Newfoundland gedenkteken

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Kortrijk
Deelgemeente Kortrijk
Straat Gentsesteenweg
Locatie Gentsesteenweg zonder nummer, Kortrijk (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Kortrijk (adrescontroles: 28-01-2008 - 31-01-2008).
  • Inventarisatie Kortrijk (geografische inventarisatie: 01-05-2000 - 31-07-2003).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed New Foundlanders gedenkteken

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is beschermd als monument Newfoundland gedenkteken

Deze bescherming is geldig sinds 26-03-2010.

is deel van de bescherming als cultuurhistorisch landschap Newfoundland gedenkteken met omgeving

Deze bescherming is geldig sinds 23-12-1942.

Beschrijving

Gelegen langs de Gentsesteenweg, nabij het kruispunt met de R8, ten noordoosten van het centrum van Kortrijk, tegen de grens met de gemeente Harelbeke. Het gedenkteken is op circa 175 m ten zuidoosten van de Leie gelegen.

Historiek

Newfoundland was tussen 1907 en 1949 een aparte Britse 'dominion'. Het had geen eigen leger in 1914. Bij het uitbreken van de oorlog werd een 'Newfoundland Regiment' opgericht. Hierin dienden in totaal zo'n 6500 man. Tweeduizend andere Newfoundlanders dienden bij de 'Royal Navy' of in houthakkersbataljons.

Het 'Newfoundland Regiment' had bijzonder zware verliezen geleden op 1 juli 1916, de eerste dag van de Slag aan de Somme. Van de 800 Newfoundlanders die in de strijd gegooid werden, waren er op het einde van de dag slechts 70 over. De overigen waren gewond, vermist of gedood. Nadat het regiment zich enigszins wat kon herstellen, werd ze verder ingezet in Frankrijk en in België, o.a. in de omgeving van Langemark tijdens de Derde Slag bij Ieper. In september 1918 namen ze als onderdeel van de Britse 9de divisie deel aan het Geallieerde Bevrijdingsoffensief. Gedurende een maand dreven ze mede de Duitse troepen achteruit over Dadizele, Ledegem, Bavikhove en Deerlijk tot Ingooigem, waar voor hen op 27 oktober 1918 hun actieve deelname aan de Eerste Wereldoorlog eindigde. Na een korte deelname aan de bezetting van de Rijn keerden de manschappen terug naar huis en werd het regiment ontbonden.

Het 'Newfoundland Regiment' heeft een bijzonder zware tol betaald tijdens de Eerste Wereldoorlog. De 'Commonwealth War Graves Commission' herdenkt ongeveer 1200 doden van de eenheid, waarvan er ruim 150 in België een graf hebben. Daarbij komen nog eens 70 vermisten die vielen bij Langemark en Poelkapelle in augustus-oktober 1917.

In de nacht van 19 op 20 oktober 1918, tijdens het Geallieerde Bevrijdingsoffensief, trachtten 3 Britse divisies, waaronder de 9de (Schotse) divisie (met de 26ste en 28ste brigade) massaal de Leie over te steken. De 26ste brigade probeerde het tussen Harelbeke en Kuurne, de 28ste brigade (met o.m. de Newfoundlanders) tussen Harelbeke en Bavikhove, iets meer stroomafwaarts van het 'Newfoundland Memorial' gelegen.

Genietroepen van de '63rd en '64th Field Companies', bijgestaan door het '9th Batallion Seaforth Highlanders' bouwden onder heel moeilijke omstandigheden voetbruggetjes, onder het oog van een alerte vijand die kon profiteren van het feit dat de Leieoevers geen dekking boden en het bovendien een heldere nacht was. Van zodra de bruggen klaar waren en Schotse eenheden de oevers naderden voor de oversteek, werden ze onthaald op een regen van lood en staal. Het nauwkeurig gericht Duits kanonvuur doorboorde de pontons en vernietigde een voetbrug, waardoor de onderneming bijzonder hachelijk werd. Toch slaagden Schotten en Newfoundlanders erin de Leie over te steken. Het Britse Tweede Legerkorps bevond zich nu aan de poort van de Vlaamse Ardennen.

