Villa Maeger Scorre

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Knokke-Heist
Deelgemeente Knokke
Straat Caddiespad
Locatie Caddiespad 12-14, Knokke-Heist (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Knokke-Heist (adrescontroles: 14-01-2008 - 25-01-2008).
  • Inventarisatie Knokke-Heist (geografische inventarisatie: 01-01-2001 - 31-12-2005).

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Villa Maeger Scorre

Deze bescherming is geldig sinds 27-01-2004.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Villa Maeger Scorre

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

Beschrijving

Monumentale villa in regionalistische stijl, gebouwd in 1928 naar ontwerp (1924) van architect Mario Knauer (1879-1948) en uitgevoerd door aannemer F. Desmidt (vermeld op steunberen ingang). Beschermd als monument bij ministerieel besluit van 27/01/2004.

De villa, net als de meer zuidelijk gelegen laan "Magere Schorre", is genoemd naar een gebied van de Kalfduinen, waarvan het westelijk deel de naam "Maeger Scorre" krijgt. Opgetrokken aan het zuidoostelijke uiteinde van de Sparrendreef, met ingang aan het Caddiespad.

Het enorme complex is als privé-domein opgetrokken in opdracht van Frans-Jan Thys, advocaat woonachtig te Elsene, wiens weduwe Thys-Garrigues en kinderen de villa erven in 1945. Volgens kadaster wordt het jaar erop, in 1946 de villa en het domein "Maeger Scorre" verkocht aan de voormalige "Naamloze Maatschappij Compagnie Immobilière Digue du Comte Jean" (Gent), die in 1931 aangebracht is in de Compagnie Immobilière Le Zoute. In de literatuur daarentegen wordt vermeld dat de villa reeds in 1928 wordt aangekocht door de "Knocke Golf Club Soc. Coopérative", de latere "Royal Knocke Golf Club". De villa doet vanaf dan reeds dienst als clubhouse en secretariaat, en is ook in gebruik als hotel-restaurant. Het gebouwencomplex is in grote mate in oorspronkelijke staat bewaard.

Het enorme complex van de villa "Maeger Scorre" is gelegen buiten de perspectiefas van het Caddiespad of de Sparrendreef, waardoor het niet echt de functie van visuele einder heeft. Pas op de kruising van het Caddiespad en de Sparrendreef krijgt men zicht op het bouwvolume. De villa is ingeplant in de noordwestelijke hoek van een grosso modo driehoekig perceel, met omgevende tuin die in zuidoostelijke richting 'uitwaaiert'. Ook het aanlegplan van het domein is niet overal symmetrisch, de ingang tot het hoofdgebouw ligt net niet in het verlengde van het poortgebouw. Hierdoor wordt niet alleen de monumentaliteit doorbroken, maar wordt ook de intentie van architect Knauer geïllustreerd, zie de voornaamste vleugels, in casu het achterliggende hoofdgebouw, worden georiënteerd naar de horizon van de tuin, en bij uitbreiding naar het golfterrein dat zich ten zuiden ervan uitstrekt.

De zeer grote tuin bewaart grotendeels zijn aanleg zoals voorzien op het plan van architect Knauer. Grotendeels omhaagd en bestaande uit aangelegde perken. Aan zuidoostelijke zijde toegang via trappenbordes tot gazon met pad als centrale as uitlopend op rotonde met cirkelvormige vijver. Hierin bevindt zich een fontein in de vorm van een zonnewijzer, naar ontwerp van de Brusselse kunstenaar Thianche, uitgevoerd in skeletvorm om het zicht op de tuin en het golfterrein niet te hinderen.

Het ontwerp van de villa is gebaseerd op het principe van een soort jachtslot met neerhuizingen, zie de gehanteerde ordonnantie van toegang, poortgebouw, erekoer, dienstvleugels, 'corps de logis' en twee zijvleugels. Het imposante ensemble oogt evenwichtig door onder meer de zuivere architecturale proporties, het sobere materiaalgebruik en beperkte ornamentiek.

Groot gebouwencomplex in regionalistische stijl, met elementen die verwijzen naar de landelijke bouwstijl, zie onder meer de steunberen. Sober uitgevoerd in ongeschilderde geelbruine baksteen met plint in rode baksteen, geaccentueerd door decoratief baksteenverband en bakstenen fries, witgeschilderd schrijnwerk, en fraaie smeedijzeren muurankers. Alles bekronend typerende ruime bedaking met opvallend gebruik van platte betegeling en markerende hoge schouwpartijen; dakkapellen onder schilddak en windwijzers.

Gelegen rond een gekasseide binnenkoer met aangelegde bloemperken; de verschillende volumes zijn verbonden door een hoge tuinmuur. Poortgebouw aan noordwestelijke zijde met grote korfboogvormige ingang met hekken; de zware overkragende bedaking op houten kroonlijst en consoles volgt de gebogen lijn. Op de boog naam van de villa "Maeger Scorre" met centraal bas-reliëf van duindistel. Aan weerszijden van de inkompoort bevinden zich twee, nauwelijks van elkaar verschillende volumes onder zadeldak, rechts met wolfeind. Aan westzijde de voormalige woning van de conciërge (nummer 12) nu in gebruik als winkel; aan oostzijde de vroegere woning van de chauffeur en garage, nu benut als vestiaire, met gemetseld hondenhok aan de zijde van de binnenkoer. Tweede toegang aan noordoostelijke zijde geflankeerd door ronde bakstenen duiventorens onder achtzijdige spits.

