De Sieckel

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Antwerpen
Gemeente Antwerpen
Deelgemeente Antwerpen
Straat Venusstraat
Locatie Venusstraat 17, Antwerpen (Antwerpen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Antwerpen (actualisaties: 05-01-2006 - 05-01-2007).
  • Adrescontrole Antwerpen (adrescontroles: 23-07-2007 - 23-07-2007).
  • Inventarisatie Antwerpen (geografische inventarisatie: 01-01-1976 - 31-12-1992).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Huis de Sieckel

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is deel van de bescherming als monument Herenhuizen

Deze bescherming is geldig sinds 27-10-1982.

Beschrijving

Voormalig huis "de Sieckel" dat in kern minstens opklimt tot het midden van de 16de eeuw, en in de loop der tijden meermaals werd aangepast. Het werd in 1552 aangekocht door de historieschrijver Jan Servilius, en in 1559 door stadssecretaris Jan Asseliers. Tot de volgende eigenaars behoorden ridder Gaspard Rovelasca, burgemeester Hendrik van de Werve, de families Lunden, Vecquemans, De Coninck, Peeters, Stier en van Havre. Helena Maria de Coninck, weduwe van Guilhelmus Carolus Lunden liet in 1759 het koetshuis optrekken. Hendrik Joseph Stier voerde omstreeks 1789 belangrijke verbouwingswerken uit. Van 1859 tot 1889 was het pand in het bezit van de oudheidkundige ridder Leo de Burbure van Wesembeek (Dendermonde, 1812-Antwerpen, 1889). Léon Elsen (1853-1931), echtgenoot van Louise de Witte (1863-1927) en eigenaar van het aanpalende herenhuis, kocht "De Sieckel" in 1905 aan. Datzelfde jaar liet hij beide hotels door de architect Joseph Hertogs onderling verbinden en herinrichten. Tot de werken aan "De Sieckel" behoorden de restauratie van de voorgevel met toevoeging van de régencepoort in de twee linker traveeën, de inwendige verbouwing en uitbreiding tot kantoren. In 1911 voerde Hertogs verdere verbouwingen uit.

Het complexe herenhuis omvat vier vleugels die een oorspronkelijk grotere, in 1905 deels overbouwde binnenplaats omsluiten, en grenst aan de tuin die ten oosten wordt afgesloten door het 18de-eeuwse koetshuis. Deze loopt ten zuiden over in de tuin van het aanpalende nummer 19.

Met een gevelbreedte van acht traveeën omvat de voorbouw twee bouwlagen onder een leien zadeldak met getrapt, linker aandak. De lijstgevel die minstens opklimt tot de 17de eeuw, kreeg zijn huidige uitzicht in het midden van de 18de eeuw. Het parement uit zandsteen werd in 1905 ingrijpend gerestaureerd met gebruik van witte natuursteen. Typische kenmerken zijn de kwarthol geprofileerde sokkel met rechthoekige keldermonden, de smeedijzeren muurankers waaronder met gekrulde spie, de sporen van een wigvormige ontlastingssysteem, en de geprofileerde daklijst als gevelbeëindiging. Registers van aangepaste rechthoekige vensters met kwartholle dagkanten, geprofileerde hardstenen lateien en lekdrempels, op de begane grond voorzien van gebogen traliehekken. De eerste twee en de laatste traveeën worden gemarkeerd door poorten in régencestijl uit blauwe hardsteen. De spiegelboogpoort in de eerste twee traveeën werd pas in 1905 aangebracht, de rondboogpoort in de laatste travee dateert uit het midden van de 18de eeuw. Beide hebben een geprofileerd, kwarthol beloop met neuten en imposten, bekroond door voluten en festoenen. De spiegelboogpoort heeft een gestrekte waterlijst, de rijker uitgewerkte rondboogpoort onderscheidt zich door een schelpsleutel, rocailles en een gebogen waterlijst op gestrekte uiteinden. Drie grote houten dakkapellen met gebogen fronton, en drie kleine, afgesnuite dakkapellen in tweede register; sierlijke smeedijzeren windwijzer op de schouw. Houten vleugeldeuren en vensterschrijnwerk.

Op de voorbouw sluit ter hoogte van de derde en vierde travee een dwarsvleugel aan, drie traveeën breed en twee bouwlagen hoog onder een leien zadeldak, die net als de achtergevel is opgetrokken in traditionele bak- en zandsteenbouw. De doorgang naar de tuin begrensd door de noordgevel van de dwarsvleugel, en de vleugels rond de binnenplaats, zijn grondig aangepast bij de verbouwing en uitbreiding in 1905. Aanbouw met een geprofileerde korfboogdoorgang onder een gebogen waterlijst op kraagstenen; in een rondboognis witstenen Onze-Lieve-Vrouwebeeld met kind, verderop fraaie smeedijzeren lichtarm. De tuinvleugel, vijf traveeën breed en twee bouwlagen hoog onder een zadeldak met getrapte aandaken is opgetrokken in traditionele, verankerde bak- en zandsteenbouw. Aan tuinzijde registers van aangepaste, rechthoekige vensters, vroegere kruiskozijnen met kwartholle negblokken; houten dakkapellen met driehoekig fronton, en afgesnuite dakkapelletjes in tweede register.

Koetshuis gebouwd in 1759 door de weduwe Helena Maria Lunden-de Coninck (inscriptie in de laatste zuil). Constructie van zeven traveeën, met een middenpartij van twee bouwlagen onder een leien zadeldak, en zijvleugels van één bouwlaag onder een leien mansardedak. De natuurstenen lijstgevel legt de klemtoon op de licht vooruitspringende middenpartij van drie traveeën, met op de begane grond een arcade bestaande uit hardstenen rondbogen met archivolt en fraaie schelpvormige sleutel op vier Toscaanse zuilen met buikige schacht; arcade gesloten door grote ramen met kleine roedeverdeling. Hogerop steekboogvensters in hardstenen omlijsting. De middenas wordt bekroond door een halsgevel waarin een radvenster, afgewerkt met een gebogen waterlijst en een bolvormig ornament. De omgetrokken kroonlijst heeft een geajoureerde balustrade als bekroning. Achteruitwijkende zijtraveeën met getoogde deur- en vensteropeningen in geriemde omlijstingen; getoogde dakkapellen.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1905#628 en 1911#1564.
  • LINNIG B. 1927: Ridder Leo de Burbure van Wesembeek. Zijn huis in de Venusstraat, De Gulden Passer 5.1, 26-31.

Bron: -

Auteurs: Braeken, Jo; Manderyck, Madeleine; Plomteux, Greet & Steyaert, Rita

Datum tekst: 2018

Alle teksten

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Venusstraat

Venusstraat (Antwerpen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.