Sint-Amandscollege

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Kortrijk
Deelgemeente Kortrijk
Straat Kollegestraat
Locatie Kollegestraat 6-8, Kortrijk (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Kortrijk (adrescontroles: 28-01-2008 - 31-01-2008).
  • Inventarisatie Kortrijk (geografische inventarisatie: 01-05-2000 - 31-07-2003).
  • Thematische inventarisatie 20ste-eeuwse kerken (geografische inventarisatie: 01-07-2008 - 31-12-2009).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Sint-Amandscollege

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

omvat de bescherming als monument Sint-Amandscollege
gelegen te Kollegestraat 6 (Kortrijk)

Deze bescherming is geldig sinds 21-08-2003.

Beschrijving

Kollegestraat nr. 6-8. Sint-Amandscollege. Beschermd als monument bij M.B. van 21.08.2003.

Huidig gebouwencomplex uit de 16de, 17de, 19de en 20ste eeuw, gelegen binnen Kollegestraat (W.), Diksmuidekaai (N.) en Koning Albertpark (O.).

BOUWGESCHIEDENIS.

Teruggaand op Sint-Amandsproosdij, bijhuis van de Franse Benedictijnenabdij van Elnone (Saint-Amand-les Eaux). Eerste vermelding proosdij in een akte van 1093, opgesteld in naam van Robrecht II, graaf van Vlaanderen waarin sprake is van een capellula, mogelijkerwijze opgetrokken eind 9de eeuw. Waarschijnlijk begin 12de eeuw uitgebreid. Laatste gedeelte kapel in 1922 afgebroken. Proosdij en kapel in 1221 onder bescherming van paus Honorius III geplaatst.

1577: een nieuwe stadsvesting wordt door het domein van de proosdij geplaatst.

1578-1580: de proosdij geplunderd en zwaar beschadigd.

1589: herstel van de kapel.

Ca. 1630: herbouwen proosdij o.l.v. abt Nicolaas Dubois: de bestaande gedeeltes worden gerestaureerd, oostwaarts wordt een nieuwe vleugel toegevoegd. Deze gebouwen zijn in gewijzigde toestand bewaard gebleven. De werken worden uitgevoerd door Robert Persijn (Kortrijk), de bouwmaterialen zijn afkomstig van de hoofdabdij.

In 1725 omvatte de proosdij een kapel, huis, tuin, cour, grachten, fonds, poort, duiventoren, tiendenschuur en molen.

1792: de abdij wordt leeggeroofd door Franse soldaten.

1794: de abdij biedt onderdak aan voorlopig hospitaal stad Kortrijk.

1796: afschaffing van de proosdij.

1797: de proosdij wordt te koop gesteld als Nationaal Goed en in 1798 toegewezen aan F. de Groiseillier, die handelde in naam van schepen J.B. Delaveleye en Iweins de Oude.

1824: aankoop door stadsbestuur, die er het Koninklijk College in onderbracht (opgericht in 1818) (cf. bijlage 1, figuur 8). De herstellingswerken worden bekostigd door het stadsbestuur.

1830: sluiting van het Koninklijk College.

1833: de stad stelt de voormalige proosdij ter beschikking van de nieuw opgerichte instelling Collège de Courtrai, opgericht op voorstel van Desiderius de Haerne en David Verbeke, afgevaardigden in het toenmalige Nationaal Congres.

1838: bouw vleugel klaslokalen haaks op oude proosdij (naar ontwerp van Ca. Dehults) en studiezaal achter kapel van de proosdij.

1849: de westelijke vleugel wordt afgebroken en vervangen door een nieuwe vleugel z.g. "Pensionaatje", in 1887 voorzien van bijkomende verdieping.

Bouw van een nieuwe vleugel in het verlengde van het gedeelte van de proosdij aan de oostzijde van de duiventoren (gesloopt in 1988). Eveneens uitbreiding tegenoverliggende vleugel achter proosdijkapel. Beide vleugels worden verbonden door een afdak.

1861: herbouwen van het schip van de proosdijkapel naar ontwerp van A. Denis en uitgevoerd door aannemer C. Knockaert (Zarren). Tevens restauratie van het koor proosdijkapel.

1877: bouw studiezaal ten zuiden van de kapel.

1878: plaatsing standbeeld van Sint-Amandus in terracotta, uitgevoerd door G. Devreese (Kortrijk).

1887: bijkomende verdieping op het z.g. "Pensionaatje".

1894: herinrichting kapel: plaatsen van brandglasramen, tabernakel en nieuw orgel.

1897: plaatsen van een bijkomende etage op het proosdijgebouw van 1629.

1902: indiening van bouwaanvraag van huidige afsluitmuur aan de Kollegestraat naar ontwerp van Jules Carette (Kortrijk).