Het hoofdvolume van drie traveeën en twee bouwlagen onder groot schilddak strekt zich uit aan de zuidoostelijke zijde van de grote cirkelvormige koer met centraal bloemenperk. Centrale vleugel opgetrokken als woning van de eigenaars, met twee lagere zijvleugels van drie traveeën en een bouwlaag, met name aan noordzijde voor het huispersoneel en aan zuidzijde het gastenverblijf. Datering "1928" in smeedijzeren muurankers. Middelste travee benadrukt door groot dakvenster onder puntgevel. Rechthoekige muuropeningen in verdiepte korfboognis waarin behouden schrijnwerk met typerende horizontale roedeverdeling; luiken. Centrale deels beglaasde driedelige inkomdeur met zelfde roedeverdeling en bovenlicht waarin smeedijzeren hekwerk met duindistel. Enkele uitbreidingen (winkel, bergruimte) zijn ondergebracht in eerder opgevulde tuinmuren aan de westzijde. Nieuwe uitbouw aan zuidzijde.

Gebouwencomplex thans ingericht als clubhouse van de golf en hotel-restaurant. De indeling en eerder luxueuze aankleding blijft grotendeels behouden. Centrale inkomhal en vestibule die rechts toegang geeft tot de vestiaire en links tot de traphal. Behouden zwart-witte tegelvloer en sierbaksteen op de muren. Opvallend is het rijkelijk gebruik van fraai houtwerk, onder meer trap met sierlijk gedraaide trappaal, binnendeuren met oorspronkelijk hang- en sluitwerk en vast wandmeubilair. Bar, voorheen de foyer, gericht naar de tuin, aangekleed als ensemble, bekleed met muurhoge lambrisering, plafond met fraai gedecoreerde moerbalken, haard met natuurstenen wangen onder hoge schouwboezem. Eerste verdieping met centrale gang waarop hotelkamers uitkomen; behouden plankenvloer.

In bar en restaurant bevinden zich twee grote panoramische schilderijen van de Brusselse schilder Edgard Tytgat (1879-1957), geschilderd in 1929-1930 voor de woonst van de heer Frans Thys. Het zogenaamde "Panorama du Zoute", daterend van 1929-1930, bestaat uit twee werken, "Promenade à travers Le Zoute en 1930" (olie op doek, 180 x 240, gesigneerd en gedateerd) en "Ballade le long de la digue de Comte Jean" (olie op doek, 180 x 240, gesigneerd en gedateerd). Beide werken tonen een panoramisch zicht op Knokke, met telkens de afbeelding van de villa "Maeger Scorre" op de voorgrond. In het werk "Promenade..." wordt voornamelijk het gebied ten noorden van de villa afgebeeld, in casu de villawijk Het Zoute die stilaan gestalte krijgt in het tweede kwart van de 20ste eeuw, met onder meer de recent opgetrokken Dominicanenkerk en -klooster, het golfterrein. Ook de dijkbebouwing aan de kust is zichtbaar. Het werk "Ballade..." toont vooral een zicht op het landelijk deel ten zuiden van de villa "Maeger Scorre", met onder meer de Graaf Jansdijk en de Kalfmolen als herkenningspunten. Beide werken zijn tentoongesteld in 1931 te Brussel.

  • Kadasterarchief West-Vlaanderen te Brugge, 209: Mutatieschetsen, Knokke-Heist, 1928/30; 212: Kadastrale Leggers, Knokke-Heist, artikels 3314, 3449.
  • Sint-Lukasarchief Brussel, Inventarisatie van het bouwkundig erfgoed in de Berkenlaan te Knokke-Heist, in opdracht van WITAB (Westvlaamse Intercommunale voor Technisch Advies en Bijstand Brugge), deel I, mei-juni 1996, s.p.
  • CALLEWAERT A., Le domaine du Maeger-Scorre au Zoute, in Architecture et urbanisme, L' Emulation, revue mensuelle de la Société Centrale d'Architecture en Belgique, 1934, 54, p. 21-29.
  • DASNOY A., Edgard Tytgat. Catalogue raisonné de son oeuvre peint, Bruxelles, 1965.
  • In mémoriam, in Rythme. Publication de la Société Centrale d'Architecture de Belgique - S.C.A.B., Bruxelles, maart 1949, p. 45.
  • QUEILLE J., Villa et Casinos in Bâtir, 1933, nummer 7, p. 251-256.
  • VAN DEN BUSSCHE W., Edgard Tytgat (1879-1957), Gent, 1998.

Bron: Callaert G., Vanneste P. & Hooft E. met medewerking van De Leeuw S. & Struyf J. 2005: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Knokke-Heist, Deel I: Deelgemeente Knokke, Deel II: Deelgemeenten Heist, Ramskapelle, Westkapelle,Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL4, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Callaert, Gonda; Hooft, Elise & Vanneste, Pol

Datum tekst: 2005

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Caddiespad

Caddiespad (Knokke-Heist)

omvat Geschutsbedding Batterij Braunschweig

Caddiespad 14, Knokke-Heist (West-Vlaanderen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.