erfgoedobject

Résidence Avenue de Belgique

bouwkundig element
ID: 6506   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6506

Juridische gevolgen

Beschrijving

Historiek en context

Modernistisch appartementsgebouw naar een ontwerp door de architect Nachman Kaplansky uit 1937. Opdrachtgever was de Maatschappij van Personen met Beperkte Aansprakelijkheid “Résidence Avenue de Belgique”, opgericht voor de bouw en het beheer van het complex. Het project dat aanvankelijk een ambitieuzer programma beoogde, werd tussen juli en december 1937 in drie stappen gereduceerd tot zijn huidige vorm, om te voldoen aan de geldende bouwvoorschriften. Vergund in januari 1938, was het complex dat zeven flats van hoge standing en een conciërgewoning omvat, midden 1939 afgewerkt. Het beslaat de kleine helft van een diep perceel, eerder ingenomen door een voornaam herenhuis, waarvan de beboomde tuin behouden bleef.

“Résidence Avenue de Belgique” behoort tot de laatste bouwprojecten die Nachman Kaplansky tijdens zijn kortstondige loopbaan in Antwerpen wist te voltooien. Van Russische nationaliteit en geboren in Polen, vestigde hij zich in 1925 vanuit Tel Aviv te Antwerpen. Waar zijn vroegst gekende realisaties al uit eind jaren 1920 dateren, bouwde Kaplansky na zijn architectuurstudies aan de Antwerpse academie, vanaf begin jaren 1930 een succesvolle praktijk uit in Antwerpen, gericht op een welgesteld, overwegend joods clientèle. Tot zijn belangrijkste opdrachten behoren een achttal van de meest opmerkelijke modernistische flatgebouwen in de stad, met als meest prestigieuze de "Résidence Prince Albert" uit 1936 aan het Prins Albertpark. Een representatief voorbeeld van zijn burgerhuizen in gesloten bebouwing, is de woning Swart uit 1933 aan de Belgiëlei, van zijn vrijstaande landhuizen de villa Kleinkramer uit 1934 aan de Sorbenlaan. Bij de Duitse invasie in 1940 vluchtten Kaplansky en zijn echtgenote naar Palestina; het is niet bekend of hij zijn architectuurpraktijk tijdens of na de Tweede Wereldoorlog in zijn nieuwe woonplaats Tel Aviv heeft kunnen hervatten.

Het eerste ontwerp waarmee de maatschappij “Résidence Avenue de Belgique” begin juli 1937 een bouwaanvraag indiende, had 43, 50 m bouwdiepte, 10 m meer dan uiteindelijk zou worden uitgevoerd. In totaal voorzag het project veertien flats, één op het gelijkvloers, twee geschakelde appartementen op de eerste tot de zesde verdieping, en één ruime duplexwoning die de zevende verdieping en het penthouse van de voorbouw zou beslaan. In spiegeldbeeldschema ingeplant aan weerszij van de centrale traphal, waren de grote appartementen aan straatzijde prestigieuzer van opzet dan de kleinere flats in de achterste helft van het gebouw, die veeleer aan een standaardprogramma beantwoordden. In een gewijzigde versie van het ontwerp uit eind augustus 1937, werden het penthouse en de bovenste twee verdiepingen van de achterbouw geschrapt, waardoor het project voldeed aan de opgelegde hoogtebeperking, maar nog steeds de toegestane bouwdiepte overschreed. Eind november 1937 volgde een tweede, volledig nieuw ontwerp, met een tot 33,50 m teruggebrachte bouwdiepte, en nog slechts één flat per verdieping of acht in totaal. Waar in het eerste ontwerp het gevelfront in de zijtravee werd gemarkeerd door een oplopende, polygonale erkerpartij geflankeerd door terrasloggia’s, opteerde Kaplansky in het tweede ontwerp voor de volledig beglaasde, halfronde erkerpartij in de middenas, die het gebouw tot op vandaag typeert. “Résidence Prince Albert” en “Résidence Avenue de Belgique”, met één jaar tussentijd ontworpen, gelden als de belangrijkste verwezenlijkingen van de architect op het vlak van hoogbouwflats.

