Villa Paquebot

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Knokke-Heist
Deelgemeente Knokke
Straat Sparrendreef
Locatie Sparrendreef 44, Knokke-Heist (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Knokke-Heist (adrescontroles: 14-01-2008 - 25-01-2008).
  • Inventarisatie Knokke-Heist (geografische inventarisatie: 01-01-2001 - 31-12-2005).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Paquebot, villa in modernistische stijl

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is beschermd als monument Villa Paquebot

Deze bescherming is geldig sinds 27-01-2004.

Beschrijving

Villa "Paquebot", opmerkelijke villa in modernistische stijl van 1936 naar ontwerp van de Brusselse architect Louis-Herman de Koninck (1896-1984). Beschermd als monument bij ministerieel besluit van 27/01/2004.

Historiek. Op het bouwterrein waar de villa "Paquebot" wordt opgetrokken bevindt zich een bunker uit de Eerste Wereldoorlog. Deze wordt in 1926 verbonden met een woning die de heer Nestor Nice, advocaat te Ukkel, laat optrekken, zogenaamd "La Casemate" wat "bomvrij gewelf" betekent, refererend naar de bunker. Het betreft een cottage geconstrueerd in gewapend beton volgens het systeem "Baudoux". De bunker is hier als zelfstandig volume naast de woning zichtbaar en bestrijkt qua oppervlakte bijna de helft van de totale woning, doch wordt voornamelijk gebruikt als terras.

In 1928 besluit de heer Nice een grotere woning op het terrein te bouwen, maar het bouwplan wordt blijkbaar niet goedgekeurd door de Compagnie Immobilière Le Zoute.

Maurice Nice, de zoon van de eigenaar, laat in 1935 architect Louis-Herman de Koninck "Residence Fond'Roy" te Ukkel te ontwerpen. Hij geeft hem tevens de opdracht een nieuwe woning aan de Sparrendreef te ontwerpen die voldoet aan alle moderne eisen qua comfort en die de bewoners tegelijk de mogelijkheid biedt ten volle van de omgeving en van hun verblijf aan de kust te genieten. De villa moet beschut zijn, vooral aan de noordzijde, maar toch beschikken over luchtige en aangename ruimtes en zoveel mogelijk slaapkamers. Hij dient ook te zorgen voor personeelsruimte en een garage.

De Compagnie keurt het ontwerp pas goed na aandringen van de Koninck in een brief gedateerd 26 januari 1936; de bouwvergunning wordt toegekend op 11 februari 1936. Wellicht zijn enkele specifieke randvoorwaarden gesteld door de Compagnie, wat meer gebeurt bij villa's in eerder moderne stijl. Zo is bijvoorbeeld de brede overkragende dakrand een uitzondering in het oeuvre van de Koninck, waardoor het hier wellicht een voorschrift betreft dat opgelegd is door de Compagnie; het toepassen van een plat dak wordt blijkbaar goedgekeurd. De architect ontwerpt tevens een garage in cottagestijl, wellicht een toegeving aan de Compagnie gezien deze aan de straatzijde ligt. Het ontwerp is echter nooit uitgevoerd; de huidige garage is de oorspronkelijke garage van 1926, echter met aangepaste poort.

Het ontwerp van de villa is in feite een verandering en uitbreiding van de reeds bestaande villa "La Casemate", met het grootste verschil dat de bunker uit de Eerste Wereldoorlog als volume geïntegreerd wordt in de woning waardoor hij als dusdanig van buitenaf niet meer zichtbaar is, tenzij als terras. Tegelijk met de bouw van de nieuwe villa gaat men ook de naam veranderen in "Paquebot", hierbij refererend naar de metafoor van de architectuur in de jaren 1930, de zogenaamde "transatlantieker", zie de zogenaamde "bootstijl" waarin de villa is opgetrokken. Het opstellen van de plannen, verkrijgen van de bouwvergunning, oprichten, afwerken en inrichten van de woning neemt niet meer dan vijf maanden in beslag. De algemene bouwwerken zijn toegekend aan het Brugse bedrijf "Gebroeders Goetinck", de schilderwerken aan de Brusselse firma "Otto Anglio".

Reeds in de jaren 1950 wordt de villa erkend als opmerkelijke realisatie, zoals afgebeeld op de cover van het architectuurtijdschrift "Bouwwereld" van september 1956.

