Klooster van de ongeschoeide karmelietessen

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Kortrijk
Deelgemeente Kortrijk
Straat Grote Kring
Locatie Grote Kring 4, Kortrijk (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Kortrijk (adrescontroles: 28-01-2008 - 31-01-2008).
  • Inventarisatie Kortrijk (geografische inventarisatie: 01-05-2000 - 31-07-2003).
Links

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Klooster van de ongeschoeide karmelietessen

Deze bescherming is geldig sinds 21-08-2003.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Klooster van de Ongeschoeide Karmelietessen

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

Beschrijving

* Grote Kring nr. 2-4. Klooster van de Ongeschoeide Karmelietessen. Beschermd als monument bij M.B. van 21.08.2003. Gebouwencomplex gelegen tussen de Grote Kring en Lange Brugstraat .

1629: Margareta de Tollenaere uit Kortrijk schenkt 70.000 gulden voor de stichting van een klooster der Ongeschoeide Karmelietessen te Kortrijk.

1634: de overheid stemt in met de plannen voor een nieuwe stichting en schenkt een stuk grond, gelegen in de wijk Overbeke buiten de Kring. Er waren evenwel enkele voorwaarden aan gekoppeld o.m. het verbod van een vestiging van mannelijke Karmelieten. De uiteindelijk toelating wordt pas verleend in 1649.

1649: op 28 maart vestigen zich enige Karmelietessen uit het klooster van Doornik zich in een huis in de Doorniksestraat.

1663: eerstesteenlegging door E.P. Cyprianus van de H. Laurentius, prior te Ieper. Het klooster kreeg de benaming "Hoog Klooster".

1664: de zusters nemen hun intrek in het klooster, dat pas ingewijd wordt in 1669.

1715-1719: bouw van de huidige kapel.

1784: afschaffing van het klooster n.a.v. hervormingsmaatregelen van Jozef II.

1785: verkoop van het kloostercomplex en al de eigendommen, en gedeeltelijke sloop en inrichting als hooimagazijn.

1790: de zusters nemen opnieuw hun intrek in het heraangekochte klooster.

1794: klooster wordt tijdens de Franse heerschappij ingericht als graanmagazijn.

1797: de zusters worden opnieuw verdreven en de gebouwen doen dienst als gevangenis.

1802: de nieuwe eigenaar van het klooster stemt erin toe een deel van het klooster te verhuren aan de zusters.

1803: openen van de kapel, even later gevolgd door de heraankoop van het klooster.

1873: vermoedelijke uitbreiding van de noordoostelijke gevel.

1894: bouw van een nieuwe voorgevel voor de kapel, naar ontwerp van J. Carette (Kortrijk).

1889: de paters Karmelieten kopen het huis naast de inkompoort van de kapel (rechts).

1890: kleine verbouwingen aan het klooster.

1909: de huizen gelegen rechts van de kapel worden afgebroken en vervangen door een woonhuis, naar ontwerp van A. Vandenberghe (Grote Kring nr. 2).

1918: de verschillende gebouwen worden beschadigd door de bombardementen.

1920: uitbreiding van het klooster o.m. door bouw van het huidige nr. 4, met o.m. spreekkamer en toegang tot klooster.

1944: het klooster wordt door de Duisters ingericht als gevangenis. Na W.O. II wordt het klooster gebruikt als gevangenis voor collaborateurs

1958: sloping van verscheidene kleine woningen achteraan in de kloostertuin.

Dieper in gelegen 17de-eeuws kloostercomplex, met vleugels gegroepeerd rondom een binnenplaats omgeven door gesloten pandgangen. Toegankelijk via nr. 4. Verankerde baksteenbouw onder zadeldaken. Grotendeels witgekaleide gevels op gepikte plint. Opmerkelijk is het gaaf bewaarde schrijnwerk van de rechthoekige en getoogde muuropeningen. Volledig onderkelderd complex. Centrale gang met tongewelf, waarop de verschillende provisiekamers uitgeven. Rondboogdeuren. Vloer deels bekleed door natuurstenen plaveien en Boomse tegels. Opgeklampte deuren. Noordoostelijke vleugel: pandgang overkluisd door kruisgewelf. De verschillende achtereenvolgende ruimtes herbergen o.m. het koor, de refter en recreatieruimte. Het koor geeft uit op het koor van de kloosterkapel. De verbinding gebeurt door een rechthoekige getraliede muuropening afgesloten door een paneel en een deur. Planken vloer. Stucplafond met centraal verguld zonnemotief en vredesduif. Bepleisterde en witgeschilderde wanden. Houten koorbanken en houten lambrisering. Houten trap leidt naar de eerste verdieping met de cellen. Ter hoogte van bordes geprofileerde balkconsole. Rondgang met plankenvloer. Witbepleisterde balkroostering met ingekaste sleutels. Boven het koor van de zusters, bibliotheek met luikje dat toegang geeft tot de kapel.

