erfgoedobject

Huys genaemt St Michiel

bouwkundig element
ID: 6391   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6391

Juridische gevolgen

Beschrijving

Historiek en context

Kunstenaarswoning in neo-Vlaamserenaissance-stijl naar een ontwerp door de architect Philippe Van Boxmeer uit 1897, opgetrokken door de aannemer F. De Rijck uit de Milisstraat in 1898. Opdrachtgever was de Brugse kunstschilder Edmond Van Hove (1851-1913), die zijn opleiding kreeg aan de Ecole des Beaux-Arts in Parijs, en in 1890 als docent werd benoemd aan de academie van zijn geboortestad. Hij vestigde zich in 1899 met zijn gezin in Antwerpen, verhuisde al in 1902 naar Gent, om in 1910 terug te keren naar Brugge, waar hij drie jaar later overleed. Van Hove, die als de belangrijkste Brugse kunstenaar van zijn generatie geldt, schilderde portretten, religieuze, historische, genre- en allegorische taferelen, waaronder zijn bekendste werk “De Drie Zustersteden” uit 1899, naar het gedicht van Karel Lodewijk Ledeganck. Zijn schilderijen, uitgevoerd in een haarfijne techniek, aanvankelijk beïnvloed door de Vlaamse Primitieven, ademen de sfeer van de neogotiek en de ontdekking van de spirituele waarden van de middeleeuwen. Waar het gevelontwerp "Huis genaamt 't Voske" vermeldt, verwijst de huisnaam "Huys Genaemt St Michiel" naar de patroonheilige van de schilders.

De kunstenaarswoning Edmond Van Hove of "Sint-Michiel" behoort tot het vroege oeuvre van Philippe Van Boxmeer, die in 1887 zijn architectuurstudies beëindigde aan de academie te Antwerpen. Hij vestigde zich omstreeks 1890 als zelfstandig architect in zijn geboortestad Mechelen, en combineerde er van 1893 tot 1912 zijn privépraktijk met het ambt van stadsbouwmeester. In deze functie was Van Boxmeer verantwoordelijk voor de restauratie van belangrijke Mechelse monumenten als de Lakenhalle, "De Beyaert", de Sint-Kathelijnekerk, en zijn magnum opus de voltooiing van het Paleis van de Grote Raad. Daarnaast speelde de architect een voortrekkersrol met door de stad Mechelen gesubsidieerde restauraties van ‘kunstgevels’ in privé-eigendom, naar het voorbeeld van de 'kunstige herstellingen' in Brugge. Van Boxmeer putte voor zijn eclectische privé-architectuur van rond de eeuwwisseling vooral uit de neogotiek en de neo-Vlaamserenaissance, maar tekende in de latere jaren 1900 ook ontwerpen in klassieke beaux-artsstijl. Na de Eerste Wereldoorlog was hij als architect nauwelijks nog actief. De kunstenaarswoning Edmond Van Hove behoort met het huis "De Beitel, de Passer, 't Penseel" uit 1902 op de Grote Markt te Mechelen, tot zijn meest prestigieuze woningontwerpen. Daarnaast gaat het om de enige gekende realisatie van de architect in Antwerpen, behalve de verbouwingen die hij in 1913 uitvoerde in het klooster van de zusterkens der armen op het Kiel.

Architectuur

De rijwoning met een gevelbreedte van vier traveeën, omvat drie bouwlagen onder een complex zadeldak met de nok parallel aan de straat. Het gevelfront opgebouwd uit een risalietvormende trapgevel en een smalle portaaltravee, is geïnspireerd op de Brugse gevelarchitectuur uit de 16de en 17de eeuw. Deze kende tijdens de jaren 1900 een revival in de zogenaamde "boulevardarchitectuur" te Brugge, waarvan de architect Louis Ernest Charels en exponent is. Het polychrome gevelparement bestaat uit rood baksteenmetselwerk in kruisverband met knipvoegen en smeedijzeren sierankers, en contrasterend gebruik van witte natuursteen voor de sluitstenen, hoekblokken, dekstenen, venstermonelen, gebeeldhouwde gevelstenen en korbelen, blauwe hardsteen voor de geprofileerde plint, de bewerkte deuromlijsting, dorpels en waterlijsten, en leien als dakbedekking. Horizontaal geleed in een lage pui en een overkragende bovenbouw, en verticaal geritmeerd door Brugse traveeën, legt de gevelcompositie de klemtoon op het trapgevelrisaliet (tien treden en topstuk). Dit laatste wordt gemarkeerd door drielichten en kruiskozijnen met boogveld of ontlastingsboog, daar waar drie ovale en ronde oculi met diamantkopsleutels en -imposten, het bolkozijn van de geveltop omringen. De portaaltravee onderscheidt zich door de geblokte omlijsting van deur en bovenlicht met diamantkoppen, voluten en wortelmotieven. Daarbij sluit een rechthoekige houten erker aan, met balustrade en een leien afdak op getorste colonnetten, en hogerop doorbreekt een getrapt dakvenster met schouderstukken en bolkozijn de houten kroonlijst op trigliefconsoles. Opmerkelijk is het beeldhouwwerk van de leeuwenkopkorbelen en de rolwerkcartouches in de boogvelden. Het reliëf van de centrale cartouche boven het drielicht van de pui, dat de Aartsengel Michaël in gevecht met de draak verbeeldt (beeldhouwer onbekend), wordt geflankeerd door de jaarstenen "ANNO 1898". De cartouches in de boogvelden hogerop dragen de huisnaam "HUYS GENAEMT ST MICHIEL". Het houten schrijnwerk van de geklampte, bespijkerde inkomdeur met smeedijzeren beslag, spionnetje en brievengleuf is bewaard, evenals dat van de vensters met loodglas waarin gebrandschilderde medaillons, en het smeedijzeren traliewerk van het bovenlicht; de voetschraper is verwijderd. Een centraal paviljoen tegen de tuinmuur achteraan het perceel, sluit het perspectief van de tuin af.

De plattegrond beantwoordt aan de typologie van de bel-etagewoning, ontsloten door twee zijdelings ingeplante trappenhuizen, de hoofdtrap bij de vestibule en de diensttrap tegen de achterbouw aan. De lage begane grond, in de lengte opgedeeld door een lange gang, biedt volgens de bouwplannen onder meer ruimte aan de spreekkamer en dienstlokalen als de keuken. Op de bel-etage bevinden zich de woon- en ontvangstruimten, en vermoedelijk ook het atelier onder een bovenlicht met ijzer- en glaskap aan de tuinzijde. Privé-, slaap- en personeelsvertrekken nemen zoals gebruikelijk de hogere verdiepingen in.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 1897#1459.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2015


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Huys genaemt St Michiel [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6391 (Geraadpleegd op 20-08-2019)