In 1966 geeft de toenmalige eigenares aan architect P. De Cuypere (Knokke) de opdracht om de villa uit te breiden en voor een vlottere verbinding tussen de woon- en eetkamer te zorgen. De uitbreiding betreft slechts de benedenverdieping; voor de bovenverdieping voorziet men een uitbreiding van het terras. Tuin en woonkamer krijgen een betere verbinding, doch hierdoor verdwijnt de oorspronkelijke kenmerkende afgeronde luifel boven de toegangsdeur van het terras aan de zuidzijde; ook de deur en het vensters van de woonkamer die uitzicht geven op de toegang, verdwijnen.

In 1971 besluit men om de villa opnieuw te verbouwen om een salon op de bovenverdieping te voorzien. Het bouwvolume wordt verhoogd aan de zuidoostelijke hoek waardoor een deel van het terras aan de oostzijde verdwijnt. Het nieuwe deel heeft dezelfde vormgeving maar onderscheidt zich van het oorspronkelijke ontwerp van de Koninck doordat het iets hoger is opgetrokken.

Beschrijving. Dieper gelegen villa onttrokken aan het straatbeeld door de weelderige aanplantingen. Goed geïntegreerd in de duinen via systeem van trappen en terrassen; opengewerkt aan de zuidzijde. De omgevende tuin bestaat enerzijds uit glooiend duinenterrein met onder meer hoogstammige naaldbomen en struiken, waardoor de woning een natuurlijke beschutting voor de omgeving heeft; anderzijds open aanleg met groot gazon aan de zuidzijde. Toegang tot de woning door hek met ijzeren buizenframes tussen bakstenen muurtjes en betegeld pad dat uitloopt op betegeld terras op de benedenverdieping, dat door een haag als het ware omsloten is. De lage bakstenen tuinmuur aan de zuidzijde dateert van later.

Villa van twee bouwlagen onder plat dak met overkragende dakrand. Volledig bepleisterde en witgeschilderde baksteenbouw op ongeschilderde bakstenen sokkel. Gebruik van betonstructuren onder meer op de hoeken en boven de muuropeningen. Dankt zijn naam aan de zogenamade "bootstijl" waarin de villa is opgetrokken, zie onder meer het uitgesproken bouwvolume met de schoorstenen die boven het plat dak uitsteken en het spel van niveauverschillen en terrassen. De terrassen vormen de buitenzone van de bovenste verdieping en zijn aangelegd in verschillende niveaus, onderling verbonden door een trap; telkens afgesloten door leuningen bestaande uit ijzeren buizenframes met afgeronde hoeken, naar verluidt reeds diverse malen vernieuwd. Het hoogst gelegen terras bevindt zich boven de geïntegreerde bunker uit de Eerste Wereldoorlog. Tevens toepassing van het zogenaamde "patrijspoortmotief" door de ronde vensters die de sanitaire ruimten markeren, met uitzondering van het ronde venster aan de oostzijde in de woonkamer, later dichtgemaakt, zie bouwnaad. Voorheen donker geschilderde ramen en betonnen hoeksteun, waardoor effect van longitudinale vensters die om de hoek doorlopen.

De villa heeft verschillende ingangen: hoofd- en dienstingang in de oostgevel, private ingang in de westgevel en oorspronkelijk een ingang aan de tuinzijde naar de eetkamer onder afgeronde overkragende luifel. Laatstgenoemde is verdwenen na de verbouwing van 1966 wanneer de benedenverdieping aan de zuidoostelijke hoek wordt uitgebreid.

De Koninck past aan de westgevel de zogenaamde "Norma-Lux" glasstenen toe, een ontwerp van H.P. Berlage, de vertegenwoordiger van de zogenaamde Amsterdamse School, dat de Koninck op punt stelt qua lichtdiffusie en waarvoor hij in 1930 een patent aanvraagt. Delen van de glasstenen zijn later vervangen door baksteen.

In tegenstelling tot verschillende andere ontwerpen van de Koninck, waar alles zich naar de binnenruimte ontwikkelt en een zo groot mogelijke openheid wordt nagestreefd, krijgt men in dit ontwerp een opdeling en opeenvolging van kamers, typerend voor een vakantiewoning aan de kust met een optimale indeling voor een beperkte levensruimte op een bepaald perceel. Onder meer door de plaatsing van de raampartijen en door rekening te houden met de lichtintensiteit creëert de architect een verscheidenheid aan ruimtelijke ervaringen binnen de woning.