Ten westen van het klooster de z.g. "wasplaats" van het klooster. Rechthoekig bakstenen volume onder pannen lessenaarsdak. Vierkante schouw van de voormalige wasinstallatie. Gekaleide gevels op gepikte plint. Verdiepte steekbogige muuropeningen. Interieur met witgekalkte wanden met muurnissen met heiligenbeelden. Vloer van zwarte natuurstenen tegels.

Kapel: loodrecht ingeplant op de Grote kring en ten zuiden van het kloosterpand. Toegankelijk via rondboogportaal in de verbindende muur tussen nrs. 2 en 4. Niet georiënteerd bedehuis op rechthoekige plattegrond, opgetrokken tussen 1715 en 1719 en met vernieuwd parement van 1894, naar ontwerp van de Kortrijkse architect J. Carette. Verankerde baksteenbouw onder leien zadeldak. Rijkelijk gebruik van arduin voor onder meer waterlijsten, kapitelen en sokkel van pilasters en diamantkopmotief. Eenbeukig schip van drie venstertraveeën en een koor van een rechte travee en een driezijdige sluiting. Verankerde bakstenen halsgevel met cartouche met datum 1894 in bekronend driehoekig fronton. Sokkel van bossage. Pilastergevel van vier geledingen horizontaal gemarkeerd door waterlijsten en muurbanden. Uitgewerkte deurtravee met rondboogportaal in arduinen omlijsting onder druiplijst; bordes. Sluitsteen met wapenschild. Bekronende rondboognis met natuurstenen H.-Jozefbeeld. De derde geleding wordt gemarkeerd door het uitgewerkte arduinen wapenschild. Bovenste geleding gemarkeerd door rondbogige muuropening in arduinen omlijsting onder druiplijst.

Interieur. Bepleisterd en beschilderd sober begin 18de-eeuws barok interieur, overwelfd door kruisribgewelf uitlopend op vlakke pilasters met decoratief uitgewerkte kapitelen en consoles. IJzeren trekankers. Zuidelijke wand geritmeerd door verdiepte korfboogvensters in geprofileerde omlijsting; geometrisch groen glas-in-lood. Noordelijke wand geritmeerd door blinde korfboogvensters met verluchtingsrooster. Ten westen, orgeltribune. Vloer van witte en zwarte marmer met o.m. kruismotief.
Mobilair: Monumentaal altaar. Kruisweg. Plaasteren heiligenbeelden o.m. Sint-Jacob van Compostella, H. Hart.

Aan de Lange Brugstraat, lange, deels verankerde, bakstenen muur op gepikte natuurstenen plint, die het klooster aan de Lange Brugstraat afsluit, en bestaande uit verschillende bouwfases. Het oudste deel van de muur dateert van ca. 1664 en wordt getypeerd door de brede korfbogige poortopening met natuurstenen negblokken. De poort geeft toegang tot een rechthoekig bakstenen volume onder lessenaarsdak, dat uitgeeft op de gekasseide koer. De poort wordt langs de binnenzijde geflankeerd door twee versneden steunberen. Brede opgeklampte poort met klinket. Sobere naald. Poort bekroond door later toegevoegde muurnis met H. Josephbeeld.

KADASTERARCHIEF WEST-VLAANDEREN TE BRUGGE, mutatieschetsen nr. 207 (1853/schets 21, 1873/schets 57, 1878/schets 71, 1890/ schets 67, 1891/schets 78).
De Karmelieten te Kortrijk, in De Gidsenkring, 1973, nr. 4, p. 2-21.
DESPRIET P., 2000 jaar Kortrijk, 1990, Kortrijk, p. 192-194.

Bron: WVL5

Auteurs: De Gunsch, Ann; De Leeuw, Sofie & Metdepenninghen, Catheline

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Grote Kring

Grote Kring (Kortrijk)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.