De Broeltorens

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Kortrijk
Deelgemeente Kortrijk
Straat Broelkaai
Locatie Broelkaai zonder nummer, Kortrijk (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Kortrijk (adrescontroles: 28-01-2008 - 31-01-2008).
  • Inventarisatie Kortrijk (geografische inventarisatie: 01-05-2000 - 31-07-2003).
Links

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Broeltorens

Deze bescherming is geldig sinds 09-03-1983.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed De Broeltorens

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

Beschrijving

* Broelkaai nr. 35. BROELTORENS. Beschermd als monument bij B.V.E. van 9.03.1983.

Twee imposante torens, gelegen ten noordoosten van de stad, en die oorspronkelijk deel uitmaakten van de middeleeuwse versterkingen, die vanaf 1353 uitgebouwd werden. De twee torens, worden met elkaar verbonden door de Broelbrug of Hoge Brug die wederopgebouwd werd na W.O. II.

Het ontstaan van de oudste zuidelijke Broeltoren, volgens Despriet door enkele auteurs foutief vereenzelvigd met de zogenaamde "Speitoren", is moeilijk te duiden. In een aantal publicaties heeft men de mening geopperd dat het de hoofdtoren van de (koninklijke) burcht zou betreffen. Andere auteurs zijn dan weer de mening toegedaan dat de toren het enige overblijfsel is van de burcht van Kortrijk, of dat hij door middel van een sluis het waterpeil in de stadsgrachten moest regelen. Sommige auteurs menen dan weer dat de toren een deel zou zijn van de buitenste verdedigingsmuur van het kasteel. Volgens Despriet zijn al deze meningen foutief. Hij is ervan overtuigd dat de bewering die stelt dat de toren omstreeks 1385 zou ontstaan zijn, het dichtst bij de waarheid aanleunt. In zijn huidige vorm dateert hij van 1445, toen de bestaande constructie gesloopt werd en heropgebouwd. Tot midden van 15de eeuw "Blauwe toren" genaamd. De noordelijke toren wordt vanaf het tweede kwart van de 15de eeuw o.m. aangeduid als "de graeuwen torre bider steenin brugghe" (1454), de "grooten graeuwen torre ghenaemt Inghelborch inden Broel" (1456) en "Ingelbrechs torre" (1460).

28 december 1400: beslissing om een houten toren te bouwen tegenover de Blauwe toren.

1401: stilleggen van de werken aan de nieuwe toren nadat een stenen fundament van 2,08 meter hoogte tot stand was gekomen.

1404: deskundigen bepalen op vraag van het stadsbestuur welke werkwijze gevolgd dient te worden bij het optrekken van een nieuwe toren en een brug over de Leie.

1411: Jan zonder Vrees, hertog van Bourgondië, verklaart zich akkoord met de bouwplannen. De werken worden in 1413 beëindigd.

1445: gedeeltelijk slopen en heropbouwen van de z.g. "Blauwe toren", o.m. gebruik makend van Brabantse zandsteen. Na de verbouwingen o.m. aangeduid als "der nieuwe torre neffens der steenin brugghe" (1447), "den nieuwen torre bachten mijns heernsdekens" of de "Sint-Andriestoren".

Tijdens de 16de eeuw wordt de noordelijke Broeltoren verhuurd aan derden. De armendis gebruikte de toren voor het opslaan van hout (1609) en ook voor het bewaren van vlees en graan (1623). Later wordt de toren o.m. omgevormd tot een gevangenis voor Franse soldaten (1642) en een graanmagazijn (1648). Vanaf 1834 hebben de pijnders van Kortrijk er een lokaal; later houden de bierhandelaars er hun vergaderingen. De zuidelijke Broeltoren wordt in de 16de en 17de eeuw eveneens verhuurd. Hij wordt o.m. gebruikt als houtmagazijn, huisvesting van soldaten (1642), en fungeert als corps-de-garde (1648).

1678: betaling van een geldsom om de Franse krijgsgouverneur van de sloop van de "groote torren aende Leybrugghe" te doen afzien.

1714-1715: herstel van de torens in opdracht van het stadsbestuur om sloop te vermijden.

1873: grote herstellingswerken; voornamelijk zware verbouwingen aan de zuidelijke toren: o.m. voorzien van een neogotische verdieping en een nieuwe spits.

