Teksten van Klooster met internaat

https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/58631

Klooster met internaat ()

Deze schoolsite werd vanaf 1908-1909 gebouwd als een klooster met meisjespensionaat door de Zusters Dominicanessen uit het Franse Langres naar plannen van architect Louis Corthouts. Na de Eerste Wereldoorlog ontwikkelde de site zich als Colonie de Knocke onder het Oeuvre Nationale de l'enfance, namelijk een kostschool voor kinderen met gezondheidsproblemen. Doorheen het interbellum en na de Tweede Wereldoorlog volgden uitbreidingen van de bestaande bebouwing, onder meer in modernistische stijl naar ontwerp van architect Florimond Vervalcke.

Historiek

De Zusters Dominicanessen uit Langres vestigden zich vanuit Frankrijk in Knokke. Ze lieten omstreeks 1908-1909 een klooster met pensionaat voor meisjes oprichten op gronden van de Compagnie Immobilière Le Zoute ten noordoosten van het Alfred Verweeplein. Het U-vormige klooster kwam tot stand volgens plannen van de Leuvense architect Louis Corthouts. Het was op dat ogenblik het eerste grote gebouw aan dat marktplein. Twee jaar later zouden de werken aanvatten van het tegenoverliggende gemeentehuis.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het klooster verlaten. Na de oorlog werd het complex in 1919 aangekocht door het zogenaamde L'Oeuvre Nationale de l'enfance of het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn om er de Colonie de Knocke op te richten. Een dergelijke kolonie of kostschool voor kinderen met gezondheidsproblemen is een typisch fenomeen uit het interbellum. Het getuigt van de groeiende zorg voor de gezondheid van schoolgaande kinderen na de Eerste Wereldoorlog. Al voor de oorlog bestonden er vakantiekolonies en was er aandacht voor de voordelen van openluchtscholen, wat in het interbellum verder werd gepropageerd en uitgebouwd. Schoolgaande (stads)kinderen met een zwakkere gezondheid konden in de zomermaanden in Knokke verblijven om te genieten van de gezonde zeelucht. Bij het ontwerpen van dergelijke gebouwen hielden architecten rekening met het contact tussen binnen en buiten door ruime beglazing, verlichting, hygiëne, thermisch comfort,... Het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn had naast Knokke vakantiekolonies in De Panne (Kinderwelzijn, vanaf 1919), Oostduinkerke (Home Georges Theunis, 1938) en Sint-Idesbald (Villa ‘Chez Nous’, 1947).

Door het grote succes en het grote aantal kinderen dat naar deze Colonie de Knocke kwam, drongen uitbreidingswerken zich op. In de vroege jaren 1920 werd de westvleugel van het U-vormige gebouw aan de noordzijde uitgebreid. Een deel van de achtertuin was toen ommuurd en de westzijde van de site, tot aan de Piers de Raveschootlaan, werd vanaf 1924 afgesloten door een omheining bestaande uit bakstenen pijlers met daartussen houten afsluitingen. Op het domein, in het verlengde van het hoofdgebouw, werden tijdelijke houten barakken opgetrokken met bijkomende slaapzalen. Deze constructies bleven behouden tot in 1932, toen permanente gebouwen werden opgetrokken. Tussen 1932 en 1936 gebeurden verschillende uitbreidingswerken, die in 1936 in het kadaster geregistreerd werden als “vergroting sanatorium" en voor een groot deel op basis van bouwplannen toegeschreven kunnen worden aan architect Florimond Vervalcke. De oorspronkelijke oostvleugel van het klooster werd aan de noordzijde uitgebreid met een nieuw volume in modernistische stijl. In diverse literatuur wordt deze uitbreiding toegeschreven aan architect Huib Hoste, maar (bouw)historisch onderzoek toont aan dat dit niet klopt. Er gebeurden ook aanpassingen aan het hoofdgebouw, waaronder een renovatie van de eetzaal voor de kinderen en het personeel, en de bouw van een halfronde uitbouw die dienstdeed als spreekkamer. Ook de uitbouw aan de westvleugel van het klooster uit de vroege jaren 1920 onderging aanpassingen, meer bepaald sloop en vernieuwing van het toiletgebouw. Dit volume deed ook dienst als woning voor de conciërge. Ten noorden van de bestaande gebouwen werd er een vrijstaand gebouw opgetrokken met drie klaslokalen, voorzien van ramen in de zuidgevel en beglaasde deuren die in de zomer geopend konden worden.

