School Onze-Lieve Vrouw ter Engelen met tuin

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Alternatieve naam 't Fort
Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Kortrijk
Deelgemeente Kortrijk
Straat Plein
Locatie Plein 14, Kortrijk (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Kortrijk (adrescontroles: 28-01-2008 - 31-01-2008).
  • Inventarisatie Kortrijk (geografische inventarisatie: 01-05-2000 - 31-07-2003).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed School Onze-Lieve Vrouw ter Engelen

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

omvat de bescherming als monument School Onze-Lieve-Ter Engelen: school, kapel en paardenmolen
gelegen te Plein 14 (Kortrijk)

Deze bescherming is geldig sinds 21-08-2003.

omvat de bescherming als stads- of dorpsgezicht, intrinsiek School Onze-Lieve-Vrouw ter Engelen: tuin
gelegen te Plein 14 (Kortrijk)

Deze bescherming is geldig sinds 21-08-2003.

Beschrijving

* School "Onze-Lieve Vrouw ter Engelen" of zogenaamd "'t Fort". Beschermd als monument en stadsgezicht bij M.B. van 21.08.2003.
Op de kaart van Sanderus (1643) is op deze gronden het Kapucinessenklooster (van 1627) zichtbaar. Dit verdwijnt in 1667 als de Fransen een oefenplein aanleggen, het huidige Plein. Omstreeks 1711 wordt tussen het Plein en de Leie een versterking gebouwd, met name een aarden vesting omgeven door water, het zogenaamde "Fort". Het Fort verdwijnt in 1782. De school dankt haar officieuze naam aan deze versterking. De congregatie der zusters van Liefde van Jezus en Maria koopt in 1840 een stuk grond op de plaats genaamd het Fort nabij de Gentse poort. Kort daarop volgt de aanvang van de bouw van een klooster met meisjespensionaat naar ontwerp van J. Bruyenne (Doornik). Deze architect was vooral actief in het Doornikse en restaureerde onder meer de Doornikse Onze-Lieve-Vrouwkathedraal. Het klooster wordt voltooid in 1843 (gedenkplaat), internaat en externaat in 1845.

1846: bouw van een kleuterschool voor kinderen uit arme gezinnen in de Kleine Leiestraat. 1848: bouwen kapel. 1853: inwijding Mariabeeld in de binnentuin. 1857: bouw van aantal bijgebouwen bij de boomgaard, nu vervangen door rij moderne werkplaatsen en garages voor de zusters. 1871: optrekken volledig nieuwe vleugel links van het hoofdgebouw en uitbreiding hoofdvleugel. Bouwen woning links van de nieuwe vleugel. Periode 1884-1896: plaatsen verdiepingen boven bestaande lokalen externaat en lagere school. Bouwen nieuwe sacristie rechts naast kapel; de vroegere sacristie rechts van de hoofdingang wordt vervangen door een aantal spreekkamers. 1888: inzegening Lourdesgrot in het park. 1896: plaatsing glazen galerij; deze serreachtige constructie vormde een gang langs de binnenkoer ter hoogte van de inkomvleugel en deels ter hoogte van de kapelvleugel , in 1959 wordt de glazen galerij afgebroken om plaats te maken voor de huidige gang. 1899: uitbreiding vleugel linkerzijde hoofdgebouw. Oprichten nieuwe vleugel in de Kleine Leiestraat en uitbreiding bestaande gebouwen aldaar. 1903: heraanleg tuin en park naar Engels landschapsmodel: onder andere uitbreiding vijver. 1905: houten paardenmolen. 1912: toevoegen nieuwe vleugel en kleine uitbouw aan hoofdgebouw. 1914: uitbreidingswerken verhinderd door uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Inrichting als veldhospitaal voor de Belgische strijdmachten, in die functie gebruikt door Duitse bezetter. 1916-1918: bij geallieerde bombardementen worden onder meer de voorgevel, de kapel, de tuin en de lagere school getroffen. 1925: bouw verdiepingen op de vleugel van 1912. 1927: kleine veranderingen aan de vleugel in de Kleine Leiestraat. 1934: doortrekken van de linkervleugel van het hoofdgebouw tot tegen de straat en lichte uitbreiding gedeelte langsheen de straat naar ontwerp van Otto Mommens (Gent) van 1933. Plaatsen ingang voor externen, een wachtlokaal voor de ouders en een langwerpige kleedkamer naast de nieuwe vleugel. Plaatsen Sint-Jozefbeeld van André Potteau in de tuin. 1938: lichte beschadigingen ten gevolge van een aardbeving. 1940: een 40-tal brandbommen beschadigen in lichte mate de tuin en het schoolgebouw. De Duitsers bezetten de aangenomen school en de gebouwen van de boerderij. Een slaapzaal wordt getroffen door een geallieerde bom. 1942: opeising van de meeste lokalen van het hoofdgebouw als veldhospitaal. 1943: Duitsers delven een kazemat in de binnentuin. 1944: bouw van een betonnen bunker tussen het hoofdgebouw en de vijver. 1945: afbraak bunker in de tuin, de kazemat in de binnentuin wordt vervangen door een Alpenhofje. 1952: inwijding gebouwen van de Vrije Sociale School (nu de peda voor internen). Periode 1951-1964: aankoop woning Gentsestraat 13 en herinrichting tot directeurswoning. De bijbehorende tuin wordt geïncorporeerd in het schoolpark. 1958: verhogen van voorgevel met twee verdiepingen en doortrekken van de rechterflank tot aan de straatzijde. 1966: opening zelfbediening met vernieuwde keuken op de plaats van het zogenaamde "perron" of "terras" aan de tuinzijde. 1971: voltooiing nieuwe sporthal. 1976: voltooiing kloostergebouw aan het einde van de Kleine Leiestraat. 1977: inwijding nieuwe vleugel aan de zijde van de Leie, zogenaamd "Leiekant". 1986: voltooiing ontvangsthal, klassen en gymzaal van de lagere afdeling.

