Ensemble van Dominicanenkerk, pandgang en pastorie

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Knokke-Heist
Deelgemeente Knokke
Straat Sparrendreef, Dominicanenpad
Locatie Sparrendreef 91, Dominicanenpad 2, Knokke-Heist (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Knokke-Heist (adrescontroles: 14-01-2008 - 25-01-2008).
  • Inventarisatie Knokke-Heist (geografische inventarisatie: 01-01-2001 - 31-12-2005).
  • Thematische inventarisatie 20ste-eeuwse kerken (geografische inventarisatie: 01-07-2008 - 31-12-2009).
Links

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Ensemble van Dominicanenkerk, pandgang en pastorie

Deze bescherming is geldig sinds 27-01-2004.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Ensemble van Dominicanenkerk, pandgang en pastorie

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

Beschrijving

Ensemble van Dominicanenkerk, pandgang en pastorie, opgetrokken in de periode 1925-1929 naar ontwerp van architect Jozef Viérin (Kortrijk, 1872-Brugge 1949) in samenwerking met zijn zoon Luc Viérin (Kortrijk, 1903-1979); architect Antoine Dugardyn (Brugge, 1889-1962) is medeontwerper van de pandgang. Kerk, pandgang, tuin en pastorie beschermd als monument bij ministerieel besluit van 27/01/2004.

Historiek. De opdracht tot het bouwen van de kerk gebeurt op initiatief van de zogenaamde "Association pour le service et l'entretien du culte catholique au Zoute" met onder meer Maurice en Raymond Lippens, Alex de Hemptinne, Stanislas Piers de Raveschoot en Emile Deklerck. als leden. Zij nemen de nodige initiatieven - onder meer fondsen verzamelen en uitwerken van plannen - en laten na de clerus hierbij te betrekken.

De kerk wordt opgetrokken in een combinatie van neoromaanse en landelijke stijl en uitgevoerd door aannemer Edmond Daveloose (Heist). De inwijding gebeurt op 27 juni 1925 door Eerwaarde Heer Leo Bonte, pastoor van Knokke, met als patroonheilige H. Philippus, naar de patroon van de 18de-eeuwse dijkgraaf Philippe Lippens en van zijn oudste zoon Raymond. Pater Rutten (1875-1952), collega van Maurice Lippens in de senaat, wordt aangesproken om als grote bezieler van het kerkje op te treden. Met het oog op de bouw van een woonst voor de paters, worden onder impuls van pater Rutten de (leken-)leden van de "Association pour le service et l'entretien du culte catholique au Zoute" in 1927 vervangen door paters Dominicanen. Ten zuidoosten van de kerk wordt een verblijf voor paters - aangeduid in het kadaster als pastorie - in villastijl gebouwd naar ontwerp van Jozef Viérin in samenwerking met zijn zoon Luc; de werken gebeuren onder aannemer Edmond Mergaert. Na aankoop van een aanpalend stuk grond laat pater De Wilde (1898-1953), opvolger van pater Rutten, in 1929 vóór het kerkje, met name aan de westzijde, een kloostergang met binnentuin aanleggen. Dit is noodzakelijk gezien het kerkje met amper 360 stoelen al gauw te klein wordt voor de talrijke badgasten. Jozef Viérin ontwerpt de uitbreiding samen met zijn zoon Luc Viérin (1903-1979) en architect Antoine Dugardyn; aannemer F. De Cuypere (Knokke) zorgt voor de uitvoering. De binnenplaats wordt niet alleen gebruikt om missen in openlucht op te dragen, maar tevens om toneel- en concertopvoeringen bij te wonen.

