Woning Van den Branden

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Antwerpen
Gemeente Ranst
Deelgemeente Ranst
Straat Lievevrouwestraat
Locatie Lievevrouwestraat 66, Ranst (Antwerpen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Ranst (actualisaties: 22-08-2007 - 27-08-2007).
  • Adrescontrole Ranst (adrescontroles: 11-10-2007 - 11-10-2007).
  • Inventarisatie Ranst (geografische inventarisatie: 01-01-1985 - 31-12-1985).
  • Synchronisatie onderzoeksproject Renaat Braem (1910-2001) (synchronisaties: 16-09-2010 - 31-10-2010).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Woning Van den Branden

Deze vaststelling is geldig sinds 05-10-2009. (Vaststellingsbesluit)

is beschermd als monument Woning Van den Branden

Deze bescherming is geldig sinds 12-12-2002.

Beschrijving

Van het echtpaar Van den Branden-Caers krijgt Braem in 1958 opdracht een woning voor een gezin met twee kinderen te ontwerpen in Ranst. Bij het zoeken naar voorbeelden voor een eigen nieuwbouwwoning, had de dubbelwoning De Martelaere-Brewaeys in Deurne, een ontwerp van Braem uit 1948-1950, hun aandacht getrokken. Op dat moment is het echtpaar in het bezit van een dubbel perceel bouwgrond aan de Doggenhoutstraat, onderdeel van de Rijksweg van Antwerpen naar Nijlen, die dwars door de dorpskern van Ranst loopt. In hetzelfde jaar ontstaat een ontwerp voor een brede rijwoning in halfopen bebouwing, waarvan de gevelcompositie, het raamtype en de materiaalcombinatie van roomkleurige baksteen met kalungihout duidelijk ontleend zijn aan de dubbelwoning in Deurne. Ook de prismatische erker van dit gebouw wordt door Braem in zijn eerste schetsen voor de woning Van den Branden hernomen.

Vanaf 1960 nemen de bouwplannen een andere wending, met de aankoop van een bouwgrond aan de tegenoverliggende Lievevrouwestraat. De grootte van dit hoekperceel laat niet alleen een volledig vrijstaande woning toe, wat beter beantwoordt aan de wensen van de opdrachtgevers, maar biedt ook een meer geïsoleerde inplanting ten opzichte van de Rijksweg. In de loop van 1961 maakt Braem een volledig nieuw ontwerp, dat aan hetzelfde programma beantwoordt als het voorgaande, maar waarvan het golvende profiel een omslag inluidt in zijn vormgeving. Hij knoopt daarmee opnieuw aan bij het organische concept van de woning Brauns in Kraainem uit 1950-1953. De bouwaanvraag, die in februari 1962 wordt ingediend, stuit op een weigering, maar naar verluidt weet Braem de zaak te 'regelen', vermoedelijke door tussenkomst van zijn jeugdvriend Leopold Hendrickx, leidend ambtenaar op de centrale administratie voor Stedenbouw. Zonder enige toegift aan het ontwerp wordt de woning in de loop van 1962-1963 opgetrokken. Braem zet hiermee een volgende stap in de ontwikkeling van een eigen biomorfe vormentaal, waarin hij gaandeweg een aan de natuur ontleende, plastische expressie nastreeft. In de woning Van den Branden experimenteert hij in mindere mate met de plattegrond, die zich conformeert aan de vooruitstrevende eigentijdse landhuisbouw, maar des te meer met de uiterlijke vorm, die breekt met de strakke rechtlijnigheid van het moment. Het volume wordt bepaald door de logaritmische spiraal, die hij eerder introduceerde in zijn concept voor het 'Landhuis in Brabant' uit 1945. Via de draagstructuur van het balkon tekent deze vorm zich als een referentie aan de nautilusschelp af in de dwarsdoorsnede van het gebouw. Zoals in het appartementsgebouw De Vel en de Kindertuin in Antwerpen, die eveneens omstreeks 1960 ontworpen worden, duikt ook in de woning Van den Branden onverhuld zichtbeton op voor de structurele onderdelen, hier met een 'brute', plastisch gebouchardeerde textuur.

Het landhuis in witgeschilderde baksteen is centraal op het perceel ingeplant, in een verhoogde berm. Het terrein is aan de achterzijde opgehoogd om de ingang op het niveau van de woonkamer te brengen. De woonkamer bevindt zich vanwege het uitzicht en de lichtinval immers op de bel-etage, een principe van wonen op de verdieping waaraan Braem waar mogelijk de voorkeur geeft. Aan de zuidelijke zijde paalt de woning aan het open gazon van de voortuin, terwijl de noordelijke zijde wordt beschut door een met naald- en loofbomen beboste achtertuin. De uiterlijke vorm van deze architectuur wordt beheerst door de curven van de gesloten zijgevels, die via steunberen vanuit de grasberm lijken op te rijzen. Deze vloeiende lijnvoering wordt begeleid door de ronding van het betonnen dakschild, dat aan de noordelijke zijde over de bovenverdieping doorloopt tot tegen het inkomniveau. In de voorbereidende schetsen evolueert het concept van dit schaaldak uit een aanvankelijk beoogd zadeldak met flauwe helling. De zuidgevel vormt een opengewerkt betonskelet met overstekende balkkoppen, schrijnwerk in afzeliahout en witte glasalpanelen, bovenop een zwartgeschilderde onderbouw. De stalen boogstructuur van het terras en het balkon, een ellipsvormig zijraam en de conische schoorsteen verlenen krachtige accenten aan de compositie. In de achtergevel wordt de centrale ingang benadrukt door een geknikte betonnen luifel. De woonverdieping heeft een open plan, grotendeels ingenomen door de ruime woonkamer, die overgaat in het terras. Centraal in de ruimte staat het ellipsvormige volume van de open haard uit gesinterde baksteen, met schouwpijpen uit eterniet. De haard schermt het kantoor in het westelijke gedeelte van de woonkamer af, dat met een vide doorloopt tot in het dakgewelf. Voor dit onderdeel maakt Braem ook een alternatief ontwerp dat de open haard als een organische sculptuur tegen de zijwand plaats. De vide wordt opgedeeld door een kleine mezzanine, die vanaf de ouderslaapkamer doorloopt in het buitenbalkon met zitbank. Zo vormt de woonkamer een combinatie van een lage ruimte met een vlakke houten zoldering met ingebouwde verlichting, en een hoge gewelfde ruimte. Een volledig houten, deels transparante wand scheidt de woonkamer af van het trappenhuis, de hal, de vestiaire en de keuken, die een smalle strook aan de noordzijde innemen. Op de verdieping bevinden zich drie slaapkamers en een badkamer, waarbij aan de gangzijde wandkasten zijn ingebouwd in de dakhelling. Het souterrain biedt ruimte aan de garage, de was- en de stookplaats en een berging. De woning Van den Branden is intact bewaard.

  • Archives d'Architecture Moderne, Archief Renaat Braem, Dossiernummer 126.
  • Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed, Archief Renaat Braem, 393.

Bron: Braeken J. (ed.) 2010: Renaat Braem 1910-2001. Architect, Relicta Monografieën 6. Archeologie, Monumenten en Landschapsonderzoek in Vlaanderen, Brussel.

Auteurs: Braeken, Jo

Datum tekst: 2010

Alle teksten

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Lievevrouwestraat

Lievevrouwestraat (Ranst)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.