In 1937 werd de toegangspoort die zich links van het hoofdgebouw bevond, gesloopt in functie van een “classe en plein-air”. Dit ten westen aan het hoofdgebouw aanleunende volume voorzag een openluchtklas op de eerste verdieping. In 1939 werd een laag klaslokaal onder een plat dak gebouwd aan de Piers de Raveschootlaan, naar plannen van architect Jos Buylaert (Duinbergen). In 1940 ontwierp dezelfde architect een uitbouw aan dit volume met een tweede klaslokaal, voorzien van een terras en een halfondergrondse verdieping met toiletten en kleedkamer.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog deden de gebouwen dienst als ouderlingengesticht. In de kelder was een noodhospitaal ingericht onder leiding van dokter Eugène Mattelaer. Vanaf 1947 werd de site in gebruik genomen als Rijksmiddelbare School met internaat. In 1951 werden het dak en de bovenverdieping van het hoofdgebouw getroffen door een brand. Aan de oostkant van de site aan de Albertlaan werden omstreeks 1953 twee klaspaviljoenen gebouwd naar ontwerp van architect-ingenieur Felix Ladon en architect N. Denys, aangevuld met een gebouwtje met waslokaal en keuken, en voorzien van een gebogen gaanderij tot de oostelijke vleugel uit de jaren 1930. Andere plannen om klassen bij te bouwen aan de noordzijde werden niet uitgevoerd. In het kloostergebouw werd de kapel omgevormd tot studiezaal en de oude stortbaden verdwenen. Vanaf 1967 droeg de school de naam Koninklijk Atheneum. In 1973 werd een nieuwe klassenvleugel voor de kleuterafdeling gerealiseerd aan de Piers de Raveschootlaan. Bij deze werken verdwenen de klaslokalen uit 1939-1940. De omheiningsmuur uit 1924 en de hoge hagen rond het domein verdwenen eveneens. Later wijzigde de naam nog tot Gemeenschapsschool Zwinstede-Sincfala en nu MAKZ – GO! Atheneum Zwinstede Knokke.

Beschrijving

Het oorspronkelijke kloostercomplex van circa 1908-1909 bevindt zich aan het Alfred Verweeplein. U-vormig kloostergebouw in eenvoudige baksteenstijl op een natuurstenen onderbouw, met zijrisalieten eindigend op een puntgevel en centrale traveeën gevat in Brugse travee met bovenaan een afgerond dakvenster. De centrale traveeën bewaren een hardstenen gedenksteen met kruis en jaartal 1909. Een houten kroonlijst op klossen waaronder een deels bewaard tandfries. Het uitzicht van dit volume gaat terug op de oorspronkelijke bouwplannen en historische foto’s, maar onderging aanpassingen, bijvoorbeeld naar aanleiding van een brand in 1951 die het dak en de bovenverdieping trof. Het oorspronkelijke kleurrijke metselwerk met sierbanden werd geschilderd. Niet alleen aan het exterieur maar ook aan het interieur zijn er duidelijke sporen van aanpassingen doorheen de tijd. In het interieur verwijzen bewaard hang- en sluitwerk, deuren en deuromlijstingen naar het interbellum.

De modernistische uitbreidingen van de school omstreeks 1932-1936, grotendeels op basis van bouwplannen toe te schrijven aan architect Florimond Vervlacke, getuigen van een functioneel aspect. Dit uit zich in onder meer de afleesbaarheid van de functie van de gebouwen, de proporties, de aandacht voor de relatie binnen-buiten en de lichtinval.

Schoolpaviljoenen in functionele stijl van één tot drie bouwlagen onder plat dak. Hoge bakstenen sokkel in verzorgd metselwerk waarboven gecementeerde en geschilderde bovenbouw; de kleurstelling dateert van later. Horizontaliserende, lineaire vormgeving voornamelijk te zien zijde Albertlaan, zie gevelbrede vensterregisters en doorlopende banden met afgeronde uiteinden. Typerende uitwerking van de muurdammen tussen de vensters als halfcirkelvormige zuilen.

