erfgoedobject

Hotel Jussiant

bouwkundig element
ID: 6468   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6468

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Hotel Jussiant
    Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019

Beschrijving

Voornaam herenhuis in art deco gebouwd in opdracht van Cléomir Jussiant, naar een ontwerp door de architecten Jan Vanhoenacker, John Van Beurden en Jos Smolderen uit 1924. Cléomir Jussiant (1872-1961), afkomstig uit Monceau-sur Sambre, was directeur en later eigenaar van een Antwerps houthandelsbedrijf, dat zich toelegde op import van Noords en Amerikaans hout. Vanwege de grote vraag naar timmerhout voor de wederopbouw, kwamen de bedrijfsactiviteiten van Cléomir Jussiant na de Eerste Wereldoorlog tot volle expansie. Hij behield de leiding over de Société anonyme C. Jussiant tot in 1938. Daarnaast bekleedde Jussiant diverse openbare functies zoals voorzitter van de Handelsrechtbank en van de Kamer van Koophandel van Antwerpen, en stond bekend als een belangrijk kunstverzamelaar en mecenas die zich actief engageerde voor eigentijdse kunst. Uit zijn huwelijk met de Nederlandse Elisabeth Driessen (1881-1977), kwamen twee kinderen voort: Jean (1905-1968) en Lisette (1910-2007). Vóór de bouw van het nieuwe hotel, waarvan het prestige de maatschappelijke status van Jussiant weerspiegelt, betrok hij met zijn gezin een woning in de wijk Zurenborg. Behalve het herenhuis in de stad beschikte het gezin ook over een villa in Schoten, die als buitenverblijf dienst deed. Het hotel Jussiant bleef het eigendom van de familie, tot aan de verkoop van het gebouw in 2011.

Vanhoenacker, Van Beurden en Smolderen, associés sinds 1920, waren aanvankelijk vooral actief in de wederopbouw van de Westhoek. Het ontwerp van het hotel Jussiant kwam in hetzelfde jaar tot stand als dat van de verdwenen Bank of London & South America en de tuinwijk De Darsen, het oudste gedeelte van de Luchtbal gerealiseerd door de Antwerpse Maatschappij voor Goedkoope Woningen. De associatie, waarin de constructieve kennis van Vanhoenacker en het esthetische talent van Smolderen elkaar vonden, hield stand tot omstreeks 1930. Vanhoenacker tekende in 1928 met Smolderen en Emiel Van Averbeke nog voor de Boerentoren aan de Schoenmarkt, en in 1929 met Van Beurden en de associés Vincent Cols en Jules De Roeck voor het Century Hotel in de De Keyserlei. Smolderen van zijn kant was al in 1926 aangesteld als hoofdarchitect van de Wereldtentoonstelling van 1930. Het hotel Jussiant, waarvoor de associés naar verluidt opdracht kregen via Vanhoenacker, een goede vriend van de bouwheer, behoort veruit tot hun belangrijkste gezamenlijke realisaties. Ook elders in de wijk ontwierpen zijn nog twee kleinere burgerhuizen, de woningen Staes-Lanthier en Pirenne in de Jan Van Rijswijcklaan. Deze drie woningen zijn representatief voor de art-decostijl die Vanhoenacker, Van Beurden en Smolderen in hun residentiële architectuur van de jaren 1920 ontplooien. De verantwoordelijkheid voor het decoratieve programma en de interieurinrichting, wordt daarbij doorgaans aan Smolderen toegeschreven.