1904: plaatsen van een bijkomende verdieping op de duiventoren van de proosdij. Uitbreiding studiezaal externen (ten noorden van de kapel), tevens voorzien van bijkomende etage (congregatiekapel). Overbouwen van de doorgangen aan beide zijden van de kapel. Tegen de gehele westzijde van het college wordt een façadegevel geplaatst in neogotische stijl.

1909: ten oosten bouw van een nieuwe vleugel met feest- en slaapzaal.

1913: afbreken van een deel van de noordvleugel tussen kapel en de constructie van 1906, en vervanging door grote klassenhal

Verbouwing van de kapel: o.m. voorzien van steunberen, afbreken gedeelte koor van de proosdijkapel.

1914: bouw van een vergaderzaal en gymnastieklokaal voor de externen naar ontwerp van J. Carette (Kortrijk). (Sterk beschadigd tijdens W.O. II).

Tijdens W.O. I, inrichten door Duitsers van keuken en paardenstal, tevens aanleg grote bunker.

1921-1922: afbraak historisch koor van de kapel, en bouw van een nieuw koor. Plaatsen nieuw altaar met ciborum en herdenkingsplaat oorlogsslachtoffers. Heraanleg tuin: o.m. demping blekerijgracht aan de zuidzijde, aanbrengen niveauverschillen, vergroten vijver.

1924: bouw van een klooster voor negen zusters tegen oude duiventoren. (gesloopt in 1991).

1926: bouw kleine kapel, voorzien van dakconstructie oude congregatiekapel. (In 1957 omgevormd tot studie- en speelzaal voor kleine internen.)

1935: bouw eerste vleugel lagere afdeling.

1936: optrekken badgebouw z.g. "Alcazar".

1937: bouw tweede vleugel lagere afdeling naar ontwerp van André Carette en J.J. De Meyer (Kortrijk).

1941: doorbraak van de Duitsers zorgt voor grote schade aan kapel. Geallieerd bombardement vernield de vensters, een aantal daken en oostzijde van de oostelijke vleugel. Weigering door de stad voor de bouw van een nieuwe kapel gevolgd door herstel bestaande kapel: aanbrengen nieuwe kruisweg van Speybrouck en twee grote beelden vooraan, herbouwen orgel.

1945: plaatsen twee commemoratieve brandramen in de kapel.

1946: bouw vleugel met leraarskamers naar ontwerp van A. Carette (Kortrijk).

1952: uitbreiding refter van de leraars- en de rookzaal, aanbrengen van wapenschilden bisschop Mgr. De Smedt en abt Du Bois (1629).

1956: optrekken van verdieping bovenop klassenhal uit 1913-1914.

1962: afbraak pomp op speelplaats en torentje van de kapel en bouw nieuwe sportzaal, voltooid in 1964.

1971: ingebruikname torengebouw, priesterkwartier en nieuwe kapel. Verwijderen enkele waardevolle stukken uit de oude kapel: o.a. orgelpijpen verkocht aan de Sint-Andriesabdij van Brugge en kruisbeeld boven het altaar overgebracht naar de Sint-Elooiskerk in de Overleiestraat.

1988: gedeelte zuidelijke vleugel afgebroken (gebouw van 1849). Vleugel proosdij van 1629 gerenoveerd.

BESCHRIJVING.

Voormalige Sint-Amandsproosdij, sinds 1833 ingericht als school en sinds 1919 Sint-Amandscollege genaamd. De school wordt aan de Kollegestraat afgezet door een lange bakstenen muur. De muur is opgetrokken in verschillende fases. Het muurgedeelte bestaande uit sokkel van natuursteen en bakstenen pijlers geritmeerd door speklagen en bekroond door kruisbloem met ertussen smeedijzeren werk, dateert van 1902 en is naar ontwerp van J. Carette (Kortrijk). Het tweede deel van de muur: natuurstenen sokkel met erboven bakstenen muur horizontaal geleed door muurbanden van witte natuursteen. Verticale ritmering door vlakke pilasters oplopend in pijlers waartussen smeedijzeren hek. Muur doorbroken door twee spitsbogige deuropeningen onder natuurstenen druiplijstje en met verweerde sluitsteen. Brede poortgang, horizontaal geritmeerd door speklagen. Twee flankerende pilasters. Bekronend fronton met voluten en topstuk met wapenschild. Verweerd opschrift: COLLEGES ST. AMAND. Links aansluitend eenvoudige bakstenen muur geritmeerd door spaarvelden.
Ten zuiden, oude, vermoedelijk 16de-eeuwse vleugel, die deel uitmaakte van de oorspronkelijke proosdij.