Kloostercomplex met bijhorend schoolgebouw opgetrokken tussen 1843-45. In het klooster herdenkt een opschrift in de schouwmantel dit feit: "En mémoire de l'erection de cette maison par Mr. Le chanoine De Decker 1843". Het gebouw van 1843 bestond uit vier vleugels rond een vierkante binnenkoer, aan de tuinzijde liepen de vleugels verder uit. De straatvleugel bestond slechts uit één bouwlaag geritmeerd door rondbogige muuropeningen; de oostelijke en de westelijke vleugel waren aan de straatzijde voorzien van een neoclassicistische gevel met een fronton rustend op de pilasters van de tweede bouwlaag. Ter hoogte van de straat waren er pijlers en een ijzeren hekken. Het gebouw lag verder van de straat verwijderd dan nu het geval is: de twee uitspringende vleugels worden pas in 1934 (links) en 1960 (rechts) gebouwd, in dat laatste jaar wordt de smalle zuidelijke vleugel (met inkom) van één bouwlaag met rondbogen onder plat dak verbreed en verhoogd tot drie bouwlagen. Deze wijziging zet zich ook door op de koerzijde van deze inkomvleugel (drie bouwlagen); ook de kapelvleugel wordt langs de speelplaats voorzien van een bakstenen doorgang van één bouwlaag ter vervanging van een vroegere serreachtige doorgang. De vroegere begrenzing is nog duidelijk merkbaar, enkel voor de zuidvleugel geldt dit niet omdat ze volledig ingebouwd werd. De drie oorspronkelijke vleugels zijn voorzien van een rood pannen zadeldak, de daken van de oost en westvleugel hebben tevens een schild op de tuinzijde; de zuidvleugel is heden voorzien van een plat dak. In oorsprong werden oost- en westvleugel afgesloten met een volume van één travee met driehoekig fronton: op de voorgevel bestonden ze uit twee bouwlagen van drie rondbogen. Deze travee is nog merkbaar ter hoogte van de sacristie: met name travee gevat tussen twee pilasters. De huidige frontongevels zijn sterk geïnspireerd op de oorspronkelijke gevels: ze behouden de symmetrie, het neoclassicistisch uitzicht en de monumentaliteit van het oorspronkelijke ontwerp.