Het hotel Jussiant is ontworpen als een totaalconcept, waarbij de buitenarchitectuur, het interieur en de tuinaanleg een eenheid vormen van uitzonderlijke allure. Een ruim budget stelde de architecten in staat uiterste zorg te besteden aan de materiaalkeuze en de detailafwerking, de integratie van toegepaste en monumentale kunst. Van het meubilair van de woning werd een belangrijk aandeel ontworpen door Vanhoenacker, Van Beurden en Smolderen, die de verantwoordelijkheid droegen over de volledige inrichting. Tot aan de verkoop van het gebouw, was dit interieur inclusief het losse meubilair, de luchters, tapijten, siervoorwerpen, de kunstcollectie en de technische installaties integraal in situ bewaard. Het hotel Jussiant behoort niet alleen tot de meest prestigieuze en stijlvolle hotels in deze wijk, vanwege zijn totaalconcept en de kwaliteit van de uitvoering vormt het ook een van de belangrijkste uitingen van art deco in Antwerpen. Het gebouw werd zo op het geknikte, driehoekige perceel ingeplant, dat de voorgevel zich precies in de as van de Bosmanslei bevindt. Hierdoor bepaalt het hotel Jussiant de belangrijkste zichtas van de wijk, gezien vanaf de centrale rotonde op de kruising van de Bosmanslei en de Van Putlei. Binnen de straatwand manifesteert het imposante gebouw zich als een eigentijds palazzo, dat een representatieve allure eigen aan de status van de bewoners uitstraalt. Als een vroege toepassing van de art deco, draagt het hotel Jussiant nog de sporen van de Wiener Sezession. Typische kenmerken zijn het discrete en repetitieve karakter van de ornamentatie met overwegend florale motieven, de afgelijnde gevelvlakken en de klemtoon op de bow-window en de attiekbekroning in de gevelcompositie.

De rijwoning in halfopen bebouwing, met een gevelbreedte van vijf ongelijke traveeën, telt drie bouwlagen onder een pseudo-mansarde (leien). Opgetrokken in baksteenbouw, wordt ruim gebruik gemaakt van witte natuursteen (Euville) voor de voorgevel. Het statige gevelfront beantwoordt aan de klassieke driedeling, horizontaal geleed in een sokkel, een bovenbouw en een mansarde. Beheerst door regelmaat en symmetrie legt de compositie de klemtoon op de brede middenas met drielichten, die nadrukkelijk als een hoger opgetrokken risaliet is geaccentueerd, onder een golvende attiekbekroning. Twee postamentpijlers flankeren het rechthoekige inkomportaal met getraliede zijlichten in driepasboogvorm. Hogerop zijn de bovenverdiepingen vervat in een oplopende bow-window, waarvan de tweeledige opbouw de bordesstructuur van de traphal weerspiegelt. Waar bloemenmedaillons het patroon uitmaken van de kleurrijke glas-in-loodramen, flankeren knielende putti in halfreliëf de entresol. Het verticale ritme van de ordonnantie zet zich door in de zijtraveeën, onder de vorm van rechthoekige lisenen die de bovenvensters groeperen. Rechts van het inkomportaal bevindt zich een garagepoort en een dienstingang. In het geveldecor vallen vooral de ovale medaillonreliëfs van de borstwering op, met een bloemen- en vruchtenmotief waar net als in de glas-in-loodramen en het smeedijzer van het portaal een typische S-curve in verwerkt is. Hetzelfde motief siert als fries de console van de bow-window, en verder omlijnen parel- en rankwerklijsten systematisch de dagkanten, lisenen en spiegels. In de attiekbekroning prijkt een medaillon met de initiaal J van de bouwheer. Het gevernist houten schrijnwerk, de vensters met fraai bewerkte posten, is bewaard, evenals de smeedijzeren inkomdeur, het voortuinhek en een poortje in de tuinmuur. Eenvoudiger en asymmetrisch van opzet is de tuingevel waaruit de indeling van het interieur valt af te lezen, met het accent op de oplopende driezijdige erker die het terras flankeert.