In 1934 verwerft de Dominicanenkerk het klokkenspel afkomstig uit het zogenaamde "Plaza Hotel" op de zeedijk in Het Zoute (huidige De Wielingen nummer 13-15), een voormalig hotel opgetrokken in neo-vlaamse-renaissancestijl van 1928 naar ontwerp van de Gentse architect Valentijn Vaerwyck (1882-1952). Het hoogzaal met orgel wordt bijgebouwd in datzelfde jaar. Op 12 september 1935 wordt de kerk opnieuw plechtig ingewijd door Monseigneur Lagae, de missiebisschop van Niangara. De nieuwe beschermheilige van de kerk wordt Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans, van wie een beeld in het midden van de binnentuin wordt geplaatst. In 1939 krijgt de villa binnen de orde de status van domus formata, id est regulier huis, waardoor de paters voor het eerst niet meer afhangen van een klooster in het binnenland, maar een zelfstandige gemeenschap vormen met een eigen overste. De eerste is pater Rutten die er samen met paters De Wilde en Van den Berghe komt wonen. Om ruimte te maken voor meer paters wil men de pastorie uitbreiden aan de westzijde met een aparte bibliotheek en aan de noordzijde met een dienstruimte; deze bouwaanvraag wordt echter niet goedgekeurd door de Compagnie Immobilière Le Zoute. In 1945 wordt nog een verwarmingslokaal ten zuiden van het koor van de kerk bijgebouwd.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog ondergaan de kerk en de woonst van de paters heel wat vernielingen; de schade kan spoedig hersteld worden dankzij de gulle giften van de bevolking. In 1948 beeldhouwt Emile Raes 14 kruiswegstaties die een plaats krijgen aan de muren van de pandgang. In 1951 bouwt men een lostaande bergplaats en garage ten oosten van de kerk naar ontwerp van architect Florimond Vervalcke. Omwille van de Franstalige religieuze vieringen, komt het in oktober 1965 tot een Vlaams protest in en rond de kerk. De kerk en de kloostergang worden in 1992 grondig opgeknapt; zo worden onder meer de toren en het dak vernieuwd.

Beschrijving. De kerk met de later aangebouwde kloostergang is gelegen in een omgevende aangelegde tuin bestaande uit gazon en afgezoomd door rijen afgeknotte bomen waarachter een haag; tegen de muren van het complex zijn rozelaars aangeplant. Omheen en in de tuin zijn brede betegelde tuinpaden aangelegd, aansluitend op de diverse toegangen tot het domein, onder meer vanaf de noordoostelijke zijde in casu de Welseweg of de zuidoostelijke zijde, in casu vanaf de pastorie. Een lang smal pad ten zuiden van de kerk, haaks op de straat, leidt naar de achterin gelegen woonst van de paters. Het hele complex is opgetrokken in neoromaanse stijl met integratie van elementen uit de landelijke architectuur. De witgeschilderde baksteenbouw contrasteert opvallend met de zadeldaken die bedekt zijn met rode daktegels. Typerend gebruik van steunberen op de hoeken en/of tussen de rondbogige muuropeningen met afzaten. Baksteenfries onder goot die gevat is in sierlijk uitgewerkte ijzers.

Kloostergang. Aan de zijde van de Sparrendreef zijn er drie ingangen naar de pandgang, waarvan het plan naar verluidt geïnspireerd zou zijn op het klooster van San Marco in Firenze. De centrale ingang wordt voorafgegaan door twee witgeschilderde vierkante bakstenen pijlers waarin arduinen stenen met vermelding van de architect "Vierin architekt Brugge" en aannemer "Daveloose entre Heyst". Zij-ingangen via kleine rondboogvormige houten deurtjes met sierlijk ijzeren beslag. De hoofdingang wordt geaccentueerd door een centrale puntgevel met arduinen bekroning en bakstenen reliëf in vorm van Grieks kruis in de geveltop. Een rondbogige ingang voorzien van een smeedijzeren hekken leidt naar het stemmig voorhof.

Vierkante geplaveide binnenplaats met bomen, omsloten door een lage, door tongewelf afgedekte gaanderij, opengewerkt door rondbogen op korte zuilen in gewapend beton met eenvoudig gestileerd kapiteel en lage vierkante sokkel. Glasramen met abstracte uitwerking in de smalle rondbogige muuropeningen. Centraal op de binnenplaats staat op een hoge witgeschilderde zuil het natuurstenen beeld van Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans (met kind) temidden van een achthoekig aangelegd perk van bloemen en bolvormige buxussen. Op de muren in de overdekte gaanderij bevindt zich een kruisweg in neo-expressionistische stijl van Emile Raes (Doornik, 1907-1986), daterend van 1948. Gebeeldhouwd in een donkere Kongolese houtsoort (wengéhout) en bestaande uit 14 blokken van 40 bij 30 cm in hoogreliëf, met enkel weergave van gezichten en handen die de essentie van de statie expressief weergeven.

Kerk. De Dominicanenkerk bevindt zich aan de oostzijde van de later aangebouwde pandgang. Oost-west georiënteerde eenbeukige kruiskerk met halfrond koor, transept en kort schip. Afgedekt door haaks op elkaar staande zadeldaken. De opbouw van de toren aan de noordzijde refereert naar de oude kerktorens van Knokke-Dorp en Heist, namelijk een vierkante onderbouw waarop achtzijdige bovenbouw onder tentdak; verlevendigd door op elkaar gestelde versneden steunberen. De gekoppelde rondbogige galmgaten waartussen natuurstenen zuiltje verwijzen naar de neoromaanse inspiratie. Levendige volumewerking door typerende grote puntgevels telkens met roosvenster en natuurstenen bekroning. Westgevel rijkelijker uitgewerkt, zie de oorspronkelijke ingang van de kerk vóór de uitbreiding met de pandgang in 1929; natuurstenen spits in kruisvorm en Christusmonogram centraal in rosas. Portiekvormige toegang tot kerk met later aangebracht tochtportaal.