De meeste gebouwen zijn onderkelderd op de kapel na. Rode baksteenbouw, op arduinen plint. Op de begane grond imitatiebanden (witgeschilderd bij de gebouwen uit 1843-1888); doorgetrokken borstwering tussen eerste twee bouwlagen. Witgeschilderde hoekketting. Typerend op de begane grond zijn de rondboogvensters. Het gaat om houten ramen met geometrische ijzeren roedeverdeling. In de rechte stukken zijn het vierkanten met diagonalen met typerend motief op snijpunten, in de rondboog zelf straal en stergewijs met pijlmotief; dit type raam bevond zich op alle gevels, zowel het exterieur als aan de binnenkoer. Op de eerste bouwlaag van de kapel zijn er gelijkaardige ramen, echter met een veel grotere densiteit en met blauw glas in de zijpunten. De vensters van de tweede bouwlaag zijn rechthoekig en gevat in een vlakke omlijsting met oren. De mezzanino is voorzien van kleine gelijkaardige vensteromlijstingen met oren en neuten. Dit geldt ook voor de bovenverdieping van de oostelijke kapelgevel, enkel de westelijke kapelgevel (koerzijde) is voorzien van blinde ronde nissen met kruisgewijs aangebrachte sierstenen. Kelder: onder vroegere refter: arduinen vloerplaten. Vensters in steekkappen. Begane grond: gangen: vloer ter hoogte van het klooster zwarte marmeren tegels en witte ruiten; overige vloeren zonder witte ruiten. De vensters van de pandgangen zijn gevat in steekkappen. Tongewelf, kruisgewelven op de kruispunten.

Klooster. In oorsprong werkkamer/living onder doksaal: heden nieuwe bestemming. Vanuit tuin toegang via bordestrap naar kloostergedeelte. In interieur houten vleugeldeur, beglaasd, houten roeden ook hier diagonalen; in zijrand gezandstraald met druivenmotieven, in boogveld opschrift "Silence". Houten bordestrap met marmeren aanzettrede. In 1959 uitbreiding van vroegere refter tot zelfbediening, hiervoor wordt een gebouw van één bouwlaag aangebouwd ter hoogte van het vroegere perron aan de tuinzijde. Tweede bouwlaag: Houten vloeren in gang en klaslokalen. De westvleugel omvat de zogenaamde "kapelklas". Dit was een privé-kapel voor de communauteit die in 1942 als klaslokaal ingericht werd: houten planken vloer, houten lambrisering, vlak gewelf met geprofileerde ribben die een soort stergewelf vormen, met sluitstenen en consoles. Derde bouwlaag: vroegere slaapzaal met tongewelf, vensters in steekkappen. Visgraatparket, aan beide uiteinden rondboogdeur. Binnenkoer: Formele binnentuin met beeld van Onze-Lieve-Vrouw ter Engelen, gewijd in 1853. Voorheen op sokkel geschilderd opschrift: "Je vous salue Marie, reine des anges".

Neo-barokke kapel (in gebruik genomen in 1848). Naar het zuiden georiënteerde kapel. De kapel omvat acht traveeën waarvan drie voor het doksaal. Rechthoekige plattegrond met rechte apsis. Tweeledige opstand met op de begane grond rondboog met kruisweg, erboven rondboogvensters. De traveeën worden gescheiden door pilasters bekroond met beelden. Blauw tongewelf met stervormige ribben; trekankers. Vloer met zwarte en witte marmeren tegels in stervormig patroon. Koor met vloer van roze, witte en zwarte tegels heden onder groene bekleding. De rondbogen op de begane grond zijn voorzien van een houten lambrisering geschilderd in imitatiehout. Op twee plaatsen werd die in 1896 door ingewerkte biechtstoelen vervangen. In het boogveld telkens twee kruiswegtaferelen in reliëf. In plaats van de veertien gebruikelijke staties omvat deze kapel er zestien. Op de eerste kondigen engelen de kruisdood aan, op de laatste rechts houden ze ons een triomferend stralend kruis voor met een gouden zon in top. In elk boogveld is tevens een engelenbeeld aangebracht. De rondbogige vensters van de bovenverdieping bevatten wit glas in ijzeren roeden afgewisseld met blauwe ruiten. In het koor gebrandschilderde ramen met voorstellingen van Onze-Lieve-Vrouw rechts en Heilige Jozef links van 1899. Doordat de voorgevel van het schoolgebouw in 1959 met twee verdiepingen verhoogd wordt, zijn de twee voorste vensters rechts toegebouwd en is het Mariavenster zonder achtergrondverlichting niet meer zichtbaar. Wanden geritmeerd door pilasters met console met engelenhoofdje waarboven heiligenbeeld (uit 1857) op sokkel. Sokkels door middel van borstwering met balusters onderling verbonden. De afsluiting loopt langs het doksaal door, met daarop de twee resterende apostelbeelden. Het ruime doksaal boven de ingang springt ver naar achter in het vroegere slot en is ermee verbonden. De toegang tot de kapel is mogelijk dankzij drie grote dubbele deuren. Twee ervan hebben openklapbare panelen zodat de zusters destijds vanuit hun werkkamer onder het doksaal de mis konden volgen achter houten vlechtwerk. Heden werkkamer vervangen door een doorgang en een klas. Achter orgel uitgewerkte vleugeldeur met engelenhoofdjes op boogvormige supra-porta. In het koor wordt het altaarstuk omlijst door twee maal twee gecanneleerde zuilen waarboven rondbogig fronton en stralenkrans. De deuren behielden hun origineel hang- en sluitwerk versierd met engelenkoppen. Sacristie oorspronkelijk rechts van koor (zie houten deur), rond 1890 verhuisd naar linkerkant in nieuwe aanbouw tegen zijgevel (tegen rechterzijgevel van de school).

