenen spitsboogarcaden dragen. Overwelving met bepleisterde, thans lichtblauwgeschilderde kruisribgewelven met gesculpteerde sleutels en gescheiden door gordelbogen in de zijbeuken en tongewelf in het schip. Brede dubbele zuil tussen de vierde en vijfde travee en zware gebundelde zuilen op de scheiding met het koor en de kooromgang. Koor en kooromgang gescheiden door gelijkaardige spitsboogarcade gedragen door dezelfde laat-gotische zuilen; middelste boog verscholen achter het monumentale hoogaltaar. Kooromgang en straalkapellen overwelfd met lichtblauwgeschilderd spitstongewelven met beigegeschilderde ribben.

Rijkelijk nog 17de-, 18de- en 19de-eeuws mobilair:

Schilderijen: "De marteling van Sint-Laurentius", 17de-eeuws schilderij op doek, in het Sint-Laurentiusaltaar; "Aanbidding van de herders", 17de-eeuws schilderij op doek, in het Onze-Lieve-Vrouwaltaar; "De kroning van Onze-Lieve-Vrouw", Vlaamse school, 17de eeuw, vermoedelijk van Jacob van Oost de Oude, in 1992 in hoogaltaar geplaatst.

Beeldhouwwerk: Neogotische, gepolychromeerde beelden van de vier evangelisten en van de Heilige Laurentius en Heilige Blasius, op sokkel in het koor.

Meubilair: Hoogaltaar, barok portiekaltaar door Rijkaard Brouckman (Brugge), van 1654, geschilderd en verguld hout, bekronende nis met beeld van Onze-Lieve-Vrouw met Kind, tabernakel in rococostijl, van 1755 geschonken door Bernard Beghijn, altaartafel en tombe, wit en zwart marmer, van 1845; oud tabernakel aan de achterzijde met opschrift: "Ecce panis angelorum", van circa 1615 door Gillis Van der Bon (Brugge). Noordelijk zijaltaar van Onze-Lieve-Vrouw, barok portiekaltaar van 1643-47, door schrijnwerker Th. De Stroopere, gepolychromeerd en verguld hout, bekronende nis met Onze-Lieve-Vrouwbeeld met Kind. Zuidelijk zijaltaar, barok portiekaltaar van Sint-Laurentius en Sint-Blasius, gewijd in 1664, gemarmerd en verguld hout, nis met beeld van Sint–Blasius. Zijaltaar in noordelijke zijbeuk, barok portiekaltaar van Sint-Anna, gewijd in 1664, gemarmerd en verguld hout, in de portiek: Anna en Maria tussen engeltjes, eind 18de eeuw ter vervanging van vroeger schilderij. Altaar van het Heilig Sacrament, neogotisch altaar in askapel, van 1892, uitgevoerd door Smitz-Van Acker (Eeklo).

Twee barokke eiken koorbanken, door Rijkaard Brouckman (Brugge), gedateerd anno 1654 en 1656 op zuid- en nooordbank. Communiebank, oorspronkelijk door Brouckman van 1654, vernieuwd in 1856, thans hergebruikt in dienstaltaar. Preekstoel, rijkelijk gesculpteerd eikenhout, door H. Peeters-Divoort (Turnhout), van 1856, met beeld van Heilige Laurentius, kuip met medaillons met voorstelling van de marteling van de heilige. Biechtstoelen: één door R. Brouckman, van 1654; één van Arnout Pullincx (Brugge), van 1713 met buste van Heilige Petrus, een classicistische uit eerste helft 19de eeuw, één neogotische uit tweede helft 19de eeuw met beeldjes van Heilige Petrus en Maria Magdalena. Orgel, oorspronkelijk van Van Peteghem, van 1715, verwerkt in orgel van L. Daem (Appelterre), begin 20ste eeuw, neogotische orgelkast uit tweede heft 19de eeuw. Doksaal met fragmenten met muziekinstrumenten van doksaal van ca. 1711-14, verwerkt in neogotische balustrade, ondersteund door vier granieten zuilen van 1815.

Doopvont door G. Roegiers (Gent), 1840, geaderd marmer, koperen deksel met slang en kruis. Verschillende grafplaten van de pastoors van de parochie opgehangen bij het portaal in de kerk of buiten. Kruisweg van 1869 door B. Van Holbeke (Brugge). Glasramen: een vierdelig en een vijfdelig raam in zuidkoor door S. Coucke en zonen, Brugge, 1896, zes tweedelige ramen in de straalkapellen, vermoedelijk van S. Coucke en zonen, 1889 en circa 1900; een vierdelig en een vijfdelig raam in Noordelijke koor, gesigneerd J. Dobbelaere, Brugge, 1905, onder meer met wapenschild van Monseigneur Lambrecht, derde bisschop van Brugge, het centrale raam in de sacramentskapel door J. Dobbelaere, van 1905, twee vierledige ramen aan de westzijde door J. Dobbelaere, 1907; drie ramen in Noordelijke zijbeuk, gedateerd 1943 en 1944.

  • Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumentenzorg, Cel Monumenten en Landschappen, archief, beschermingsdossier.
  • Rijksarchief Gent, Provinciaal Archief 1830-50, nummer 2555/4.
  • BERNAERT R., Uit de kronieken van Sint-Laureins voor 1900, II, Sint-Laureins, 1971, p. 324-352.
  • BLONDEEL A. & STOCKMAN L, Kerkelijk en parochiaal leven te Sint-Laureins, in Heemkundige bijdragen uit het Meetjesland, I, 3, 1987, p. 125-141; I, 4, 1987, p.179-190; II, 1, 1988, p. 41-46; II, 2, 1988, p. 88-93; III, 1, 1989, p. 24-33; , IV, 1, 1990, p. 29-36; IV, 4, 1990, p. 196-199.
  • DE POTTER F. & BROECKAERT J., Geschiedenis van de gemeenten der provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Eeklo, Tweede deel, Gent, 1870-1872.
  • VERSCHRAEGEN H, Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen, Provincie Oost-Vlaanderen, Kanton Eeklo, Brussel, 1977, p. 60-64.

Bron: -

Auteurs: Bogaert, Chris & Lanclus, Kathleen

Datum tekst: 2003

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Dorpsstraat

Dorpsstraat (Sint-Laureins)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.