Historische vleugel reeds aangeduid op de kaart getekend door Vaast du Plouich (ca. 1640) en op een tekening van A. de Bersaques (1654) (cf. bijlage 1, figuur 7). In 1629 liet abt Nicolaas Dubois de proosdij grondig herstellen. Daarbij werd het oostelijke deel van de huidige zuidvleugel opgetrokken.

In 1725 wordt de vleugel als volgt beschreven: deels hersteld, deels nieuw (1629) en een oude toren. De duiventoren vormde tot in 1849 de hoek van de zuidvleugel. De toren werd in 1904 verhoogd cf. bouwnaad. In 1952 wordt de vleugel naar het zuiden uitgebreid en voorzien van een nieuwe gevel. Het oostelijk deel dat in 1898 wordt verhoogd met een bouwlaag werd ca. 1990 teruggebracht tot zijn oorspronkelijke hoogte. Daarbij werd het dak opnieuw in zijn oude vorm gereconstrueerd. Heden verankerde baksteenbouw onder pannen zadeldak. Lijstgevel bestaande uit 9 + 2 + 4 traveeën en twee bouwlagen. Gepikte plint; deels in baksteen en deels in natuursteen. Licht getoogde muuropeningen in geblokte omlijsting (vermoedelijk uit de 19de eeuw), deels van simili-natuursteen en deels witte natuursteen. Bovenvensters met kleine roedeverdeling. Twee traveeën breed risaliet oplopend in een later tot trapgevel (vermoedelijk 1904) verbouwde puntgevel. cf. oude prenten. Mogelijk is dit met de travee links het oudste behouden deel van de proosdij. Zijtrapgevel met twee blinde korfboogvensters met natuurstenen negblokken. Achtergevel gemarkeerd door ronde duiventoren onder leien puntdak. Aflijnende korfboogfries op natuurstenen consooltjes. Eerste bouwlaag gemarkeerd door metselaarstekens van zwarte baksteen onder meer het typische hartmotief. Brede houten bordestrap; twee als voluut uitgewerkte trappalen. Behouden balkroostering.

Kapel. Het 12de-eeuwse Romaans bedehuis opgetrokken in Doornikse steen, wordt in 1862 verbouwd naar ontwerp van A. Denis. Het driezijdige koor bleef behouden en gerestaureerd en werd ingericht als sacristie. In 1891 krijgt de kapel brandglasramen van A. Verhaeghen. De laatste resten van de oude kapel verdwenen na W.O. I. In 1941 wordt de kapel hersteld, na de verwoestingen van W.O. II. Er worden een kruisweg en twee glasramen van J. Speybroeck aangebracht. De huidige kapel is een eenbeukige zaalkerk, met schip van zeven traveeën opgetrokken in donkere baksteen onder leien zadeldak. Arduinen plint. Neogotische puntgevel van drie geledingen. Top met aandak bekroond door arduinen kruis. Hoeken gemarkeerd door op elkaar gestelde verjongende steunberen. Geprofileerd spitsboogportaal van witte natuursteen onder doorgetrokken druiplijst. Boogveld met neogotisch traceerwerk. Erboven spitsboogvensters met glas-in-lood eveneens onder druiplijst. Top met roosvenster. Bepleisterd en beschilderd interieur. Overwelving door kruisribgewelf. Ribben uitlopend op schalken.

Rechts van de kapel (evenwijdig aan Kollegestraat) klassenvleugel met voormalige directeurswoning. Ca. 1849 wordt de vleugel palend aan de oude proosdij en evenwijdig aan de huidige Kollegestraat afgebroken en vervangen door nieuwbouw het z.g. "Pensionaatje". Het gaat om een sobere neoclassicistische vleugel, die aanvankelijk dienst doet als refter en studiezaal voor de pensionarissen. In 1887 wordt de vleugel verhoogd tot twee bouwlagen. Tussen 1900 en 1904 wordt de straatgevel vervangen door een neogotische gevel en een nieuwe monumentale ingang die aansluit bij de zuidelijke vleugel van de proosdij, naar ontwerp van J. Carette.
Heden neogotische klassenvleugel van elf traveeën en twee bouwlagen onder pannen zadeldak. Links, vier traveeën breed en vooruitspringend toegangsvolume gemarkeerd door de torenachtige uitgewerkte deurtravee. Drie traveeën breed risaliet oplopend in trapgevel en gekenmerkt door Brugse travee.

Langgestrekte gevel geritmeerd door doorgetrokken vensternissen met neogotisch maaswerk in de boogvelden van de stenen kruisvensters. Later toegevoegde driezijdige erker. Linker zijtrapgevel. Sobere achtergevel die het eind 19de-eeuws uitzicht heeft behouden. Bakstenen lijstgevel horizontaal belijnd door de druiplijsten. Rechthoekige vensters met geblokte omlijsting.