Mobilair: Houten gesculpteerd altaar met zeven heiligenbeelden gescheiden door zuilen. Van links naar rechts: Franciscus van Sales, Franciscus van Assisi, Stanislas, Jozef, Margareta-Maria Alacoque, Francoise de Chantal en Theresia van Avila. Buiten de onderbouw nog Stanislas en Aloysius. In altaarblad grijze marmeren relieksteen met vijf kruisjes en jaartal 1894. Achter altaar koperen tabernakel met daarboven houten kruisbeeld in nis waarvan de rand met vruchten, korenhalmen en bloemen versierd is. Nis geflankeerd door twee heiligen. Boven nis Lam Gods en pelikaan geflankeerd door twee engelen. Aan weerszijden van altaar houten knielende engel met wierookvat op console. Tweede, postconciliaire altaar van 1851. Polychroom Mariabeeld met kind, getekend "Mayer et Cie.-Munich". Schilderij met engelen der Barmhartigheid van 1849 door J. Bellemans (1796-1888). Triptiek van 1934 met Onze-Lieve-Vrouw van Genade met engelen. De driedelige orgelkast is getekend: P.A. van Dinter et fils - Maeseyck zonder datum. Eikenhouten communiebank met beelden, afgevoerd wegens Vaticaans concilie, maar volgens literatuur nog bewaard. Ingebouwde biechtstoelen van 1896. Wijwatervat met doopsel van Christus.

Paardenmolen. Houten paardenmolen met rieten dak van 1905. De molen is omgeven door een houten hek tussen verticale steunen; erboven rust een rieten dak. De houten omheining omvat een houten vleugelpoort. Binnenin is een houten plateau opgehangen aan een ijzeren centrale as die reikt tot aan het dak. Op het plateau zijn vier sleeën bevestigd (heden twee groen en twee rood) en waren er oorspronkelijk vier paarden (twee bewaard, één rood en één groen, slechts één op oorspronkelijke stang). De paarden zijn fijn gebeeldhouwd, met aanduiding van alle details. Ze zijn duidelijk geïnspireerd op de paarden van een paardenmolen Op de witgeschilderde, gesculpteerde paarden is het zadeltuig gesculpteerd en rood of groen geschilderd; ogen, bit, neus, manen, staart en hoeven zijn eveneens aangeduid. Rieten dak op houten dakconstructie; loden (?) afdekking van de top. De molen diende geduwd te worden om in beweging te komen. De molen is een vroege interpretatie van een kinderspeeltuig. Hij werd gemaakt ter gelegenheid van de 75ste verjaardag van de Belgische onafhankelijkheid (1905).