Architectuur

Met een gevelbreedte van drie traveeën omvat het gebouw acht bouwlagen onder een plat dak. Voor de constructie is een structuur uit gewapend beton toegepast, voor het gevelparement witte natuursteen (Brauvilliers) in groot tegelverband, gecombineerd met zwart graniet voor de plint en het portaal, en wit gelakt staal voor het schrijnwerk. Het gevelfront beantwoordt aan de zuivere canon van de ‘International Style’, met een volkomen vlakke gevelbehandeling afgewerkt door dekstenen, en een kleurstelling in wit en zwart resulterend in een zwevend effect. De strakke horizontale geleding door brede raampartijen en iets minder hoge bandramen, wordt met een krachtig verticaal accent doorbroken door de erkerrotonde, die de ‘living-room’ van de appartementen een panoramisch uitzicht biedt op de brede, beboomde Belgiëlei. Zoals vandaag waren de raampartijen van de woonkamers links van de erker, ter bevordering van uitzicht en lichtinval, in het vlak van de gevel geïntegreerd. Oorspronkelijk rastervormig, correspondeerde de raamindeling overigens met de sectie en het voegwerk van het gevelparement. De tweeledige bandramen van de fumoirs werden dan weer verdiept ingepast binnen dagkanten met lekdrempel, met een plastisch effect op het reliëf, de licht- en schaduwwerking van het gevelvlak. Dit principe vond eerder al toepassing in “Résidence Prince Albert”. Het brede middenportaal, oorspronkelijk gevat binnen een met zwart graniet omlijst metaal-en-glasraster, wordt geflankeerd door de gedrukte garagepoort en de dienstingang. Vermoedelijk al vroeg in de naoorlogse periode vernieuwd, bestaat het huidige vensterschrijnwerk overwegend uit stalen profielen qua indeling afwijkend van het oorspronkelijke, ook in de erkerpartij; de garagepoort, het inkom- en dienstportaal hebben eveneens nieuw schrijnwerk.

Het gebouw omvat volgens de bouwplannen zeven identieke appartementen van hoge standing die elk een volledige verdieping beslaan, en een bescheiden standaardflat die het gelijkvloers deelt met de inkomhal, de conciërgewoning, de garage en fietsenstalling. De verticale circulatie is ontdubbeld, waarbij de traphal met lift voor de bewoners zich in de voorbouw bevindt, en de dienstlift voor het personeel rechtstreeks uitmondt op de terrassen bij de keukens, verder uitgerust met een stortkoker voor huisvuil. Uitzonderlijk groot van oppervlakte, beantwoorden de appartementen door hun langgerekte plattegrond met zijdelingse lichtschachten aan een veeleer conventionele typologie, strikt opgedeeld in dag-, nachtvertrekken en dienstlokalen. De vestibule met vestiaire geeft toegang tot de hall, waarrond in L-vorm de ‘living room’, het fumoir en de eetkamer met terras gegroepeerd zijn, een suite van woon- en ontvangstvertrekken die de volledige voorbouw beslaat. In de middenzone bevinden zich de keuken en meidenkamer, van de woonvertrekken geïsoleerd door de office. De nachthal ontsluit de vier slaapkamers met twee badkamers die de achterbouw innemen, en waarvan de twee kleinste grenzen aan de grote lichtschacht, en de twee grootste uitkijken over de tuin.

De inkomhal, oorspronkelijk met een wandbekleding uit zwart graniet en een lichtgetinte marmeren vloer, is recent gemoderniseerd. Uit gepubliceerde archieffoto’s van één van de appartementen blijkt een luxueuze interieurinrichting, met onder meer een volledig gelambriseerd fumoir met cosy-corner, inbouwmeubilair, en kostbaar parket.

  • S.n. 1939: N. Kaplansky architecte Anvers, Antwerpen, 33-35.
  • JACOBS, M. [1999]: Nachman Kaplansky beloftevolle maar verborgen Antwerpse architect, onuitgegeven verhandeling Hogeschool Antwerpen Departement Architectuur, 86-88.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2015


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Résidence Avenue de Belgique [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6506 (Geraadpleegd op 31-05-2020)