In de loop van hun verdere geschiedenis worden de torens meermaals hersteld, onder meer naar aanleiding van de beschadigingen aangebracht tijdens de twee Wereldoorlogen. Ze krijgen ook de meest uiteenlopende functies toebedeeld als magazijn, dodenhuis, archiefkelder, jeugdlokaal of museum.

Pogingen om de beide torens als monument te laten beschermen in 1871 en 1933-1934 liepen op niets uit. Uiteindelijk worden op 09.03.1983 de Broeltorens met uitzondering van de brug als monument beschermd.
De verbindende brug, die tijdens beide wereldoorlogen wordt verwoest, bestaat uit drie bogen. Centraal op de brug staat het beeld van de H. Nepocemus, patroon van de drenkelingen.

Twee ronde torens onder leien spits bekroond door ijzeren windvaan met stadswapen; geschrankte reeksen van telkens vier houten dakkapellen met uitstekend dakstoeltje onder leien zadeldakje. Baksteenbouw met natuurstenen parement. Brabantse zandige kalksteen voor de noordelijke toren en Doornikse kalksteen (kelderverdieping) en Brabantse zandige kalksteen (eerste en tweede etage) voor de zuidelijke toren. Kelderverdieping voorzien van schietgleuven (gedeeltelijk gedicht) is bereikbaar via rondbogige toegangsdeur met geprofileerde waterlijst. Zuidelijke toren met rechts, herdenkingsplaat uitgevoerd door bronsgieterij A. Sioen (Kortrijk) met opschrift: "GLAS 1940-1945. Het geheim leger aan zijn helden die voor de bevrijding van België hun leven offerden". Eerste verdieping geritmeerd door rechthoekige vensteropeningen, o.m. stenen kruisvensters, onder ontlastingsboog en schietgleuven. Aflijnende omlopende mezekouw met drieledige kraagstenen, verbonden door arketten die een boogfries vormen. Tweede verdieping gekenmerkt door afwisselend smalle en brede steekbogige vensteropeningen. Zuidelijke toren gemarkeerd door uitkraging van secreet aan zijde Leie.

Interieur noordelijke toren. Witgeschilderde achthoekige ruimtes in baksteen met ribgewelf waarvan de ribben vertrekken op witstenen consoles, o.m. uitgewerkt als menselijke gelaten. Centraal ronde sluitsteen. Op de eerste verdiepeing vier steekboognissen met zitbanken waarvan drie voorzien van vensteropeningen en luikduimen. Zolder: houten dakconstructie met twee ronde stoelen, waarschijnlijk ter vervanging van constructie met centrale houten pijler.

Interieur van zuidelijke toren. Kelder: witgeschilderde, cirkelvormige ruimte in baksteen met ribgewelf; zwart geschilderde plint. Enige resterende rib rust op consoles in vorm halve achthoek. Twee identieke consoles links en rechts, alsook bouwsporen wijzen op bestaan uitgebroken tweede rib. Vier steekboognissen met schietgleuf, twee blinde nissen en een haardnis. Eerste verdieping: achthoekige ruimte voorzien van gewelf met acht graten vertrekkend vanaf witstenen consoles met decoratie in vorm van mensenhoofd; centrale sluitsteen met bloemmotief. Ruimte voorzien van sober witstenen schouwmantel in neo-Vlaamse-renaissance, centraal op haardbalk wapenschild stad Kortrijk. Vijf steekboognissen met rechthoekige vensteropeningen. Tweede verdieping: ronde ruimte met gewelf waarvan de acht houten graten met peerkraalprofiel vertrekken vanaf houten consoles versierd met wapenschild van Kortrijk. Gewelfvelden afwisselend voorzien van neogotische decoratie en vlak, bepleisterd houtwerk voorzien van rode imitatievoegen. Vloer gedeeltelijk voorzien van bekleding met zwarte en witte achtkantige tegels. Steekboognissen met in totaal veertien rechthoekige, afwisselend smalle en brede muuropeningen. Eén nis ingericht als toiletruimte. Wanden nog gedeeltelijk voorzien van bepleistering met rode imitatievoeg.

AFDELING ROHM WEST-VLAANDEREN, Cel Monumenten en Landschappen, archief nr. W/ 00386.
DESPRIET P., 2000 jaar Kortrijk, Kortrijk, 1990, p. 63-66.

Bron: WVL5

Auteurs: De Gunsch, Ann; De Leeuw, Sofie & Metdepenninghen, Catheline

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Broelkaai

Broelkaai (Kortrijk)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.