Vernieuwde dakgoot vervangt de oorspronkelijk vlakke aflijnende kroonlijst. Wellicht oorspronkelijke buisvormige dakbalustrade behouden bij de aanbouw aan de westvleugel. Oorspronkelijk voornamelijk vierkante raamverdeling. De raamopeningen in de paviljoenen zijn functioneel aangebracht en uitgewerkt zie onder meer inval van zonlicht (afhankelijk winter en zomer). Beperkt behouden schrijnwerk dat naar buiten toe kan worden geopend, zie aandacht voor verluchting van de lokalen. Getraliede keldervensters zijde Albertlaan. Trappenpodia leiden naar de hoger gelegen toegangen onder overkragende vlakke betonnen luifels.

Volumineuze en beeldbepalende oostvleugel met gevel aan de zijde van de speelplaats als boeiendste deel van de uitbreiding. Opvallende verticale trapcirculatie getypeerd door afgeronde vormgeving en verlicht door over de bouwlagen doorgetrokken beglazing met driehoekig uitgewerkte glasstenen. Deze vleugel was op de begane grond oorspronkelijk voorzien van een overdekt terras. Bij de bouw van de gebogen gaanderij in de jaren 1950 werd dit hoogstwaarschijnlijk gedicht en afgewerkt in een aansluitende stijl. Inwendig is dit volume vooral op de begane grond verweven met het oorspronkelijke klooster. Vermeldenswaardig in het interieur is onder meer de traphal met behouden rood-zwarte tegelvloer en betegelde trap met geschilderde buisleuning waarop zichtbare sporen van oorspronkelijke kleurstelling (rood).

Aan de noordzijde bevindt zich de voormalige losstaande klasvleugel van één bouwlaag, duidelijk geconcipieerd als "openluchtklas" zie onder meer de noordwand die volledig opengewerkt is met beglaasde deuren, die tijdens de zomer konden worden opengezet. Ook dit gebouw bewaart in het interieur originele tegelvloeren.

De aanbouwen aan de westvleugel van het oorspronkelijke klooster ondergingen aanpassingen. Aan de noordzijde ervan werd in de vroege jaren 1920 een uitbouw gerealiseerd die in de jaren 1930 werd gewijzigd, aansluitend bij de functionele vormgeving van dat moment. Van deze bouwfase is geen bouwplan bewaard. Ten westen van het oorspronkelijke klooster bevond zich aan het Albert Verweeplein oorspronkelijk een toegangspoort, die rond 1937 werd vervangen door een aanbouw met openluchtklas op de bovenverdieping. Dit functioneel opgevat volume van twee bouwlagen onderging verbouwingen, maar refereert nog naar de oorspronkelijke functie in de aanwezigheid van de grote raampartijen op de bovenverdieping.

De twee klasgebouwen uit 1953 langs de Albertlaan, naar ontwerp van architecten Ladon en Denys, zijn onderling met elkaar verbonden en een gebogen gaanderij creëert een doorgang tot de oostvleugel uit de jaren 1930. Stilistisch tonen ze een versobering van de modernistische stijl uit het interbellum, maar ze integreren zich in het schoolensemble door onder meer het hernemen van de kenmerkende driehoekige glasstenen en een functionele gevelindeling met grote ramen.

  • Onroerend Erfgoed, Beschermingsdossier DW002290, Monumenten in Knokke-Bad (CALLAERT G. 2003).
  • LANNOY D. 2017: De kolonie, van kloostergebouw tot rijksschool, Zwinstreek, 36-48.

Auteurs:  Verhelst, Julie; Vanneste, Pol; Hooft, Elise; Callaert, Gonda
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Je kan deze tekst citeren als: VERHELST J., VANNESTE P., HOOFT E. & CALLAERT G. 2026: Klooster met internaat [online], https://id.erfgoed.net/teksten/455533 (geraadpleegd op ).


Klooster met internaat ()

Schoolgebouw zogenaamd "Koninklijk atheneum middenschool", gebouwd in 1910 als klooster en meisjeskostschool door de Zusters Dominicanessen uit Langres (Frankrijk). Het oorspronkelijke gebouwencomplex wordt in 1936 uitgebreid met onder meer enkele schoolpaviljoenen in modernistische stijl naar ontwerp (1924) van de befaamde West-Vlaamse architect Huib Hoste (Brugge, 1881 - Hove, 1957). Deze uitbreiding is beschermd als monument.