Plattegrond van de kerk bestaat uit een éénbeukig schip van twee traveeën en een vlak afgesloten transept van twee traveeën; koor van één travee met halfronde apsis. Aan de zuidoostelijke zijde sacristie, aan noordoostelijke zijde bergruimte en toegang naar klokkentoren via spiltrap.

Sobere afwerking van het interieur van de kerk, met name bepleisterd en witgeschilderd. Hoger gelegen rondbogige vensterzone met afzaten. Opvallend is de houten kapconstructie van het schip, getimmerd door H. Pykavet (Heist), waartussen zware trekbalken rustend op arduinen consoles; kleinere bakstenen consoles zorgen voor bijkomende ondersteuning Koor onder bepleisterd en witgeschilderd tongewelf. Hoogzaal met orgel aan noordzijde in het koor, daterend van 1934. Rode tegelvloer.

Mobilair. Mevrouw Raymond Lippens-de Bethune en mevrouw Emile De Klerck-Cosyn zorgen voor de aankoop van het kerkmeubilair, ontworpen door Jozef Viérin en uitgevoerd door Jules Fonteyne (Brugge, 1878-1964) en de firma Pype uit Brugge.

Vrij sober art-decogetint houten kerkmeubilair met typerend cassettemotief waarin decoratieve reliëfs, onder meer biechtstoelen, lezenaar. Vernieuwde houten communiebank met herbruik van materiaal koorgestoelte. Bidbank van de familie Lippens (1925), zie wapenschild en leuze "Nihil Metuere", thans in twee stukken opgesteld in de transeptarmen. Witstenen altaar met marmeren zuiltjes, versierd met bronzen medaillonvormige plaketten: centraal het Christusmonogram en aan weerszijden de symbolen van de vier evangelisten. In het kader van de nieuwe liturgie is in 1964 een altaartafel geplaatst voor het hoofdaltaar, doch verwijderd in 1970 waarna het hoofdaltaar is aangepast. Het tabernakel is ingebouwd in de muur naast het beeld van de heilige Dominicus. Orgel van 1994. De kerkklok is vervaardigd door de firma Michaux en pas een jaar na de inwijding van het kerkje ingehuldigd, namelijk met Pasen 1926. Weegt 350 kg en is gedecoreerd met de apostel Philippus, de heilige Martha en de heilige Ghislaine. Heeft inscriptie "Ik ben gedoopt in het Zoute, april 1926; mijn naam luidt : Martha - Ghislaine - Emile; mijn peter is Emile de Klerck-Cosyn; mijn meter is barones Ghislaine de Béthune".

Het klokkenspel is afkomstig van de zogenaamde "Plaza Residence", een voormalig hotel aan de zeedijk-Het Zoute. Aangekocht in 1934 door de Compagnie Immobilière Le Zoute en geschonken aan de Dominicanenkerk. Transport en installatie uitgevoerd door de heer Meire, stadsuurwerkmaker van Gent. Wordt tijdens de Tweede Wereldoorlog uit voorzorg verwijderd uit de toren en verborgen in de tuin van het klooster. Automatisering in 1994 door De Simpelaere (Menen).

Kleurrijke mozaïek in nis aan de zuidwand, met voorstelling van de H. Theresia van Lisieux omgeven met rozen. Geschonken onder meer door mevrouw Thérèse Francken-Houssiau en uitgevoerd door de kunstenaar Molkenboer uit Nederland. Het werk kan oorspronkelijk niet de goedkeuring wegdragen van Maurice Lippens en architect Jozef Viérin en wordt bijgevolg aangepast door het wegnemen van de omkadering en de plaatsing in een nis.

De glasramen zijn gerealiseerd mede dankzij het dynamisme van mevrouw Raymond Lippens-de Béthune die de nodige gelden verzamelt in 1924-1925. Zij drukt de wens uit dat de glasramen voorzien worden van het wapenschild van de schenkers, vooraanstaande families en inwoners van Knokke. De glasramen dateren uit diverse periodes, onder meer van 1924-1927, wellicht naar gezamenlijk ontwerp van Jozef Viérin en Jules Fonteyne; andere bronnen vermelden Anto(on) Karte (Brugge) als ontwerper. Tevens van na de Tweede Wereldoorlog, onder meer van Herman Wauters (Berchem) (1961). De glasramen zijn gerestaureerd na de Tweede Wereldoorlog door Camiel van Walleghem (Brugge) en in 1994 door het Gentse atelier Mestdagh.