De plattegrond beantwoordt aan de typologische kenmerken van een woning voor de vermogende burgerij, met een strikte opdeling in ontvangst- en privé-vertrekken, dienstlokalen en -circulatie. Een kleine vestibule leidt vanaf de straat naar de grote hal met staatsietrap, die de centrale ruimte van het volledig onderkelderde hotel vormt. Links van de traphal bevindt zich een doorlopende suite van salon en eetkamer voor privé-gebruik, waarbij een veranda aansluit. De overige helft van de begane grond omvat de garage met dienstingang, de keuken met office, en de diensttrap. Een personenlift en een keukenlift behoren tot de moderne technische uitrusting van de woning. De ontvangstruimten van het hotel nemen de volledige bel-etage in, met aan de straatzijde vis-à-vis het kantoor of herensalon en het boudoir of damessalon, daar waar de grote banketzaal met terras over de volledige tuinzijde doorloopt. De tweede verdieping herbergt drie grote slaapkamers voor de ouders en beide kinderen, een logeerkamer en twee badkamers. De ondiepe mansarde, slechts bereikbaar via de diensttrap, telt vier kamers voor het personeel, een zolder en een donkere kamer.

Het interieur van het hotel Jussiant onderscheidt zich door een bijzonder rijke aankleding in art deco, met een veralgemeend gebruik van parket, monumentale schouwmantels in diverse marmersoorten met haardschermen, plafonds met plastische stucfriezen en verzorgd binnenschrijnwerk. Opvallend zijn de glazen art-decoluchters die in de belangrijkste vertrekken voorkomen, waaronder creaties van de gerenommeerde Franse glaskunstenaars René Lalique en Marius Sabino. De lage vestibule is bekleed met een parement in roze marmer, waarin een ovaal glas-in-loodraam is verwerkt. Bijzonder monumentaal is de grote traphal met dubbele overloop, verlicht door de hoge glas-in-loodramen. De houten staatsietrap heeft een massieve trappaal met stafwerk en een bloemencorbeille als topstuk, en een leuning samengesteld uit ajour-casementen met slanke balusters en medaillons. Tot de belangrijkste vertrekken behoren de suite van privé-salon en eetkamer, verbonden door een arcade met inbouwkasten, waar in een van beide wandbuffetten een doorgeefluik naar de keuken is ingebouwd. Van de ontvangstruimten op de bel-etage, imponeert vooral de langgerekte banketzaal, met een lambrisering van buffetkasten in fijne houtsoorten, in de stijl van de Franse ontwerper Emile-Jacques Ruhlmann. Zeer opmerkelijk is de badkamer met bovenlicht, volledig uitgevoerd in contrasterend wit en rood geaderd marmer, waarvan de wandplaten in spiegelbeeldpatroon zijn aangebracht.

De tuinaanleg op het driehoekige perceel is gebaseerd op een klassiek geometrisch patroon, dat oorspronkelijk voorzag in barokke parterres. Centraal wordt de compositie in het verlengde van de tuingevel gedomineerd door een breuksteenterras waarin een rechthoekig, met mozaïek bekleed bassin is uitgespaard, geflankeerd door pergola’s. Een monumentaal brons met voorstelling van een ganzenhoeder bepaalt hier de middenas; een tweede brons met voorstelling van een jongetje staat achteraan in de tuin opgesteld.

Op de door een pergola bekroonde tuinmuur rechts van het hotel, is een gedenksteen aangebracht voor Arthur Goemaere, de naamgever van de straat. Arthur Goemaere (1841-1902) was journalist, stichter van de Belgische Persbond in 1885, en van de Union Internationale des Associations de Presse in 1894. Van 1895 tot zijn overlijden zetelde hij voor de liberale partij als Antwerps Schepen van Openbare Werken.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1924#18366 en 1925#21080; foto FOTO#5069.
  • VERSPREEUWEN R. 1977: Jos Smolderen en zijn tijd, onuitgegeven verhandeling NHIBS, Antwerpen, 135.
  • AUGUSTINI M., ARAPI N., DE ROEY N. & ZHANG Y. 2011: Hotel Jussiant Antwerp, onuitgegeven verhandeling Raymond Lemaire International Centre for Conservation, Leuven.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2012


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Hotel Jussiant [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6468 (Geraadpleegd op 17-07-2019)