Links van de kapel vleugel, in oorsprong studiezaal, opgetrokken ca. 1877, van zeven traveeën en twee bouwlagen onder pannen zadeldak. Verankerde bakstenen lijstgevel afgelijnd door schouderboogfries met erboven overhoekse muizentandfries. Gevel verticaal benadrukt door de doorgetrokken spitsboognissen. Stenen kruisvensters op de begane grond; boogveld met gekoppelde drielob. Spitsbogige bovenvensters met neogotisch traceerwerk. Schouderboogdeur met gedeeld bovenlicht.

Ten noorden, voormalige feestzaal en gymnasium opgetrokken in 1913, naar ontwerp van J. Carette (Kortrijk). Bakstenen schermgevel gekenmerkt door de grote vensterpartijen, typerend voor schoolgebouwen. Middentravee oplopend in trapgevel. Zijtrapgevels.

Ten zuidoosten (aan de Kollegestraat), vooruitspringend administratief gebouw met o.m. spreekkamers, woonkamers en ziekenkamers opgetrokken in 1945 naar ontwerp van A. Carette (Kortrijk). Baksteenbouw onder pannen zadeldak (nok loodrecht op straat). Hoek gemarkeerd door halfingewerkte ronde toren.

Ten noordoosten, klassenhal opgetrokken in 1913. Eenvoudige baksteenbouw in 1954 verhoogd met een verdieping in identieke bouwstijl, idem dito trap. Vernieuwd schrijnwerk (PVC). Interieur met imposante en merkwaardige betonnen trapstructuur met smeedijzeren leuning met art-nouveau-ornamenten. Granitovloer met bloemmotieven in mozaïek. Deuren met deels behouden bronzen deurklinken.

Ten oosten, laat-neogotische feestzaal opgetrokken in 1908. Op de bovenverdieping bevond zich de slaapzaal z.g. "H.Hart". Verankerde (sierankers) baksteenbouw van negen traveeën en twee bouwlagen onder pannen zadeldak. Gevelritmering door steunberen en fialen.

Aansluitend het voormalig badhuis z.g. "Alcazar". Art-deco badgebouw opgetrokken in 1936. Bakstenen lijstgevel geritmeerd door de spaarvelden met aflijnende muizentandfries. Rechthoekige vensters met dagkanten en tussenstijlen van zwartgeglazuurde baksteen.

KADASTERARCHIEF WEST-VLAANDEREN TE BRUGGE, primitief plan en mutatieschetsen nr. 207 (1849/schets 121; 1864/schets 142; 1866/schets 29, 1877/schets 53, 1881/schets 49; 1888/schets 50; 1889/schets 51/2; 1898/schets 61; 1901/schets 129; 1907/schets 57; 1909/schets 169; 1910/schets 107; 1913/schets 118/2; 1914/schets 105;1922/schets 54; 1923/schets 24; 1934 schets 26; 1937/schets 47; 1946/schets 49; 1949/schets 80; 1957/schets 203; 1960/schets 55; 1964/ schets 59; 1968/schets 49; 1971/schets 32; 1986/schets 45; 1988/schets 34; 1990/schets 46; 1991/schets 37).
STADSARCHIEF KORTRIJK 126 nr. 5218; 126, nr. 5571 (of 768); 126, nr. 657/45; 208, z.nr.
DEBRABANDERE P., De neogotische bouwkunst in Kortrijk, in De Leiegouw, jg. 39, nr. 1, 1997, p. 17, 22.
DESPRIET P., Ontstaan en ontwikkeling van Overleie, in Leiegouw, XIV, 1977.
DESPRIET P., 2000 jaar Kortrijk, Kortrijk, 1990.
DE PAEPE R., WITHOUCK R., 150 jaar Sint-Amandscollege Kortrijk 1833-1983, Kortrijk, 1983.
HUYGHEBAERT N., De oorsprong van de Sint-Amandsabdij bij Kortrijk, in De Leiegouw, XX, 1978, p. 11-22.
OPSOMER D., Sint-Amandscollege Kortrijk, Historisch overzicht, geïllustreerd met allerlei foto's, tekeningen en verklarende nota's, die vooral betrekking hebben met de groei van het gebouwencomplex, Kortrijk, 1958.
THURMAN P., De opheffing van het Jezuïetenklooster en -college te Kortrijk, de oprichting van het Koninklijk College en van de Sint-Michielsparochie-1773, in Koninklijke Geschied- en Oudheidkundige Kring van Kortrijk, XLIX, 1982.
VAN HOONACKER E., Ikonografie van Kortrijk en omgeving 1280-1900, Kortrijk, 1977, p. 301.
WITHOUCK R., De Sint-Amandsproosdij te Kortrijk, Kortrijk, s.d.

Bron: WVL5

Auteurs: De Gunsch, Ann; De Leeuw, Sofie & Metdepenninghen, Catheline

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.