In juli 1919 stelde de overheid Lieutenant-Colonel Thomas Nangle, voormalige katholieke aalmoezenier van het regiment, als vertegenwoordiger aan van de Newfoundlandse regering bij de 'Imperial War Graves Commission' (voorloper van de huidige 'Commonwealth War Graves Commission'). Nangle ontving o.m. 16 ontwerpen voor een gedenkteken voor de Newfoundlanders. Hij verkoos het ontwerp van de Basil Gotto, die voorstelde om op 5 plaatsen een identieke bronzen kariboe op te richten. Nangle verdedigde dit concept als zijnde tegelijk artistiek en goedkoop, daar dezelfde gietvorm voor de vijf gedenktekens gebruikt kon worden. Het ontwerp onderscheidde zich bovendien duidelijk van andere gedenktekens. De kariboe, een typisch dier van Newfoundland, vormde het embleem van de 'Royal Newfoundland Regiment'.

Behalve in Kortrijk (tot aan de fusies van 1977 was dit grondgebied Harelbeke) werd nog een kariboe geplaatst in Marcoign Masnières, Gueudecourt, Monchy-Le-Preux en Beaumont Hamel. Ze werden alle vijf gegoten bij de 'Compagnie des Bronzes' (Molenbeek). Deze bronsgieterij realiseerde niet zo heel veel Belgische oorlogsgedenktekens, maar kreeg vooral veel opdrachten van Britse en Canadese beeldhouwers. Voor de inplanting van de gedenktekens werd de hulp ingeroepen van R.H.K. Cochius, een landschapsarchitect die geboren was in Nederland maar later verhuisde naar Newfoundland.

De Britse kunstschilder en beeldhouwer Basil Gotto (1866 – 1944) had zijn atelier in London. Tijdens de 'Boer War' werkte hij als oorlogverslaggever voor 'The Daily News' en 'The Daily Express'. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij instructeur en leerde hij o.m. de manschappen van de 'Newfoundland Regiment' met een geweer schieten. Behalve de vijf kariboes (en nog een zesde in het Bowring Park, St-John's, Newfoundland) realiseerde hij nog 'The fighting Newfoundlander' en 'The Newfoundland National War Memorial' voor hetzelfde park in St-John's. In de tweede helft van de jaren '20 ging Gotto opnieuw schilderen.

Volgens 'Het Strijdersblad' van 4 mei 1924, uitgegeven door de N.S.B. (Nationale Strijdersbond) zou het gedenkteken onthuld zijn in de loop van de maand mei van 1924. Hoewel sommige bronnen beweren dat het voetstuk bestaat uit rotsblokken uit Newfoundland, zou het voetstuk volgens dit 'Strijdersblad' opgebouwd zijn met stenen van het puin van de voornaamste gebouwen die door de Duitsers werden vernield, waaronder de universiteitsbibliotheek van Leuven.

Het bosje achter het gedenkteken bestaat uit Canadapopulieren. Met de aanleg van de ring rond Kortrijk in 1974 werd ongeveer de helft van het oorspronkelijk als landschap beschermd bosje gerooid.

Beschrijving

Geplaatst op een cirkelvormig aarden verhoog bedekt met rotsblokken en gelegen binnen een plantsoen met sierstruiken en bomen staat een grote bronzen kariboe. Het geheel is afgezet met lage, roodbakstenen muur met afgeschuinde bovenzijde, op regelmatige afstand onderbroken door muurpijlers en in verschillende niveaus aangelegd. Naast de ingang liggen enkele rotsblokken.

Op de rotsen: bronzen plaat 'NEWFOUNDLAND – TERRE NEUVE'.

Hoogte ± 533 x breedte 2412 x diepte 1710 cm

  • BOGAERT J., Tussen Leie en Schelde in 1918. Deel I, in: "Shrapnel", 1993, nummer 4.
  • DENDOOVEN D. & CHIELENS P., Wereldoorlog I. Vijf continenten in Vlaanderen, Tielt, Uitgeverij Lannoo, 2008.
  • DUPONT C., Fabrique d’Art. La Compagnie des Bronzes (1854 – 1979), Bruxelles, La Fonderie, 2003.
  • JACOBS M., Zij, die vielen als helden... Inventaris van de oorlogsgedenktekens van de twee wereldoorlogen in West-Vlaanderen, Deel 2. Brugge, Provincie West-Vlaanderen, 1996.

Bron: Beschermingsdossier DW002447 (2009)

Auteurs: Decoodt, Hannelore

Datum tekst: 2009

Alle teksten

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Gentsesteenweg

Gentsesteenweg (Kortrijk)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.