Op de benedenverdieping voorziet de architect een scheiding van de woonruimten voor de bewoners en de dienstruimten, met aparte toegang voor het personeel.

De inkomhal aan de oostzijde baadt in een zee van licht door de grote glazen wand, horizontaal geleed door ijzeren roeden, een systeem dat de Koninck meerdere malen toepast; de deur is het enige ondoorzichtige vlak. Vanuit inkomhal en vestiaire heeft men toegang tot de woonruimte aan de zuidzijde of tot een doorgang langs de geïntegreerde bunker die leidt naar de dienstruimten aan de noordzijde. Via de eetplaats of woonkamer kan men het terras aan de tuinzijde bereiken. De woonkamer is thans voorzien van een balkenzoldering en bakstenen schouw, ingrepen die dateren uit de verbouwing van de jaren 1960. Behouden oorspronkelijke parketvloeren en binnendeuren; veelal bewaard hang- en sluitwerk.

De originele betegelde keuken met bijhorende dienstkeuken zoals die door de Koninck is ontworpen, is nog steeds in de woning aanwezig. Het gaat hier om een ontwerp van een zogenaamde "Cubex-keuken", waar verschillende standaardonderdelen worden gecombineerd tot één geheel. Een dienstruimte voorzien van doorgeefluiken vormt de verbinding tussen de eetplaats en de keuken. De wand tussen de keuken en de aanpalende dienstruimte bestaat uit glas voorzien van horizontale ijzeren roeden, zie deze in de inkomhal. De bunker die naast de keuken ligt, doet dienst als koele berging.

De traphal bevindt zich centraal in de woning en heeft zenitaal licht, waardoor een duidelijk accent op de verticale beweging ligt. Het heldere licht in deze ruimte vestigt de aandacht erop dat het een belangrijk onderdeel van het gebouw is. Rechte trap in granito met buisleuning.

Op de bovenverdieping worden acht ruimtes symmetrisch geschikt ten opzichte van de trap : vier slaapkamers met individuele sanitaire uitrusting en muurkasten, twee badruimten, een douche en een toilet. De slaapkamers zijn voorzien van isolerende dubbele wanden. Langs beide zijden van de trap is er telkens één kamer die toegang heeft tot de terrassen, elk op een ander niveau. In verschillende van de slaapkamers zijn hoekramen aangebracht; de sanitaire ruimten hebben ronde vensters.

  • Archief Compagnie Het Zoute Knokke-Heist, Bouwaanvragen, nr. 295.
  • Kadasterarchief West-Vlaanderen te Brugge, 209: Mutatieschetsen, Knokke-Heist, 1926/3, 1936/126, 1967/25.
  • Kadasterarchief West-Vlaanderen te Brugge, 212: Kadastrale Leggers, Knokke-Heist, artikels 920, 1633, 4641.
  • Sint-Lukasarchief Brussel, Inventarisatie van het bouwkundig erfgoed in de Villawijk Prins Karellaan te Knokke-Heist, in opdracht van WITAB (West-Vlaamse Intercommunale voor Technisch Advies en Bijstand Brugge), deel V, mei-juni 1994.
  • CULOT M.; MIEROP C., Louis Herman De Koninck. Architecte des années modernes, Bruxelles, 1994.
  • DELEVOY R.L.; CULOT M. (red.), L.H. De Koninck architecte, Tentoonstellingscatalogus, Brussel, 1973, p. 148-154.
  • DUBOIS M., Interbellumarchitectuur in Vlaanderen en Brussel. Een historische schets, in Openbaar Kunstbezit Vlaanderen, 1987, 4, p. 150.
  • GILLES P., Une villa dans les pins. Architecte L.H. De Koninck, in Bâtir, 1937, 56, p. 1282-1283.
  • HOSTE H., Van Wonen en Bouwen, Brugge, 1930.
  • LAMPO V., L.H. De Koninck en Villa Paquebot, eindverhandeling Hoger Architectuurinstituut Sint-Lucas Gent, 1985-1986.

Bron: Callaert G., Vanneste P. & Hooft E. met medewerking van De Leeuw S. & Struyf J. 2005: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Knokke-Heist, Deel I: Deelgemeente Knokke, Deel II: Deelgemeenten Heist, Ramskapelle, Westkapelle,Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL4, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Callaert, Gonda; Hooft, Elise & Vanneste, Pol

Datum tekst: 2005

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Sparrendreef

Sparrendreef (Knokke-Heist)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.