Pastorie. Woonst van de paters, aangeduid in het kadaster als pastorie, hoewel Het Zoute geen zelfstandige parochie is. Achterin gelegen ten zuidoosten van de kerk en toegankelijk vanaf de Sparrendreef via lang smal pad langsheen de zuidzijde van pandgang en kerk. Opgetrokken als villa in landelijke stijl met integratie van elementen uit de cottagestijl. L-vormige witgeschilderde baksteenbouw van twee bouwlagen en kelderverdieping onder combinatie van overkragend zadel- en schilddak (pannen). Opmerkelijk brede schoorstenen langsheen gevelvelden doorgetrokken boven gootlijst. Rechthoekige muuropeningen met deels vernieuwd schrijnwerk; luiken. Gebruik van smeedijzeren sierankers. Trap en pad leiden naar hoger gelegen toegang in de noordwestelijke hoek uitgewerkt als portiek onder pannen zadeldak in de noordwestelijke hoek; typerende puntgevel met aandak en gebruik van steunberen. Rondbogige inkom onder gebogen baksteenfries met gestrekte uiteinden; houten deur met smeedijzeren beslag.

Het plan van de villa omvat een centrale traphal waarop de diverse vertrekken voor de communiteit, de residerende paters en het personeel uitkomen. Aan de oostzijde eetzaal, met aansluitend spreekplaats en recreatiezaal aan westzijde. Aan de noordzijde dienstruimten, als onder meer keuken. Behouden houtwerk onder meer binnendeuren, lambriseringen, parket- (visgraatverband) en plankenvloeren. Tevens typerende vrij sobere bakstenen schouwen met houten haardbalken en boezembekleding in eetzaal en recreatiekamer. Het behouden oorspronkelijk meubilair is vervaardigd door de firma Borry uit Kontich. Diverse kunstwerken (onder meer schilderijen) veelal door kunstenaars uit genegenheid aan Pater Rutten of opvolgers geschonken. In de recreatiezaal bevindt zich onder meer de bibliotheek van de paters Dominicanen. Opengewerkte houten trap leidt naar de bovenverdieping met de privé-vertrekken van de paters.

  • Archief Compagnie Het Zoute Knokke-Heist, Bouwaanvragen, nr. 237.
  • Kadasterarchief West-Vlaanderen te Brugge, 209: Mutatieschetsen, Knokke-Heist, 1928/1, 1953/13.
  • Kadasterarchief West-Vlaanderen te Brugge, 212: Kadastrale Leggers, Knokke-Heist, artikels 1335, 3236.
  • Sint-Lukasarchief Brussel, Inventarisatie van het bouwkundig erfgoed in de Villawijk Prins Karellaan te Knokke-Heist, in opdracht van WITAB (Westvlaamse Intercommunale voor Technisch Advies en Bijstand Brugge), deel III, mei-juni 1994.
  • BONNEURE F. e.a. (red.), Lexicon van West-Vlaamse Beeldende Kunstenaars, Deel 1, Kortrijk, 1992.
  • D'HONT A., Gids van het andere Knokke. 't Zoute, Knokke-Heist, 1993, p. 258-260.
  • D'HONT A., Lippens en het Zoute Knokke, Knokke-Heist, 2000.
  • Histoire de l'Eglise du Zoute 1925-1975, Knokke-Heist, 1974.
  • LIEBAERT K., "'t Zoute kerkje. Paters Dominikanen", onuitgegeven verhandeling, 2002.
  • LIEBAERT K., De Dominicanenkerk in Het Zoute, Brugge, Van de Wiele,2003.
  • NOE N., L'Eglise Saint-Dominique au Zoute (Belgique), in L'Artisan Liturgique.
  • Revue trimestrielle d'art religieux appliqué, 1931, jg. 5, nr. 23, p. 474-476.
  • SMEETS J.; SARRE A.; DE KEYSER R., Zoutekerkje 1925-2000, Gent, 2000.

Bron: Callaert G., Vanneste P. & Hooft E. met medewerking van De Leeuw S. & Struyf J. 2005: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Knokke-Heist, Deel I: Deelgemeente Knokke, Deel II: Deelgemeenten Heist, Ramskapelle, Westkapelle,Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL4, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Callaert, Gonda; Hooft, Elise & Vanneste, Pol

Datum tekst: 2005

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Sparrendreef

Sparrendreef (Knokke-Heist)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.