Historiek

In 1910 richten de Zuster Dominicanessen uit Langres (Frankrijk) ten noordoosten van het Alfred Verweeplein het "Frans Klooster" met kostschool voor meisjes op. Het gebouwencomplex wordt opgetrokken naar ontwerp van architect Corthouts (Leuven) op de gronden behorend aan de "Compagnie Immobilière Le Zoute". Het is op dat ogenblik het eerste grote gebouw aan het Alfred Verweeplein, zie de bouw van het nieuwe stadhuis naar ontwerp van architect J. Wassenhove (Knokke) aan de oostzijde van het plein vindt pas plaats in 1913. Tijdens de Eerste Wereldoorlog blijft het klooster verlaten en doen de gebouwen dienst als materniteit en tehuis voor ouderlingen.

Na de oorlog wordt in 1919 het complex aangekocht door het zogenaamde "L'Oeuvre Nationale de l'enfance" of het "Nationaal Werk voor Kinderwelzijn" om er tot de Tweede Wereldoorlog een "kolonie" of kostschool in onder te brengen voor kinderen met gezondheidsproblemen die er in de zomermaanden verblijven om te genieten van de gezonde zeelucht. Zoals meermaals vermeld in de literatuur (onder meer biografie door M. Smets) ontwerpt Huib Hoste in 1924 de uitbreiding van de bestaande schoolgebouwen met enkele schoolpaviljoenen in modernistische stijl. De bouwaanvragen zijn tot op heden nog niet teruggevonden. Wel zijn twee bouwaanvragen teruggevonden in het gemeentelijk archief van Knokke, beide daterend van 1936 en waarvan één gesigneerd door architect Jos Buylaert (Duinbergen). Het gaat hier over een uitbreiding van het complex met openluchtklassen, echter moeilijk te lokaliseren zie latere verbouwingen. Wellicht gaat het hier over een uitbreiding aan de zuidwestelijke kant, aansluitend bij de reeds bestaande gebouwen van 1910.

De uitbreiding en nieuwe opbouw naar ontwerp van Huib Hoste wordt in het kadaster pas opgetekend in 1936, omschreven als "vergroting sanatorium". Het bestaande gebouwencomplex wordt uitgebreid met schoolpaviljoenen, onder meer een nieuwe klasvleugel aan de oostzijde -zijde Albertlaan-, een losstaand gebouw aan de noordzijde en een aanbouw aan de bestaande westvleugel. In de tuin worden onder meer enkele kleine losstaande tuinpaviljoentjes op cirkelvormig grondplan opgetrokken (later verdwenen).

Tijdens de Tweede Wereldoorlog is er in de kelders van het gebouwencomplex aan het Alfred Verweeplein een noodhospitaal gevestigd. Na de Tweede Wereldoorlog doen de gebouwen opnieuw dienst als schoolgebouwen met een uitbreiding in 1940 voor de Rijksmiddelbare school. Later worden er volledige onderwijsleergangen voorzien vanaf de leeftijd van drie jaar om ten slotte in 1967 tot Koninklijk Atheneum verheven te worden.

In 1981 wordt de school aanzienlijk uitgebreid aan de oostelijke kant zijde Albertlaan, waarbij een gebogen doorloop de nieuwe gebouwen verbindt met de schoolpaviljoenen van 1936. Hiertoe past men een stijl toe die refereert naar de modernistische stijl van het ontwerp van Huib Hoste, cf. de paviljoenen zijde Albertlaan (zie onder meer driehoekig uitgewerkte glasstenen). Tevens wordt een groot losstaand gebouw opgetrokken zijde Piers de Raveschootlaan en gebeurt er een verbouwing aan de zuidwestelijke hoek van het complex.

Beschrijving

U-vormig kloostercomplex in eenvoudige baksteenstijl, met zijrisalieten eindigend op een puntgevel en centrale traveeën gevat in Brugse travee met bovenaan een afgerond dakvenster; houten kroonlijst op klossen waaronder een tandfries.

Bij de uitbreiding van 1936 primeert het functionele aspect zie onder meer de afleesbaarheid van de functie van de gebouwen, proporties, de aandacht voor de relatie binnen-buiten, lichtinval enzomeer.