Tuin. Centraal in de tuin eilandje met cirkelvormige gracht, dit is reeds aangeduid bij C. Cierkens in 1822; op primitief kadaster (1833) voorzien van gebouw. Op ets van 1890 tuin met cirkelvormige vijver zichtbaar met ijzeren boogbrug, evenals grot. Tuin is ook reeds aangelegd, tussen de school en de landschapstuin bevindt zich echter een grote moestuin. In 1903 wordt tuinaanleg gewijzigd: de vijver wordt vergroot met een brede uitstulping naar de gebouwen toe, zodat de leerlingen beter konden varen. De groentebedden tussen de school en de oorspronkelijke tuin maakten plaats voor Engelse tuin. Links van de vijver was een belvedère: een terreinstrook liep opwaarts naar een ijzeren prieel (voorheen met klimrozen begroeid). Ernaast, en lager gelegen was een loofgang tussen twee rijen linden die heden terug werd aangeplant. De ruimte rond en achter het schoolgebouw werd in ruime mate verhard en bebouwd. Gelukkig bleef het centrale deel van de oude tuin gevrijwaard.

Achter het oudste deel van de gebouwen vinden we een zwak hellende glooiing in de richting van een centrale vijverpartij. Gazons hebben de vroegere parterres van de siertuin vervangen op deze glooiing. Door zijn diepere ligging is de tuin vrij overzichtelijk vanaf de gebouwen. De centrale vijver is omgeven door onverharde paden die een rondwandeling door de voormalige kloostertuin mogelijk maken. Bij de heraanleg van de tuin in het begin van de 20ste eeuw wordt de bestaande omwalling in het voorplan uitgebreid met een grotere vijverlob, waardoor de impact van het water op de tuin gevoelig vergroot wordt. Over de vroegere omwalling ligt een sierlijk smeedijzeren boogbruggetje met houten bevloering. Vermoedelijk dateert dit element ook van de heraanleg uit het begin van de 20ste eeuw. Ook het achtzijdig rondbogig prieeltje dat zich links naast de vijver bevindt op een hoogte, vormt een rustpunt op de rondwandeling in de tuin. Vermoedelijk is het een herwerkte versie van het originele prieel dat deze hoogte sierde. Het prieel is overgroeid met een blauwe regen. Beneden naast het prieel is de oude lovergang met lindes terug in ere hersteld. Aansluitend staat de oude paardenmolen.

Enkele oude paardekastanjes, lindes, meidoornen, beuken en een moerascypres getuigen van de oorspronkelijke aanleg. De massieven met aucuba, hulst, palm en taxus eveneens. Verschillende nutsplanten van toen werden in de tuin aangeplant, zoals de mispel en de moerbei. Ook enkele rododendronmassieven hebben een respectabele leeftijd. Recenter werd een Atlasceder in het voorplan van de tuin ingebracht. Achter in de tuin de oude Lourdesgrot, ingewijd in 1888, in imitatie rotswerk behouden. In de vloer gedenksteen met opschrift: "PIEUSE MÉMOIRE DE JEAN FIDÈLE JANSSENS CHANOINE HONORAIRE DE S. BASON, TROISIÈME SUPÉRIEUR GÉNÉRAL DE SOEURS DE LA CHARITÉ, DÉCÉDÉ À GAND LE 14 MAI 1889". Bewaard beeld van O.L.V. van Lourdes, beeld van knielende Bernadette heden weggenomen evenals liggend Christusbeeld in nis op achterzijde van grot. De grot is overgroeid met klimop. Enkele banken vervolledigen het geheel. Naast de grot waterbekken met opschrift "VA BOIRE ET TE LAVER À CETTE FONTAINE" (woorden van Maria aan Bernadette de Soubirous).

In de oostelijke hoek van de schooltuin ligt een oude achtvormige vijver met een brug in rotsimitatie als relict van de oude tuin bij de weverij Destoop (zie Gentstraat 11). De vijverrand werd gebetonneerd. De leuningen zijn gemaakt in een betonnen imitatie van takken.

  • Mondelinge informatie: Eddy Muylaert, Gent.
  • STADSARCHIEF KORTRIJK 184, nr. 11271.
  • DEBRABANDERE P., Historische parken en tuinen, Kortrijk, 1992, p. 105-107.
  • VERSCHAVE A., 't Fort 150 jaar. Geschiedkundig overzicht 1843-1993, Kortrijk, 1993.

Bron: WVL5

Auteurs: De Gunsch, Ann; De Leeuw, Sofie & Metdepenninghen, Catheline

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Plein

Plein (Kortrijk)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.