Schoolpaviljoenen in functionele stijl van één tot drie bouwlagen onder plat dak. Hoge bakstenen sokkel in verzorgd metselwerk waarboven gecementeerde en geschilderde bovenbouw; de kleurstelling dateert van later. Horizontaliserende, lineaire vormgeving voornamelijk te zien zijde Albertlaan, zie gevelbrede vensterregisters en doorlopende banden met afgeronde uiteinden. Typerende uitwerking van de muurdammen tussen de vensters als halfcirkelvormige zuilen.

Vernieuwde dakgoot (PVC) vervangt de oorspronkelijk vlakke aflijnende kroonlijst. Wellicht oorspronkelijke buisvormige dakbalustrade behouden bij de aanbouw aan de westvleugel. Oorspronkelijk voornamelijk vierkante raamverdeling. De raamopeningen in de paviljoenen zijn functioneel aangebracht en uitgewerkt zie onder meer inval van zonlicht (afhankelijk winter en zomer).

Beperkt behouden schrijnwerk dat naar buiten toe kan worden geopend, zie aandacht voor verluchting van de lokalen. Getraliede keldervensters zijde Albertlaan. Trappenpodia leiden naar de hoger gelegen toegangen onder overkragende vlakke betonnen luifels.

Volumineuze en beeldbepalende oostvleugel met gevel aan de zijde van de speelplaats als boeiendste deel van de uitbreiding. Opvallende verticale trapcirculatie getypeerd door afgeronde vormgeving en verlicht door over de bouwlagen doorgetrokken beglazing met driehoekig uitgewerkte glasstenen. Deze vleugel wellicht oorspronkelijk voorzien van overdekt terras; in 1981 met het bouwen van de gebogen doorloop tussen de schoolpaviljoenen dichtgebouwd en afgewerkt in eenzelfde stijl.

Aan de noordzijde voormalig losstaande klasvleugel van één bouwlaag duidelijk geconcipieerd als "openluchtklas" zie onder meer noordwand volledig opengewerkt met beglaasde deuren, die tijdens de zomer konden worden opengezet.

Vermeldenswaardig in het interieur is onder meer de traphal met behouden rood-zwarte tegelvloer en betegelde trap met geschilderde buisleuning waarop zichtbare sporen van oorspronkelijke kleurstelling (rood).

  • Kadasterarchief West-Vlaanderen te Brugge, 209: Mutatieschetsen, Knokke-Heist, 1936/124, 1981/7, 1987/15.
  • Kadasterarchief West-Vlaanderen te Brugge, 212: Kadastrale Leggers, Knokke-Heist, artikel 1327, 7550.
  • Gemeentelijk archief Knokke-Heist, Bouwdossiers, Knokke, 1936: 3538, 3880.
  • CATTOOR W., Het modernisme te Knokke van '20 tot '40, eindverhandeling Hoger Architectuurinstituut Sint-Lucas Gent, 1985-1986.
  • De lagere school in België van de Middeleeuwen tot nu, Tentoonstellingscatalogus, Brussel, 1987, p. 33-40.
  • D'HONT A., Gids van het andere Knokke. 't Dorp, Knokke, 1988, p. 40.
  • FLOUQUET P., A Groenendijck-Lez-Oostduinkerke. Le Home de l'Oeuvre Nationale de l'Enfance, in Bâtir, 1938, nr. 68, p. 304-307.
  • FLOUQUET P., L'Architecture au service de l'Enfance. Le Nouveau Préventorium de Coq s/Mer, in Bâtir, 1934, nr. 18, p. 690-691.
  • SMETS M., Huib Hoste, voorvechter van een vernieuwde architectuur, Brussel, 1972.

Bron: CALLAERT G., VANNESTE P. & HOOFT E. met medewerking van DE LEEUW S. & STRUYF J. 2005: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Knokke-Heist, Deel I: Deelgemeente Knokke, Deel II: Deelgemeenten Heist, Ramskapelle, Westkapelle, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL4, onuitgegeven werkdocumenten.
Auteurs:  Vanneste, Pol; Hooft, Elise; Callaert, Gonda
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Je kan deze tekst citeren als: VANNESTE P., HOOFT E. & CALLAERT G. 2005: Klooster met internaat [online], https://id.erfgoed.net/teksten/58631 (geraadpleegd op ).